Verzameld, bewerkt en geordend
door
Astrid Veltman
19 december 1999
Tenzij anders vermeld, zijn de recepten voor vier personen.
Klop 2 eieren met 40 gr suiker en 1 zakje vanillesuiker heel schuimig en
klop er 2 dl melk door. Zeef in een tweede kom 120 gr bloem en schenk er
de eiermelk al kloppend bij, zodat een glad beslag ontstaat.
Verhit frituurolie in een frituurpan tot 190°C. Draai het
sterfiguurtje aan het frituurijzer en warm dit in de olie voor. Laat het
vet eraf druipen en doop het ijzer tot net onder de bovenrand van het
figuurtje in het beslag. Laat het kort drogen en houd het in de hete olie
tot het lichtbruin van kleur is.
Tik het figuurtje boven keukenpapier van het vormpje.
bak zo al het beslag op.
Laat de sterretjes afkoelen en bestrooi ze met poedersuiker.
De naam van deze van oorsprong Overijsselse wafeltjes, kniepertjes of knijpertjes, heeft te maken met het wafelijzer waarin ze worden gebakken. Er wordt een stevig deegballetje in het ijzer gelegd, waarna beide helften op elkaar 'geknepen' moeten worden om het ijzer dicht te krijgen!
200 gr suiker
125 gr boter
1 ei
250 gr bloem
1/2 theelepel kaneel
Los de suiker in 1 1/2 dl verwarmd water op en laat de boter in het
suikerwater smelten.
Zeef de bloem en roer er het losgeklopte ei, de kaneel en in gedeelten het
suikermengsel bij, zodat een glad beslag ontstaat.
Laat het deeg afgedekt een nacht rusten.
Verhit een rond, plat wafelijzer flink, vet het in en bak een bolletje ter
grootte van een stuiter aan beide kanten in 1-2 minuten op halfhoog vuur
gaar.
Rol ze om de steel van een houten lepel (of om een speciale conische
houten rol) en laat ze zo afkoelen.
Spuit de wafels vlak voor het serveren vol met licht gezoete, geklopte
slagroom.
Een echt Limburgse Oud & Nieuw-traditie is het bakken van Nieuwjaarswafels met boerenjongens.
1 pot boerenjongens
250 gr boter
250 gr witte basterdsuiker
2 zakjes vanillesuiker
6 eieren
500 gr zelfrijzend bakmeel
snuf zout
± 3 dl melk
Laat de boerenjongens uitlekken, bewaar het vocht.
Roer de boter samen met de suiker en de vanillesuiker lichtgeel en piekig
en mix er één voor één de eieren door.
Zeef het bakmeel met het zout en roer dit in gedeelten door het
beslag.
Verwarm de melk tot lauw en voeg die bij beetjes toe. Voeg, als het beslag
in stukken van de lepel valt, geen melk meer toe.
Roer er nog 1 eetlepel opgevangen brandewijn door.
Vet een (elektrisch) wafelijzer voor dikke wafels met een beetje olie in
en bak van het beslag ± 25 wafels.
Bestrooi ze met poedersuiker.
Lekker met een glaasje van de opgevangen brandewijn.
Een leuke variant op poffertjes zijn de appelpoffertjes. In een diepe poffertjespan, een zogenaamde bollebuisjespan, worden de poffertjes het allerlekkerst!
± 4 zure appels
250 gr suiker
125 gr rozijnen
2 eieren
250 gr zelfrijzend bakmeel
een mespunt zout
boter
Snipper een dag van tevoren de geschilde appels, voeg de suiker en de
gewassen en gedroogde rozijnen toe en zet dit alles afgedekt op
kamertemperatuur weg, zodat de suiker kan oplossen.
Klop vlak voor het bakken de eieren los en roer ze door het
appelmengsel.
Zeef het bakmeel en roer dit er in gedeelten door. Het beslag moet heel
dik zijn.
Bestrijk de holten van een verhitte, diepe poffertjespan (bollebuisjespan)
met boter en schep het beslag erin.
Bak de poffertjes aan beide kanten goudbruin en houd ze houden boven heet
water warm.
Schep de poffertjes per portie op bordjes en serveer ze met een klontje
boter en een mengsel van suiker en kaneel.
Heeft u geen bollebuisjespan, dan kunt u ook een gewone poffertjespan gebruiken. De poffertjes worden dan wel kleiner.
Nieuwjaarskoekjes worden overal in het land weer anders gebakken.
25 gr anijszaad en 25 gr anijspoeder
100 gr rozijnen
mespunt zout
250 gr bloem
± 3 dl halfvolle melk
15 gr verse gist
boter
Schep het anijszaad en -poeder met de rozijnen en het zout om.
Zeef de bloem en meng er het rozijnenmengsel door.
Verwarm de melk tot lauw en roer de gist met 2 daarvan afgenomen lepels
om.
Maak een kuiltje in de bloem en schenk er het gistmengseltje. Roer het om
en klop het met de rest van de melk tot een beslag, dat in dikke stukken
van de lepel valt.
dek het af en laat het 1 uur op een warme plaats rijzen.
Verhit in een ruime koekenpan een klontje boter, vorm met 2 lepels steeds
3 koekjes en laat die in de pan glijden. Bak ze aan beide kanten bruin,
laat ze op keukenpapier uitlekken en houd ze boven heet water warm.
Bestrooi de koekjes vlak voor het serveren met poedersuiker.
Een kruidige warme wijn met een bijzondere karamelsmaak. Lekker met oliebollen en appelflappen!
1 liter rode wijn
een kaneelstokje
wat kruidnagel
een stuk citroenschil
1 sinaasappel
± 10 suikerklontjes
1 dl rum
Verwarm de wijn in een roestvrij stalen of in een emaillen pan.
Breek het kaneelstokje, bind het samen met de kruidnagel en de
citroenschil in een stukje kaasdoek bij elkaar en hang dit in de pan.
Snijd de sinaasappel in halve plakken en doe die erbij.
Laat de wijn 1 uurtje zachtjes trekken.
Drenk de suikerklontjes in de rum, zodat ze zich helemaal vol zuigen en
leg ze vervolgens op een metalen schuimspaan.
Haal het kaasdoekbuideltje uit de pan, houd de spaan boven de pan en steek
de klontjes aan, zodat ze smelten. De karamel druppelt vanzelf door de
gaatjes van de schuimspaan in de wijn.
Roer het Goed om.
Serveer de wijn warm en schep in ieder glas een paar mooie schijven
sinaasappel.
Doe begin december een handvol anijssterretjes in een fles jenever, zet de
fles op een donkere plaats weg en schud hem af en toe om.
