Verzameld, bewerkt en geordend
door
Astrid Veltman
24 oktober 1999
350 gr gepelde amandelen
2 amandelen
500 gr poedersuiker
1 eiwit
2 theelepels oranjebloesemwater
Leg de amandelen een paar tellen in kokend water en houd ze daarna
onder
de koude kraan.
Wrijf de bruine velletjes van de amandelen en doe ze met het stalen mes
in
de foodprocessor.
Hak ze eerst grof met de secondentoets en laat de motor draaien tot de
amandelen heel fijn gemalen zijn.
Voeg dan het eiwit, de poedersuiker en het oranjebloesemwater toe en
laat
de machine nog even draaien tot u een samenhangend geheel heeft.
Leg de marsepein in plastic folie een paar uur in de koelkast.
Gebruik het dan voor verdere verwerking.
Bekleed er taart mee of kneed er figuurtjes of bonbons van.
Kleur de marsepein eventueel met een paar druppels
levensmiddelenkleurstof
en kneed die er heel goed door.
250 gr amandelen
400 gr poedersuiker
1 eetlepel laurierkerswater
1 1/2 eiwit
zout naar smaak
Breng de amandelen met ruim koud water aan de kook, stort ze dan op
een
vergiet en spoel ze met koud water na.
Wrijf de bruine vliesjes eraf en droog de noten in een schone doek af.
Maal de amandelen door een amandelmolen.
Voeg hieraan de gezeefde poedersuiker, het laurierkerswater, het even
losgeklopte eiwit en wat zout toe, meng alles goed door elkaar en maal
het
mengsel weer door de amandelmolen.
Vindt u de marsepein nog niet fijn genoeg, maal dan nog een keer.
Bewaar de marsepein in een goed sluitend potje op een koele plaats.
Tip: In plaats van laurierkerswater kunt u ook oranjebloesemwater
gebruiken.
Neem van grote eieren 1 eiwit en van kleine eitjes 1 1/2 eiwit.
Variaties:
Marsepeinen aardappeltjes maakt u door kleine onregelmatige balletjes
door
cacao te rollen.
Spek krijgt u door een deel roze te kleuren. Leg dit laag om laag met
ongekleurd marsepein op elkaar en snijd het dan in plakjes.
250 gr amandelen
500 gr poedersuiker
1 1/2 eiwit
2 druppels amandelessence
1 theelepel oranjebloesemwater
Breng de amandelen in water aan de kook, giet ze af, pel ze, was ze en
droog ze. (Of koop blanke amandelen).
Maal of rasp de amandelen in een amandelmolen of op de rasp van de
foodprocessor fijn.
Meng de gemalen amandelen met de poedersuiker, het eiwit, de
amandelessence en het oranjebloesemwater.
Maal het mengsel nogmaals en vorm het tot een samenhangend mengsel.
Laat dit, verpakt in folie, 1 dag rusten.
Kneed de marsepein voor de verwerking nog een keer door, zodat het
soepel
wordt (kneed er eventueel nog een beetje losgeklopt eiwit door).
Vorm figuurtjes van de marsepein.
Om te kleuren kunt u de figuurtjes met een kwastje beschilderen.
Zwart en grijs maakt u van verpulverde noriet met wat water, rood van
bietenwater, oranje van gepureerde worteltjes, bruin van cacao of
koffie,
groen van spinaziepuree.
U kunt ook water met levensmiddelenkleurstof (toko of kookwinkel)
gebruiken.
(500 gr marsepein)
250 gr gepelde amandelen
250 gr poedersuiker
1 theelepel oranjebloesemwater (Turkse specialiteitenwinkel)
1 eiwit
cacaopoeder
amandelmolen, aluminiumfolie
Maal de amandelen in een molen op de fijnste stand tot poeder.
Voeg de poedersuiker, het oranjebloesemwater en het eiwit toe en maal
die
even mee.
Wikkel de marsepein in aluminiumfolie en laat hem in de koelkast ±
12 uur
rusten.
Vorm van de marsepein kleine bolletjes en rol die door de cacao.
Marsepein-variaties
Kneed door de helft van de marsepein 1/2-1 theelepel cacao.
Tweekleurige schijfjes:
Rol beide kleuren marsepein uit en leg ze op elkaar. Rol de marsepein
met
behulp van plasticfolie op en snijd de rol in dunne plakjes.
Dambordjes:
Snijd de blanke en de bruine marsepein tot staafjes. Leg deze om en om
op
elkaar, druk ze een beetje aan en snijd ze in plakjes.
250 gr blanke amandelen
250 gr poedersuiker
2 theelepels citroensap
1-2 eetlepels sinaasappellikeur
Maal de amandelen in een keukenmachine heel fijn.
Voeg de poedersuiker, het citroensap en 1 eetlepel likeur toe en meng
alles tot een stevig deegachtig mengsel ontstaat.
Voeg eventueel naar smaak nog de tweede lepel likeur toe.
Vorm een grote bal, verpak die in plasticfolie en laat hem, om de smaak
te
laten ontwikkelen, een week in de koelkast rusten.
250 gr suiker
5 eetlepels water
1 mespunt boter
Breng al roerend de suiker met het water op laag vuur aan de kook en
laat
het hoogstens 10 minuten koken.
Leg intussen de borstplaatvorm op een platte schaal en controleer of
de
borstplaatvorm goed ligt en er geen spleetje meer is waardoor het
mengsel
kan weglopen.
Giet het mengsel dan in de vorm en laat het goed afkoelen.
Dit is het recept voor witte borstplaat.
In plaats van water kunt u ook melk nemen en eventueel één
van de lepels
vervangen door likeur.
Voeg voor chocoladeborstplaat 5 theelepels cacao en voor
koffieborstplaat
5 theelepels oploskoffie toe.
150 gr suiker
3 eetlepels water
boter naar smaak
Doe de suiker met het water in een steelpan en laat hem op laag vuur
smelten.
Spoel intussen een vel boterhampapier met koud water af en leg het op
een
tafel of het aanrecht.
Besmeer de borstplaatvorm met boter en leg hem deze op het
boterhampapier.
Roer met een houten lepel door de suikermassa.
Laat de lepel, als de suiker is gesmolten, uitdruppelen terwijl u de
pan
van het vuur haalt; trekt de laatste druppel een dun draadje, dan is
het
mengsel goed van dikte; zo niet, laat dan nog heel even koken en
controleer de laatste druppel weer.
Neem de pan van het vuur en blijf flink roeren tot de massa iets
dikker
begint te worden - dit is ook te horen aan het iets krassende geluid
dat
de lepel in de pan gaat maken.
Schenk het mengsel in de voorbereide borstplaatvorm en laat de
borstplaat
afkoelen.
