Verzameld, geordend en bewerkt
door
Astrid Veltman
17 januari 2001
Tenzij anders vermeld, zijn de recepten voor vier personen.
Voor 10 plakken:
2 kleine geschilde appels in blokjes
2 eetlepels
citroensap
225 gr grof verkruimelde Stiltonkaas
tijmpoeder
zout,
versgemalen peper
10 vellen ontdooid fyllodeeg
100 gr gesmolten
boter
100 gr paneermeel
1 rode appel
Doe de blokjes appel, het citroensap, de Stilton, een snuifje tijmpoeder en
peper en zout in een kom en schep alles goed door elkaar.
Verwarm de oven
voor op 175° C en bekleed de bakplaat met bakpapier.
Leg een vochtige
theedoek op het aanrecht.
Spreid 2 vellen fyllodeeg op de theedoek uit en
bestrijk die met gesmolten boter.
Bestrooi ze licht met paneermeel.
Spreid
hierop weer 2 vellen fyllodeeg uit, bestrijk ze met gesmolten boter en bestrooi
met paneermeel.
Herhaal deze handeling nog 3 keer (houd wat boter en
paneermeel achter).
Verdeel het appel-Stiltonmengsel over het deeg (laat de
rand vrij) en rol het deeg en de vulling met behulp van de theedoek op.
Leg
de strudel met de naad naar onder op de bakplaat.
Bestrijk de bovenkant met
de rest van de gesmolten boter en bestrooi met de rest van het
paneermeel.
Laat de strudel in het midden van de oven in 30-35 minuten gaar
worden.
Steek met een ster-uitsteekvormpje 4 sterretjes uit de rode
appel.
Snijd van de strudel 4 schuine plakken en leg die op 4
borden.
Bewaar de rest van de strudel koel.
Verwarm de strudel dan 15
minuten in een voorverwarmde oven van 225°C.
Portsausje
Doe 1 1/2 dl port, 1 theelepel cranberrycompote en 1 theelepel
suiker in een steelpannetje en laat het in 2 minuten iets inkoken.
Breng op
smaak met enkele druppels citroensap.
Verwarm het sausje vlak voor het
serveren nog een keer.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Halveer 2 sneetjes casinobrood zonder korst
schuin en rooster ze 5 minuten in de oven.
Besmeer ze met boter.
Beleg elk
met een dun plakje Hollandse geitenkaas en bestrooi met wit sesamzaad.
Bak ze
10 minuten in het midden van de oven.
(24 stuks)
Leg 50 gr cheddarkaas in plakjes over 24 deeglapjes (1 blikje
party-croissants, Daneroles) en rol ze op.
Verwarm de oven voor.
Bak de
croissants in het midden van de oven in 15 minuten goudbruin en gaar.
(2 personen)
Voor de marinade:
2 eetlepels olie
zout
enkele druppels tabasco
1
eetlepel citroensap
En verder:
1 rode ui
1 rijp camembertkaasje
2 eetlepels mixed
pickles
Klop de ingrediënten voor de marinade door elkaar.
Schil de ui, schaaf hem
in dunne plakken en haal die uit elkaar, zodat u ringen krijgt.
Leg de ringen
tenminste een half uur in de marinade.
Snijd het kaasje in dunne plakken en
leg die als een waaiertje op 2 bordjes.
Leg de mixed pickles erop en daarop
de gemarineerde uiringen met wat
marinade.
Geef er toast of brood met
knoflook-kruidenboter bij.
(± 16 stuks)
1 zakje kerriesaus
1 1/2 dl melk
2 sneetjes volkorenbrood
1 klein
blikje maïskorrels (180 gr)
1 ei
150 gr geraspte oude kaas
2 eetlepels
gefruite uitjes
cornflakes
olie om te frituren
Maak de saus volgens de aanwijzingen op de verpakking met 1 1/2 dl melk in
plaats van 2 1/2 dl.
Laat de saus afkoelen.
Snijd het brood met de korst
in blokjes.
Meng de kerriesaus, het brood, het ei en de kaas tot een
samenhangend mengsel (dat gaat het beste in een foodprocessor).
Voeg de
uitjes en de uitgelekte maïs toe en laat nog kort draaien.
Laat het mengsel
in een kom in de koelkast ± 1 uur of de hele nacht opstijven.
Maak de
cornflakes met een deegroller fijn.
Rol met vochtige handen van het
kaasmengsel balletjes ter grootte van een walnoot en haal ze door de
cornflakes.
Verhit de olie tot de damp eraf komt en frituur de balletjes in
een paar minuten goudbruin.
Laat ze op keukenpapier uitlekken en serveer ze
warm.
2 aubergines
6 eetlepels olijfolie
peper, zout
4 tomaten
250 gr
mozzarella
1 bosje basilicum, fijngehakt
100 gr rucola
Snijd de aubergines in ± 16 dikke schijven.
Bak ze 5 minuten in de hete
olijfolie en laat ze op keukenpapier goed uitlekken.
Snijd ook de tomaten en
de mozzarella in ± 16 dikke schijven.
Leg 8 aubergineschijven op een
ingeoliede bakplaat en bedek ze afwisselend met schijfjes tomaat, mozzarella en
basilicum.
Werk zo door tot alle schijfjes zijn opgebruikt.
Bak de
torentjes 5 minuten in een op 220°C voorverwarmde oven.
Garneer met de rucola
en serveer eventueel met Italiaans witbrood.
(10 stuks)
1 dikke plak kaas van 150 gr
10 cocktailprikkers
5 gr maan- en
sesamzaad
2 radijsjes
2 kerstomaatjes
2 druiven
Snijd of steek 10 leuke vormpjes uit de plak kaas.
Besmeer 4 vormpjes van
boven met boter.
Doop 2 stukjes hiervan in maanzaad en de andere in
sesamzaad.
Prik aan 2 cocktailprikkers een radijsje en zet ze op een vormpje
van de kaas.
Doe hetzelfde met de kerstomaatjes en de druiven.
Zet de
kaashapjes op een schaaltje en serveer ze.
(8 personen)
1 oranje paprika
1 bos bospeen
1 bakje kerstomaatjes
200 gr cheddar
aan een stukje
50 gr met paprika gevulde groene olijven
4 eetlepels
olijvenpesto
8 takjes munt
Was de paprika, halveer hem, verwijder de zaadlijsten en snijd het
vruchtvlees in repen.
Schrap de bospeen met een dunschiller en laat aan de
uiteinden wat van het groen zitten.
Was de kerstomaatjes.
Snijd de kaas in
plakken van ± 1/2 cm dik en snijd de plakken diagonaal door tot lange
driehoeken.
Rangschik de paprika, de bospeen, de kerstomaatjes en de kaas op
een schaal.
Pureer de olijven met de pesto en de munt tot een
saus.
Serveer de saus in een kommetje erbij.
Laat 8 plakjes bladerdeeg ontdooien.
Bestrijk ze met eiwit en verdeel er
80 gr geraspte belegen kaas, 1 1/2 eetlepel sesamzaad en naar smaak peper en
zout over.
Leg telkens 2 plakjes op elkaar, rol de zijkanten naar het midden
op en snijd ze in plakjes van ± 1 cm dik.
Bak de kaasvlinders in ± 15 minuten
op een met bakpapier bekleed bakblik in een op 200°C voorverwarmde oven
goudbruin.
Snijd verschillende kaassoorten (Hollandse chèvre, Kernhemmer, harde
schapenkaas, overjarige kaas en Deense blauwschimmelkaas) in even grote blokjes
(1 blokje per soort per persoon) en rijg die in volgorde van smaaksterkte (hoe
sterker de smaak, hoe 'later' aan het spiesje) aan een houten stokje (eventueel
met halve walnootjes ertussen).
Schik de spiesjes op een bedje van
fijngesneden sla, halve witte druiven en blokjes peer en serveer ze met een
notenolie-honing-wijnazijndressing.
Geef er brood en gezouten boter bij.
(2 personen)
100 gr kastanjechampignons
1 eetlepel boter
versgemalen zwarte peper,
zout
75 gr brie
6 verse blaadjes basilicum
2 sneetjes witbrood
Veeg de champignons schoon en snijd ze in plakjes.
Verhit de boter en bak
de champignons in ± 3 minuten bruin.
Bestrooi ze met peper en zout.
Snijd
de brie in plakjes en knip het basilicum in reepjes.
Verwarm de grill
voor.
Rooster de sneetjes brood en verdeel de champignons en de brie
erover.
Strooi het basilicum erover en maal er peper boven.
Laat de kaas
vlak onder de grill in ± 2 minuten smelten.
4 stengels bleekselderij
1/2 courgette
1/2 winterwortel
1/2 gele
paprika
1 plak belegen Maaslander (± 150 gr)
1 plak jong belegen kaas (±
150 gr)
1 zakje dipmix taco (6 gr, Duyvis)
1 zakje dipsaus tzatziki (6 gr,
Duyvis)
6 eetlepels biogarde
Maak de groenten schoon en was ze.
Snipper ± 2 cm courgette en 4 cm
bleekselderij fijn en snijd de rest van de groenten in repen van ± 10
cm.
Snijd de kaassoorten in gelijke repen.
Bereiding saus:
Neem 2 bakjes en doe in elk bakje 3 eetlepels biogarde en
1 zakje sausmix.
Voeg aan het bakje tacosaus 1 eetlepel gesnipperde
bleekselderij en aan de tzatzikisaus 1 eetlepel gesnipperde courgette
toe.
Als de saus iets te dik blijkt te zijn, kunt u haar met een beetje
water
verdunnen.
Tip: De tacosaus is ook lekker met gesnipperde rode of gewone ui en de tzatzikisaus met geraspte komkommer.
600 gr vleestomaten
300 gr mozzarella
zout, peper
8 blaadjes
basilicum
6 eetlepels olijfolie
10 zwarte olijven
Was de tomaten en snijd ze in plakken.
Laat de mozzarella uitlekken, dep
hem droog en snijd hem in plakjes die
half zo dik zijn als de plakjes
tomaat.
Leg de tomaat en de mozzarella op een schaal en bestrooi met zout
en
versgemalen peper.
Verdeel het basilicum hierover en druppel de
olijfolie over het geheel.
Garneer met de zwarte olijven.
6 eieren
zout, versgemalen peper
1 klein mozzarellakaasje
4 grote
blaadjes vers basilicum
1 vleestomaat
Klop de eieren los met zout en peper.
Snijd het mozzarellakaasje en de
tomaat in 4 plakken.
Verhit de boter in een pan met anti-aanbaklaag, voeg de
eieren toe en bak ze al roerend gaar.
Verdeel het roerei over 4 bordjes en
leg er een plakje mozzarella, een basilicumblaadje en een plakje
tomaat
op.
Strooi er zout en versgemalen peper over.
(2 personen)
2 sneetjes rond casinobrood
2 tomaten
2 eetlepels fijngeknipt
basilicum
1 1/2 eetlepel rode pesto (potje)
zout, versgemalen zwarte
peper
1 bolletje mozzarella
Verwarm de grill voor op de hoogste stand.
Rooster de sneetjes
brood.
Ontvel de tomaten, snijd ze in vieren en verwijder de
zaadjes.
Snijd het vruchtvlees in blokjes en schep er het basilicum en 1/2
eetlepel
pesto door.
Voeg naar smaak zout en peper toe.
Snijd de
mozzarella in plakjes.
Bestrijk de sneetjes brood met de rest van de pesto en
leg ze op 2 bordjes.
Leg de plakjes mozzarella erop en schep het
tomaatmengsel in het midden.
Schuif de bordjes ± 5 cm onder de hete grill en
laat de kaas in 2-3 minuten smelten.
(2 personen)
25 gr bloem
3 eetlepels melk
3 eetlepels geschaafde amandelen
3
eetlepels paneermeel
75 gr roombrie
1 appel
25 gr boter
1 takje
peterselie
Roer de bloem met de melk in een diep bord glad.
Maak de amandelen met een
deegroller iets fijner en schep ze in een diep
bord door het
paneermeel.
Snijd de brie in 4 plakjes, haal die eerst door het bloempapje en
wentel ze dan door het paneermengsel.
Schil de appel en snijd hem in plakken
van ± 1 cm dik.
Verhit de helft van de boter in een koekenpan en bak de
plakken appel in ± 3 minuten lichtbruin; keer ze halverwege.
Leg ze
dakpansgewijs op 2 borden.
Verhit in dezelfde pan de rest van de boter en bak
de kaas in ± 2 minuten
goudbruin; keer halverwege.
Rangschik de kaas op de
appel en garneer met een toefje peterselie.
(6 personen)
3 rijpe handperen
1/4 liter water
4 eetlepels citroensap
125 gr
roquefort
125 gr verse roomkaas (bijvoorbeeld, MonChou)
1 eidooier
3
eetlepels room
1 mespunt paprikapoeder
3 radijsjes
peterselie
6
slabladeren
Schil de peren, halveer ze in de lengte en verwijder het klokhuis.
Breng
het water met het citroensap aan de kook en pocheer de vruchten hierin 5
minuten.
Laat ze uitlekken en afkoelen.
Wrijf de roquefort door een zeef
en meng hem met de verse roomkaas, de eidooier, de room en het
paprikapoeder.
Doe de kaascrème over in een spuitzak en vul de peren
hiermee.
Garneer met plakjes radijs en peterselie.
Serveer de peren op een
slabedje.
4 niet te dunne plakken magere achterham
2 schijven ananas uit blik
1/2
komkommer
150 gr gorgonzola (of een andere pittige kaas)
enkele eetlepels
koffie- of slagroom
peterselie
verse toast
Maak de ananasschijven fijn.
Schil de komkommer en verwijder het
zaad.
Snijd het overgebleven vruchtvlees zeer fijn.
Prak de kaas fijn en
meng de ananas, de komkommer en de kaas door elkaar.
Voeg zoveel koffie- of
slagroom toe dat een smeuïge massa ontstaat.
Leg de plakken ham op een plank,
verdeel er de kaasmassa over en rol de hamplakken hierna op.
Verpak ze in
aluminiumfolie en bewaar ze 1 uurtje in de koelkast.
Garneer ieder rolletje
met een mooi toefje peterselie.
Serveer er een paar toastjes bij.
1/2 pakje diepvriesbladerdeeg
1 ei
1 eetlepel fijngehakte
amandelen
200 gr verse roomkaas (MonChou of Rederijkertje)
4 eetlepels
melk
zout, peper
30 gr belegen kaas (plak)
tuinkers
paprikapoeder
Laat het bladerdeeg ontdooien, leg de plakjes op elkaar en rol ze op een met
bloem bestoven werkblad uit tot een dunne lap van 2 mm.
Steek 8 pasteibodems
en 16 ringen (met een doorsnede van 5 cm) uit de deeglap
Als u de daarvoor
noodzakelijke ringen niet heeft, kunt u ook een limonadeglas
gebruiken.
Splits het ei en bestrijk de ringen met eiwit.
Zet de ringen op
de bodems, bestrijk de bovenkant met eidooier en de bakjes 10-15 minuten in de
op 200°C voorverwarmde oven.
Laat de amandelen in een droge koekenpan
goudbruin worden.
Meng de roomkaas met de melk, breng op smaak met de
amandelen, zout en
peper en vul de pasteitjes met dit mengsel.
Snijd de
plak kaas in blokjes of steek er 8 figuurtjes uit en garneer de pasteitjes met
de kaas, tuinkers en paprikapoeder.
250 gr camembert
2 eidooiers
1 1/2 dl bechamelsaus
zout, versgemalen
peper
1 pakje paneermeel
Snijd de kaas in kleine stukjes, of pureer hem.