Op Nieuwjaarsdag heeft de jenever een heerlijke anijssmaak!
(Basisrecept voor ± 40 stuks)
500 gr bloem
1 afgestreken theelepel zout
25 gr verse gist of 1 zakje gedroogde gistkorrels
1/2 liter lauwwarme melk
1 ei
1 liter plantaardige olie (zonnebloem- of arachideolie)
Los de gist op in een deel van de melk en laat dit op een warme plek
staan tot er aan de oppervlakte belletjes verschijnen.
Zeef de bloem met het zout boven een kom.
Maak een kuiltje in de bloem en schenk daar het gistmengsel in.
Roer het vocht vanuit het midden door de bloem.
Klop er met de mixer het ei en de rest van de melk door tot een glad
beslag ontstaat.
Schep een vulling naar keuze door het beslag en laat het afgedekt met
plastic folie op een warme, tochtvrije plaats ± 1 uur rijzen.
Verhit in een ruime pan 1 liter olie tot 180°C.
Vorm met behulp van 2 met olie ingevette lepels of een ijsschep bollen van
het beslag en bak deze in porties in 5-8 minuten goudbruin.
Laat de oliebollen op keukenpapier uitlekken.
Tip: Roer oliebollenbeslag, nadat het is gerezen, niet meer door, anders verliest het te veel lucht en wordt het beslag te 'compact'.
Tip: Oliebollen en beignets kunt u het best bakken in olie. Frituurvet stolt namelijk als het koud wordt, waardoor afgekoelde oliebollen en appelflappen er wat onsmakelijk kunnen uitzien. In olie bereid gebak blijft daarentegen mooi.
De juiste temperatuur
Als u geen elektrische frituurpan heeft, moet u zelf de temperatuur van de
olie in de gaten houden. U kunt de hitte van de olie op verschillende
manieren controleren. Met de broodtest bijvoorbeeld. U laat een stukje
brood in de olie zakken en als de olie direct gaat bruisen en het brood na
± 60
seconden bruin gebakken boven komt drijven, heeft de olie de juiste
temperatuur. Of met een frituurthermometer: u houdt de punt van de
thermometer (te koop bij speciaalzaken voor keukengerei) in de olie en u
kunt direct de temperatuur aflezen.
Te heet?
Als er boven de pan een blauwige walm ontstaat, is de olie te heet. De
olie is snel weer op de juiste temperatuur als u er enkele soeplepels uit
schept, die apart laat afkoelen en de afgekoelde olie weer aan de rest
toevoegt.
Oliebollen mét
Als u uitgaat van 1 keer het basisrecept, kunt u maximaal 325 gr extra
ingrediënten toevoegen. Als u meer gebruikt, loopt u het risico dat
de bollen tijdens het bakken uit elkaar vallen. Maak het basisbeslag en
schep er één of een mix van de volgende ingrediënten
door:
Zoet
- (rum)rozijnen en/of krenten
- gehakte sukade
- gekonfijte sinaasappelschilletjes
- gehakte gekonfijte gember
- stukjes ananas (goed laten uitlekken en droogdeppen)
- stukjes appel
Hartig
- (gefruite) uitjes, spekjes of stukjes olijf
- cocktailworstjes
- blokjes kaas
- blokjes salami of ham
Oliebollen worden extra lekker met een vulling. Snijd een inkeping in de
oliebollen en vul ze met:
Chipolataroom: voeg aan stijfgeklopte, gezoete slagroom puddingvruchtjes
en
marasquin naar smaak toe.
Warme kersen: verwarm kersen uit een pot en bind het sap met een glad
geroerd papje van 1-2 eetlepels maïzena en water. Doe er een scheutje
kirsch bij.
Banketbakkersroom (uit een pakje).
Snel oliebollen bakken kan met een kant-en-klare beslagmix. Dit beslag
hoeft niet zo lang te rijzen. De bereidingswijze is verder nagenoeg gelijk
aan die van eigengemaakt beslag.
U kunt van zo'n mix ook beignets bereiden. Met 1 pak mix maakt u ±
25
oliebollen of 20 beignets.
(± 20 stuks)
100 gr krenten
100 gr rozijnen
1 dl rum (80 %)
20-25 gr verse gist
4 1/2 dl lauwwarme melk
1 theelepel suiker
500 gr gezeefde bloem
1 theelepel zout
1 appel in kleine blokjes
frituurolie
poedersuiker
Was de krenten en rozijnen, droog ze en doe ze in een kommetje.
Schenk de rum erover en laat ze ± 8 uur wellen.
Roer de gist met 1 dl melk en de suiker los.
Meng de bloem en het zout in een beslagkom en maak in het midden een
kuiltje.
Schenk de gistoplossing in het kuiltje.
Schenk de rest van de melk erbij en roer of mix het vanuit het midden tot
een glad beslag.
Roer de krenten en rozijnen met de rum en de appel erdoor.
Dek het deeg af en laat het op een warme plek ± 1 uur rijzen.
Verhit de olie tot 180°C.
Vorm met behulp van 2 lepels of een ijsbolletjestang bolletjes van het
beslag en laat die in de olie glijden.
Frituur de rumbollen met 4 á 5 tegelijk in 4-6 minuten gaar en
bruin, draai ze halverwege eenmaal met een schuimspaan om.
Laat de rumbollen op keukenpapier uitlekken.
Leg ze op een schaal en bestrooi ze met poedersuiker.
Tips: voor extra luchtig deeg kunt u de helft van de melk vervangen door
bier. Kies voor het frituren van oliebollen en appelbeignets een
neutrale
olie, als zonnebloem- of maïsolie; de smaak komt dan het beste uit.
Laat de
olie na gebruik afkoelen en zeef deze door een koffiefilterzakje om hem
te
zuiveren van allerlei ongerechtigheden. Op een koele plaats bewaard, kunt
u
de olie nog 4-6 keer op dezelfde manier gebruiken. Daarna vervangen
door
nieuwe olie.
(basisrecept, ± 20 stuks)
200 gr rozijnen
1/2 liter halfvolle melk
500 gr bloem
1 theelepel kaneelpoeder
± 15 gr gedroogde gist
zout
1 ei
120 gr sukade
frituurolie
poedersuiker uit een strooibus
keukenpapier
plasticfolie
een grote ijsbolletjeslepel (of 2 eetlepels)
Wel de rozijnen in een kom met ruim heet water ± 10 minuten. Laat
ze in een zeef uitlekken en dip ze met keukenpapier droog.
Verwarm in een pan de melk tot lauwwarm.
Roer in een kom de bloem, het kaneelpoeder, de gist en 1 theelepel zout
door
elkaar. Breek het ei erboven en voeg al roerend de melk toe, blijf roeren
tot een glad beslag ontstaat.