Zet de vorm na ± 1/2 uur op zijn kant en neem hem na nog een tijdje
voorzichtig van de borstplaat.
Laat de borstplaat helemaal koud worden.
Koffieborstplaat:
Roer in plaats van water 3 eetlepels sterk gezette koffie door 1
portie
borstplaat.
Notenborstplaat:
Voeg, als het mengsel goed van dikte is, 2 eetlepels gemengde gehakte
noten bij 1 portie borstplaat en garneer de borstplaat met enkele hele
nootjes.
Chocoladeborstplaat:
Maak 1 portie borstplaat en meng de suiker met 1 1/2 afgestreken
eetlepel
cacao.
Ga verder te werk als bij het basisrecept is beschreven.
De laatste druppel van de lepel trekt nu snel achter elkaar 3 korte
draadjes.
300 gr suiker
200 gr witte basterdsuiker
1 dl slagroom
1 stukje boter
Maak de vormpjes van tevoren goed dicht en leg ze in koud water.
Leg een flink stuk bakpapier plat op een werkvlak.
Verwarm de suiker al roerend met de basterdsuiker (gebruik voor
donkere
borstplaat eventueel bruine suiker), 1 dl slagroom en een klontje
boter
tot de suiker is opgelost.
Breng de massa dan al roerend aan de kook en laat zachtjes koken tot
een
druppel in een kopje met ijskoud water niet meer uitvloeit, maar een
kort,
dik draadje vormt. De temperatuur op de suikerthermometer is dan
92°C.
Leg de borstplaatvormen op het bakpapier, schenk ze vol met de
suikermassa
en laat die in de vormen opdrogen.
Zet de vormen, zodra de borstplaat hard genoeg is, op een kant, zodat
ook
de onderkant kan drogen.
Acht variaties: Volg het recept van roomborstplaat. Voeg de vloeibare
ingrediënten direct toe en de droge pas als de suikermassa dik genoeg
is.
Verwarm alles al roerend nog even tot de temperatuur weer goed is.
1. Met 4 eetlepels koude espressokoffie (vers gezet of uit een zakje) en
4
kleine, gehalveerde (amaretti) bitterkoekjes.
2. Met een papje van 2 eetlepels cacao en 2 eetlepels room en 50 gr gepelde (ongebrande) pistachenootjes.
3. Met 2 eetlepels vruchtenlikeur en 3 eetlepels fijngehakte Franse vruchtjes.
4. Met 2 eetlepels culinair-rozenwater en 3 kleingehakte blokjes Turks
fruit met rozensmaak.
5. Met 1-2 eetlepels amandellikeur en 50 gr gehakte, blanke amandelen.
6. Met 1 eetlepel kaneel (door de droge suiker gemengd) en 4 eetlepels
rozijnen.
7. Met 2 eetlepels sterke koude koffie, 1 eetlepel sinaasappelsiroop
of
-likeur en 2 eetlepels gekonfijte sinaasappelschil.
8. Met 3 eetlepels bessen- of frambozengelei, 50 gr frambozensnoepjes.
(± 600 gr)
500 gr witte basterdsuiker
1 1/2 dl koffieroom
50 gr boter
ingevet vetvrij papier
ingevette metalen borstplaatvormen
Breng de suiker en de koffieroom in een pan met dikke bodem aan de kook
en
laat de suikerstroop, onder af en toe roeren, op hoog vuur inkoken tot
de
stroop in draden aan een lepel blijft hangen.
Roer de boter erdoor, neem de pan van het vuur en blijf roeren tot een
krassend geluid hoorbaar is.
Schenk het mengsel in de met het papier beklede vormen en verwijder
het
papier, zodra de borstplaat witte vlekjes krijgt.
Laat de borstplaat helemaal afkoelen en verwijder de vormen.
Voeg voor chocoladeborstplaat aan de suiker 2 eetlepels cacaopoeder toe
en
ga verder te werk volgens bovenstaand recept
Roer voor koffieborstplaat 3 theelepels oploskoffie door het borstplaatmengsel.
250 gr bloem
100 gr honing
1 eetlepel schenkstroop
1/2 theelepel zout
1/2 theelepel bakpoeder
3 theelepels kaneelpoeder
1 theelepel anijs
1 theelepel nootmuskaat
1 theelepel kruidnagelpoeder
Verwarm de honing zacht en roer de stroop erdoor.
Zeef de bloem en vermeng die met de kruiden en het rijsmiddel.
Roer de afgekoelde honing erdoor en kneed een stevig deeg.
Rol dit op een ingevette bakplaat uit en bak de taaitaai in een op
160°C
voorverwarmde oven gaar.
230 gr bloem
4 gr kaneel
1 gr gemalen kruidnagel
2 gr gemalen anijszaad
100 gr bruine basterdsuiker
65 gr honing
3 gr bakpoeder
melk naar smaak
Zeef de bloem met de kaneel, de gemalen kruidnagel en het anijszaad in
een
kom en maak er een kuiltje in.
Doe de basterdsuiker met de honing en 3 1/2 dl water in een steelpan
en
laat alles even aan de kook komen tot de suiker is gesmolten.
Schenk dit kokende mengsel in het kuiltje.
Roer nu snel met een houten lepel vanuit het midden; neem steeds wat
bloem
van de zijkant mee. Hoe sneller het deeg maken gebeurt, des te beter
zal
de taaitaai worden. De bloem moet namelijk gedeeltelijk gaar worden en
dat
gebeurt door snel te werken.
Het deeg moet mooi glad worden.
Laat het deeg in de kom afkoelen en laat het op een koele plaats 3-4 dagen
rusten.
Dek de kom met een vochtig gemaakte doek af en maak die elke keer weer
vochtig, zodat het deeg niet uitdroogt.
Kneed het deeg na de rust met de (met bloem bestoven) hand flink door.
Kneed er tot slot het bakpoeder door.
Bestuif grote of kleine speculaasvormen met bloem en druk hierin wat
deeg
goed aan.
Ga met een mes over het oppervlak van de plank, zodat het overtollige
deeg
eraf valt.
Keer de plank met een flinke klap, zodat de taaitaai eruit valt.
Ga zo door tot het deeg op is.
Leg de deegpoppen op een beboterde bakplaat en bestrijk ze met wat
melk.
Schuif de bakplaat in het midden van een zeer hete oven (230°C) en bak
de taaitaaipoppen vlug gaar en bruin, zodat ze niet te hard worden.
Laat ze op een taartrooster afkoelen.
250 gr vloeibare honing
1 ei
350 gr bloem
2 mespuntjes bakpoeder
1 eetlepel speculaaskruiden
1 theelepel gemalen anijszaad
1 ei (voor een glimmende kleur)
Vermeng de honing en het ei, voeg de overige ingrediënten toe, kneed
er een soepel deeg van en laat dit in de koelkast 1 uur opstijven.