Meng er de eidooiers en de
bechamelsaus door, breng op smaak met zout en peper en laat het mengsel even
koken.
Laat de kaasmassa licht afkoelen, vorm er kroketten van, paneer die en
bak ze in frituurolie goudgeel.
45 gr boter
45 gr bloem
3 dl melk
150 gr grofgeraspte oude
kaas
peper
1 ei
Paneermeel
Smelt de boter, voeg de bloem droog toe en, onder goed roeren, de
melk.
Meng de geraspte kaas door de saus en breng het geheel op smaak met
peper en eventueel zout.
Strijk de ragoût uit op een bord en laat haar koud
worden.
Vorm met 2 lepels 8 kroketten, wentel die door paneermeel en vorm ze
op tafel bij.
Haal de kroketten door losgeklopt ei en rol ze nogmaals door
paneermeel.
Bak de kroketten 3-5 minuten in frituurvet van 180°C.
Laat ze
in een vergiet uitlekken en schik ze op een warme schaal.
Leg er een toefje
verse peterselie bij of bak de peterselie in het frituurvet en knip er boven de
kroketten kleine stukjes af.
2 dl melk
25 gr boter
25 gr bloem
peper
1/2 eetlepel fijngehakte
peterselie
125 gr geraspte, pikante oude kaas
enkele druppels
bouillonaroma
1 ei
paneermeel
frituurvet
Maak een dikke saus van de melk met de boter en de bloem.
Breng op smaak
met peper en peterselie en roer er de kaas en het bouillonaroma door.
Strijk
het mengsel op een plat bord uit en laat het door en door koud
worden.
Verdeel het dan in 8 gelijke punten, vorm hiervan telkens een kroket
(verdeel elke punt voor bitterballen in tweeën of in drieën) en wentel ze door
paneermeel.
Klop het ei met 1 eetlepel water los, maar niet
schuimig.
Wentel er de kroketten door, rol ze opnieuw door paneermeel en zorg
dat er geen barstjes in zitten.
Laat intussen het frituurvet zo heet worden,
dat het begint te dampen.
Leg er, eventueel met behulp van een schuimspaan,
de kroketten in en laat ze vlug goudbruin worden.
Laat ze op keukenpapier
uitlekken en serveer direct.
(2 personen)
2 zakjes walnoten á 45 gr (Baukje)
8 takjes peterselie
200 gr
Kernhemkaas
1 sjalotje
25 gr boter
1/2 theelepel chilipoeder
1/2
groentebouillontablet
40 gr bloem
1 ei
1/2 pakje paneermeel (á 75
gr)
1 dl Biogarde Roer
3 eetlepels geraspte mierikswortel (Kühne)
zout,
peper
1 tomaat
frituurolie of -vet
Hak de walnoten fijn.
Knip in een kommetje 6 takjes peterselie
fijn.
Snijd de korstjes van de kaas en snijd de kaas in kleine
stukjes.
Pel en snipper het sjalotje.
Smelt de boter in een pan met dikke
bodem en bak het sjalotje met het chilipoeder zachtjes ± 2
minuten.
Verkruimel het bouillontablet erboven en roer de bloem
erdoor.
Voeg al roerend scheutje voor scheutje 2 dl water toe en blijf roeren
tot een dik gebonden saus ontstaat.
Roer er de walnoten, de stukjes kaas, en
de helft van de fijngeknipte peterselie door.
Schenk de kaassaus in een diep
bord en laat afkoelen.
Laat de saus in de koelkast ± 1 uur opstijven.
Klop
in een ander diep bord het ei met 1 eetlepel water los.
Strooi het paneermeel
op een plat bord uit.
Snijd de koude kaasmassa in 8 puntjes en vorm die met
een koele hand tot kroketjes.
Haal de kaaskroketjes eerst één voor één door
het ei en wentel ze vervolgens door het paneermeel, zodat alle kanten met
paneermeel zijn bedekt.
Herhaal dit nog een keer en zet de kaaskroketjes tot
het gebruik afgedekt in de koelkast.
Roer in een schaaltje een sausje van de
biogarde, de mierikswortel, de rest van de gehakte peterselie en zout en
peper.
Was de tomaat en snijd hem in 8 partjes.
Verhit de olie in een
frituurpan tot 175°C of tot er een witte damp af komt en frituur de
kaaskroketjes met 4 tegelijk in ± 3 minuten goudbruin.
Laat ze in een vergiet
uitlekken, leg ze op een schaal en garneer met toefjes peterselie en de partjes
tomaat.
Geef de mierikswortelsaus er apart bij.
Serveer met een salade van
lollo rosso en bruin stokbrood.
(2 personen)
1 ei
3 sneetjes (oud) bruinbrood
100 gr belegen kaas
1 eetlepel
fijngehakt bieslook
1 volle theelepel mosterd
+ theelepel tijm
3
eetlepels olie
Splits het ei.
Snijd de korstjes van het brood en verkruimel de sneetjes
heel fijn.
Rasp de kaas grof.
Meng de eidooier, het bieslook, de mosterd,
de tijm en 2/3 van het broodkruim door de kaas en vorm hier 6 kleine kroketjes
van.
Wentel deze eerst door het eiwit en rol ze dan door de rest van het
broodkruim.
Verhit de olie in een koekenpan en bak de kaaskroketjes snel
rondom
bruin.
Lekker met broccoli met tomaat.
50 gr boter
50 gr bloem
5 dl melk
150 gr geraspte Parmezaan
2
eieren
peper
bloem
paneermeel
1 ei
frituurolie
Maak een dikke bechamelsaus.
Smelt de boter op zacht vuur met de bloem;
meng goed door elkaar en giet er in één keer de koude melk bij.
Breng dit al
roerend aan de kook en laat, al roerend, 5 minuten doorkoken.
Neem de pan van
het vuur en voeg de eidooiers en de geraspte Parmezaan aan de bereiding
toe.
Voeg naar smaak peper toe, maar doe er geen zout bij want de Parmezaan
is al tamelijk zout.
Spreid de bereiding uit op een plaat om volledig koud te
laten worden, zodat u haar in rechthoekige kroketten kunt snijden.
Wentel de
kroketten achtereenvolgens in de bloem, het losgeklopte ei en paneermeel jen
laat ze op een koele plaats enkel uren rusten.
Bak ze in de op 185°C verhitte
frituurolie.
Kook bouillon van 1/2 kruidenbouillontablet en 1/4 liter water.
Fruit 2
teentjes knoflook uit de pers in 50 gr boter, roer er 60 gr bloem
bij en laat
die opnemen.
Voeg in delen de bouillon en 1 1/2 dl volle melk toe en laat die
opnemen.
Laat de dikke saus al roerend 4 minuten zachtjes pruttelen.
Snijd
mini-blokjes kaas (100 gr oude kaas, 100 gr mosterdkaas), knip verse
kruiden
(4 eetlepels bieslook, peterselie, kervel en tijmblaadjes) fijn en
Schep die
door de ragoût.
Breng op smaak met zout, peper en nootmuskaat en laat de
ragoût afkoelen.
Vorm van de stijve ragoût ± 20 stuitergrote balletjes en
paneer deze met gekruid paneermeel (pakje).
Haal de balletjes door losgeklopt
ei en nogmaals door het paneermeel.
Bak de balletjes in frituurolie van 175°C
met 6 tegelijk goudbruin en laat ze op keukenpapier uitlekken.
Lekker met
kerriesaus.
(20 stuks)
100 gr gerookte amandelen
200 gr verse roomkaas (op
kamertemperatuur)
100 gr versgeraspte jonge kaas
2 eetlepels versgehakte
peterselie
Maal de amandelen in de keukenmachine of in een rauwkostmolen niet al te
fijn.
Doe de verse roomkaas in een kom en meng er de geraspte kaas, de
peterselie en de helft van de noten door.
Vorm van dit mengsel 20 balletjes
ter grootte van een walnoot.
Wentel de balletjes door de rest van de gemalen
noten, zodat ze rondom zijn bedekt.
Laat de kaastruffels in de koelkast ± 1
uur opstijven.
Leg elke kaastruffel in een papieren of metalen bonbonvormpje.
250 gr niet te rijpe brie
1/2 krop eikenbladsla
3 eetlepels olie
1
eetlepel kruidenazijn
1 mespuntje mosterd
1 klein trosje druiven
12
gepelde walnoten
Snijd de kaas in 12 dunne plakjes en leg die drie aan drie in een waaiertje
op bordjes.
Halveer en ontpit de druiven.
Leg op ieder bordje aan de punt
van het kaaswaaiertje op ieder plakje 2
halve druiven.
Maak de sla schoon
en pluk er de blaadjes af.
Roer een sausje van de olie, azijn en mosterd en
maak de slablaadjes hiermee aan.
Zet de bordjes onder een hete grill tot de
kaas net begint te smelten en de druiven warm zijn.
Leg op ieder bordje een
plukje sla en op ieder plakje kaas een halve walnoot.
4 broodjes
4 vegetarische hamburgers (Tivall)
4 tomaten in plakjes
1
avocado
1 eetlepel citroensap
100 gr roomkaas
2 eetlepels
mayonaise
1 theelepel chilipoeder
Bak de hamburgers warm en bruin.
Meng het vruchtvlees van de avocado, de
roomkaas, het chilipoeder, het citroensap en peper en zout tot een
moes.
Snijd de broodjes open, leg de burgers erin, doe er wat plakjes tomaat
op en besmeer het dik met de avocadosaus.
(± 16 stuks)
500 gr bruin meel
20 gr gist
2 1/2 dl lauwwarm water
30 gr
boter
10 gr uienzout
150 gr uien
20 gr boter
Voor de afwerking:
100 gr gemalen kaas
100 gr uien
1 ei
1/2 dl
melk
Maak de gist aan met een gedeelte van het lauwwarme water.
Maak een
kuiltje in het meel en giet daar de aangemaakte gist, de zachte boter en de rest
van het lauwwarme water in.
Strooi het zout langs de buitenrand.
Kneed er
een deeg van en laat dit tot de dubbele hoeveelheid rijzen.
Snijd de uien
klein, bak ze in de boter lichtbruin en kneed ze door het deeg.
Verdeel het
deeg in stukken van ± 50 gr.
Rol elk deegstukje rond op en druk het met de
handen plat.
Druk het broodje dan met de vingers in het midden nog platter,
zodat als het ware een deegrand wordt gevormd.
Leg de broodjes op een
ingevette bakplaat en laat ze rijzen tot het volume bijna is verdubbeld.
Afwerking:
Hak de uien fijn, meng ze met de gemalen kaas en verdeel dit
mengsel over de holten van de broodjes.
Klop het ei los met een scheutje melk
en giet dit op het ui-kaasmengsel.
Bak de broodjes 20 minuten op 220°C.
2 dl Pale Ale
250 gr Cheddar in kleine blokjes
2 theelepels (Engelse)
mosterd
peper
4 dikke sneetjes geroosterd wit casinobrood
Verwarm de grill voor.
Verwarm het bier met de kaas, de mosterd en de
peper al roerend tot een vloeibare massa.
Leg het brood op bakpapier en
schenk het mengsel erover.
Laat het onder de grill 2 minuten kleuren.
Tip: Leg eerst wat uitgebakken spekjes, een plakje ham, schijven tomaat of een spiegelei op de toast.
8 in vieren gesneden en ontpitte rode paprika's
100 gr
paardenbloemblaadjes
- 1/2 bosje basilicum
1 gepeld teentje knoflook
80
gr geroosterde pijnboompitten
30 gr paneermeel
4 geitenkaasjes (± 120 gr
per stuk)
3 eetlepels maïsolie
2 eetlepels witte wijnazijn
1 eetlepel
mosterd
peper, zout
3 eetlepels hazelnootolie
Leg de paprikastukken met de schil naar boven op een met aluminiumfolie
beklede bakplaat en bak ze ± 20 minuten in een op 220°C voorverwarmde oven of
tot de schil begint te blakeren.
Haal ze uit de oven en bedek met een
vochtige keukenhanddoek tot ze zijn afgekoeld.
Mix de helft van de
paardenbloemblaadjes, de helft van de basilicum, de knoflook, de pijnboompitten
en het paneermeel in de blender.
Bestrijk de geitenkaasjes met 1 eetlepel van
de maïsolie, wentel ze in het kruidenmengsel en leg ze in een
ovenschotel.
Bak de geitenkaasjes 8 minuten in een op 200°C voorverwarmde
oven.
Verwijder de schillen van de paprika's en halveer elk stuk in de
lengte.
Leg ze nogmaals 3 minuten in de hete oven.
Meng de witte
wijnazijn, de mosterd, peper, zout, de hazelnootolie en de rest van de maïsolie
tot een vinaigrette.
Leg de warme geitenkaasjes op borden, schik de paprika's
eromheen, overgiet met de vinaigrette en garneer met de rest van het basilicum
en de paardenbloemblaadjes.
1 krop Romaanse sla
1 krop krulandijvie
200 gr geitenkaas
Voor de dressing:
3 eetlepels (olijf)olie
1 eetlepel rode
wijnazijn
peper, zout
1 theelepel honing
1 theelepel mosterd
Voor de garnering:
25 gr zonnebloempitten
12 witte of blauwe druiven
Maak de beide slasoorten schoon, scheur ze klein en schik op de sla op 4
bordjes.
Snijd de geitenkaas in plakjes en leg die op de sla.
Vermeng de
ingrediënten voor de dressing en kwast de sla met de dressing in.
Rooster de
zonnebloempitten licht in een droge koekenpan en strooi ze over
de
salade.
Garneer met de druiven.
U kunt deze salade ook als nagerecht serveren met toast en een glas rode port.
1 kleine krop kropsla
1 kleine krop rode kropsla of 1 kropje Batavia
1
krop Romaanse sla
1 krop krulandijvie
200 gr tomaten
1 gele
paprika
150 gr Camembert of jong belegen Goudse
150 gr gekookte ham (dikke
plak)
6 sneetjes witbrood
30 gr boter
Voor de dressing:
3 lente-uitjes
1 bekertje zure room
2 eetlepels
mayonaise
zout, peper
paprikapoeder
Maak de kropsla, de rode kropsla of Batavia en de krulandijvie schoon en pluk
ze in stukjes.
Snijd het hart van de Romaanse sla in vieren.
Maak de
tomaten en de paprika schoon; snijd de tomaten in parten en de paprika in
reepjes.
Snijd de kaas in blokjes en de ham in reepjes.
Snijd het brood in
blokjes en bak deze in de hete boter aan beide kanten bruin.
Maak de dressing
door de lente-uitjes fijn te snijden en met de overige ingrediënten te
vermengen.
Schik de rode kropsla of Batavia en de krulandijvie op een grote
platte schaal.
Meng een deel van de dressing door de tomaten, paprika, kaas
en ham.
Maak een compositie van de slaharten, het tomaatmengsel en de
croûtons en serveer de rest van de saus er apart bij.
1 krop rode kropsla
6 tomaten
1 mini-komkommer
1 gele en 1 groene
paprika
1 ui
3 eetlepels (olijf)olie
1 1/2 eetlepel balsamico- of
wijnazijn
zout, peper
200 gr fetakaas
100 gr zwarte olijven
oregano
Maak de sla schoon en droog en bekleed er een slaschaal mee.
Snijd de
tomaten in plakjes, de komkommer in blokjes, de paprika's in reepjes en de ui in
ringen.
Verdeel de groenten over de sla.
Schenk er druppelsgewijs de olie
en azijn over en breng het geheel op smaak met zout en peper.
Snijd de kaas
in blokjes en leg die op de salade.
Garneer met de olijven en bestrooi de
salade naar smaak met oregano.