Roer de rozijnen en de sukade erdoor.
Dek de kom met plasticfolie af en laat het beslag op een warme, tochtvrije
plaats in ± 1 uur rijzen tot het volume is verdubbeld. Roer niet
meer!
Bekleed een vergiet met keukenpapier.
Verhit de olie in een frituurpan tot 175°.
Doop de ijsbolletjeslepel (of de eetlepels) in de hete olie.
Schep met de ijsbolletjeslepel (of de eetlepels) een bergje beslag uit de
kom en laat het in de hete olie glijden.
Bak de oliebollen met ± 5 tegelijk in ± 6 minuten goudbruin
en gaar; keer ze halverwege met een vork.
Laat de oliebollen in een vergiet uitlekken, leg ze op een schaal en
bestrooi ze met poedersuiker.
Bereid de oliebollen volgens het basisrecept, maar vervang de melk door
gemberbier (ginger ale, Schweppes). Vervang de helft van de rozijnen door
1
in kleine stukjes gesneden appel en vervang de sukade door 100 gr
fijngesneden gemberbolletjes.
Bereid de oliebollen volgens het basisrecept, maar vervang de rozijnen
door
200 gr verkruimelde feta en de sukade door 30 gr fijngehakte peterselie en
100 gr gedroogde tomaatjes in olie (Green's). Snijd de tomaatjes in
kleine
stukjes.
Bereid de oliebollen volgens het basisrecept, maar gebruik in plaats van
melk 1 flesje bier (3 dl) en 1 1/2 dl water. Vervang het kaneelpoeder door
2
theelepels koekkruiden (Baukje) en de sukade door 200 gr gedroogde
abrikozen, die u in stukjes snijdt en samen met de rozijnen welt.
(± 20 stuks)
5 dl karnemelk
200 gr rozijnen
100 gr krenten
1 ei
500 gr bloem
zout
2 zakjes gedroogde gist (Oetker)
frituurolie
poedersuiker
keukenpapier
plastic folie
schuimspaan
grote metalen ijsbolletjestang
(Neem de karnemelk ± 15 minuten voor gebruik uit koelkast).
Spoel de rozijnen en de krenten in een zeef onder koud stromend water
af.
Laat de rozijnen en krenten ± 10 minuten in een kom met ruim warm
water wellen.
Laat ze dan in een zeef uitlekken en dep ze met keukenpapier droog.
Klop intussen het ei in een kom los.
Zeef boven een grote kom de bloem en 2 eetlepels zout, meng de gist erdoor
en maak in het midden van de bloem een kuiltje.
Schenk daar het ei in en voeg al roerend de karnemelk toe.
Blijf ± 5 minuten roeren tot een glad beslag ontstaat.
Roer de rozijnen en krenten erdoor.
Dek de kom met plastic folie af en laat het beslag op een warme plaats
± 1 1/4 uur rijzen tot het volume is verdubbeld.
Roer het beslag daarna niet meer.
Bekleed een vergiet met keukenpapier.
Verhit de olie in een frituurpan tot 175°C of tot er witte damp vanaf
komt.
Doop een ijsbolletjestang (of 2 metalen eetlepels) in de olie, schep met
de tang een bergje beslag uit de kom en laat dit in de hete olie glijden
(of schep met een eetlepel een bergje beslag uit de kom en schuif dat met
een andere lepel in de olie).
Frituur de oliebollen met ± 5 tegelijk in ± 6 minuten
goudbruin en gaar, keer ze halverwege.
Neem de oliebollen met een schuimspaan uit de pan en laat ze in de vergiet
uitlekken.
Leg de oliebollen op een schaal en bestrooi ze met poedersuiker.
Laat de rozijnen en de krenten weg. Laat 250 gr tutti-frutti ± 4
uur in water weken. Dep de vruchten goed droog en snijd ze in kleine
stukjes (verwijder de pitten uit de pruimen).
Roer de tutti-frutti samen met 2 eetlepels kaneel door het beslag.
Gebruik 100 gr rozijnen en laat de krenten weg. Verkruimel 100 gr amandelspijs (Baukje), roer de spijs samen met 1 zakje amandelschaafsel (45 gr, Baukje) en de gewelde rozijnen door het beslag en bak de amandelbollen zoals in het recept staat aangegeven. Besprenkel de afgekoelde bollen met amandellikeur.
Laat de rozijnen en de krenten weg. Laat 6 schijven ananas op eigen sap (blik) en 5 gemberbollen uitlekken, dep ze droog met keukenpapier en snijd ze in stukjes. Roer ze door het beslag en volg verder het recept.
(40 stuks)
500 gr zelfrijzend bakmeel
zout
2 dl water
2 dl melk
1 ei (nr. 3)
voor de vulling:
200 gr krenten en/of rozijnen
50 gr sukade
(sla)olie
poedersuiker
Laat de olie heet worden (180°C), zodat er nog net geen damp af
komt.
Zeef het bakmeel en het zout in een kom.
Roer vanuit het midden de melk en het ei door het bakmeel, voeg
geleidelijk het water toe en meng het tot het een glad geheel is.
Meng als laatste de goed uitgelekte rozijnen en/of krenten en de sukade
door het beslag.
Vorm met 2 lepels of een ijsbolletjesschep direct bollen van het beslag en
laat die voorzichtig in de hete olie glijden.
Bak de oliebollen in ± 10 minuten gaar en goudbruin en laat ze in
een met enkele vellen keukenpapier beklede vergiet uitlekken.
Bestrooi de oliebollen met poedersuiker.
(basisrecept: voor ± 30 stuks)
500 gr bloem
1 eetlepel zout
25 gr gist
1/2 liter lauwe melk
1 ei
200 gr rozijnen (evt. van tevoren geweld)
50 gr sukade
25 gr oranjesnippers
2 grote of 4 kleine appels
naar smaak kunt u gebruik maken van in rum gewelde gele en bruine rozijnen
in plaat van oranjesnippers kunt u verse in reepjes gesneden
sinaasappelschil gebruiken
en verder:
walnoot of geroosterde hazelnoten
meer dan de aangegeven hoeveelheid appels
geconfijte vruchtenstukjes
Maak de gist met een beetje melk of honing zacht en laat dit even
staan.
Meng dan alle ingrediënten goed door elkaar en klop het geheel een
tijdje flink tot een luchtig beslag ontstaat.
Laat dit afgedekt op een warme plaats ± 30 minuten rusten.
Verhit de olie en bak daarin de oliebollen.
(± 25 stuks)
250 gr bloem
15 gr gist
1 1/2 dl water of melk
25 gr suiker
een snufje zout
1 ei
Doe de bloem in een kom.