Rol het deeg op een met bloem bestoven werkvlak tot een 1 cm dikke lap
uit en steek of snijd hier figuren uit.
Doe de over taaitaai op een ingevette bakplaat en bak ze in een hete
oven
(200°C) in 10-15 minuten gaar.
Voor een glimmende kleur kunt u er opgeklopt ei over strijken.
350 gr roggebloem
175 gr tarwebloem
1 3/4 dl water
250 gr honing
100 gr keukenstroop
1 theelepel anijspoeder
1/2 dl karnemelk
15 gr speculaaskruiden
1 mespunt gemberpoeder
1 theelepel dubbelkoolzure soda
Vermeng de roggebloem met de tarwebloem en zeef het boven een kom.
Breng in een pan het water aan de kook en voeg er 175 gr honing, de
keukenstroop en het anijspoeder aan toe.
Roer alles door elkaar en breng het al roerend weer aan de kook.
Meng het door de bloem tot een stevig deeg en laat dit afgedekt op een
koele plaats 2 dagen rusten.
Meng er dan de karnemelk, 75 gr honing, de speculaaskruiden, het
gemberpoeder en de soda door.
Rol het deeg op een met bloem bestoven glad werkvlak uit tot een lap van
± 1 cm dik en snijd deze in stukken van 4 x 8 cm.
Leg die op een met boter ingevette bakplaat en bestrijk ze met melk.
Bak de taaitaaikorstjes in het midden van een op 200°C voorverwarmde
oven in ± 30 minuten gaar.
Laat ze op een taartrooster afkoelen.
250 gr vloeibare honing
1 ei
1 eetlepel speculaas- of koekkruiden
1 theelepel gemalen anijszaad
zout
250 gr gezeefd zelfrijzend bakmeel
een ingevette bakplaat
Vermeng de honing, het ei, de speculaaskruiden, de anijs en het zout in
een kom en roer het bakmeel erdoor.
Laat het deeg afgedekt in de koelkast ± 1 uur rusten.
Verwarm de Oven voor op 200°C.
Vorm van het deeg repen en snijd die in dobbelstenen.
Leg ze op de bakplaat en bak ze in 10-15 minuten bruin en gaar.
Taaitaaipop
Vorm het Deeg op de bakplaat tot 1 of 2 poppen van ± 1 cm dik en
versier ze.
Bak de taaitaai in het midden van de oven in ± 20 minuten
goudbruin.
1: 20 gr kaneel
10 gr geraspte nootmuskaat
5 gr gemalen kruidnagelen
een snufje kardemompoeder
2: 30 gr kaneel
10 gr geraspte nootmuskaat
10 gr gemalen foelie
10 gr gemalen kruidnagelen
Gebruik ± 10 gr speculaaskruiden op 250-300 gr bloem.
Bakken in spiegelbeeld
De benaming 'speculaas' is afkomstig van het Latijnse 'speculum', dat
spiegel betekent. De koekjes worden namelijk gebakken van vormen in
spiegelbeeld!
Zelfgebakken met de speculaasplank
Neem eens een kijkje bij een keukenwinkel, daar vindt u de mooiste
èn handige speculaasplanken. Soms met 4 verschillende vormen erin,
waarmee u
kleine speculaasjes kunt bakken. Of een grote vorm waarmee
één grote pop
kan worden gemaakt. Om het deeg makkelijk uit de vorm te krijgen, wordt
de
vorm eerst met rijstebloem of maïzena bestoven. Druk het deeg in de
vormpjes en klop het er voorzichtig weer uit. Bak de koekjes daarna op
een
met bakpapier beklede bakplaat in de oven. Bestuif de plank voor het
vullen steeds opnieuw!
Speculaas en speculaaskruiden
De naam speculaas is waarschijnlijk afkomstig van het Latijnse woord
'speculator' ('hij die alles ziet'), de bijnaam van Sint-Nicolaas.
Speculaas wordt gemaakt met speculaaskruiden, een mengsel van kaneel,
nootmuskaat, kruidnagel, gemberpoeder, kardemom en witte peper.
Speculaaskruiden
30 gr kaneelpoeder
10 gr kruidnagelpoeder
10 gr nootmuskaat
5 gr witte peper
5 gr anijszaad
5 gr korianderzaad
Stamp de specerijen goed fijn.
Zeef ze door een fijne zeef en stamp de grovere stukken opnieuw.
Bewaar ze koel en donker in een goed gesloten pot.
(± 500 gr)
185 gr zelfrijzend bakmeel
85 gr donkere basterdsuiker
10 gr speculaaskruiden
zout
120 gr koude boter in stukjes
35 gr gepelde amandelen
1 klein losgeklopt ei
een ingevette bakplaat
Zeef het bakmeel boven een kom en maak in het midden een kuiltje.
Doe de suiker, de speculaaskruiden, het zout en de boter in het kuiltje en
verkruimel ze met de vingers door het meel.
Kneed het geheel snel tot een soepel deeg.
Wikkel het deeg in plasticfolie en laat het in de koelkast ± 30
minuten
rusten.
Verwarm de oven voor op 170°C.
Rol het deeg uit tot een lap van 7 mm dik.
Leg het deeg op de bakplaat en prik het met een vork regelmatig in.
Garneer het deeg met amandelen en bestrijk het met ei.
Bak de speculaas in het midden van de oven in 20-25 minuten bruin en
gaar.
Laat de speculaas afkoelen en breek hem in brokken.
Kleine speculaasjes
(± 50 stuks)
Bestuif een speculaasplank met maïzena.
Druk het deeg in de holten van de plank en snijd het overtollige deeg
weg.
Klop de speculaasjes uit de plank en leg ze op de bakplaat.
Bak de speculaasjes ± 15 minuten in het midden van de oven.
(± 50 stuks, 2 bakplaten)
200 gr bloem
120 gr boter
100 gr bruine basterdsuiker
1/2 theelepel bakpoeder
6 gr speculaaskruiden = 1 eetlepel
zout
zo nodig 1 eetlepel melk om het deeg soepel te maken
± 50 gr amandelen
Hak of snipper de amandelen, pel ze niet.
Roer de andere droge ingrediënten in een kom goed door elkaar.
Voeg de boter toe, snijd deze met twee messen in kleine stukjes en
kneed
alles met een koele hand door elkaar.
Meng er de amandelen en zo nodig de melk door.
Vorm op één van de onderstaande manieren koekjes van het
deeg:
1. Bestuif een speculaasplank met rijstebloem (kindermeel) of
aardappelmeel. Druk een portie deeg in de figuren en snijd met een scherp
mes het overtollige deeg weg. Klop de deegfiguurtjes eruit door een korte
slag met de plank op het aanrecht.