3 bosjes radijs
150 gr jong belegen kaas
2 hardgekookte
eieren
bieslook
100 gr veldsla
Voor de dressing:
6 eetlepels olie
3 eetlepels azijn
1 theelepel
mosterd
peper, zout
snufje suiker
Maak de radijzen schoon, was ze en snijd ze in plakjes.
Snijd de kaas in
lucifervorm (3 cm lang, 1/2 cm breed).
Snijd de gepelde eieren in
plakjes.
Knip de gewassen bieslook klein.
Maak de veldsla schoon, was en
droog deze.
Bekleed een grote slabak met de veldsla en meng de overige
ingrediënten in
het midden van de bak.
Maak de dressing door de
ingrediënten goed te mengen en giet deze van buiten naar binnen over de
salade.
Schep het middengedeelte een keer goed om.
Per persoon:
100 gr Gruyère
100 gr Emmentaler
100 gr Tilsitter (of
Appenzeller)
1 glas droge witte (liefst Zwitserse) wijn
En verder:
enkele teentjes knoflook
1 borrelglas kirsch
versgemalen
peper, nootmuskaat
(bij voorkeur oud) stokbrood
een gietijzeren of stenen
fonduepan
een brander
(maïzena)
witte droge fruitige wijn om te drinken
(drink bij kaasfondue nooit rode wijn)
Smeer de fonduepan in met een teentje knoflook en verwarm de
wijn in deze
pan.
Voeg de gemalen kaas toe en laat die onder voortdurend roeren smelten (u
moet veel en goed roeren om een homogene massa te krijgen).
De fondue mag
niet koken, maar moet tegen de kook aan worden gehouden.
Voeg aan het eind de
kirsch, nog wat knoflook uit de pers en verse, grof gemalen peper en nootmuskaat
toe.
Als de fondue iets te dun is, of als u bang bent dat hij weer
gaat
ontbinden, kunt u wat maïzena gebruiken; die kunt u dan
het best aanmaken met
de kirsch.
Het stokbrood moet lekker knapperig zijn. Daarom wordt in
Zwitserland en Frankrijk oud brood aanbevolen. Het Nederlandse
stokbrood is
meestal te klef en is, als het een dag oud is, niet knapperig maar
taai.
Gesneden stokbrood even oppiepen in de oven levert meestal wel
een
redelijk resultaat.
Geef er gemengde sla, wat druiven en mandarijnpartjes
bij.
Een alternatieve methode om kaasfondue te maken is met een roux. Het voordeel is, dat u een homogeen mengsel krijgt, dat minder gevoelig is voor temperatuurschommelingen. Het nadeel is, dat het al snel een beetje melig smaakt en dat het eigenlijk geen fondue is, maar saus. Gebruik deze methode als veilige methode onder minder gunstige omstandigheden, bijvoorbeeld tijdens kampeervakanties.
Er is verschil tussen vleesfondue- en kaasfonduevorken. De kaasfonduevorken hebben geen 'weerhaakjes'.
600 gr geraspte Gruyère
600 gr geraspte Emmentaler
6 dl droge witte
wijn
10 teentjes knoflook
6 theelepels maïzena
2 theelepels
mosterd
2 eetlepels verse bieslook
2 eetlepels fijngehakte
peterselie
peper
stokbrood
250 gr champignons
100 gr worteltjes
1
paprika
3 tomaten
2 kiwi's
2 perziken
Snijd de teentjes knoflook klein, voeg ze toe aan de wijn en laat het geheel
24 uur afgedekt staan (niet in een plastic doos, want dat gaat stinken).
Maak
de champignons, worteltjes, paprika en tomaten schoon en verdeel ze over
schoteltjes die rondom de fonduepan kunnen worden opgesteld.
Doe hetzelfde
met het fruit.
Maak de knoflookwijn warm.
Maak de maïzena aan, bij
voorkeur met een beetje van dezelfde wijn en voeg het papje aan de wijn
toe.
Doe er de mosterd bij en voeg geleidelijk en onder voortdurend roeren de
kaas toe.
Blijf roeren tot de kaas helemaal is gesmolten.
Doe er op het
laatst de bieslook en de peterselie bij.
Doe de fondue over in een
voorverwarmde caquelon (stenen schaal) en strooi er de versgemalen peper
over.
Houd de caquelon op een réchaud of een fonduestel goed warm.
Variaties:
- In plaats van emmentaler en gruyère kunt u ook goed Hollandse
kazen
gebruiken.
- De genoemde groenten en het fruit kunt u variëren
(maïs, bleekselderij,
peer).
- Als u geen tijd heeft om de knoflook 24 uur
te laten intrekken, kunt u
in plaats daarvan de caquelon met knoflook
inwrijven.
500 gr geraspte kaas
3 gesnipperde uien
2 geperste tenen knoflook
1
liter tomatensap
1 kopje bloem
zonnebloemolie
chilipoeder
Bak de uien in de zonnebloemolie en voeg de knoflook toe.
Doe er om en om
bloem en tomatensap bij en roer alles goed door.
Voeg naar smaak chilipoeder
toe.
Doe er de kaas bij en roer tot de kaas helemaal is gesmolten.
Geef er
stokbrood en een salade bij.
300 gr Emmentaler of Maasdammer
300 gr Gruyère of Pardano
300 gr
Kernhem
125 gr Paturain
4 tenen knoflook
5 dl witte wijn
1 plakje
ham
2 bosuitjes
12 gr maïzena
peper, nootmuskaat
2 stokbroden
Snipper de ham en de bosuitjes en meng ze met de kaas, de wijn, de knoflook
en de kruiden.
Verwarm de fondue onder af en toe roeren op een laag
pitje.
Maak een papje van de maïzena en wat wijn en voeg dit, als alle kaas
is gesmolten, onder goed roeren aan de fondue toe.
Desgewenst kunt u een paar
stukjes gedroogde tomaat toevoegen.
1/2 liter droge witte wijn
1 teen knoflook
400 gr jong belegen
kaas
400 gr oude of belegen kaas
een scheutje kirsch
1-2 eetlepels
maïzena
Breng de wijn aan de kook.
Wrijf de fonduepan in met de knoflook en pers
de rest boven de wijn uit.
Los de kaas in de hete wijn op, bind licht met een
maïzenapapje en voeg een scheutje kirsch toe.
(2 personen)
± 35 gr boter
± 35 gr bloem
1/4 liter melk
2 eierdooiers
peper,
zout
ham, champignons
200-300 gr geraspte kaas (extra belegen, of een
mengsel van oud en belegen)
Smelt de boter en roer de boem erdoor tot het deeg van de bodem van de pan
loslaat.
Roer er scheut voor scheut de melk door en meng er in gedeelten de
kaas door tot alles is gesmolten.
Voeg de eierdooiers toe en roer opnieuw
goed
Voeg naar smaak zout en peper toe.
Voeg er tenslotte gebakken
champignonplakjes en in stukjes gesneden ham aan toe.
250 gr mosterdcervelaat aan een stukje
1/2 bakje champignons
ciabatta
en/of notenbrood
4 dl droge witte wijn
1/2 eetlepel gezeefd
citroensap
250 gr gemalen Emmentaler
250 gr gemalen Gruyère
125 gr
gemalen Tilsitter
1 borrelglas kirsch of jenever
1 eetlepel
aardappelmeel
1 teentje knoflook
Snijd de worst in halve plakjes.
Halveer de champignons of snijd ze in
vieren en bedruppel ze met citroensap.
Verwarm het brood en snijd het in
blokjes.
Laat de wijn met het citroensap opbruisen en roer de kaas er in
gedeelten bij, zodat deze oplost.
Voeg steeds pas weer nieuwe kaas toe als de
vorige is opgenomen; houd het tegen de kook aan.
Roer het aardappelmeel met
de kirsch tot een papje en roer dit bij de kaas, zodat de massa licht
bindt.
Wrijf een caquelon (kaasfondueschaal van aardewerk) met het
opengesneden teentje knoflook in, schenk de warme fondue erin en zet het op een
tafelréchaud.
Prik steeds een stukje cervelaat, champignon of brood aan een
(fondue)vork en doop dit in de kaas.
Voor de fondue:
1 teentje knoflook
1 eetlepel olie
1 gesnipperde
ui
1/2 liter kruidenbouillon (van tablet)
4 dl halfvolle melk
200 gr
Gorgonzola
200 gr geraspte jong belegen 40+-kaas
1 eetlepel maïzena
1/2
dl sherry
2 gedroogde tomaten in kleine reepjes
1 theelepel verse
tijmblaadjes
4 gehakte blaadjes basilicum
zout, versgemalen peper
Voor de dip:
1 kg groenten, zoals (geblancheerde) broccoli- en/of
bloemkoolroosjes, kerstomaatjes, stukjes gekookte schorseneren, (geblancheerde)
bleekselderij, (geblancheerde) worteltjes, rode en gele paprikareepjes,
artisjokhartjes (uit blik)
een kaasfonduepan
fonduevorkjes
Wrijf de fonduepan in met knoflook.
Bak de ui zachtjes in de olie, blus af
met de kruidenbouillon en de melk en breng het aan de kook.
Voeg beide
kaassoorten toe en laat die smelten.
Maak de maïzena met water aan en bind de
kaasfondue hiermee.
Schenk de sherry erbij en voeg de tomaten, de
tijmblaadjes en basilicum toe.
Breng eventueel op smaak met zout en
versgemalen peper.
Schik de groenten soort bij soort op een schaal.
600 gr jonge kaas
600 gr belegen kaas
6 dl droge witte Franse
wijn
10 teentjes knoflook
6 afgestreken theelepels maïzena
2 theelepel
mosterd
2 eetlepel versgehakte bieslook
versgemalen peper
2 eetlepel
versgehakte peterselie
Om te dippen:
4 stokbroden
diverse (in 5-10 minuten beetgaar) gekookte
en rauwe groenten, zoals champignons (ook beignets hiervan), worteltjes,
paprika, tomaten, maïs, bleekselderij enz.
Diverse soorten fruit, zoals kiwi,
perzik, peer
Snijd de teentjes knoflook klein, voeg ze bij de wijn en laat het geheel
afgedekt 24 uur staan (niet in een plastic doos).
Verwarm dan de wijn met de
knoflook.
Maak de maïzena aan en voeg deze bij de wijn.
Doe er dan de
mosterd bij.
Voeg geleidelijk de kaas toe en blijf roeren tot die is
gesmolten.
Roer er als laatste de bieslook en peper door.
Doe het mengsel
over in een voorverwarmde caquelon en houd die op tafel op een réchaud warm.
7 uien
7 teentjes knoflook
80 gr boter
50 gr bloem
1
runderbouillontablet
1 theelepel tijm
450 gr extra belegen geraspte
kaas
1/2 liter melk
Los het bouillontablet op in 1 dl water en laat dit afkoelen.
Snijd de
uien en de knoflook fijn en bak ze op laag vuur in 30 gr boter glazig.
Maak
een roux van de bloem en 50 gr boter.
Voeg de bouillon aan de roux toe en
zoveel melk tot een mooie gladde saus ontstaat.
Roer er vervolgens de tijm en
het ui-knoflookmengsel door.
Breng het op halfhoog vuur al roerend op
temperatuur en laat er langzaam de kaas in smelten.
Blijf roeren tot alle
kaas is gesmolten.
Serveer de fondue op een fonduebrander.
Lekker met
stokbrood, champignons, stukjes paprika en kleine geblancheerde roosjes
bloemkool of broccoli.
560 gr geraspte Emmentaler of Gruyère
5 eetlepels slagroom
3-4
eidooiers
8 dl witte wijn
peper, geraspte nootmuskaat
Meng alle ingrediënten in een fonduepan.
Laat het mengsel al roerend op
een zo laag mogelijk vuur smelten en wat indikken, maar laat het niet aan de
kook komen, want dan gaat het klonteren.
Serveer het gerecht in de
fonduepan.
Lekker met geroosterd brood, met pasta of met in de schil gekookte
aardappelen.
(2 personen)
20 takjes kervel
20 sprietjes bieslook
150 gr jong belegen kaas
100
gr Kernhem kaas
1 teentje knoflook
1 1/2 dl droge witte wijn
1/2
eetlepel maïzena
1 eetlepel cognac
peper
Hak de groene kruiden fijn.
Rasp de kaas.
Wrijf een braadpan en een
aardewerk fonduepan (speciaal voor kaas) in met
het opengesneden teentje
knoflook.
Doe de wijn in de braadpan en verwarm hem tot hij bruist.
Voeg
al roerend de beide kaassoorten toe en blijf roeren tot ze zijn
gesmolten.
Roer de maïzena glad met 1 eetlepel water en bind de fondue
hiermee.
Roer de cognac en de groene kruiden erdoor en breng de fondue op
smaak met peper.
Giet de fondue over in de fonduepan.
Lekker met stokbrood
en komkommer.
(2 personen)
4 kleine aardappelen
300 gr bloemkoolroosjes
300 gr
broccoliroosjes
1 teentje knoflook
1 dl witte wijn of appelsap
2 bakjes
kaasspread naturel (á 200 gr, Linera)
3 theelepels maïzena
versgemalen
zwarte peper, nootmuskaat
Schil en was de aardappelen en kook ze in 20 minuten gaar.
Kook de
bloemkool en de broccoli in 6 minuten beetgaar.
Wrijf een steelpan in met de
knoflook, voeg de wijn toe en breng die aan de kook.
Voeg de kaasspread toe
en laat die op zacht vuur smelten.
Roer de maïzena met 3 eetlepels koud water
glad en voeg dit al roerend aan de fondue toe.
Blijf roeren tot een
lichtgebonden saus is ontstaan en breng op smaak met peper.
Verdeel de fondue
over 2 schaaltjes en bestrooi met een snufje nootmuskaat.
Doop de groenten
hierin.
Serveer er boerenbrood bij.
(2 personen)
4 stengels bleekselderij
300 gr tomaten
1 appel
5 theelepels
citroensap
100 gr champignons
200 gr fonduekaas (zakje)
2 dl witte
wijn
1 teentje knoflook
1 mespunt nootmuskaat
1 mespunt peper
5
theelepels maïzena
2 eetlepels verse peterselie
1 1/2 eetlepel verse
bieslook
Was de tomaten, bleekselderij en appel.
Snijd de bleekselderij in stukjes
van ± 3 cm en de tomaten in partjes.
Verwijder het klokhuis uit de appel,
snijd hem in partjes en besprenkel die met 1 theelepel citroensap.
Was de
champignons en dep ze met keukenpapier droog.
Halveer grote champignons en
besprenkel ze met de rest van het citroensap.
Leg de groenten en het fruit op
een schaal.
Bereid de kaasfondue met de wijn, de knoflook, nootmuskaat en
peper volgens de gebruiksaanwijzing op het pak.
Roer de maïzena in een kopje
met 2 eetlepels koud water en voeg dit mengsel al roerend aan de kaasfondue
toe.
Knip de peterselie en de bieslook in een kopje fijn en roer ze door de
fondue.
Zet de kaasfondue op een réchaud en doop er aan tafel de groenten en
het fruit in.
Lekker met bruin stokbrood.
3 eetlepels boter
3 eetlepels bloem
peper
1 3/4 dl koffieroom of
gewone melk
1 3/4 dl kalfs- of kippenbouillon
1/2 theelepel
uienpoeder
250 gr geraspte Hollandse kaas (bijvoorbeeld half Goudse, half
Leidse of half Goudse, half Edammer)
een scheutje kirsch
in stukjes
gesneden bruin brood
Smelt de boter, voeg de bloem en peper toe en roer de massa glad.
Schenk
er al roerend bij gedeelten de koffieroom of melk en de bouillon bij.