Verbrokkel de gist en meng hem met het lauwe water of de lauwe melk.
Voeg 1 eetlepel suiker toe.
Maak een kuiltje in de bloem, giet daar het gistmengsel in en voeg er
geleidelijk de lauwe melk bij.
Besla het deeg flink met een houten lepel en voeg er het ei bij.
Bedek de kom met een doek en laat het deeg 30 minuten rijzen.
Dompel, om plakken te vermijden, een lepel in vet of olie en schep daarmee
het deeg uit de kom.
Bak de bollen in zeer heet frituurvet en laat ze op keukenpapier
uitlekken.
Dien ze op, bestrooid met poedersuiker.
(35-40 stuks)
20 gr gist (of 1 zakje gedroogde gist)
1/2 liter melk
500 gr bloem
1 ei
10 gr zout
100 gr krenten
100 gr rozijnen
50 gr sukade
25 gr oranjesnippers
1 appel
sla-, zonnebloem- of arachideolie
Was de krenten en rozijnen, laat ze goed uitlekken en dep ze met een
schone theedoek droog.
Verwarm de melk tot lauwwarm.
Los de gist op in een paar eetlepels van de lauwwarme melk.
Vermeng in een ruime kom de bloem met het zout en maak in het midden een
kuiltje.
Giet in het kuiltje de opgeloste gist en voeg het ei toe.
Roer van het midden uit een glad beslag door de bloem geleidelijk met de
lauwwarme melk te vermengen (het is mogelijk, dat niet alle melk nodig
is).
Voeg de krenten en rozijnen, de in stukjes gesneden sukade en
oranjesnippers en de geschilde en in stukjes gesneden appel toe.
Bedek de kom met een vochtige doek en laat het beslag op een lauwwarme
plaats ± 1 uur rijzen.
Maak de olie dampend heet (180-190°C).
Laat met behulp van 2 lepels kleine hoeveelheden van het beslag in het
hete vet glijden en bak de oliebollen gaar en goudbruin.
Neem ze met een frituurlepel of schuimspaan uit de pan en laat ze op
poreus papier uitdruipen.
Presenteer de oliebollen bestrooid met poedersuiker.
(± 8 personen)
1 pak oliebollenmix (Koopmans, inh. 500 gr)
5 dl mineraalwater met koolzuur
frituurolie
poedersuiker
Roer van de oliebollenmix en het mineraalwater een glad beslag. Dek het af
met een doek en laat het op een warme plek ± 30 minuten rijzen.
Verhit de frituurolie tot 190°C.
Laat met 2 theelepels kleine bolletjes van het beslag in de olie glijden,
bak de oliebollen in ± 3 minuten goudbruin en laat het op
keukenpapier uitlekken.
Stapel de mini-oliebollen tot een toren op en bestrooi ze royaal met
poedersuiker.
Roer een pak witbroodmix met 50 gr custardpoeder, 2 zakjes vanillesuiker,
2 losgeklopte eieren en 5 dl lauwwarme melk tot een glad beslag en besla
dit 10 minuten met een pollepel.
Laat het beslag afgedekt op een warme plaats 1 uur rijzen.
Schil 3 zure appels, snijd ze in stukjes en roer ze met 75 gr krenten en
75 gr rozijnen door het beslag.
Verhit frituurolie tot 175°C.
Warm een kleine soeplepel of ijsbolletjestang in het vet voor, schep
hiermee 5 bolletjes uit het beslag en laat deze in de olie glijden. Bak de
bollen goudbruin, wip ze om, bak snel de andere kant en laat ze op
keukenpapier uitlekken.
Stapel de bolletjes op een schaal tot een hoge piramide en bestrooi ze met
een mengsel van 100 gr fijne tafelsuiker en 1 eetlepel kaneel.
(8 stuks)
12 plakjes bladerdeeg
4 grote geschilde, gehalveerde appels
100 gr amandelspijs
4 eetlepels fijne tafelsuiker
1 ei
Verwarm de oven voor op 200°C.
Snijd uit 8 plakjes deeg een appel met blaadje.
Vul de holte van de halve appels met amandelspijs en leg de appels met de
holte naar beneden op de deegvorm.
Bestrooi de appels met suiker.
Snijd de 4 resterende plakjes deeg met een deegradertje of mes in reepjes
en leg de reepjes diagonaal over de appels (als een netje), plak de randen
met water vast.
Klop het ei met 1 eetlepel water los en bestrijk het deeg daarmee.
Bak de appelbollen in het midden van de oven in 25-30 minuten bruin en
gaar.
Een verrassende vulling in een knapperig, goudbruin jasje.
Basisrecept beignets
Met zelfrijzend bakmeel
150 gr zelfrijzend bakmeel
een snuf zout
1 1/2 dl melk
1 ei
1 liter plantaardige olie (zonnebloem- of arachideolie)
Verhit de olie tot 180°C.
Zeef de bloem met het zout boven een kom.
Voeg er met de mixer al kloppend beetje bij beetje de melk aan toe tot een
glad beslag ontstaat.
Roer er tenslotte het ei door.
Gebruik het beslag direct.
Met bier of spuitwater
(voor extra luchtige en knapperige beignets)
150 gr bloem
een snuf zout
1 ei
1 1/2 dl alcoholvrij bier/spuitwater
1 liter plantaardige olie (zonnebloem- of arachideolie)
Verhit de olie tot 180°C.
Roer het ei los.
Zeef de bloem met het zout boven een kom en roer er het ei door.
Roer er beetje bij beetje het bier/spuitwater door tot een glad beslag
ontstaat.
Gebruik het beslag direct.
Het bakken
Haal een vulling naar keuze door het beslag en bak de beignets in de hete
olie in porties in ± 4 minuten goudbruin.
Laat de beignets op keukenpapier uitlekken en serveer ze warm of koud.
Tip: Het maken van beslag gaat makkelijker als u de kom op een vochtige doek zet. De kom kan dan tijdens het roeren niet meer schuiven.
Zoete beignets
- plakken appel (eventueel bestrooid met kaneel of gemberpoeder)
- plakken ananas (droog gedept)
- plakken of stukjes banaan
- schijven mango
- hele aardbeien
Of hartige flappen
- grote garnalen
- grote champignons
- plakjes courgette
- uienringen
- plakken kaas (brie of camembert bijvoorbeeld)
Om te strooien
Oliebollen en beignets zijn pas af als ze lekker dik met poedersuiker zijn
bestrooid.