2. Bestuif het aanrecht en de deegrol met bloem. Rol het deeg uit tot een
lap van ± 1/3 cm dikte. Steek uit de deeglap koekjes met behulp van
een borrelglaasje of een ander vormpje.
Beboter de bakplaat.
Verwarm de oven 10 minuten voor op ± 180°C.
Schuif de bakplaat in het midden van de oven en bak de koekjes in ±
20 minuten gaar.
Maak, terwijl de eerste bakplaat in de oven is, de tweede bakplaat
klaar.
Neem de bakplaat met gare koekjes uit de oven en schuif de tweede bakplaat
erin.
Neem de gare koekjes van de bakplaat en leg ze plat neer op een
taartrooster of omgekeerd op het aanrecht.
200 gr zelfrijzend bakmeel
zout naar smaak
1 1/2 theelepel speculaaskruiden
125 gr bruine basterdsuiker
125 gr boter
2 eetlepels melk
Doe het zelfrijzend bakmeel met wat zout, de speculaaskruiden en de
basterdsuiker in een kom en snijd er de boter met twee messen in
klein.
Kneed van dit alles en de melk met de hand een soepel deeg.
Bestuif een speculaasplank met bloem.
Druk een klein deel van het deeg hierin stevig aan en snijd het
overtollige deeg af door met een mes langs het oppervlak van de deegplank
te gaan.
Keer de plank met een flinke klap om, zodat de gevormde speculaasjes
eruit
vallen.
Ga zo door tot het deeg op is.
Leg de speculaasjes op een beboterde bakplaat en schuif die in het
midden
van een matig warme oven (* 150°C).
De baktijd is ± 15 minuten.
Ze bruinen nog iets na.
Laat de speculaasjes vlakliggend afkoelen.
300 gr bloem
150 gr boter
150 gr bruine basterdsuiker of 75 gr lichte en 75 gr bruine
basterdsuiker
10 gr speculaaskruiden
1 mespunt bakpoeder
wat melk
1 volle theelepel zout
(100 gr gepelde gesnipperde amandelen)
rijstebloem of kindermeel om de plank mee te bestuiven
hele, gepelde amandelen om mee te garneren
Kneed van alle ingrediënten een soepel deeg.
Bestuif de speculaasplank.
Druk het deeg in de plank en snijd overtollig deeg weg.
Haal dan de figuurtjes uit de plank en leg ze op het ingeboterde
bakblik.
Garneer eventueel met de amandelen.
Bak de speculaas ± 15 minuten op 175°C.
Laat het gebak niet te donker van kleur worden.
Amandelspeculaasjes
1 portie speculaas
100 gr amandelschaafsel
Voeg aan de genoemde ingrediënten het amandelschaafsel toe en ga verder te werk als boven beschreven.
(± 450 gr)
100 gr lichtbruine of bruine basterdsuiker
200 gr zelfrijzend bakmeel of 200 gr bloem en 1 theelepel bakpoeder
100 gr (koude) boter
1/2 theelepel zout
40 gr koekkruimels naar keuze
1 1/2 eetlepel speculaaskruiden (10 gr)
(± 3 eetlepels water of melk)
(50 gr amandelschaafsel)
(rijstemeel)
Zeef de suiker en het bakmeel (of de bloem en het bakpoeder) in een
kom.
Voeg de boter, het zout, de koekkruimels en de speculaaskruiden toe.
Snijd de boter in de bloem met twee messen tot erwtjesgrootte.
Kneed alles snel tot een soepel deeg, dat van de wand van de kom
loslaat.
Voeg, als het te droog is, wat melk of water toe.
Leg het deeg, afgedekt met of verpakt in folie, een nacht, of liever
nog
een hele dag, koel weg.
Kneed het de volgende dag door.
Rol het deeg dan uit tot een lap met een dikte van ± 3 mm.
Knip uit karton de benodigde letters en cijfers, leg die op het deeg
en
snijd ze met een scherp mesje uit.
Leg de deegletters en -cijfers op de bakplaat.
Kneed de restjes deeg samen, rol die opnieuw uit en snijd ze weer uit.
Ga zo door tot de bakplaat vol is.
Bestrooi de speculaasjes eventueel met amandelschaafsel en bak ze op
160°C in 25-30 minuten gaar.
Leg ze op een rooster en laat ze afkoelen.
Leg eventueel een tweede bakplaat vol koekjes en bak ook die.
Heeft u een heteluchtoven, dan kunt u twee platen tegelijk bakken.
Speculaasjes uit de plank
Kwast de koekholten van de speculaasplank in met rijstemeel.
Druk in elk vormpje een bolletje deeg en schrap er wat te veel is met
de
vlakke kant van een mes af.
Keer, als alle holten zijn gevuld, de plank met een klap op een
werkvlak
of tafel, zodat de deegvormpjes eruit vallen.
Leg deze op bakpapier op de bakplaat en bak ze zoals hierboven beschreven.
175 gr boter
160 gr witte basterdsuiker
4 1/2 gr zout
de schil 1 citroen
300 gr bloem
4 1/2 gr bakpoeder
3 gr nootmuskaat
poedersuiker naar smaak
Wrijf de boter met de basterdsuiker tot ze goed zijn gemengd.
Voeg hieraan het zout, de geraspte citroenschil en 15 gr water toe en zeef
er de bloem met het bakpoeder en de geraspte nootmuskaat bij.
Kneed van dit alles, al kruimelend, een gelijkmatig deeg en laat dit
afgedekt in de koelkast een nacht rusten.
Bestuif de volgende dag een speculaasplank met bloem en druk er wat van
het deeg in uit.
Snijd het overtollige deeg eraf door met een mes over het oppervlak van de
plank te gaan.
Keer de plank met een flinke klap om, zodat de speculaasjes eruit
vallen.
Ga zo verder tot het deeg op is.
Leg de speculaasjes op een beboterde bakplaat en schuif deze 12-15 minuten
in het midden van een matig warme oven (± 175°C).
De baktijd is afhankelijk van de dikte van de speculaasjes.
Leg ze op een tafel of aanrecht, bestrooi ze direct met poedersuiker en
laat ze afkoelen.
450 gr bloem
350 gr roomboter
225 gr bruine basterdsuiker
5 theelepels bakpoeder
4 eetlepels speculaaskruiden
zout
Meng alle ingrediënten, behalve de boter, door elkaar.
Snijd, als alles goed is vermengd, de boter in kleine stukjes en roer
die
goed door het deegmengsel.
Kneed het deeg met koele handen tot het een soepele bal is, die geen
deegresten meer achterlaat.