Voeg
daarna het uienpoeder toe.
Laat het geheel even doorkoken en enigszins dik
worden.
Voeg dan al roerend de geraspte kaas toe en blijf roeren tot deze is
gesmolten.
Schenk tenslotte de kirsch over de fondue en laat deze even
branden.
1 zeer fijn gesneden ui
30 gr boter
6 ontvelde en in blokjes gesneden
tomaten
1 geperst teentje knoflook
1 theelepel tijm
2 dl droge witte
wijn
400 gr grof geraspte belegen kaas
2 eetlepels fijngesneden verse
basilicum
zout, peper
Bak de ui 5 minuten zachtjes in de boter.
Voeg de tomaatstukjes, de
knoflook en de tijm toe en laat alles op zacht vuur ± 10 minuten
sudderen.
Roer de witte wijn erdoor en laat die goed warm worden.
Roer er
daarna in gedeelten de kaas door en laat die smelten.
Roer er voor het
serveren de basilicum door en breng op smaak met zout en peper.
Lekker om mee
te dippen: stokbrood of ciabatta, olijven, kleine even gekookte champignons,
kerstomaatjes, broccoliroosjes (even gekookt), gekookte krieltjes.
1 ui
1 groene paprika
1 eetlepel olijfolie
1 teentje knoflook
2
blikken gepelde tomaten (á 400 gr)
200 gr geraspte belegen kaas
200 gr
geraspte oude kaas
1/2 theelepel tijm
1/2 theelepel paprikapoeder
zout,
peper
1 eetlepel maïzena
Pel de ui en het teentje knoflook.
Maak de paprika schoon en snijd hem en
de ui in kleine stukjes.
Verhit de olie in een braadpan en fruit de ui, de
paprika en het uitgeperste teentje knoflook hierin.
Voeg de tomaten met het
sap toe, breng alles aan de kook en laat de tomaten ± 10 minuten zachtjes
koken.
Voeg de geraspte kaassoorten toe en laat deze al roerend
smelten.
Breng de fondue op smaak met de tijm, het paprikapoeder, peper en
zout.
Roer de maïzena met een beetje water tot een papje en bind de fondue
hiermee.
Schenk de fondue over in een fonduepan en houd de fondue op en
réchaud of spiritusbrander warm.
Serveer er stokbrood en komkommersalade bij.
Wrijf met een opengesneden knoflookteentje langs de wanden van een (liefst
vuurvaste) fonduepan of caquelon.
Schenk er 4 dl droge witte wijn in, voeg
100 gr mierikswortelroomkaas toe en verwarm dit al roerend tot tegen de kook
aan.
Laat dan 250 gr geraspte jong belegen kaas en 250 gr geraspte gruyère in
de saus smelten.
Bind de fondue bij met 2 eetlepels (met water losgeroerde)
maïzena.
Om mee te dippen:
blokjes ciabattabrood en blokjes
boerenroggebrood.
Een schaaltje met 150 gr (extra grote) gekookte tortellini,
300 gr zalmforelfilet in blokjes (en een schaaltje dillegroen), 150 gr gekookte
mosselen.
En even geblancheerde groenten:
Parijse worteltjes, broccoliroosjes,
peultjes en warme krieltjes (en een schaaltje bieslook).
(2 personen)
Van blauwschimmelkaas maakt u een lekkere pittige fondue. U kunt elke soort
blauwschimmelkaas nemen. Denk er wel aan dat bijvoorbeeld Danablue en Roquefort
een stuk pittiger zijn dan bijvoorbeeld Blue Castello, Bleu
d'Auvergne of
Gorgonzola.
1 teentje knoflook
2 1/2 dl droge witte wijn
150 gr geraspte jong
belegen kaas
100 gr blauwschimmelkaas
1 bakje champignons
3 theelepels
maïzena
Wrijf de binnenkant van een caquelon in met het doorgesneden teentje knoflook
en schenk er 2 dl van de wijn in.
Verwarm de wijn onafgedekt tot er kleine
belletjes beginnen op te stijgen.
Roer de jong belegen kaas door de wijn en
verkruimel de blauwschimmelkaas erboven.
Roer alles goed door
elkaar.
Verwarm de fondue tot de kaas gesmolten is.
Roer de fondue steeds
goed door.
Veeg intussen de champignons schoon en snijd ze in
plakjes.
Maak de maïzena aan met de rest van de wijn en voeg dit al roerend
aan de fondue toe.
Blijf roeren tot de fondue mooi gebonden is.
Voeg de
champignons toe en verwarm de fondue nog enkele minuten goed.
Roer nogmaals
goed door.
Zet de fondue op een réchaud en geef er stokbrood of Turks brood
en een salade bij.
Zet bij deze pittige fondue ook stukjes paprika en bleekselderij op tafel om in de fondue te dopen.
zout
500 gr prei
400 gr roggebrood
600 gr cheddar
1/4 liter
Guinness
2 theelepels maïzena
2 eetlepels whisky
versgemalen zwarte
peper
enkele druppels worcestershiresaus uit Engeland
Breng in een pan water met wat zout aan de kook.
Was de schoongemaakte
prei grondig, snijd de stelen in stukjes van ± 1 cm breed en kook die 2-3
minuten in het water.
Giet ze af en laat ze goed uitlekken.
Snijd het
roggebrood in blokjes en zet die samen met de prei op tafel.
Snijd de cheddar
zonder de korst in kleine blokjes of rasp de kaas grof.
Verhit het bier in
een caquelon, voeg in kleine porties tegelijk de kaas toe en laat die al roerend
smelten.
Maak de maïzena aan met de whisky, giet dit mengsel bij de kaas en
breng het al roerend aan de kook.
Breng het op smaak met peper en
worcestershiresaus.
Houd de fondue op een réchaud of op een laag pitje tegen
de kook aan.
Aan tafel worden het brood en de prei aan de fonduevorken
geprikt en in de kaasfondue gedoopt.
200 gr grofgeraspte Zwitserse Emmentaler
400 gr grofgeraspte Zwitserse
Gruyère
1 teentje knoflook
2 eetlepels maïzena
1 eetlepel
citroensap
3 dl droge witte wijn
1 klein glaasje Kirsch of andere
vruchtenbrandewijn
nootmuskaat, peper
in stukjes gesneden knapperig
stokbrood
Wrijf de fonduepan in met het teentje knoflook; giet de wijn erin en verwarm
deze, maar laat de wijn niet aan de kook komen.
Voeg het citroensap toe,
alvorens de geraspte Emmentaler en Gruyère in de wijn te roeren.
Blijf onder
voortdurend verwarmen roeren tot een mooi homogeen mengsel van kaas en wijn
ontstaat.
Voeg, zodra de fondue mooi smeuïg is, het glaasje brandewijn
waarin
de maïzena is opgelost toe.
Kruid de fondue naar smaak met geraspte
nootmuskaat en peper uit de molen.
Serveer met kleine stukjes knapperig
stokbrood.
1 teentje knoflook
4 dl droge witte wijn
300 gr geraspte
Emmentaler
300 gr geraspte Gruyère
2 eetlepels maïzena
4 eetlepels
kirsch of melk
zout, peper
1 mespunt nootmuskaat
1 stokbrood
Pel het knoflookteentje, halveer het en wrijf hiermee een niet te grote pan
met dikke bodem of fonduepan in.
Schenk de wijn in de pan en verhit die tot
de wijn begint te bruisen.
Voeg de kaas toe en laat die, al roerend met
houten lepel smelten.
Roer in een kopje de maïzena met de kirsch of melk glad
en roer dit door de fondue.
Breng op smaak met zout, peper en
nootmuskaat.
Houd de fondue aan tafel op een brander of andere warmtebron
warm.
Prik blokjes stokbrood aan een fonduevork en doop die in de
fondue.
Serveer met gemengde sla.
1 gehalveerd teentje knoflook
360 gr geraspte Gruyère
240 gr geraspte
Alpenkaas (Sbrinz of Friese Kanter)
3 dl witte wijn
1 koffielepel
citroensap
3 afgestreken koffielepels maïzena
1/2 dl Kirschwasser (1
glaasje)
2 eetlepels fijngehakte kruiden (dragon, citroenkruid, alsem)
2
gepelde en ontpitte tomaten in brunoise (blokjes)
50 gr gedroogde en geweekte
morilles (champignons)
boter
peper, nootmuskaat
Strijk een fonduepot (caquelon) in met het halve teentje knoflook.
Vermeng
de geraspte kaassoorten goed en doe hem in de pan.
Roer de wijn, de maïzena
en het citroensap door elkaar en meng het door de kaas.
Breng alles onder
stevig roeren aan de kook.
Roer met een houten lepel in 8-vorm, zo wordt de
kring onderbroken en
kan de kaas niet in draden trekken.
Voeg het
Kirschwasser toe en breng verder op smaak met peper en nootmuskaat.
Laat
zachtjes verder koken.
Laat de morilles ondertussen 5 minuten weken in koud
water.
Laat ze uitlekken, snijd ze in stukjes en laat ze 10 minuten smoren in
boter.
Roer de morilles samen met de stukjes tomaat en de fijngehakte
kruiden
door de fondue en zet de fonduepot op een verwarmingselement op
tafel.
Serveer met ± 250 gr stokbrood per persoon.
Tip: Is de fondue te dik, roer er dan een glaasje warme witte wijn
door.
Is hij te dun, voeg dan al roerend een handvol gemalen kaas toe of dik
de saus bij met maïzena, aangelengd met witte wijn.
Klontert de gesmolten
kaas, voeg dan wat citroensap of wijnazijn toe.
20 gr + 5 gr boter
2 eetlepels bloem
2 dl melk
2 dl water
40 gr
geraspte gruyère
3 eieren + 1 eidooier
zout, peper, nootmuskaat
Smelt de 20 gr boter op laag vuur en roer de bloem erdoor.
Roer er, als
het mengsel begint te schuimen, de warme met water aangelengde melk
door.
Laat het mengsel, onder voortdurend roeren, 5-6 minuten koken.
Haal
de pan van vuur en voeg een snufje zout toe.
Verwarm oven voor op
1800°C.
Splits de eieren (u heeft dan 3 eiwitten en 4 eidooiers).
Klop de
eiwitten met de mixer heel stijf.
Roer de losgeklopte dooiers door de lauwe
saus, voeg de kaas toe en breng op smaak met peper, zout en
nootmuskaat.
Spatel de stijfgeklopte eiwitten er voorzichtig door.
Beboter
een vorm en vul deze voor 3/4 met het kaasmengsel.
Zet de vorm laag in de
oven, zodat zich aan de bovenkant niet te snel een korstje kan vormen en bak de
soufflé 20 minuten.
Serveer direct.
60 gr boter
50 gr bloem
1/4 liter melk
zout, peper, nootmuskaat
4
eidooiers
3 eiwitten
100 gr geraspte gruyère of belegen Goudse
50 gr
Leerdammer
Smelt de boter en roer er de bloem door tot een egaal papje ontstaat.
Voeg
geleidelijk de melk toe en verwarm met tussenpozen tot een gladde saus
ontstaat.
Voeg een extra klontje boter toe en breng de saus op smaak met
peper, zout en nootmuskaat.
Klop de dooiers los en voeg ze van het vuur af
aan de saus toe.
Klop de eiwitten stijf en spatel ze met de geraspte kaas
door de saus.
Breng dit mengsel over in een beboterde ovenschotel en strooi
er wat geraspte kaas over.
Zet dit ± 20 minuten in een matig warme
oven.
De kaassoufflé is klaar als de kleur goudbruin is.
Serveer
direct.
Geef er stokbrood of roggebrood bij.
50 gr boter
50 gr bloem
3 dl melk
100 gr geraspte gruyère
50 gr
geraspte emmentaler
2 eetlepels crème fraîche
zout, peper
mespuntje
nootmuskaat
4 (scharrel)eieren
(1 eetlepel boter om in te vetten)
een
soufflévorm of hoge ronde ovenschaal (doorsnede ± 18 cm)
Verwarm de oven voor op 200°C en vet de vorm in.
Smelt de boter in een
pan, roer de bloem erdoor, voeg al roerend scheutje voor scheutje de melk toe en
blijf roeren tot een dikgebonden saus ontstaat.
Roer de geraspte kaassoorten
en de crème fraîche erdoor en breng op smaak met zout, peper en
nootmuskaat.
Splits de eieren boven 2 kommen.
Roer van het vuur af de
dooiers door de kaassaus.
Klop de eiwitten stijf en spatel ze voorzichtig
door de saus.
Schep het mengsel in de vorm en laat het in het midden van de
oven in ± 40 minuten mooi rijzen en goudbruin bakken (= soufflé).
Serveer
direct met gemengde sla.
25 gr boter
25 gr bloem
2 1/2 dl bouillon
peper, zout
100 gr
geraspte belegen Goudse
2 eetlepels fijngehakte bieslook
3 eieren
Kan als één grote of 4 kleine soufflés worden gemaakt. Een grote moet 25 minuten in de oven en de kleintjes 15 minuten.
Smelt de boter en roer er de bloem door.
Giet er onder goed roeren de
bouillon scheutje voor scheutje bij.
Laat dit tot een saus binden.
Laat de
kaas daar voorzichtig in smelten en breng op smaak met peper, zout en
bieslook.
Splits de eieren en roer de eidooiers door de saus.
Klop de
eiwitten zeer stijf met een snufje zout en spatel ze luchtig door de
kaassaus.
Verdeel de massa over de vorm(pjes) en bak het in een op 200°C
voorverwarmde oven.
(2 personen)
4 kerstomaatjes
2 bosuitjes
100 gr zachte geitenkaas
2 eieren
25
gr boter
25 gr bloem
2 dl melk
1 theelepel majoraan
Verwarm de oven voor op 200°C.
Snijd de tomaatjes in vieren en de uitjes
in ringetjes.
Verkruimel de kaas en splits de eieren.
Smelt de boter in
een pan en roer de bloem erdoor.
Roer er scheutje voor scheutje de melk door
en blijf roeren tot een gladde gebonden saus ontstaat.
Roer er van het vuur
af de dooiers, de kaas en de majoraan door en voeg naar smaak zout en peper
toe.
Klop de eiwitten stijf en spatel deze luchtig door de saus.
Vet een
souffléschaal in en schep het mengsel erin.
Strooi de tomaat en de bosui
erover.
Laat de soufflé in de oven in ± 20 minuten rijzen en goudbruin
worden.
Lekker met pizzarolletjes.
Verwarm de oven voor op 220°C.
Bestrijk 4 soufflévormpjes (doorsnee ± 8
cm) met gesmolten boter en bestrooi ze met paneermeel.
Snijd 175 gr
geitenkaas klein en laat die op laag vuur in 1 1/4 dl slagroom
smelten.
Splits 2 kleine eieren.
Neem de gesmolten kaas van het vuur en
roer er de dooiers en 3/4 eetlepel maïzena, aangelengd met een scheutje water
door.
Breng op smaak met peper en zout.
Klop de eiwitten stijf en spatel
ze door het kaas-roommengel.
Schep het mengsel in de soufflévormpjes en laat
het in de oven in 10-15 minuten goudbruin en gaar worden.
1/2 liter melk
200 gr paneermeel
1 theelepel mosterdpoeder
1
theelepel zout
versgemalen peper
150 gr pittig geraspte kaas
2
gesplitste eieren
Verwarm de melk in een steelpan, giet hem in een kom over het paneermeel en
voeg er de kruiden, de kaas en de losgeklopte eidooiers bij.
Sla de eiwitten
in een kom stijf en schep ze luchtig door het kaasmengsel.