Probeer ook eens een ander 'strooisel':
- kaneel of een mengsel van kaneel en suiker
- gestampte muisjes
- gemalen kokos
(4 stuks)
4 appels
150 gr gesmolten boter
160 gr suiker
1-2 theelepels kaneel
1 dl citroensap
2 eetlepels fijngesneden geconfijte gember
50 gr amandelspijs
4 blaadjes munt
1 ei
70 gr bloem
3 eetlepels bier
1/2 theelepel droge gist
zout
frituurvet of -olie
Verwarm de oven voor op 200°C.
Schil de appels en verwijder met een appelboor de klokhuizen.
Bestrijk de appels met gesmolten boter en bestrooi ze met 150 gr
suiker.
Bak ze in het midden van de oven in 10-15 minuten tot ze beetgaar
zijn.
Haal de appels uit de schaal en bestrooi ze met kaneel.
Roer de aanbaksels met het citroensap los en roer de gember door de
saus.
Vul de holten van de appel met amandelspijs en een blaadje munt.
Roer een beslag van het ei, de bloem, het bier, de gist, 10 gr suiker en
een snufje zout.
Verhit het frituurvet tot 180°C.
Doop de appels in het beslag en frituur ze snel krokant.
Serveer de beignets met het gembersausje.
(± 15 stuks)
125 gr gezeefde bloem
1 1/2 dl oud bruin
1 eierdooier
1 eiwit
1/4 dl slaolie
3 gr zout
3 zure appels (goudrenetten of bellefleurs)
frituurolie
Schil de appels, boor ze uit en snijd ze in niet te dikke plakken.
Roer de gezeefde bloem met het bier flink met een garde door, zodat er
geen
klontjes meer zijn.
Voeg de eierdooier, het zout en de slaolie aan het mengsel toe en roer
dit
tot een gladde massa.
Neem een vetvrije beslagkom, klop hierin vlak voor gebruik het eiwit op
tot
een stevig schuim en spatel dit door het beslag (doe dit voorzichtig en
niet te lang).
Wentel de vruchten door het beslag, leg ze in de hete olie (170°C) en
bak de beignets lichtbruin en gaar en neem ze met een lardeerpen of
breinaald uit de olie.
In plaats van appels kunt u ook dunne schuiven ananas, of geschilde, gehalveerde en in stukjes gesneden banaan gebruiken.
Tip:
Bak eerst één beignet in de olie; als er onder het bakken
geen gaatje in de
beignets komt, is het beslag te dik en moet u er wat bier bijvoegen.
(± 20 stuks)
6 eetlepels witte basterdsuiker
2 eetlepels kaneelpoeder
5 Goudrenetten
1 ei
250 gr zelfrijzend bakmeel
zout
1 flesje pils (3 dl)
frituurolie
poedersuiker
appelboor
schuimspaan
keukenpapier
Roer in een diep bord de basterdsuiker en kaneel door elkaar. Schil de
appels, boor er met een appelboor de klokhuizen uit, snijd de appels elk
in 4 plakken en wentel de appelplakken door het suiker-kaneel-mengsel.
Klop het ei in een kommetje los.
Zeef boven een kom het bakmeel en 1 theelepel zout, maak in het midden een
kuiltje en schenk daar het ei in.
Voeg al roerend het pils toe.
Blijf ± 5 minuten roeren tot een glad beslag ontstaat.
Bekleed een vergiet met keukenpapier.
Verhit de olie in een frituurpan tot 175°C of tot er witte damp vanaf
komt.
Haal de appelplakken met een vork door het beslag en laat ze in hete olie
glijden.
Frituur de appelbeignets met 4 tegelijk in ± 4 minuten goudbruin,
keer ze halverwege.
Neem de appelbeignets met een schuimspaan uit de pan en laat ze in de
vergiet uitlekken.
Leg ze op een schaal en bestrooi ze met poedersuiker.
Schil 4 mango's en snijd ze rond de pit in 5 dikke plakken. Bestrooi ze
licht met kaneelpoeder, haal ze door het beslag en bak ze als
appelbeignets.
Mangobeignets kunt u zowel koud als warm serveren.
Strooi in een diep bord 4 zakjes vanillesuiker. Schil 5 peren (Doyenne du Comice), snijd ze in 4 parten en verwijder de klokhuizen. Wentel de parten eerst door de vanillesuiker en haal ze dan door het beslag. Bak ze als appelbeignets.
Pel 5 bananen, halveer ze en snijd elke helft in de lengte doormidden.
Haal de kwarten banaan door het beslag en bak ze als appelbeignets. Laat
de
beignets afkoelen.
Breng 4 1/2 eetlepel slagroom aan de kook. Roer er van het vuur af 75 gr
fijngehakte pure chocolade door en laat deze al roerend smelten. Doop de
punten van de beignets in de warme chocoladeglazuur en laat de
chocoladetoppen en de koelkast hard worden.
(± 30 stuks)
2 1/2 dl melk
3 sterretjes steranijs
250 gr gezeefde bloem
zout
1 eidooier
1 eetlepel olie
2 eiwitten
6 appels (Goudrenet) in vrij dikke schijven
± 150 gr fijne tafelsuiker
frituurolie
poedersuiker
Breng de melk met de anijsterren op een matig hoog vuur aan de kook en
laat dit op laag vuur ± 15 minuten trekken.
Laat de melk afkoelen en zeef haar.
Klop de bloem, het zout, de melk, de eidooier en 1 eetlepel olie in een
kom tot een glad beslag.
Klop de eiwitten stijf en spatel ze door het beslag.
Verhit de frituurolie.
Wentel de appelschijven door de tafelsuiker en haal ze met een vork door
het beignetbeslag.
Bak de beignets met ± 4 tegelijk in ± 5 minuten goudbruin en
gaar.
Laat ze uitlekken op keukenpapier en leg ze op een schaal.
Bestrooi ze met poedersuiker.
Tip: toevoeging van stijfgeslagen eiwitten aan het beignetbeslag maakt
uw
appelbeignets luchtiger. In plaats van steranijs, kunt u ook een
vanillestokje in de melk laten trekken.
(6 stuks)
2 eiwitten
125 gr poedersuiker + om te bestuiven (gezeefd)
1 eetlepel sinaasappelikeur
150 gr suiker
75 gr witte chocolade
kaneel
extra nodig:
een ijsbolletjestang
12 satéprikkers
een met bakpapier beklede bakplaat
Klop de eiwitten stijf en klop er de poedersuiker en de sinaasappellikeur
door tot er pieken blijven staan.
Verwarm De oven voor op 120°C.
Schep met een ijsbolletjestang bollen op het bakpapier (doop de tang
tussendoor steeds in koud water).
Maak met een lepel pieken op de bollen.