Rol het deeg op een beboterde bakplaat tot ± 1 cm dikte uit en laat
het 1
uur rusten.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Zet het 'uitgeruste' deeg in de oven en laat het daar ± 35 minuten
staan.
Laat het hete gebak een beetje afkoelen en leg het daarna op een
taartrooster om de koek koud te laten worden.
Voor dit speculaasgebak kunt u gebruik maken van een originele houten speculaasplank.
Voor 3 stuks van 30 cm groot:
250 gr zelfrijzend bakmeel
125 gr bruine basterdsuiker
een snufje zout
1 citroen
2 eetlepels speculaaskruiden
175 gr koude boter
2 eetlepels melk
2 eetlepels bloem
1 ei
Was de citroen, rasp de schil en pers de citroen daarna uit.
Zeef de bloem boven een kom en voeg de citroenrasp, de suiker, de
kruiden
en zout toe.
Doe er de gehakte stukjes boter, de melk en het citroensap bij en
kneed
het geheel snel tot een stevige bal.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Bestuif de speculaasvorm met bloem.
Doe 1/3 van het deeg in de vorm en druk het stevig aan.
Verwijder het overtollige deeg door een nylondraad strak over de
speculaasplank te trekken.
Leg een vel bakpapier op het deeg en keer de plank voorzichtig om,
zodat
het deeg uit de vorm komt.
Leg het deeg met het bakpapier op de bakplaat en bestrijk het met
losgeklopt ei.
Bak het 25 minuten en laat het op een taartrooster afkoelen.
Tip: Versier het ongebakken deeg met halve gepelde amandelen.
Bewaart u het deeg 24 uur in de koelkast, dan wordt de smaak van de
kruiden sterker.
250 gr zelfrijzend bakmeel
zout naar smaak
2 eetlepels speculaaskruiden
150 gr (licht)bruine basterdsuiker
75 gr boter
4 eetlepels melk
(50 gr ontvliesde amandelen)
Zeef het zelfrijzend bakmeel met wat zout, de speculaaskruiden en de
basterdsuiker boven een kom en snijd de boter hierin met twee messen
klein.
Voeg de melk toe en kneed alles tot een soepel deeg.
Druk dit deeg op een beboterde bakplaat tot een laag van ± 1 cm
uit,
strooi er de amandelen over, bestrijk met wat melk en schuif de bakplaat
±
45 minuten iets onder het midden in een matig warme oven
(140-150°C).
De speculaas moet door en door gaar en lichtbruin van kleur worden.
Breek de dikke speculaas na het afkoelen in brokken.
250 gr zelfrijzend bakmeel
zout naar smaak
2 eetlepels speculaaskruiden
150 gr bruine basterdsuiker
150 gr boter
2 eetlepels melk
1 portie amandelspijs
50 gr witte amandelen
1 eidooier
Doe het zelfrijzend bakmeel met wat zout, de speculaaskruiden en de
basterdsuiker in een kom en snijd de boter hierin met twee messen
klein.
Voeg de melk toe en kneed van dit alles een deeg.
Druk de helft van het deeg uit op een beboterde bakplaat - als een staaf,
rechthoek of hartvorm.
Spreid de amandelspijs hierover uit tot 1 cm van de rand.
Leg de tweede deeghelft erop en druk deze aan de rand goed aan.
Versier met de amandelen en bestrijk de bovenkant met de met de melk
losgeroerde eidooier.
Schuif de bakplaat iets onder het midden van een matig warme oven
(± 150°C) en bak de koek in 1/2-3/4 uur goudbruin en gaar.
Laat de gevulde speculaas vlakliggend afkoelen.
250 gr bloem
1 theelepel bakpoeder
160 gr boter
150 gr bruine basterdsuiker
1 mespunt zout
2 eetlepels speculaaskruiden
2 eetlepels melk
300 gr amandelspijs
3 eieren
1/2 eetlepel sinaasappelrasp
20 gr amandelen
Zeef de bloem en het bakpoeder boven een kom en voeg de boter toe.
Snijd de boter met twee messen in kleine stukjes.
Doe de suiker, het zout, de speculaaskruiden en de melk erbij en kneed
met
koele handen tot een samenhangend en soepel deeg.
Verpak het deeg in plasticfolie en laat het in de koelkast 2 uur
rusten.
Verkruimel intussen de amandelspijs, voeg 2 eieren en de sinaasappelrasp
toe en roer alles tot een gemakkelijk uit te smeren massa.
Vet een bakvorm van 20 x 20 cm in en verwarm de oven voor op
175°C.
Strooi wat bloem over het aanrecht en rol het deeg uit tot een lap van 40
x 20 cm.
Snijd het deeg in 2 stukken en leg 1 plak in de bakvorm.
Klop het derde ei los en bestrijk de deeglap ermee.
Verdeel het amandelspijsmengsel over het deeg, leg de tweede deeglap erop
en druk het wat aan.
Bestrijk ook deze deeglap met losgeklopt ei en druk de amandelen in
het
deeg.
Bak de speculaas in 40 minuten bruin en gaar.
150 gr lichtbruine basterdsuiker
250 gr gezeefd volkorenmeel
2 theelepels bakpoeder
175 gr kleingesneden, koude plantaardige margarine
1 1/2 eetlepel speculaaskruiden
1/2 theelepel zout
3 eetlepels (soja)melk
400 gr amandelspijs
Kneed een deeg van de basterdsuiker, het volkorenmeel, het bakpoeder, de
margarine, de speculaaskruiden, het zout en de (soja)melk en laat dit op
een koele plaats afgedekt een nacht rusten.
Rol het dan uit tot een deeglap van 5 mm dikte en snijd hieruit 2 gelijke
stukken (een rechthoek, eventueel ter grootte van een bestaande bakvorm,
of in een fantasievorm, bijvoorbeeld een hart).
Leg 1 deel op bakpapier op de bakplaat of in de met bakpapier beklede vorm
en bestrijk het dun met (met 1 eetlepel water losgeroerd) ei of melk.
Verdeel er de amandelspijs over en druk die glad uit.
Leg de tweede deeglap erop en druk die wat aan.
Bestrijk ook deze met ei en versier met hele amandelen.
Bak de speculaas 40 minuten op 170°C.
Laat het gebak in de oven wat afkoelen en laat het op een rooster
uitdampen of keer het uit de vorm en keer het direct weer.
(± 1 kg)
Voor de vulling:
400 gr amandelspijs
1 ei
1/2 eetlepel geraspte citroenschil
Voor het deeg:
250 gr zelfrijzend bakmeel
125 gr donkere basterdsuiker
2 eetlepels speculaaskruiden
zout
175 gr koude boter in stukjes
25 gr gehalveerde amandelen
2 eetlepels melk
een ingevette bakplaat
Vulling:
Vermeng de amandelspijs met het ei en de citroenrasp en kneed het goed
door.