Giet het mengsel
in een ingevette vuurvaste schaal en zet deze 20-30 minuten in een hete oven van
200-230°C.
Serveer het gerecht direct met een knapperige salade en plakken
tomaat die met zout, peper en wat suiker zijn gekruid.
(2 personen)
4 middelgrote aardappelen
zout, peper
1/2 literblik doperwten
200 gr
extra belegen kaas waarvan 150 gr in plakken
boter
1 eetlepel fijngehakte
peterselie
Snijd de geschilde en gewassen aardappelen overlangs doormidden, zet ze op
hun snijkant in een beboterde ovenschaal en strooi er wat zout en peper
over.
Laat de doperwtjes uitlekken en snijd de 50 gr kaas in dobbelsteentjes.
Schep de kaasblokjes en de doperwten door elkaar en verdeel het mengsel met zout
en peper over de aardappelen.
Dek af met de plakken kaas en leg het deksel op
de schaal.
Zet de schotel 60 minuten in een op 225°C voorverwarmde
oven.
Neem 5 minuten voor het einde van de bereidingstijd het deksel eraf,
zodat het gerecht een mooie goudbruine kleur krijgt.
Garneer de schotel met
de peterselie.
6 sneetjes oud brood
1 potje Pesto (Grand'Italia)
3 eieren
1/8 liter
crème fraîche
1/2 dl volle melk
300 gr geraspte jong belegen kaas
Snijd de korstjes van het brood, besmeer het met de pesto en leg de sneetjes
naast elkaar in een ovenschaal.
Klop de eieren los met de crème fraîche en de
melk en schenk het mengsel over het brood in de ovenschaal.
Strooi de
geraspte kaas erover en bak de schotel in 35-40 minuten in het midden van een op
200°C voorverwarmde oven goudbruin en gaar.
(Dek de schotel af met
aluminiumfolie als de bovenkant te donker dreigt te worden).
Lekker met een
salade.
(2 personen)
1 dikke prei
4 eetlepels olijfolie
zout, versgemalen zwarte peper
2
teentjes knoflook
1 blikje tomaatstukjes (netto 400 gr)
2 theelepels
tijm
6 sneetjes oud volkorenbrood
200 gr Franse geitenkaas
6 zwarte
olijven
Verwarm de oven voor op 225°C.
Maak de prei schoon en snijd hem in dunne
ringetjes.
Verhit 1 eetlepel olie en laat de preiringetjes al omscheppend
slinken.
Voeg naar smaak zout toe.
Pers de knoflook boven de tomaatstukjes
uit en roer de tijm erdoor.
Verdeel de helft van de tomaatstukjes met het
vocht over de bodem van een ovenschaal, leg er 3 sneetjes brood in, verdeel er
de prei over en verkruimel hierboven 1/4 van de kaas.
Maal er royaal zwarte
peper boven.
Leg de andere sneetjes brood erop, verdeel de rest van de
tomaatstukjes
erover, verkruimel hierboven de rest van de kaas en garneer met
de olijven.
Bak de broodschotel in de oven in ± 20 minuten goudbruin en gaar.
2 aubergines
3 eieren
1 ui
zout
1 dl olijfolie extra vergine
2
teentjes knoflook
1 blik tomaatstukjes
2 theelepels Italiaanse
kruiden
versgemalen zwarte peper
2 bolletjes mozzarella
50 gr
Parmezaanse kaas
Snijd de aubergines in plakken, bestrooi ze met zout en laat ze ± 30 minuten
liggen.
Kook de eieren 10 minuten, pel ze en snijd ze in plakjes.
Pel en
snipper de ui.
Verhit 1 eetlepel olie in een pan en fruit de ui
glazig.
Pers de teentjes knoflook erboven uit.
Voeg de tomaat en de
kruiden toe en laat de saus ± 5 minuten sudderen.
Voeg zout en peper
toe.
Snijd de mozzarella in plakjes.
Dep de aubergine droog.
Verhit 2
eetlepels olie in een koekenpan en bak de aubergineplakken bruin.
Vet een
ovenschaal in en leg er de helft van de aubergineplakken dakpansgewijs
in.
Schep de helft van de saus erover en leg hierop de plakjes ei en de rest
van de aubergine.
Verdeel de rest van de saus erover, leg de plakjes
mozzarella erop en strooi de Parmezaanse kaas erover.
Verwarm de oven voor op
200°C en bak de aubergineschotel ± 30 minuten.
Serveer de schotel op een
réchaud.
2 eetlepels boter
1 kleine Chinese kool in dunne reepjes
1/2 groene
kool in dunne reepjes
1 zakje voorgekookte aardappelplakjes á 450 gr
(Célavita)
250 gr blauwe kaas (Danish blue of Bleu d'Auvergne)
200 gr
grofgehakte gemengde noten (walnoten, hazelnoten)
zout, peper
100-150 gr
mager ontbijtspek in plakjes
een ingevette ovenschaal
Verwarm de oven voor op 200°C.
Verhit de boter en roerbak beide
koolsoorten 10 minuten.
Roer er van het vuur af de aardappelplakjes, 200 gr
kaas en 150 gr noten door.
Breng het koolmengsel op smaak met zout en peper
en schep het in de ovenschaal.
Meng 50 gr kaas en 50 gr noten en strooi dit
over het koolmengsel.
Leg de plakjes spek op het koolmengsel en laat het
gerecht in het midden van de oven 20-30 minuten gratineren.
150 gr tarwekorrels (Natufood)
1 groentebouillontablet
2 eetlepels
olie
1 fijngesneden ui
1 rode paprika en 1 gele paprika in stukjes
1
geperst teentje knoflook
2 eetlepels fijngesneden basilicum
150 gr
gorgonzola in stukjes
2 eieren
zout, peper
een ingevette ovenschaal
Kook de tarwekorrels met 3 dl kokend water en het bouillontablet in
20-30
minuten gaar en giet ze daarna af.
Verwarm de oven voor op 225°C.
Bak de
ui, paprika en knoflook 5 minuten in de olie.
Schep de tarwe erdoor en schep
het mengsel in de ovenschaal.
Verdeel het basilicum en de gorgonzola
erover.
Klop de eieren los met zout en peper, schenk ze in de ovenschaal en
laat het gerecht in het midden van de oven in 15 minuten gratineren.
2 venkelknollen
zout, peper
1 kleine krop ijsbergsla
150 gr blauwe
kaas (bijvoorbeeld gorgonzola, bleu d'Auvergne of Danish blue) in dunne
plakken
1 dl crème fraîche
een grote ingevette ovenschaal
Snijd de venkelknollen in plakken (bewaar het venkelgroen) en kook ze ± 5
minuten in water met zout.
Spoel ze koud af en laat ze uitlekken.
Snijd
ook de krop ijsbergsla in plakken.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Leg in
de ovenschaal om en om plakken venkel, ijsbergsla en kaas.
Houd enkele
plakjes kaas apart en verkruimel die over de schotel.
Roer de crème fraîche
met zout en peper los en schenk dit over de inhoud van de schaal.
Bak het
gerecht ± 30 minuten in het midden van de oven en strooi er voor het serveren
het venkelgroen over.
1 spitskool
1 kg aardappelen
250 gr brie
4
tomaten
oregano
basilicum
gemberwortel
sesamzaad
Snijd de spitskool fijn en roerbak hem in een wok.
Kook de aardappelen en
maak er puree van.
Snijd de tomaten en de brie in plakjes.
Verwarm de oven
voor op 200°C.
Doe een laag spitskool in een ovenschaal, leg er de helft van
de brie op en weer een laag spitskool.
Leg de tomaat erop en bestrooi die met
de kruiden.
Schep hierop de aardappelpuree en strijk die glad.
Verdeel er
de rest van de brie over en strooi daar tenslotte sesamzaadjes over.
Zet de
schaal minstens 30 minuten in de oven.
(2 personen)
400 gr panklare prei
3 eieren
2 theelepels kerriepoeder
zout,
peper
4 eetlepels slagroom
50 gr geraspte kaas
125 gr camembert
Verwarm de oven voor op 200°C.
Doe de prei in een vergiet en schenk er een
ruime hoeveelheid kokend water
over.
Laat de prei uitlekken.
Klop de
eieren los met het kerriepoeder, de slagroom en zout en peper.
Roer de
geraspte kaas erdoor.
Snijd de camembert in blokjes.
Vet een ovenschaal
(in. ± 1 liter) in.
Doe de prei erin en schenk het eimengsel
erover.
Verdeel de camembertblokjes erover en bak de schotel in het midden
van de oven in ± 25 minuten goudbruin en
gaar.
Lekker met gebakken
aardappelen.
750 gr aardappelen
1 dl melk
2 gesplitste eieren
30 gr
roomboter
500 gr spinazie
200 gr belegen kaas
zout, peper,
nootmuskaat
klontjes roomboter
Maak een puree van de gekookte aardappelen, de melk, de losgeklopte dooiers
en de roomboter.
Kook de spinazie tot ze is geslonken.
Laat de groente
goed uitlekken, hak hem fijn en meng hem door de aardappelpuree.
Roer er de
in blokjes gesneden kaas door en breng het gerecht op smaak met
wat zout,
peper en nootmuskaat.
Sla de eiwitten stijf en spatel ze door het
spinazie-aardappelmengsel.
Schep het in een beboterde ovenschaal en leg de
klontjes boter erop.
Dek de schotel af met een deksel en zet hem ± 30 minuten
in de op 225°C voorverwarmde oven.
1 1/2 kg aardappelen
verse peterselie
1 bekertje zure
room
melk
Zaanse mosterd
4-6 struikjes witlof
8-12 plakjes
mosterdkaas
8-12 plakjes ham
1 zakje kaassaus
Schil en halveer de aardappelen, kook ze gaar, giet ze af en stamp ze tot een
grove puree.
Hak het groen van 2 takjes peterselie fijn en schep dit met 3
eetlepels zure room, 1 1/2 dl melk en 1 eetlepel mosterd door de puree.
Kook
de witlofstruikjes 3 minuten, neem ze uit de pan en laat ze wat
afkoelen.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Schep de puree in de ovenschaal
en strijk hem glad.
Halveer de struikjes witlof overlangs.
Leg een plakje
ham op een plakje kaas, leg er een half witlofstruikje op en rol de kaas en ham
erover.
Leg de witlofrolletjes op de puree.
Bereid de saus volgens de
aanwijzingen op het zakje en schenk haar over de witlof.
Schuif de schotel
3-5 minuten in de oven, zodat de saus goudbruin kleurt.
Strooi er nog wat
fijngeknipte peterselie over.
Kook 250 gr geweekte witte bonen in 3/4 liter water met een kruidenbouquet
gaar.
Voeg na 5 kwartier 1 theelepel zout toe.
Smoor 1/2 rode paprika in
blokjes, 2 uitgeperste teentjes knoflook, 1 fijngehakt lente-uitje en 1
theelepel verkruimelde rozemarijn in 1 eetlepel boter en roer er de uitgelekte
bonen door.
Voeg 100 gr verkruimelde roquefort en 1 dl slagroom toe en laat
de kaas smelten.
Roer er 1 bos fijngehakte peterselie door en breng op smaak
met veel versgemalen peper.
750 gr diepvriesspinazie á la crème
2 tomaten
1/2 bakje champignons á
250 gr
100 gr gorgonzola
3 theelepels majoraan
zout, peper
1/4 liter
slagroom
± 9 lasagnevellen
100 gr geraspte belegen kaas
25 gr
boter
Aluminiumfolie
Verwarm de oven voor op 200°C.
Laat de spinazie ontdooien.
Was intussen
de tomaten, maak ze schoon en snijd ze in plakjes.
Veeg de champignons met
keukenpapier schoon en snijd ze in plakjes.
Snijd de gorgonzola in
stukjes.
Smelt de boter, bak de champignons 5 minuten zachtjes, voeg de
slagroom toe en laat het geheel tot een dikkere saus inkoken.
Voeg naar smaak
zout en peper toe en doe er de helft van de geraspte kaas door.
Roer de
majoraan, zout en peper door de spinazie.
Strijk op de bodem van een
rechthoekige ovenschaal (inh. 1 liter) een dun laagje saus uit, verdeel daar een
deel van de spinazie over en bedek die met 3 lasagnevellen.
Verdeel hierover
achtereenvolgens de helft van de plakjes tomaat, weer een deel van het
spinaziemengsel, de helft van de gorgonzola en de saus.
Bedek met 3
lasagnevellen en verdeel hierover achtereenvolgens de rest van de tomaat, een
deel van de spinazie, de rest van de gorgonzola en de champignons.
Dek af met
de laatste lasagnevellen.
Verdeel hier de rest van de spinazie en de saus
over en strooi de rest van de geraspte kaas erover.
Zorg dat alle lasagne is
bedekt.
Dek de schaal af met aluminiumfolie, zet hem in de oven en verwarm de
lasagneschotel ± 30 minuten.
Verwijder het folie en laat de lasagne in nog ±
5 minuten gaar en heet worden.
(2 personen)
200 gr pasta (bijvoorbeeld penne)
25 gr boter
25 gr bloem
2 1/2 dl
melk
1 kleine rode paprika
50 gr gepeld)e walnoten
50 gr
gorgonzola
1 doosje diepvries Italiaanse kruiden
zout, peper
1 ei
Verwarm de oven voor op 200°C.
Kook de pasta volgens de gebruiksaanwijzing
op de verpakking gaar.
Smelt de boter in een pan, roer de bloem erdoor en
voeg al roerend scheutje voor scheutje de melk toe.
Blijf roeren tot een
gladde saus ontstaat en laat de saus ± 5 minuten zachtjes koken.
Maak de
paprika schoon en snijd hem in kleine stukjes.
Hak de walnoten grof.
Laat
de helft van de gorgonzola in de saus smelten.
Giet de pasta af.
Schep de
walnoten, de helft van de paprika, de Italiaanse kruiden en de helft van de saus
door de pasta en breng op smaak met zout en peper.
Vet een ovenschotel (inh.
± 1 liter) in en schep de pasta erin.
Roer het ei en de rest van de paprika
door de rest van de saus en strijk de saus over de pasta.
Snijd de rest van
de gorgonzola in stukjes en verdeel deze over de schotel.
Bak de pastaschotel
in de oven in 10-15 minuten goudbruin en gaar.
500 gr macaroni
500 gr spinazie
150 gr bacon in plakjes
300-400 gr
oude verbrokkelde Friese nagelkaas
Verwarm de oven voor op 200°C.
Kook de macaroni volgens de aanwijzingen op
de verpakking beetgaar.
Laat de spinazie slinken en druk het vocht er zoveel
mogelijk uit.
Leg de macaroni, de spinazie en de kaas in lagen in een
beboterde ovenschaal en laat het gerecht in de oven in ± 20 minuten warm worden.
Tip: Desgewenst kunt u een extra laagje van ontvelde tomaten in de schaal leggen.
400 gr gerookt spek in reepjes of blokjes
2 uien
800 gr spinazie á la
crème (diepvries)
300 gr kruidenkaas
500 gr spirelli
olijfolie
Laat de spinazie ontdooien.
Bak de kleingesneden uien in wat olijfolie
goed aan, voeg het spek toe en laat dit goed uitbakken.
Voeg de kruidenkaas
toe en laat hem smelten.
Voeg dan de spinazie toe en roer tot het gaat
pruttelen.
Kook de spirelli beetgaar, giet af en schep de pasta op de
borden.
Verdeel de saus erover.
200 gr gierst
4 uien
1 grote prei
boter of olie
2 blikken gepelde
tomaten
200 gr smeltkomijnekaas
poeder voor preisoep
peterselie,
tijm
zout, peper
(koffie)room
Snipper de uien en de prei en snijd de kaas in kleine blokjes.