Bak de bollen in de oven in ± 1 1/2 uur droog en laat ze op een
taartrooster afkoelen.
Verwarm op zacht vuur al roerend 1/2 dl water met de suiker tot de suiker
oplost.
Steek de bollen op satéprikkers, bestrijk de ronde kant van de
bollen met de suikerstroop en laat die hard worden.
Smelt de witte chocolade au bain-marie, strijk dit op de platte kanten van
de bollen en plak steeds 2 bollen tegen elkaar aan.
Laat de chocolade in de koelkast opstijven.
Bestuif de sneeuwballen royaal met poedersuiker en een snufje kaneel.
(op de plaat gebakken zoet Nieuwjaarsbrood)
Men neemt aan dat de Duivekater of "Scheenbeenbrood"
oorspronkelijk een
offerbrood is geweest, dat in de periode tussen Sint Nicolaas en
Driekoningen werd bereid. Tegenwoordig maken gespecialiseerde bakkers het
gehele jaar door Duivekaters.
500 gr bloem
40 gr verse gist (of 20 gr gedroogde gist)
100 gr suiker
2 dl warm water
de geraspte schil van 1 citroen
75 gr zachte roomboter
2 theelepels zout
losgeklopt ei
Doe de bloem in een kom, maak er een kuil in en brokkel daarin de
gist.
Strooi over de gist 2 theelepels suiker en giet er een scheutje warm water
op.
Klop met een vork eerst tot een glad gistpapje, voeg de rest van het water
toe en klop er 1/4 van de bloem door.
Besla het mengsel 1 minuut en dek het beslag af met wat van de overige
bloem.
Zet de kom 20 minuten op een warme plaats.
Voeg de rest van de suiker, de geraspte citroenschil, de boter en zout
toe.
Kneed, rek, vouw en sla het deeg 8-10 minuten (machine: 4-5 minuten) tot
er grote blazen ontstaan en het deeg vanzelf van de hand loslaat.
Vorm van het deeg een bol, leg er een stuk plastic over en laat het deeg
bij kamertemperatuur 60 minuten rijzen.
Vet een bakplaat in.
Bestuif het werkvlak, de deegrol en uw handen met bloem.
Sla de bol plat en rol hem verder uit tot een vlak ovaal van 40-50 cm lang
met puntige uiteinden.
Breng hem over op de diagonaal van de bakplaat, leg er een droge doek over
en laat het geheel 15 minuten rijzen.
Knip de beide uiteinden 3 keer tot op 10 cm in en krul de ontstane repen
naar binnen toe op.
Kerf met een scherp mesje in het overige deeg oppervlakkige figuurtjes, in
gebogen vorm en rechte strepen.
Bestrijk het deeg met losgeklopt ei en laat het nog 15 minuten zo
rijzen.
Verwarm de oven 10-15 minuten voor op 200-225°C.
Bestrijk het deeg nogmaals met ei en bak de Duivekater in het midden van
de
oven in 25-30 minuten glanzend goudbruin.
Schuif het brood uit de oven op een rooster om af te koelen.
500 gr bloem
zout
30 gr gist
2 dl lauwe melk
50 gr boter
100 gr suiker
1 theelepel kaneel
1 eierdooier
1 ei
Zeef de bloem boven een kom en roer er wat zout door.
Los de gist in lauwe melk op.
Smelt de boter en laat deze afkoelen.
Maak een kuiltje in de bloem en giet het gistmengsel en de rest van de
melk erin.
Schep de helft van de bloem over het kuiltje.
Voeg de suiker, de kaneel en de eierdooier toe en giet vervolgens de
afgekoelde boter erbij.
Kneed hiervan een soepel en samenhangend deeg; blijf ± 15 minuten
kneden.
Sla het deeg enkele malen met kracht op het aanrecht om het luchtiger te
maken.
Verdeel het deeg in twee porties en laat het op een warme plaats 45
minuten rijzen.
Vorm van elke portie een puntbrood en laat de broden onder een
vochtige theedoek opnieuw 15 minuten rijzen.
Knip het brood aan het ene uiteinde (punt) driemaal in en aan de andere
zijde tweemaal.
Krul de punten naar onderen om.
Maak met een mes enkele inkepingen aan de zijkant van het brood.
Bestrijk de duivekaters met losgeklopt ei en bak de broden in 40 minuten
in een hete oven (200°C) gaar.
Sylvester-abend is in Duitsland echt een feestavond. Een avond om uit
te
gaan. Feest te vieren. Maar eerst thuis een kopje koffie en:
3 dl melk
2 zakjes vanillesuiker
3 eetlepels suiker
100 gr maanzaad
50 gr rozijnen
225 gr boter
225 gr goldensyrup of bloemenhoning
4 eieren
1 theelepel koekkruiden
350 gr zelfrijzend bakmeel
1 eiwit
100 gr poedersuiker
Bereid een springvorm voor: knip uit dik karton een reep ter hoogte van de
vorm en leg die zo in de vorm, dat de omtrek van een maansikkel ontstaat.
Bekleed de vorm met ingevet bakpapier, om uitlopen van het deeg te
voorkomen.
Breng de melk met 1 zakje vanillesuiker aan de kook, voeg de suiker en het
maanzaad toe en kook het 1 keer op.
Roer er van het vuur af de rozijnen door en laat het mengsel afkoelen.
Maal het mengsel in een amandel- of groentemolen fijn.
Bereid een cakebeslag van de boter, de syrup of honing, de eieren, de
kruiden en het bakmeel.
Schep de helft van het beslag in de vorm en verdeel het maanzaadmengsel
hierover.
Schep er de rest van het beslag op en strijk het glad.
Bak de cake bij 175°C 1 1/2 uur en controleer het gebak op gaar
zijn.
Laat de cake uitdampen.
Roer van het losgeklopte eiwit en de gezeefde poedersuiker een glad
glazuur, doe dit over in een frietzakje van bakpapier, vouw het tot aan
het glazuur dicht en knip er een klein puntje af.
Decoreer de maan.
(± 24 stuks)
40 gr verbrokkelde gist
1 1/4 dl lauwe melk
80 gr suiker
500 gr bloem
een mespunt zout
2 theelepels geraspte citroenschil
1 ei + 2 eidooiers
80 gr zachte boter
200 gr dikke jam
frituurolie
poedersuiker
Los de gist in 4 eetlepels lauwe melk op. voeg 1 theelepel suiker toe en
laat het gistmengsel staan tot zich bellen vormen.
Zeef de bloem, maak een kuiltje in het midden, doe de gistoplossing, de
rest van de melk, de rest van de suiker, het zout, de citroenschil, het
ei, de eidooiers en de boter in het kuiltje en kneed dit met de handen tot
een samenhangende deegbal die loslaat van de kom.