Deeg:
Zeef het bakmeel boven een kom en maak in midden een kuiltje.
Doe de suiker, de speculaaskruiden, het zout en de boter in het kuiltje,
verkruimel ze met de vingers door het bakmeel en kneed dit snel tot een
soepel deeg.
Wikkel het deeg in plasticfolie en laat het in de koelkast ± 30
minuten rusten.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Deel het deeg in tweeën en rol beide delen uit tot een lap van
± 15 x 15 cm en 7 mm dik.
Leg 1 deeglap op de bakplaat en prik die met een vork in.
Verdeel er de amandelspijs over en dek af met de tweede deeglap.
Druk de randen op elkaar.
Garneer het deeg met amandelen en bestrijk het met melk.
Bak de speculaas in het midden van de oven in ± 35 minuten bruin en
laat hem 10-15 minuten afkoelen.
125 gr amandelen
125 gr kristalsuiker
1 ei
Zet de amandelen op met ruim koud water en breng dit aan de kook.
Stort de amandelen op een vergiet, spoel ze met koud water af, wrijf de
bruine vliesjes eraf en droog de nootjes in een droge doek.
Maal de amandelen door de amandelmolen.
Voeg de suiker, het ei en wat zout toe, zodat een smeuïge massa
ontstaat.
Amandelspijs is het lekkerst als u het een paar weken van tevoren
maakt.
Bewaar het in een goed sluitend potje op een koele plaats.
Breng voor 250 gr amandelspijs 100 gr ongezouten amandelen met ruim
water
aan de kook en giet ze daarna af.
Schenk zoveel koud water over de amandelen dat ze onder staan en wrijf
er
onder water de velletjes af.
Dep de amandelen droog en maal ze fijn, liefst in een notenmolentje
(bij
gebruik van een foodprocessor hebben noten snel de neiging om taai en
bitter te worden).
Roer er 100 gr poedersuiker door en maal nog een keer.
Meng 1/2 losgeklopt ei met 1 theelepel vers geraspte citroenschil en
spatel het amandelmengsel erdoor.
Kneed het verder met de hand tot een samenhangende massa en breng die
op
smaak met een paar druppels citroensap.
Wikkel de spijs in plasticfolie en leg hem minstens 1 week koel weg.
Zo wordt de spijs stevig genoeg om te verwerken.
100 gr blanke amandelen
100 gr suiker
1 ei
het sap van 1/2 citroen
Maal de amandelen, meng ze met de suiker en maal nogmaals.
Klop het ei los en voeg het samen met het citroensap toe.
Kneed alles goed en zet het verpakt in folie in een afgesloten schaal in
de koelkast.
U kunt de spijs enkele weken bewaren.
(± 20 stukjes)
450 gr ontdooid diepvriesbladerdeeg
500 gr amandelspijs
1 losgeklopt ei
een ingevette bakplaat
Leg de deegplakjes op elkaar en rol ze uit tot een rechthoek van ±
30 x 30
cm.
Snijd de deeglap in tweeën en plak ze aan elkaar (tot 15 x 60
cm).
Vorm de amandelspijs tot een rol van 55 cm.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Leg de amandelspijs op de deeglap en vouw het deeg rond de
amandelspijs.
Plak de deegnaad en de zijkanten met water vast en vorm de rol met de
deegnaad naar beneden op de bakplaat tot een letter S.
Bestrijk het deeg met ei en bak het in het midden van de oven in ±
35
minuten goudbruin en gaar.
Lekker met warme bisschopswijn! (zie het recept).
250 gr bloem
3 gr bakpoeder
5 gr kaneel
2 1/2 gr gemalen kruidnagel
2 gr kardemom
1 gr gemberpoeder
125 gr boter
125 gr bruine basterdsuiker
50 gr schenkstroop
3 gr zout
Zeef de bloem met het bakpoeder en de kruiden in een kom.
Verwarm de boter met de basterdsuiker, de stroop en het zout al roerend
in
een steelpan tot ± 45°C tot alles is gesmolten.
Schenk dit bij de bloemmassa en oer alles goed door elkaar tot een glad
deeg ontstaat.
Laat dit op een koele plaats een paar uur opstijven.
Rol het deeg uit tot een lap van 1/2 cm dikte en steek hier bijvoorbeeld
met een appelboor of met de achterkant van een spuitmondje gelijkmatige
mopjes uit.
Leg deze op een beboterde bakplaat en schuif die ± 15 minuten
midden in een matig warme oven (± 180°C).
Neem de pepernoten van het bakblik en laat ze afkoelen.
250 gr zelfrijzend bakmeel
1 mespuntje zout
125 gr lichtbruine basterdsuiker
1 eetlepel speculaaskruiden
100 gr zachte boter
3 eetlepels melk
Verwarm de oven voor op 150°C.
Zeef het zelfrijzend bakmeel, het zout, de basterdsuiker en de
speculaaskruiden in een kom.
Voeg de boter en de melk toe en kneed van het geheel een soepel deeg.
Voeg eventueel nog wat melk toe als het deeg te kruimelig is.
Vorm van het deeg balletjes ter grootte van een kers.
Leg de balletjes op een beboterde bakplaat en druk ze enigszins plat.
Bak de pepernoten in de oven in ± 20 minuten mooi bruin en
gaar.
Laat de pepernoten op een rooster afkoelen.
50 gr bruine basterdsuiker
100 gr zelfrijzend bakmeel
50 gr boter
1 eetlepel water
2 theelepels speculaas-kruiden
Snijd de boter klein en vermeng hem met de overige ingredinten in een
kom.
Laat het deeg in de koelkast even opstijven.
Maak er na een half uur kleine balletjes van, druk die even in en leg ze
op
een ingevette bakplaat.
Bak ze in het midden van de oven 20 minuten op 160°C.
75 gr honing
20 gr boter
175 gr suiker
2 eieren
1 eetlepel melk
375 gr zelfrijzend bakmeel
1 theelepel kaneel
1 theelepel gemalen kruidnagel
1 mespunt kardemom
Verwarm de oven voor op 180°C.
Breng eerst de honing, de boter en de suiker aan de kook en roer tot alle
suiker is opgelost.
Laat het nu afkoelen.
Klop de eieren met de melk los.
Roer 175 gr bakmeel, de kaneel, kruidnagels en de kardemom goed door
elkaar en roer dit door de eieren en de melk.
Voeg dit alles toe het honingmengsel toe.
Roer er, als alles goed is vermengd, ook het resterende deel bakmeel
door.
Kneed nu alles tot een soepel deeg en vorm er een bal van.