Doe enkele
eetlepels olie of boter in een grote pan (met deksel).
Voeg de uisnippers
hieraan toe en laat ze glazig worden.
Voeg dan de gepelde tomaten met het
vocht en de tijm toe.
Roer om en laat het geheel op zacht vuur 5 minuten
sudderen.
Voeg de gierst toe, roer om en laat 20 minuten stoven.
Voorkom
aanbakken; voeg eventueel wat water toe.
Meng intussen het preisoeppoeder met
een grote kop heet water.
Vermeng de preiringen met de gierstmassa en voeg
het opgeloste preisoeppoeder toe.
Breng het aan de kook en laat op zeer zacht
vuur nog 10 minuten doorkoken.
Roer er nu de kaas en de peterselie door en
voeg tenslotte een scheutje room toe.
Serveer met een frisse salade.
125 gr oude kaas
3 3/4 dl melk
1 kruidenbouillontablet
1 theelepel
Franse tuinkruiden (silvo)
50 gr griesmeel
300 gr spruitjes
400 gr
aardappelen
frituurvet of -olie
1 ei
7 eetlepels paneermeel
± 1 dl
melk
25 gr boter
zout, peper, nootmuskaat
Snijd de korstjes van de kaas en rasp de kaas grof.
Breng de melk met het
bouillontablet en de tuinkruiden in een pan aan de kook, roer het griesmeel
erdoor en kook het al roerend in ± 5 minuten tot een dikke pap.
Roer de kaas
erdoor en laat die smelten.
Spoel een diep bord om met koud water, schenk het
griesmeel-kaasmengsel erin en laat het afkoelen.
Laat het in de koelkast in ±
1 uur koud en stijf worden.
Maak de spruitjes schoon en halveer grote
exemplaren.
Schil de aardappelen, snijd ze in vieren en bewaar ze tot het
gebruik onder water.
Kook de aardappelen en de spruitjes in een pan met
weinig water en zout in ± 15 minuten gaar.
Strooi intussen paneermeel in een
diep bord en klop het ei in een ander diep bord los.
Vorm het
kaas-griesmeelmengsel tot 10 gelijke balletjes en wentel ze door het
paneermeel.
Haal ze vervolgens door het losgeklopte ei en weer door het
paneermeel.
De balletjes moeten aan alle kanten goed met paneermeel zijn
bedekt.
Verhit het frituurvet in een frituurpan tot er net witte damp af komt
(175°C).
Bekleed een bord met keukenpapier.
Frituur de balletjes met 5
tegelijk goudbruin.
Laat ze op keukenpapier uitlekken en houd ze
warm.
Giet de aardappelen en de spruitjes af en stamp ze met een pureestamper
fijn.
Verwarm de melk in een steelpannetje en voeg al roerend zoveel melk en
boter toe dat een gladde puree ontstaat.
Breng de puree op smaak met zout,
peper en nootmuskaat en laat hem zo nodig al roerend op zacht vuur door en door
warm worden.
Schep de spruitjespuree in een warme schaal en leg de
kaas-griesmeelballetjes langs de rand.
(6 personen)
900 gr spinazie (diepvries)
zout
500 gr ricotta of hüttenkÄse
2
eieren
15 eetlepels Parmezaanse kaas
peper, nootmuskaat
100 gr
bloem
100 gr boter
Maak de spinazie grondig schoon en laat hem met aanhangend water en peper en
zout 5-10 minuten koken.
Laat hem slinken en daarna zeer goed
uitlekken.
Het is belangrijk dat u al het water met uw handen uit de spinazie
knijpt, anders zullen de kaasbolletjes in het pocheerwater uit elkaar
vallen.
Prak de ricotta of wrijf de hüttenkÄse door een zeef en meng deze met
de spinazie, de eieren, de helft van de Parmezaanse kaas en naar smaak zout,
peper en nootmuskaat.
Kneed het mengsel goed door, vorm het tot bolletjes ter
grootte van een walnoot en wentel die door de bloem.
Breng een grote tot de
helft gevulde pan water aan de kook en laat de bolletjes er voorzichtig in
glijden.
Houd het water tegen de kook aan tot de bolletjes komen bovendrijven
en schep ze daarna met een schuimspaan voorzichtig uit de pan.
Doe de
malfatti in een warme schaal, begiet ze met gesmolten boter en bestrooi ze met
de rest van de Parmezaanse kaas.
(2 personen)
250 gr vegetarische mix (Tivall)
75 gr boter
1 tomaat
1 ui
1
courgette
1 prei
4 plakjes bladerdeeg (diepvries)
2 plakken zachte
geitenkaas (á 50 gr, Bettine Blanc)
1 (scharrel)eidooier
1/4 liter
tomatensap
1/2 groentebouillontablet
1/2 eetlepel mangochutney
(potje)
peper
(1/2 eetlepel boter om in te vetten)
een rond
uitsteekvormpje of glas met een doorsnede van ± 8 cm
Vorm van de vegetarische mix 4 platte schijven.
Verhit 2 eetlepels boter
in een pan, bak de schijven ± 10 minuten (keer
ze halverwege) en leg ze uit
de pan op een bord.
Breng in de pan ruim water aan de kook.
Kruis de
tomaat in, dompel ze enkele tellen in het kokend water, spoel
ze onder koud
water af en ontvel ze.
Snijd de tomaat in vieren, verwijder de pitjes en
snijd het vruchtvlees
in blokjes.
Pel de ui en snipper hem fijn.
Was de
courgette, snijd hem in stukken van ± 6 cm en snijd de stukken in smalle
reepjes.
Was de prei, maak hem schoon, snijd hem in stukken van 6 cm en snijd
de stukken in smalle reepjes.
Verwarm de oven voor op 200°C en vet een
bakplaat in.
Laat de plakjes bladerdeeg in ± 5 minuten ontdooien.
Klop de
eidooier los.
Steek uit elk plakje bladerdeeg een rondje.
Leg 2 rondjes
bladerdeeg op de bakplaat en leg op elk rondje achtereenvolgens een plakje
geitenkaas, een vegetarische schijf en een rondje bladerdeeg.
Bestrijk de
bovenste rondjes bladerdeeg met de losgeklopte eidooier.
Bak de torentjes in
het midden van de oven in ± 25 minuten goudbruin en
gaar.
Smelt in een pan
25 gr boter en fruit daarin de helft van de ui glazig.
Voeg het tomatensap
toe, breng het aan de kook en verkruimel er het bouillontablet boven.
Roer de
mangochutney erdoor.
Breng de saus op smaak met peper en laat haar op laag
vuur ± 5 minuten
zachtjes koken.
Verhit in een pan de rest van de boter en
bak de prei, de courgette en
de rest van de ui ± 5 minuten op halfhoog
vuur.
Roer de blokjes tomaat erdoor.
Verdeel de saus over 2 borden, schep
het groentemengsel erbij en zet er de bladerdeegtorentjes op.
Geef er
gemengde sla en stokbrood bij.
Vegetarische mix is een product op basis van soja, licht gekruid met onder andere knoflook. De mix is te verwerken als balletjes, burgers of rul gebakken.
50 gr bloem
zout
1 groot ei
1 1/2 dl melk
1 theelepel olie
20
gr boter
1 dunne prei
100 gr geitenkaas
4 theelepels honing
4
sprietjes bieslook
Zeef de bloem met een snufje zout boven een kom.
Klop het ei in een kopje
los en roer het door de bloem.
Roer er scheutje voor scheutje de melk door
tot een glad beslag ontstaat.
Roer de olie erdoor en laat het beslag ± 30
minuten rusten.
Roer het beslag nogmaals door.
Verhit 5 gr boter in een
koekenpan, schenk er 1/4 van het beslag in en verdeel dit over de bodem.
Keer
het flensje als de bovenkant droog is en bak de andere kant goudbruin.
Laat
het flensje op een schaal glijden.
Bak op dezelfde manier nog 3
flensjes.
Laat de flensjes afkoelen en verpak ze afzonderlijk in
aluminiumfolie.
Maak de prei schoonmaken en snijd hem in dunne
ringetjes.
Snijd de geitenkaas in 8 dunne plakjes.
Verwarm de oven voor op
175°C.
Neem de flensjes uit het folie, verdeel de prei, geitenkaas en honing
over het midden van de flensjes, maak ze als een buideltje dicht en bind ze met
een touwtje vast.
Zet elk buideltje op een ovenvast schoteltje en laat ze op
het rooster in het midden van de oven in ± 10 minuten door en door warm
worden.
Houd intussen de sprietjes bieslook enkele seconden in heet water tot
ze soepel zijn.
Neem de buideltjes uit de oven, bind ze met de sprietjes
bieslook dicht en verwijder de touwtjes.
(2 personen)
2 aubergines
1 ui
1 teen knoflook
100 gr geitenkaas
1 rode
paprika
2 eetlepels olijfolie
2 bekertjes crème fraîche
90 gr
tomaten
zout, peper
Snijd de kroontjes van de aubergines en halveer ze.
Lepel het vruchtvlees
uit de schil, maar laat een rand van 1 cm dikte zitten.
Snijd het vruchtvlees
in stukjes.
Verhit de olijfolie, bak de gesnipperde ui 2 minuten, voeg de in
blokjes gesneden paprika, de knoflook en het auberginevruchtvlees toe en laat
dit op laag vuur 10 minuten doorsudderen.
Voeg dan de crème fraîche
toe.
Vul de aubergines met dit mengsel en leg de plakjes tomaat
erbovenop.
Bak de aubergines 10 minuten in de oven op 225°C.
Leg de
plakjes geitenkaas (bijvoorbeeld Picandou) op de aubergines en bak nog 10
minuten.
1 kg spinazie
azijn
2 stukken geitenkaas met korst
Was en kook de spinazie, zoals u gewoon bent.
Giet de spinazie af en hak
of snijd hem.
Doe de spinazie in een ovenschaal, doe er naar behoefte zout en
azijn op en leg de stukken geitenkaas erbovenop.
Schuif de schaal in de oven
onder de grill en wacht tot de kaas iets
bruin wordt en wat is gesmolten.
(2 personen)
500 gr spinazie
150 gr zilvervliesrijst
± 100 gr zachte geitenkaas,
MonChou of een andere zachte kaas
2-3 eieren
100 gr hazelnoten
1
eetlepel boter
zout, peper
Verwarm de oven voor op ± 220°C.
Kook de rijst volgens de
gebruiksaanwijzing.
Was de spinazie en laat ze op hoog vuur in wat water snel
slinken.
Doe de spinazie in een vergiet, snijd ze in het vergiet kleiner en
druk er zoveel mogelijk water uit.
Beboter een ovenschotel en leg de rijst
erin.
Leg de spinazie daarop en verdeel er de verkruimelde (geiten)kaas en de
hazelnoten over.
Klop de eieren los met zout en peper en giet dit over de
schotel.
Zet de schotel ± 20 minuten in de oven tot het ei geheel is gestold.
U kunt dit gerecht variëren door bijvoorbeeld de spinazie niet te koken, maar toe te voegen aan een gefruit uitje met knoflook en zo te laten slinken. Geraspte kaas bovenop is ook lekker.
(2 personen)
4 vleestomaten
een stukje prei van ± 4 cm
6 olijven gevuld met
paprika
75 gr zachte geitenkaas
4 eieren
1/2 dl koffieroom of
-melk
zout, peper
15 gr boter
2 toefjes peterselie
Was de tomaten en snijd van de onder- en bovenkant het kapje af.
Hol de
tomaten uit en zet ze omgekeerd op keukenpapier.
Snijd de prei in dunne
ringetjes en 4 olijven in plakjes.
Verkruimel de geitenkaas.
Klop de
eieren los met de koffieroom, zout en peper en schep de prei, de olijfplakjes en
de helft van de geitenkaas erdoor.
Verwarm de grill voor op de hoogste
stand.
Smelt de boter in een steelpan.
Voeg het eimengsel toe en laat dit
al roerend op zacht vuur stollen.
Schep het roerei in de tomaten en zet ze op
het grillrooster.
Strooi de rest van de geitenkaas erover en laat de tomaten
± 5 cm onder de hete grill in ± 2-3 minuten goudbruin kleuren.
Garneer met
een olijf en een toefje peterselie.
Lekker met risotto.
(2 personen)
2 uien
1 rode en 1 groene paprika
zout
1 mozzarellakaasje
150 gr
chorizo
1 eetlepel olie
2 eetlepels basilicum (diepvries)
Pel en snipper de uien.
Halveer de paprika's, verwijder de zaadlijsten,
kook ze ± 5 minuten in weinig water met zout en laat ze uitlekken.
Snijd de
mozzarella en de chorizo in stukjes.
Verwarm de oven voor op 225°C.
Verhit
de olie in een koekenpan en bak de ui ± 2 minuten.
Voeg de chorizo toe en bak
die ± 3 minuten mee.
Schep de mozzarella en het basilicum erdoor.
Vul de
paprikahelften met het mengsel en zet ze in een wijde schaal.
Laat ze in het
midden van de oven in ± 10 minuten door en door heet
worden.
Geef er
gierstpilav bij.
4 dikgepelde grote uien
3/4 liter groentebouillon
3/4 potje pesto
(Grand'Italia, 135 ml)
3 eetlepels slagroom
2 eetlepels
pijnboompitten
60 gr geraspte Parmezaanse kaas
2 eetlepels droog
broodkruim
4 gedroogde tomaten (potje) in stukjes
1 mozzarellakaasje in 4
plakken
4 eetlepels witte wijn
een braadzak
een ovenschaal
Kook de uien 15-20 minuten in de bouillon.
Verwarm de oven voor op
200°C.
Hol de uien tot 1 cm dikte uit.
Snijd de uitgesneden stukjes ui
klein en breng ze met de pesto en de room aan de kook.
Zet het vuur laag en
kook de uien zachtjes 4-5 minuten.
Rooster de pijnboompitten licht in een
droge koekenpan.
Houd 2 eetlepels van de geraspte kaas achter en meng de rest
met het broodkruim door het uimengsel.
Schep de pijnboompitten en de
gedroogde tomaten erdoor en vul de uien hiermee.
Sprenkel de wijn in de
braadzak, zet de uien erin, dek ze af met de mozzarella en strooi er de
achtergehouden geraspte kaas over.
Bind de zak dicht en prik hem eenmaal
in.
Zet de zak in de ovenschaal in het midden van de oven en bak de uien in
30 minuten gaar.
Knip de zak 5 minuten voor het einde van de baktijd open en
laat de kaas gratineren.
75 gr boter
75 gr bloem
1/4 liter melk
75 gr geraspte cheddar
4
gesplitste eieren
300 gr champignons
75 gr cashewnoten
kummel,
komijn
zout, peper
Voor de saus:
1 1/2 dl cider
3/4 dl room
1 dl appelsap
maak een bechamelsaus van de boter, de bloem en de melk, voeg dan de geraspte
cheddar toe en haal de pan van het vuur.
Klop de eiwitten stijf.
Voeg
eerst de eidooiers aan de massa toe en spatel er dan de eiwitten door.
Smeer
de massa op een bakplaat uit en bak hem 20 minuten in een op 180°C voorverwarmde
oven.
Bak intussen de champignons en meng er de cashewnoten door.
Haal het
cheddarmengsel als het is gesouffleerd uit de oven en leg het op een
theedoek.
Verdeel er de champignons en de cashewnoten over en rol het geheel
voorzichtig strak op.
Laat de rollade even in de koelkast rusten en snijd hem
dan diagonaal in plakken.
Verwarm die nog even in de oven en gratineer ze
eventueel met wat cheddar.