Laat het deeg afgedekt ± 45 minuten op een warme plaats rijzen tot
het volume is verdubbeld.
Kneed het deeg nog even door, deel het in tweeën en rol elk deel tot
een lap van 1/2 cm dikte uit.
Schep op 1 deeglap met 6 cm tussenruimte lepeltjes jam en leg de tweede
deeglap hierop.
Druk het deeg rond de jam aan en steek er rondjes uit van 6 cm doorsnede
en druk de randen aan.
Verhit de frituurolie tot 160°C en bak de bollen in gedeelten in 5-7
minuten goudgeel en gaar; keer ze halverwege.
Laat de bollen op keukenpapier uitlekken en bestrooi ze met
poedersuiker.
Serveer hierbij een glas Weisse Rössl.
U kunt de bollen in plaats van met jam ook met (ontpitte) pruimen vullen.
(1 glas)
Schenk 1 eetlepel limonadesiroop (frambozen, grenadine) in een groot bol glas. Voeg 3-4 ijsblokjes toe, draai die even in het glas rond en vul aan met licht bier.
Feuerzangenbowl is niet alleen een nieuwjaarsdrankje maar je mag het de hele winter drinken, zolang het maar goed koud is, want je krijgt het er lekker warm van.
2 flessen rode (tafel)wijn
de schil van 1 sinaasappel
4-8 kruidnagels
1 pijpje kaneel
het sap van 1 citroen
1 'Zuckerhut' van 250 gr (dit is een kegelvormig geperste grote
suikerklont)
1/2 fles rum (35-50%)
Prik de kruidnagels in de sinaasappelschil en verwarm deze samen met de
rode wijn, de kaneel en het citroensap langzaam, maar laat het niet
koken.
Verwarm de rum voor.
Leg de Feuerzange dwars over een pan en leg de suikerkegel erop
Giet dan lepel voor lepel de rum over de suiker en flambeer het
geheel.
Laat het vloeibare, brandende rum-suikermengsel in de pan druipen.
Tip: Neem geen te sterke rum (bijvoorbeeld Stroh Rum met een alcoholpercentage van 80%), omdat de suiker dan meer 'dichtschroeit' en karameliseert in plaats van te druipen.
Alternatief voor kleingebruikers:
maak de Glühwein klaar, giet hem in een (vuurvast) glas of mok, leg
er een
grote vork over, leg daar een paar klontjes suiker op, lepel er warme
rum
over en flambeer die.
Deze rijk gevulde koek met noten en rozijnen bereidt u volgens een oud recept uit Polen. Hij is het lekkerst als u hem al 2-3 weken van tevoren maakt.
5 eieren
250 gr fijne kristalsuiker
1 eetlepel kruidnagelpoeder
1 eetlepel kaneelpoeder
elk 250 gr rozijnen en amandelen of gemengde noten (geen hazelnoten)
150 gr bloem
Vet een vlaaivorm van 28 cm doorsnede in en bestuif hem dun met bloem.
Scheid de eieren met een eierscheider en klop de eiwitten met een mespunt
zout in een vetvrije kom heel stijf.
Klop de dooiers met de suiker tot de massa als een dik, zachtgeel lint van
de gardes loopt.
Schep de kruiden, de amandelen, de rozijnen en de bloem er in gedeelten
door.
Spatel de eiwitten er luchtig door en bak de koek in het midden van een
warme oven (150°C) in ± 50 minuten gaar.
Snijd de koek uit de oven met een natgemaakt mes in repen, laat die verder
afkoelen en bewaar ze in een goed afsluitbaar koekblik tot
Nieuwjaarsdag.
Van even liggen wordt de koek alleen maar lekkerder.
(Hongaarse oudejaarsavonddrank)
gedroogde pruimen, rozijnen, abrikozen, oranjesnippers en Franse vruchtjes
(samen 500 gr)
1 pakje ontpitte dadels
100 gr gepelde walnoten
1 kg suikerklontjes
1/2 liter Jamaica rum
2 flessen witte landwijn
kruiden
1 liter thee
2 dl citroensap of ananas-citroensap of sinaasappelsap
Laat de gewassen zuidvruchten 24 uur weken, ontpit ze en verdeel ze zo
nodig in stukjes.
Leg die in een grote vuurvaste schaal en voeg de oranjesnippers, de in
stukjes gesneden dadels en de grofgehakte walnoten toe.
Leg een ijzeren rooster over de schaal, schud de suikerklontjes hierop en
begiet deze met de rum.
Steek de rum klokslag 12 uur aan, wacht tot de alcohol is opgebrand en
laat de gesmolten suiker in de schaal druppelen.
Voeg dan de warm gekruide wijn, de hete thee en het vruchtensap aan de
massa toe.
Roer de drank goed om en dien hem op in grote wijn- of limonadeglazen met
een klein deel van de vruchten.
Uit Italië, Zweden en Spanje
In diverse landen wordt Oud en Nieuw gevierd met een feestelijk
etentje
(thuis of in een restaurant). Het is de naamdag van Sint Sylvester,
een
heiligverklaarde Paus uit de vierde eeuw.
Vooraf:
Was per persoon 6 grote rauwe gamba's of 3 rivierkreeftjes en kook ze in
kokend water met 2 eetlepels dille en 1 eetlepel zout 7 minuten.
Serveer ze op mooie sla, met kerstomaatjes, citroenpartjes, boter en vers
witbrood.
Hoofdgerecht:
500 gr afkokende aardappelen
200 gr bloem
zout
1 klein ei
± 3/4 liter (pot) gekruide Italiaanse tomatensaus
1 kg geweekte stokvis
olijfolie
balsamicoazijn
50 gr groene olijven
1 klein potje kappertjes
(blad)peterselie
zout, peper uit de molen
Kook de aardappelen in de schil gaar, pel ze, stamp ze fijn, wrijf ze door
een zeef en vermeng ze nog warm met de helft van de bloem, een snuf zout
en het ei.
Kneed het geheel tot een kleverig deeg en werk er in delen de rest van de
bloem door.
Vorm het deeg tot een 2 cm dikke rol en snijd die in stukken van 2 cm.
Rol de stukjes voor een leuke structuur met een vork, wentel ze
één voor één door de bloem en kook ze met een
paar tegelijk 5 minuten.
Schep ze in lagen met de tomatensaus in een ovenschaal.
Snijd de stokvis in mooie stukken en wentel die door bloem.
Strijk in een passende grillschotel 3 eetlepels olijfolie en 1 teen
knoflook uit, leg de visstukken erin en besprenkel die met 4 eetlepels
olijfolie, 2 tenen knoflook uit de pers en 1 1/2 eetlepel
balsamicoazijn.