Strooi wat bloem op het werkvlak, duw de deegbol daarop plat en rol hem
uit tot een plak van ± 1 1/2 cm dik.
Leg de deegplak op een beboterd bakblik en snijd er met een in heet water
gedoopt mes blokjes van ± 1 1/2 cm van.
Bestrijk het deeg met een beetje melk.
Zet het bakblik midden in de oven en bak de pepernoten in 12- 15 minuten
gaar.
Laat de pepernoten op het bakblik afkoelen.
200 gr bloem
1/2 theelepel bakpoeder
een snufje zout
150 gr stroop
2 theelepels kaneelpoeder
1 theelepel kruidnagelpoeder
1 theelepel gemalen nootmuskaat
1/2 theelepel gemalen korianderzaad
Zeef de bloem met het bakpoeder in een kom.
Maak een kuiltje in het midden en doe daar de stroop en de specerijen
in.
Roer alles vanuit het midden goed door elkaar en maak een stevig deeg.
Smeer een bakblik in met boter, druk er knikkers van het deeg op en bak
die in een matig warme oven (160°C) in ± 15 minuten lichtbruin
en gaar.
(± 50 stuks)
100 gr zachte boter
125 gr bruine suiker
2 theelepels speculaaskruiden
1 mespuntje zout
250 gr zelfrijzend bakmeel
enkele eetlepels melk
een klontje boter
Meng met een mixer (of in een keukenmachine) de zachte boter, de suiker,
de speculaaskruiden en het zout in een kom tot een smeuïge massa.
Voeg er geleidelijk het bakmeel en zoveel melk aan toe, dat een
samenhangend deeg ontstaat.
Kneed dit tot een bal, verpak deze in folie en laat het in de koelkast 2-3
uur staan.
Verwarm de oven voor op 150-175°C.
Beboter een bakplaat, kneed balletjes van het deeg en druk deze op enige
afstand van elkaar op de bakplaat.
Bak de pepernoten in ± 15 minuten bruin.
250 gr zelfrijzend bakmeel
125 gr bruine basterdsuiker
100 gr boter
4 eetlepels melk
2 theelepels speculaaskruiden
1 mespuntje zout
Doe de boter, de basterdsuiker en de speculaaskruiden bij elkaar, voeg
een
klein beetje zout toe en roer het geheel tot een gladde massa.
Voeg de melk aan het zelfrijzend bakmeel toe en kneed tot een glad,
samenhangend deeg is ontstaan.
Zet het deeg 1-2 uur in de koelkast.
Maak, als het stevig is, kleine balletjes van het deeg en druk die een
beetje plat.
Beboter een bakblik of een bakplaat en leg de deegballetjes erop.
Zet het bakblik in een op ± 160°C voorverwarmde oven en bak de
pepernoten
in ± 15 minuten lichtbruin en gaar.
(± 25 stuks)
100 gr bloem
50 gr bruine basterdsuiker
1 mespunt zout
1 eetlepel koekkruiden
50 gr boter
1 eetlepel fijngehakte hazelnoten
1 eetlepel fijngehakte amandelen
1 eetlepel honing
3 eetlepels fijne tafelsuiker
een met bakpapier beklede bakplaat
Zeef de bloem met de basterdsuiker, het zout en de koekkruiden.
Snijd de boter er met twee messen door en kneed het geheel daarna tot
een
soepel deeg.
Leg het deeg in plasticfolie ± 30 minuten in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 160°C.
Vermeng de noten en de honing.
Verdeel het deeg in ± 25 stukjes.
Druk de stukjes een beetje plat, schep er wat vulling op (bijvoorbeeld
amandelspijs) en vouw het deeg eromheen.
Bak de pepernoten op de bakplaat ± 20 minuten in het midden van de
oven en
rol ze dan direct door tafelsuiker.
(500 gr)
250 gr zelfrijzend bakmeel
125 gr donkere basterdsuiker
100 gr zachte boter
2 eetlepels speculaaskruiden
zout
3 eetlepels melk
een ingevette bakplaat
Zeef het bakmeel boven een kom en maak een kuiltje in het midden.
Voeg in het kuiltje de suiker, de boter, de speculaaskruiden, het zout
en
de melk toe en verkruimel die met de vingers door het meel.
Kneed dit snel tot een soepel deeg.
Verwarm de oven voor op 150°C.
Vorm kleine balletjes van het deeg, leg die op de bakplaat en bak de
kruidnootjes in ± 20 minuten bruin en gaar.
Kruidnootjes met chocolade
Doop een gedeelte van de kruidnootjes in gesmolten pure, melk- of
witte
chocolade.
Smelt de chocolade hiervoor in een kom boven een pan met heet water.
40 gr zachte boter
50 gr bruine basterdsuiker
1 1/2 theelepel koekkruiden
zout
100 gr zelfrijzend bakmeel
2 eetlepels melk
Doe de boter, de basterdsuiker, de koekkruiden en een snufje zout in
een
kom en roer het met een vork tot een egale zachte massa.
Voeg al roerend de helft van het zelfrijzend bakmeel en 1 eetlepel
melk
toe en vermeng alles Goed.
Voeg de rest van het zelfrijzend bakmeel en eventueel 1 eetlepel melk
toe
en kneed het met een koele hand tot een soepel deeg.
Verwarm de oven voor op 175°C en vet een bakblik in.
Vorm van het deeg ± 100 balletjes van 1 cm doorsnee, druk ze iets
plat en
leg ze op het bakblik.
Bak de kruidnoten in het midden van de oven in een kwartier bruin en
gaar
en laat ze uit de oven op het bakblik afkoelen.
80 gr boter
100 gr bruine basterdsuiker
1 eetlepel speculaaskruiden
4 eetlepels melk
200 gr zelfrijzend bakmeel
zout
bakpapier
Verwarm de oven voor op 175°C.
Roer de boter en de basterdsuiker tot een zachte massa.
Roer er 1 mespunt zout, de speculaaskruiden en 3 eetlepels melk door
en
voeg, onder voortdurend roeren, het bakmeel toe.
Als het deeg niet lekker soepel blijft, mag u er nog wat melk aan
toevoegen.
Maak kleine balletjes van het deeg en leg die op een met bakpapier
beklede
bakplaat.
Druk de balletjes met een vingertop iets plat.
Zet het bakblik midden in de oven en bak de kruidnootjes in 12-15
minuten
bruin en gaar.
Laat de kruidnootjes op het bakpapier koud worden.
40 gr boter
50 gr bloem
50 gr zelfrijzend bakmeel
50 gr basterdsuiker
zout (als u ongezouten boter gebruikt)
1/2 eetlepel speculaaskruiden
2 eetlepels melk
Kneed van alle ingrediënten een stevig deeg.