Serveer met een saus van de cider, appelsap en
room.
(2 personen)
1 bosuitje
3 bolletjes gember
2 eetlepels kerriesaus
150 gr geraspte
jongbelegen kaas
1 ei
4 eetlepels paneermeel
50 gr boter
Snijd het bosuitje in dunne ringetjes.
Hak 2 bolletjes gember fijn en
snijd het derde bolletje in dunne plakjes.
Meng de ui, de gehakte gember, de
kerriesaus en de kaas in een kom door
elkaar en vorm er 4 platte schijven
van.
Klop het ei in een diep bord los.
Wentel de schijven eerst door het
ei en dan door het paneermeel en herhaal
dit nog eens.
Verhit de boter in
een koekenpan en bak de kaasburgers in 3-4 minuten
goudbruin.
Leg de
kaasburgers op 2 borden en garneer ze met de plakjes gember.
Lekker met
spitskool met rozijnen en cashewnoten.
4 rechthoekige of cirkelvormige plakken jongbelegen Edammer of Goudse kaas
van 3/4 cm dik á 150 gr
1 dl melk
40 gr bloem
2 eieren
16 eetlepels
paneermeel
80 gr boter
Week de plakken kaas 10 minuten in een laagje koude melk of water.
Haal ze
eruit en laat ze uitdruipen.
Wentel ze door licht bepeperde bloem, haal ze
door het losgeklopte ei, sla het overtollige struif eraf en haal ze door het
paneermeel.
Smelt de boter, laat hem uitbruisen en bak de plakken kaas daarin
aan beide kanten snel lichtbruin.
1 ei
zout, peper
4 plakken belegen kaas van 1 cm
6 eetlepels
paneermeel
25 gr boter
tabasco
Klop het ei in een diep bord los met zout en peper.
Wentel de plakken kaas
eerst door het ei en dan door het paneermeel.
Laat dit laagje even opstijven
en herhaal het zo nodig.
Verhit de boter in een ruime koekenpan, bak de
plakken kaas in ± 1 minuut aan iedere kant bruin en serveer ze direct.
(2 personen)
2 grote tomaten
zout, peper
50 gr bloem
25 gr Parmezaanse kaas
1
ei
1/8 liter melk
25 gr boter
1 eetlepel olijfolie
2 eetlepels
fijngeknipt vers basilicum
Ontvel de tomaten, halveer ze, verwijder de zaadjes, snijd het vruchtvlees in
reepjes en bestrooi die met zout en peper.
Roer een beslag van de bloem, de
kaas, het ei en de melk.
Verhit wat boter in een kleine koekenpan (18 cm) en
bak van 1/4 van het beslag een dun flensje.
Vouw het flensje in vieren en
houd het warm.
Bak zo nog 3 flensjes.
Dep de tomaatreepjes
droog.
Verhit de olie in een steelpan, verwarm de tomaat 1 minuut en schep
het basilicum erdoor.
Leg de flensjes op 2 borden en schep de tomaat ernaast.
75 gr bloem
zout
1 ei
2 1/2 dl melk
4 plakken verse geitenkaas á
± 70 gr
peper
2 eetlepels boter
2 gesnipperde uien
1 prei in dunne
ringen
2 eetlepels suiker
2 eetlepels crème fraîche
1 eetlepel
geschaafde amandelen
Maak een beslag van de bloem, zout, het ei en de melk en bak er in de boter 4
dunne flensjes van.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Halveer de plakken
geitenkaas en bestrooi ze met peper.
Smoor de ui en prei op laag vuur in de
boter.
Voeg de suiker en 4 eetlepels water toe en verwarm het geheel al
omscheppend tot het water verdampt en de suiker gekarameliseerd is.
Spreid de
flensjes uit.
Leg op elk flensje wat groenten en daarop 2 stukjes
geitenkaas.
Vouw de flensjes in vieren.
Schep de rest van de groenten in
een ovenschaal en leg de flensjes er met de punt naar het midden op.
Schep de
crème fraîche in het midden en strooi er de amandelen over.
Laat de crème
fraîche in het midden van de oven in ± 8 minuten smelten.
250 gr bloem
2 mespunten zout
4 mespunten bakpoeder
75 gr boter
1
ei
1 dl water
1 eiwit
150 gr oude kaas
1/4 theelepel chilipoeder
Zeef de bloem met het zout en het bakpoeder in een kom.
Snijd de boter met
2 messen door het bloemmengsel en voeg het ei toe.
Kneed het mengsel en voeg
water toe tot een soepel deeg is ontstaan.
Vorm een bal van het deeg en laat
die op een koele plaats ± 30 minuten rusten.
Rol het deeg op een met bloem
bestoven werkblad uit tot een dunne lap met een dikte van ± 3 mm.
Steek
rondjes uit het deeg met een doorsnee van ± 8 cm.
Sla het eiwit stijf en voeg
de geraspte kaas en het chilipoeder eraan toe.
Verdeel het kaasmengsel over
de helft van de deegrondjes en leg de andere helft erop.
Zet de randen van
het deeg met wat water op elkaar vast.
Leg de empanada's op een bakplaat en
bak ze ± 15 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven bruin.
Serveer direct.
(2 personen)
1 grote ui
1 grote rode paprika
3 eetlepels olijfolie
1 teentje
knoflook
1/2 eetlepel Italiaanse kruiden
zout, versgemalen zwarte
peper
75 gr zachte geitenkaas of feta
4 eieren
Pel de ui en snijd hem in ringen.
Maak de paprika schoon en snijd deze in
reepjes.
Verhit 1 eetlepel olie in een hapjespan en schep de ui, de paprika
en de Italiaanse kruiden erdoor.
Pers het teentje knoflook erboven
uit.
Smoor de ui en de paprika in ± 5 minuten zachtjes gaar.
Breng op
smaak met zout en peper.
Verkruimel de geitenkaas.
Klop de eieren los met
zout en peper.
Verhit 2 eetlepels olie in een koekenpan, schenk het eimengsel
erin, verdeel het paprikamengsel erover en strooi de kaas erover.
Bak de
omelet op zacht vuur tot de bovenkant gestold en de onderkant
goudbruin is.
(6-8 personen)
4 eieren
2 theelepels melk
zout, peper
4-6 eetlepels smeltkaas in
blokjes
3 fijngesneden shii-take paddestoelen
2 eetlepels olijfolie
Klop de eieren met zout en peper los.
Roer de kaas en de shii-take
erdoor.
Verhit de olie in een koekenpan van 16 cm doorsnee.
Schenk het
eimengsel in de pan en laat het op zacht vuur in 10-15 minuten stollen.
Draai
de tortilla met behulp van een deksel om en laat de andere kant 5 minuten
zachtjes bakken.
Serveer de tortilla in puntjes gesneden.
200 gr spinazie
10 eieren
4 eetlepels crème fraîche
100 gr
Roquefort, Danish blue of een andere blauwschimmelkaas
3 aardappelen
50 gr
boter
peper, zout
peterselie
Was de spinazie en dep hem droog.
Smelt 25 gr boter in een koekenpan en
laat de spinazie in ± 4 minuten slinken.
Klop de eieren in een kom los en
voeg peper, zout, de crème fraîche, de spinazie en de kaas toe.
Roer alles
goed door elkaar en zorg dat de kaas goed door het mengsel is verdeeld.
Schil
de aardappelen en snijd ze in kleine blokjes.
Bak de aardappelen ± 10 minuten
in wat boter en neem ze uit de pan.
Doe 1/4 van de aardappelen in een
koekenpan, voeg 1/4 van het ei-spinazie-kaasmengsel toe en bak er een omelet
van.
Bak zo ook de andere drie omeletten.
Serveer ze op voorverwarmde
borden en strooi er de gehakte peterselie over.
Geef er geroosterd brood en
kruidenboter bij.
50 gr Danish Blue
50 gr magere kwark
25 gr gepelde walnoten
verse of
gedroogde kervel
Prak de Deense blauwe kaas door de kwark.
Hak de walnoten klein en voeg ze
met de fijngeknipte kervel aan beide soorten kaas toe.
Maak er een smeuïg
mengsel van.
150 gr gorgonzola
1 1/4 dl slagroom
versgemalen zwarte peper
2
eetlepels fijngesneden verse munt
2 eetlepels fijngesneden vers
basilicum
2 eetlepels olijfolie
stengels bleekselderij
plakjes
komkommer
blaadjes witlof
Ontkorst de gorgonzola en wrijf hem door een zeef.
Klop de slagroom stijf
en spatel die voorzichtig door de kaas.
Breng het kaasmengsel met peper op
smaak, doe het in een mooie ronde kom en laat het in de koelkast 3 uur
opstijven.
Meng de munt en het basilicum met de olie.
Stort de kaascrème
op een bord en garneer met toefjes kruiden.
Serveer de bleekselderij,
komkommer en witlof bij de kaascrème.
(2 personen)
1 dl rode port
1 1/2 eetlepel rode bessengelei
1 grote rijpe
handpeer
50 gr gorgonzola
Breng de port met de bessengelei aan de kook en blijf roeren tot de gelei is
opgelost.
Laat het mengsel tot de helft inkoken en laat het
afkoelen.
Verwarm de grill voor.
Schil en halveer de peer en verwijder het
klokhuis.
Leg de halve peren op 2 bordjes en verdeel er de gorgonzola
over.
Schuif de bordjes vlak onder de hete grill en laat de kaas in ± 1
minuut smelten.
Schep het portsausje ernaast.
(2 personen)
1 blaadje witte gelatine
75 gr stilton
3/4 dl slagroom
1 dl rode
port
3 eetlepels aardbeien- of bosvruchtenjam
6 dadels
Week de gelatine.
Pureer de stilton met 1 eetlepel slagroom en 1 eetlepel
port.
Verwarm 1 eetlepel port.
Knijp het blaadje gelatine uit en los dit
in de warme port op.
Roer dit mengsel door de stilton.
Klop de rest van de
slagroom stijf en spatel het stiltonmengsel er luchtig
door.
Laat de
mousse in ± 1 uur opstijven.
Verwarm de rest van de port met de jam en laat
de saus ± 2 minuten zachtjes inkoken.
Zeef de saus.
Snijd de dadels tot
waaiertjes.
Spuit een toef stiltonmousse op 2 bordjes en garneer met de saus
en de dadels.
(2 personen)
1 theelepel aardappelmeel
1/2 potje kersen á 360 gr
2 theelepels
honing
2 kleine geitenkaasjes (Grottin Chavignol) of 2 plakken zachte ronde
geitenkaas van ± 1 1/2 cm dik
versgemalen zwarte peper
2 takjes tijm
Roer het aardappelmeel los met 1 eetlepel kersenvocht.
Breng de kersen met
de rest van het vocht en de honing aan de kook, bind het vocht met het
aardappelmeelpapje en laat de kersen afkoelen.
Leg de geitenkaasjes op 2
bordjes.
Maal de peper erover en leg de takjes tijm erop.
Schep de kersen
ernaast.
Snijd geitenkaas (bijvoorbeeld Chèvre) in stukken ter grootte van een grote
knikker, haal die door geklopt eiwit en paneer ze met witte bloem.
Haal ze
opnieuw door het eiwit en paneer ze dan met paneermeel.
Frituur de balletjes
kort.
Vermeng maïzena met een klein beetje water tot er geen klontjes meer
zichtbaar zijn.
Verwarm in een pannetje een flinke scheut port, voeg het
maïzenamengsel toe en roer tot een saus ontstaat.
Schep de saus op kleine
bordjes en leg de gefrituurde balletjes erbij.
Garneer met munt.
30 gr gemengde ongezouten noten
4 stevige handperen
1 1/2 dl halfdroge
witte wijn
het sap van 1/2 citroen
50 gr suiker
1/2 dl
schenkstroop
4 kleine verse geitenkaasjes
Hak de noten grof.
Schil de peren, maar laat de steeltjes eraan
zitten.
Breng de wijn met het citroensap, de suiker en water (genoeg om de
peren onder te zetten) aan de kook.
Zet de peren in het kokende vocht, houd
ze 3 minuten tegen de kook aan en laat ze in de pan afkoelen.
Neem de peren
met een schuimspaan uit de pan en kook het vocht in tot er nog 1/3 deel over
is.
Voeg de noten en de schenkstroop toe en breng de saus weer aan de
kook.
Verdeel de kaasjes over 4 ovenvaste borden en laat ze onder de hete
grill in ± 5 minuten licht kleuren.
Zet op elk bord een peer en lepel er een
beetje saus over.
Serveer direct.
(2 personen)
1 eetlepel rozijnen
3/4 dl sinaasappelsap
1 theelepel tijm
2
sneetjes bruinbrood
50 gr geitenkaas
versgemalen zwarte peper
Breng de rozijnen met het sinaasappelsap en de tijm aan de kook en laat de
rozijnen ± 3 minuten zachtjes koken tot het vocht is verdampt.
Rooster de
sneetjes brood en steek uit elk sneetje met een (hartjes)uitsteekvormpje 2
figuurtjes.
Leg de broodhartjes naast elkaar op de bakplaat.
Verkruimel de
geitenkaas en schep de rozijnen met aanhangend vocht erdoor.
Verdeel dit
mengsel over de broodhartjes en maal er wat zwarte peper boven.
Verwarm de
grill voor en schuif de bakplaat eronder.
Laat de kaas in ± 1/2 minuut
smelten.
Leg op 2 bordjes elk 2 gegratineerde broodhartjes.
100 gr witte druiven
3 eetlepels rode port
150 gr gorgonzola
75 gr
verse roomkaas
2 eetlepels slagroom
(versgemalen) zwarte peper
1 groene
appel (Granny Smith)
1 theelepel citroensap
1 zakje walnoten (45 gr,
Baukje)
8 roggesnacks (pakje, 250 gr, van der Meulen)
een spuitzak met
grove kartelmond
keukenpapier
Was de druiven, halveer ze en verwijder de pitjes.
Roer de druiven en de
port in een kom door elkaar en zet ze afgedekt ± 1 uur in de
koelkast.
Verkruimel de gorgonzola boven een andere kom, roer er de roomkaas
en de slagroom door en klop het geheel met een handmixer tot een crème.
Breng
op smaak met peper.
Doe de kaascrème over in de spuitzak en leg die tot het
gebruik in de koelkast.
Was de appel, snijd hem in vieren, verwijder het
klokhuis, snijd de appel in dunne plakjes en besprenkel die met
citroensap.
Neem de kaascrème ± 5 minuten van tevoren uit de
koelkast.
Laat de druiven op keukenpapier uitlekken.
Spuit op 4 bordjes
een mooie rozet kaascrème, schep de druiven aan één kant naast de kaascrème en
schik aan de andere kant de appelplakjes in een waaiervorm.
Garneer met de
walnoten en de roggesnacks.
(2 personen)
2 kleine peren
1 eetlepel citroensap
2 eetlepels Grand Marnier
100
gr magor
Halveer de peren, schil ze en verwijder de klokhuizen.
Snijd de peren in
de lengte in repen, maar laat ze aan de steelkant vastzitten.
Druk de peren
op 2 borden uit tot waaiers.
Besprenkel ze met het citroensap en de Grand
Marnier.
Snijd de magor in 4 plakken en leg op elke peerwaaier een plak
magor.
Verwarm de grill voor op de hoogste stand.
Schuif de peerwaaiers ±
15 cm onder de hete grill en laat de magor in ± 5 minuten smelten.
4 roodkokende stoofpeertjes (Saint Rémy)
1/2 citroen
2 dl rode
port
100 gr lichtbruine basterdsuiker
1 kaneelstokje
2 kruidnagels
1
mespunt nootmuskaat
150 gr Blue Stilton
8 walnoten
Schil de peertjes, snijd ze in vieren en verwijder de klokhuizen.