Schep de olijven en de kappertjes erbij, strooi er wat peterselie, zout en
peper over en zet de schotel 1 uur in een oven van 200°C.
Schakel na 30 minuten terug naar 175°C.
Toe:
Ieder krijgt een trosje met 12 witte druiven en een glas champagne om
vervolgens om 12 uur bij elke klokslag een druif te eten en een slokje
champagne te drinken. Wie het redt, heeft volgens de Spaanse traditie
zeker een gelukkig jaar!
1. Flûte met half versgeperst grapefruitsap, half droge bruisende champagne of champenoise.
2. Soepballetjes van rundergehakt met peterselie, fijngehakte rode paprika, wat citroenrasp, snuf cayennepeper, zout en peper, paneermeel en ei in heldere ossenstaartsoep (2 blikjes, gezeefd en aangevuld met 1 pot runderfond).
3. Giet een marinade van 1/2 dl sherry en 2 eetlepels wijnazijn over 6 haringen in stukjes. Meng met 1/2 gesnipperde paprika, 100 gr gesnipperde sjalot, zout, 4 eetlepels dille, een bekertje crème fraîche, 3 eetlepels slagroom en een snuf cayennepeper. Serveer er zuurdesembrood bij.
4. Meng van 12 halve hardgekookte eieren de dooiers met 100 gr luchtig geklopte boter, 75 gr zalm uit blik, 1 theelepel tomatenpuree, wat zout en peper. Spuit de eiholten vol.
5. Doe een bakje wortel-selleriesalade, 2 (met schil) gesnipperde appels, 50 gr geroosterd amandelschaafsel, 150 gr gerookte zalmsnippers, 2 eetlepels zure room en 1 eetlepel mierikswortelpuree in ijsslabladeren.
6. Bak flensjes van flensjesbeslag voor 12 flensjes met een pakje gemengde kruiden (diepvries), 100 gr fijngesneden ham en fijngehakt sjalotje. Bestrijk elk tweede flensje met roomkaas en leg ze op elkaar.
7. Maak een cake van 125 gr boter, 200 gr suiker, 3 eieren, 175 gr gezeefde bloem, 1 theelepel citroenrasp, 2 theelepels gemalen kardemom, 100 gr rozijnen, 50 gr geconfijte sinaasappelschil en 2 dl zure room. Bak de cake Bij 175°C 50 minuten.
8. Klop 2 dl slagroom stijf, meng die met een geklopt mengsel van 4 dl
yoghurt en 2 pakjes yoghurtbavarois 'citroen'. Schep dit in hoge glazen,
laat het stijf worden en schep er een gelei over van een zakje
taartgeleipoeder en 1 blik vossebessen op vocht.
Uit het Verenigd Koninkrijk
(12 stuks)
Iets voor het nieuwjaarsonbijt, maar ook voor een rustige zondagochtend.
450 gr bloem (voor witbrood)
15 gr verse gist (of 1 zakje gedroogde gist)
2,8 dl melk
10 gr zout
1-2 eetlepels room
Los de gist op in 2 eetlepels lauwwarm water.
Verwarm de melk tot ze bloedwarm (37-38°C) is.
Doe de bloem in een grote kom en laat die in een niet te warme oven
(± 50°C) even opwarmen.
Meng het zout, daarna de gistoplossing en tenslotte de warme melk door de
bloem.
Kneed van dit mengsel een soepel deeg, maak er een bal van, leg de bal in
de kom, bedek de kom met een met warm water vochtig gemaakte schone doek
of met een vel plastic (pedaalemmerzak) en laat het deeg een uur
rijzen.
Bestuif intussen een bakplaat met wat bloem.
Sla het deeg terug, kneed het een paar tellen, bestrooi het met wat bloem,
vorm er een lange dikke rol van en verdeel deze in twaalf zo gelijk
mogelijke delen.
Vorm van ieder deel een bolletje.
Op dit punt lijken de bolletjes erg klein; vergeet niet dat ze bijna
twee
keer zo groot zullen worden.
Bedek de broodjes met een vel plastic of een dunne doek en laat ze 15-20
minuten rijzen.
Verwarm intussen de oven voor tot 220°C.
Leg de bolletjes met de bovenkant naar beneden op de bakplaat, maak met
een klein scherp mes of met een schaar een snee dwars over de bolletjes en
laat ze nog even rijzen tot de snee open gaat staan.
Laat ze dan in het midden van de oven 15 minuten bakken.
Temper de oven tot 190°C en laat de broodjes nog 5- 10 minuten
bakken.
Bestrijk de broodjes meteen nadat ze uit de oven zijn gehaald met wat room
om ze glans te geven.
Deze broodjes zijn het lekkerst als ze nog warm zijn, maar ze kunnen
worden opgewarmd.
N.B.: In dit recept wordt melk gebruikt in plaats van water, omdat dit
de korst zachter maakt.
(traditioneel geserveerd op nieuwjaarsmorgen: Het Pint)
4 pints licht bier
1 flinke theelepel versgeraspte nootmuskaat
suiker
3 eieren (M)
1/2 pint whisky
Doe het bier in een ruime pan, voeg de nootmuskaat toe, verhit het geheel
tot net onder het kookpunt en doe er naar smaak suiker bij.
Klop de eieren in een grote kom los en voeg er heel geleidelijk het
hete bier bij (als u het te snel doet, schift het).
Voeg de whisky toe en doe dan alles terug in de pan.
Breng het, voortdurend roerend, opnieuw tot net onder het kookpunt.
Giet het enkele malen over en weer in verwarmde kannen, tot de drank
helder en schuimig is.
Op 6 januari vieren de Ierse vrouwen hun eigen feest, met een
feestelijke
theemiddag, waarop deze gemberkoek een glansrol heeft. De drukte van de
feestdagen is daarna over, het gewone leven begint weer!
Zeef in een kom 225 gr bloem, 1/2 theelepel zout, 1 theelepel gemberpoeder
en 1 1/2 theelepel bakpoeder.
Verwarm in een pan al roerend 100 gr bruine basterdsuiker en 90 gr
boterklontjes en roer dit glad.
Voeg geleidelijk 175 gr stroop en 1 1/2 dl melk toe en roer het glad.
Laat het mengsel wat afkoelen en roer het bij het droge mengsel.
Meng er 1 klein ei, 75 gr rozijnen en 50 gr bakgember door.
Schep het mengsel in een met bakpapier beklede (brood- of cake)vorm van 23
cm lengte en bak het 1 uur bij 180°C.
Laat het 'brood' op een rooster uitdampen.
Serveer het met roomboter.