Maak er kleine 'nootjes' van, leg die op een ingevet bakblik en bak ze
20
minuten in een op 160°C voorverwarmde oven.
Kruidnoten ( 100 stuks)
40 g boter
50 g bruine basterdsuiker
zout
1 theelepel speculaaskruiden
100 g zelfrijzend bakmeel
1 á 2 lepels melk
De boter zacht roeren met de suiker, het zout en de kruiden. De
helft van het zelfrijzend bakmeel met 1 lepel melk erdoor
mengen en daarna de rest van het bakmeel en zo nodig de overige
melk erdoor kneden. Hiervan kleine balletjes vormen en deze op
een beboterde bakplaat iets platdrukken. Bakken als
speculaasjes ( 15 min.). Ca. 170 graden Celsius.
Eet smakelijk:
150 gr boter
200 gr suiker
3 eieren
100 gr zelfrijzend bakmeel
2 theelepels speculaaskruiden
1 snuf zout
100 gr gemalen amandelen
3-4 eetlepels melk
3 appels
1/4 liter appelsap
1 bekertje slagroom
1 eetlepel kaneel
1 zakje klopvast
1 zakje taartgeleipoeder
Schep een cakebeslag van de boter, de suiker, de eieren, het
zelfrijzend
bakmeel, de speculaaskruiden, het zout, de gemalen amandelen en de melk
in
een met bakpapier beklede springvorm (verhoog de rand 2 cm).
Laat het in het midden van een op 150°C voorverwarmde oven in 75-90
minuten rijzen en gaar bakken.
Neem de cake uit de vorm en laat hem uitdampen (de bodem wordt de
bovenkant).
Boen de appels schoon, boor ze uit, snijd ze in dunne partjes en
verwarm
die 5 minuten in het appelsap.
Vang het kookvocht op.
Klop de slagroom met de kaneel en de klopvast stijf.
Snijd de cake in 2 lagen en bestrijk de onderlaag met kaneelroom.
Verdeel 1 appel in schijfjes over de room en leg de tweede cakelaag
erop.
Schik de rest van de appelschijven kransgewijs bovenop.
Bereid appelgelei van het taartgeleipoeder en het kookvocht en verdeel
dit, als het lobbig is, over de appelpartjes verdelen.
Koop bij de gespecialiseerde bakwinkels papieren lettervormen of huur metalen lettervormen.
Voor 1 lettervorm:
150 gr boter
4 eieren
1 pak 'Mix voor Sacher Torte' (Oetker)
abrikozenjam
1 zakje chocoladeglazuur
poedersuiker
Laat de boter en de eieren op kamertemperatuur komen.
Doe de deegmix, de zachte boter, de eieren en 3/4 dl water in een kom,
meng het door elkaar en klop het met een mixer op de hoogste stand in 2-3
minuten tot een glad beslag.
Vul de vorm tot 2/3 met het beslag.
Zet de vorm op het rooster middenin de oven, schakel deze in op 160°C
en bak de cake in 45 minuten gaar.
Laat de cake 10 minuten in de uitgeschakelde oven staan.
Neem hem er dan uit en verwijder de vorm.
U kunt natuurlijk ook meerdere vormen tegelijk bakken.
Verwarm 1/2 potje abrikozenjam, wrijf het door een (kunststof of
roestvrijstalen) zeef en bestrijk de cake hiermee.
Leg het zakje chocoladeglazuur 10 minuten in heet water, droog het af en
kneed de inhoud door elkaar.
Knip een puntje van het zakje en verdeel het glazuur over de letter.
Strijk het met een pannenkoekenmes uit en laat het glazuur drogen.
Bestrooi de cakes tot slot met poedersuiker.
(6 stuks)
6 ontdooide plakjes diepvriesroomboterbladerdeeg
150 gr amandelspijs
1 grote gesnipperde handappel
50 gr rozijnen
1 eidooier
1 zakje vanillesuiker
1 theelepel amandellikeur
1 losgeklopt ei
4 eetlepels amandelschaafsel
2 eetlepels suiker
gemalen kaneel
Verwarm de oven voor op 200°C.
Vermeng de spijs met de appel, de rozijnen, de eidooier, de
vanillesuiker
en de likeur.
Vorm 6 spijsrolletjes van 9 cm lengte en leg die op de deegplakjes.
Vouw het deeg erover, plak de randen met water vast, druk er met een
vork
streepjes in en bestrijk het deeg met ei.
Vermeng het amandelschaafsel en de suiker en strooi dit over de
broodjes;
druk ze licht aan.
Leg de broodjes op een omgespoelde bakplaat en bak ze 15-20 minuten in
het
midden van de oven.
Bestrooi de broodjes direct met kaneel.
(± 10 stuks)
125 gr volkorenmeel
125 gr bloem
1 mespunt zout
50 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
3 eieren
1 1/2 dl melk
4 eetlepels gesmolten boter
50 gr pure Knispers (broodversierder)
20 papieren cakevormpjes
Verwarm de oven voor op 200°C.
Vermeng het volkorenmeel, de bloem, het zout, de suiker en de
vanillesuiker.
Klop de eieren met de melk en de boter los.
Klop het eimengsel geleidelijk door het bloemmengsel, zodat een vrij
stevig beslag ontstaat.
Roer de knispers erdoor.
Zet steeds 2 cakevormpjes in elkaar op de bakplaat en verdeel het
beslag
over deze 10 vormpjes.
Bak de muffins 15-20 minuten in het midden van de oven.
Lekker met geklopte crème fraîche.
(6 glazen)
Verwarm 10 kruidnagels, de schil van 1/2 citroen, 1 stukje pijpkaneel,
3
dl rode wijn en 3 dl bessenwijn op laag vuur tot ± 70°C.
Dek de pan af en laat de wijn 1-2 uur zachtjes trekken.
Los 45 gr suiker in de wijn op en schenk de warme wijn in de glazen.
1 liter melk
45 gr suiker
25 gr anijszaad
10 gr maïzena
suiker
Bind het anijszaad in een doekje.
Houd een klein beetje melk achter.
Breng de rest aan de kook, hang het doekje met het anijszaad erin en
laat
het bundeltje een half uur in de hete melk trekken.
Vermeng de maïzena en de suiker met de achtergehouden melk.
Haal het bundeltje anijszaad uit de melk, breng de melk weer aan de
kook
en bind haar met de aangemaakte maïzena en suiker.
(4 bekers)
Roer 4 volle theelepels cacao met 1 dl melk los.
Voeg 7 dl melk toe en breng die onder goed roeren aan de kook.
Los 8 anijsblokjes (De Ruijter) in de warme chocolademelk op.
Verdeel de anijs-chocolademelk over 4 bekers en garneer eventueel met
een
toef slagroom.