Boen de
citroen onder koud stromend water goed schoon en schil hem dun.
Breng in een
pan de port met 1 dl water aan de kook en los er al roerend de suiker in
op.
Voeg het kaneelstokje, de kruidnagels, de nootmuskaat en de citroenschil
toe.
Leg de peertjes in de portsaus en stoof ze op laag vuur afgedekt in ± 10
minuten beetgaar.
Neem de citroenschil en de kruidnagels uit het
stoofvocht.
Laat de peertjes afgedekt afkoelen.
Snijd de Stilton in
reepjes.
Schik op 4 bordjes elk 4 peerpartjes, verdeel er de Stilton tussen,
garneer met de walnoten en schenk er het stoofvocht over.
300 gr stilton
3 dl rode port
1 trosje rode druiven
Snijd de stilton in 4 gelijke punten en zet ze in een kleine bak of
schaal.
Voeg zoveel port toe, dat de kaas voor de helft onder staat.
Zet
de kom tenminste 4 dagen in de koelkast.
Serveer de stukjes stilton met een
glaasje port en een trosje rode druiven.
(magnetron)
4 rijpe vijgen
75 gr gorgonzola
1/2 dl slagroom
Was de vijgen goed en dep ze droog.
Snijd de bovenkant met een scherp mes
vier- of zesmaal diep in en druk de vijgen voorzichtig open.
Leg de vijgen
rondom in een ondiepe ovenvaste schaal.
Roer de gorgonzola met de slagroom
tot een dikke massa en schep die in de vijgen.
Verwarm de schaal (onafgedekt)
± 30 seconden op 100% (verwarm beslist niet te lang; door de suiker in de vijgen
en het vet van de saus is het gerecht zeer snel warm).
Serveer de vijgen
desgewenst met een mengsel van crème fraîche en slagroom.
1 ei (M)
1 eetlepel koffiemelk
1 eetlepel gembersiroop
zout,
peper
4 dikke plakken Landana of Leerdammer met zo min mogelijk gaten (± 100
gr per plak), zonder korst
bloem om in te wentelen
± 75 gr gemalen
kokos
50 gr boter
2 eetlepels gesneden bakgember (potje)
1 dl rode port
of frambozencocktail
1 trosje blauwe druiven
Klop op een diep bord het ei los met de koffiemelk, de gembersiroop, een
snufje zout en peper.
Wentel elke kaasplak door de bloem (klop de overtollige
bloem eraf) en dan door het ei en de kokos.
Zorg dat de plakken een egaal
kokoslaagje hebben.
Laat ze een half uur in de koelkast opstijven.
Laat in
een grote koekenpan het schuim van de boter net wegtrekken en bak de plakken aan
beide kanten goudbruin (let op: de kokos verbrandt snel).
Leg ze op 4
bordjes.
Roer in de koekenpan de bakgember en de port door elkaar en laat dit
tot de helft inkoken.
Schep het sausje naast en over de kaasplakken.
Schik
de ontpitte druiven eromheen en serveer direct.
500 gr bloem
4 eieren
zout
50 gr boter
15 eetlepels vloeibare
honing
500 gr mozzarella
500 gr ricotta of hüttenkÄse
4 eetlepels
sinaasappelrasp
1 eidooier
frituurolie
Kneed de bloem met de eieren en een snufje zout tot er een soepel
deeg.
Kneed de roomboter in partjes door het deeg en voeg eventueel wat water
toe (het deeg moet zacht zijn, maar mag niet kleverig worden).
Rol het deeg
op een met bloem bestrooid aanrecht zeer dun uit en steek er met een
koekjessteker rondjes uit met een middellijn van 10 cm.
Roer de
dobbelsteentjes mozzarella door de ricotta.
Voeg de sinaasappelrasp
toe.
Schep 3 theelepels van de vulling in het midden van de helft van de
deegrondjes, bestrijk de randen met de losgeklopte eidooier en bedek ze elk met
nog een rondje deeg.
Druk de randen stevig op elkaar.
Frituur de
deegflapjes met 2 tegelijk in de hete olie goudgeel.
Schep ze voorzichtig uit
de pan en serveer direct.
Geef de honing er apart bij.
4 plakjes roomboterbladerdeeg (diepvries)
1 rijpe handpeer
75 gr verse
roomkaas
3 eetlepels aardbeienconfiture
2 eetlepels bloemenhoning
4
eetlepels geschaafde amandelen
Laat de plakjes bladerdeeg ontdooien.
Schil de peer en snijd hem in
stukjes.
Prak de kaas met een vork los en roer er de confiture
door.
Verdeel de peerstukjes en het kaasmengsel over de plakjes bladerdeeg en
bestrijk de randen met wat water.
Vouw de plakjes schuin dubbel en druk de
randen goed aan.
Verwarm de honing op een laag vuur en bestrijk de flapjes
ermee.
Bestrooi ze met de amandelen.
Bak de flapjes in ± 20 minuten in een
op 225°C voorverwarmde oven goudbruin en gaar.
Variatietips:
- Gebruik kersenconfiture in plaats van
aardbeienconfiture.
- Bestrooi de flapjes in plaats van met amandelen met 4
eetlepels grofgehakte hazelnoten.
(4-6 personen)
2 eieren
80 gr suiker
1 theelepel geraspte citroenschil
300 gr
mascarpone
2 dl sterke koffie
3 eetlepels Amaretto
2 eetlepels
Cointreau
150 gr Italiaanse lange vingers
cacaopoeder (voor de garnering)
Roer met een garde de eieren met 65 gr van de suiker tot de massa licht van
kleur is.
Voeg de citroenschil toe samen met de mascarpone.
Los de
resterende 15 gr suiker in de sterke koffie op en voeg de Amaretto en de
Cointreau toe.
Laat de vloeistof afkoelen.
Bedek de bodem van een schaal
met de helft van de lange vingers en druppel er de helft van de vloeistof
over.
Wacht tot de vloeistof is opgenomen en schenk er dan de helft van de
mascarponemassa over uit.
Doop vervolgens zoveel lange vingers even in de
koffie met likeur als nodig zijn voor de volgende laag.
Schenk er de rest van
de mascarponemassa over en strijk de bovenkant mooi glad.
Zet de tiramisu
minstens een halve dag in de koelkast en bestrooi de bovenkant dan met
cacaopoeder.
Let op: Mascarpone is een ongezouten romige kaas, die vaak met gorgonzola erdoor wordt verkocht. Vraag dus naar mascarpone zonder gorgonzola.
Variatie:
Neem in plaats van Amaretto en Cointreau 5 eetlepels rum of
cognac. Voeg in dat geval 30 gr extra suiker toe.
(2 personen)
50 gr rozijnen
1 eetlepel kleine zoetzure zilveruitjes
1 dl
appelsap
1/2 theelepel piment of kaneel
1 theelepel majoraan
65 gr
camembert
2 toefjes peterselie of verse majoraan
Breng de rozijnen met de zilveruitjes, het appelsap, de piment of de kaneel
en de majoraan aan de kook en kook de rozijnen op zacht vuur ± 10 minuten tot
het meeste vocht is verdampt.
Laat de rozijnencompote in een bak koud water
afkoelen.
Snijd de camembert in 2 puntjes, zet die op 2 bordjes en schep de
rozijnencompote ernaast.
Garneer met een toefje peterselie of majoraan.
(2 personen)
1 kleine camembert (125 gr)
1/2 eetlepel whisky
1 eetlepels
marmelade
1 sinaasappel
1 eetlepel gepelde pistachenootjes
Halveer de camembert overlangs.
Roer de whisky door de marmelade en strijk
dit mengsel over de onderkant van de camembertplakken.
Leg de bovenkant erop
en wikkel het geheel strak in plasticfolie.
Laat de camembert op
kamertemperatuur zo minstens 1 uur liggen.
Schil de sinaasappel dik en snijd
de partjes tussen de vliesjes uit.
Verwijder het folie en snijd de camembert
in 6 puntjes.
Zet de puntjes op 2 bordjes, leg de sinaasappelpartjes er in
een waaiertje naast en strooi de gehakte pistachenootjes erover.
250 gr ricotta (of magere kwark)
2 eidooiers
100 gr poedersuiker
2
dl room
1 eetlepel amandellikeur
1 eetlepel bruine rum
1/2 theelepel
geraspte limoenschil
1 blik abrikozen op zware stroop
25 gr
pijnboompitten
10 gr gepelde pistachenootjes
olie om in te kwasten
Wrijf de ricotta of kwark door een zeef.
Klop de eidooiers met 50 gr
poedersuiker schuimig.
Klop de room stijf.
Spatel de ricotta door het
eierschuim en roer er de amandellikeur, rum, geraspte limoenschil en
stijfgeklopte room door.
Doe de massa in een kom en zet die minstens 4 uur in
het vriesvak.
Smelt de rest van de poedersuiker in een pan met dikke bodem en
warm door
tot de stroop karameliseert.
Roer er de pijnboompitten door,
giet de karamel op een met olie ingekwast
bakblik en ga er met een ingeoliede
deegroller overheen.
laat de krokante laag afkoelen en ga er nog één keer met
de deegroller over tot u grove stukjes krijgt.
laat het ricotta-ijs 1 uur
voor het serveren in de koelkast wat zachter worden.
Schep 2-3 bolletjes op
elk bord en werk af met de uitgelekte halve abrikozen, de krokantjes en de
pistachenootjes.
(2 personen)
3 blauwe of rode pruimen
4 eetlepels rode port
1 eetlepel
suiker
Allesbinder
100 gr roquefort
Was de pruimen, snijd ze in vieren en verwijder de pitten.
Breng de port
met de suiker aan de kook en laat de suiker oplossen.
Bind de saus heel licht
met een beetje Allesbinder.
Schep de pruimen erdoor en verwarm ze nog ± 2
minuten.
Laat de compote afkoelen.
Snijd de roquefort in 2 punten, zet die
op 2 bordjes en schep de pruimencompote ernaast.
Geef er melbatoast bij.
(12 personen)
500 gr Danablu
250 gr roomkaas
2 eetlepels worcestershiresaus
1 dl
cognac
11 blaadjes gelatine van ± 3 gr elk
1 dl melk
6 dl
room
boter
500 gr veenbessen
200 gr griessuiker
1 pakje
taartgelei
12 halve peren (uit blik)
peper, zout
Voor het garnituur:
kleine crackers, ronde toastjes, roggerondjes of zoute
koekjes
Wrijf de Danablu door een zeef en meng er zorgvuldig de roomkaas
door.
Roer er de worcestershiresaus en de cognac door.
Week de
gelatineblaadjes even in koud water.
Verwarm de melk.
Knijp de
gelatineblaadjes uit en los ze op in de melk, die u vervolgens door de
kaasbereiding roert.
Klop de room stijf en spatel ook die door de
kaasbereiding.
Breng eventueel verder op smaak met peper en zout.
Wrijf 2
kransen van ± 16 cm diameter in met boter, verdeel er de kaasbereiding over en
zet de vormen ± 1 uur in de koelkast om op te stijven.
Was intussen de bessen
en laat ze uitlekken.
Breng 2 dl water met de suiker aan de kook en voeg er
de bessen aan toe.
Sluit de pan en laat de bessen ± 5 minuten zachtjes
koken.
Giet ze door een zeef, maar bewaar het sap.
Laat ze volledig
afkoelen.
Stort de kaaskransen op 2 grote ronde schalen en vul ze met de
veenbessen.
Vermeng 1 eetlepel sap met 3 eetlepels water en los er de
taartgelei in op.
Breng de rest van het sap aan de kook, neem het pannetje
van het vuur en
roer er de opgeloste gelei door.
Breng al roerend opnieuw
aan de kook en laat vervolgens 1 minuut afkoelen.
Bestrijk de veenbessen in
de kaaskransen met de gelei.
Laat de peertjes uitlekken en schik ze rond de
kaaskransen.
Vul ze met de rest van de veenbessen en schep er wat gelei
over.
Verdeel de rest van de gelei in straaltjes op de kaaskransen.
Schik
de verschillende koekjes, crackers en broodjes dakpansgewijs tussen de gevulde
peertjes.
Serveer dit kaasnagerecht met een glaasje stevige rode wijn.
(6 personen)
2 blaadjes witte gelatine
250 gr ricotta
250 gr verse geitenkaas of
verse roomkaas
2 eetlepels crème fraîche
4 eetlepels fijngesneden
bieslook
1-2 eetlepels fijngesneden munt
zout, peper
3 rijpe
tomaten
1 dl olijfolie
enkele sprietjes bieslook
toefje munt
een
hoge ronde vorm
Kaasterrine:
Week de gelatine 5 minuten in ruim koud water.
Prak de
ricotta en de geitenkaas fijn, vermeng ze en roer de crème fraîche
erdoor.
Los de gelatineblaadjes met aanhangend water op zacht vuur op (laat
niet koken) en roer ze door het kaasmengsel.
Roer er ook de bieslook en de
munt door en breng het mengsel op smaak met zout en peper.
Schep het
kaasmengsel in de vorm en strijk het glad.
Dek de vorm af met plasticfolie en
laat de terrine in de koelkast minstens
4 uur opstijven.
Saus:
Ontvel de tomaten (op 1/4 tomaat na) en verwijder de
zaadjes.
Snijd het vruchtvlees klein en pureer het in een keukenmachine (of
met een staafmixer).
Voeg al draaiend de olijfolie toe.
Breng de saus op
smaak met zout en peper.
Snijd de achtergehouden 1/4 tomaat in kleine
blokjes.
Stort de kaasterrine op een schaal, schep de tomatensaus eromheen en
garneer met de tomaatblokjes, een toefje munt en sprietjes bieslook.
Lekker
met geroosterd olijvenbrood.
2 appels (Jonagold)
2 dl droge witte wijn
3 eetlepels vloeibare
honing
4 gedroogde vijgen
150 gr roquefort
Boor de klokhuizen met een appelboor uit de appels.
Schil de appels en
snijd ze in dunne plakken.
Breng de wijn met de honing in een pan aan de
kook, leg de appelplakken erin en kook ze afgedekt zachtjes ± 5 minuten; schep
ze halverwege voorzichtig om.
Schep de appelplakken op een groot plat
bord.
Laat het achtergebleven stoofvocht op hoog vuur in ± 5 minuten tot een
siroop inkoken.
Snijd intussen de vijgen in reepjes en schep die door de
siroop.
Laat de siroop tot het gebruik afkoelen.
Verdeel de appelplakken
over 4 borden, schep er de afgekoelde vijgensiroop over en verkruimel er de kaas
over.
2 citroenen
4 eieren
120 gr suiker
1 dl room
500 gr ricotta (of
magere kwark)
4 eetlepels poedersuiker
een snufje bakpoeder
boter voor
de vorm
een soufflévorm (inh. ± 1 1/2 liter)
Verwarm de oven voor op 180°C.
Was de citroenen goed en droog ze
af.
Rasp de schil van 1 citroenhelft en pers beide citroenen uit.
Splits
de eieren, klop de eidooiers met de suiker met een garde tot een romige, gele
massa en voeg de room, de ricotta, het citroensap en de citroenschil toe.
Sla
het eiwit met 3 eetlepels poedersuiker en het snufje bakpoeder zeer stijf en
schep het voorzichtig door de eidooiermassa.
Vet de soufflévorm in en schep
de massa er tot ± 1 1/2 cm onder de rand in.
Zet de soufflé in het midden van
de op ± 160°C voorverwarmde oven en bak hem 35-40 minuten.
Bestrooi hem voor
het serveren met de overgebleven poedersuiker.