Verzameld, geordend en bewerkt
door
Astrid Veltman
25 juni 2001
Tenzij anders vermeld, zijn de recepten voor vier personen
- Alle ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn.
- Om het rijzen te vergemakkelijken, kunt u 1/4 van de hoeveelheid
bloem
vervangen door zetmeel (bijvoorbeeld maïzena).
- Verhouding per 3 eieren: 3 eieren nr. 4
100 gr suiker
60 gr bloem en maïzena
1 gr zout
of: 3 eieren nr. 4
120 gr suiker
120 gr bloem en maïzena
1 gr zout
- hoe meer bloem, hoe meer kans op inzakken van het deeg.
- Als u de eieren en de suiker klopt, moet u kloppen tot de massa als
een
lint van de lepel valt.
- Meng de bloem daar luchtig door.
- Bak het deeg direct in een matigwarme oven (bij een hoge temperatuur
rijst het gebak in het midden meer dan aan de zijkanten).
- Inzakken voorkomt u door niet eerder dan na tenminste 15 minuten de
oven
te openen en de taart na het bakken langzaam te laten afkoelen (laat
de
ovendeur open staan).
- Maak de bodem een dag van tevoren; dan kunt u hem gemakkelijker snijden.
7 velletjes fyllodeeg (diepvries)
boter om in te vetten
250 gr aardbeien
1/8 liter slagroom
200 gr lemoncurd (Chivers)
poedersuiker
4 hoge bakbormpjes (onderzijde doorsnee ± 7 cm)
Laat het fyllodeeg ontdooien, snijd elk velletje in 4 gelijke vierkantjes
en leg de vierkantjes in 4 stapeltjes op elkaar.
Vet de buitenkant van de bakvormpjes met wat boter in en zet ze
ondersteboven op een bakblik.
Leg op elk vormpje een stapeltje fyllodeeg en bak de deegbakjes in een op
200°C voorverwarmde oven in ± 15 minuten goudbruin.
Neem de bakjes van de vormpjes en laat ze afkoelen.
Maak de aardbeien schoon en snijd ze in plakjes.
Klop de slagroom stijf en spatel er de lemoncurd door.
Verdeel dit mengsel en de aardbeien over de fyllobakjes en bestuif ze met
poedersuiker.
2 kg aardbeien
6-7 citroenen
4 flinke eetlepels rode bessenconfituur
1 kopje grenadine siroop (± 2 dl)
een scheutje likeur 'Fraise des bois'
Snijd 1 kg aardbeien klein en pureer ze samen met de andere
ingrediënten.
Voeg er de rest van de aardbeien in stukken bij en vries de saus in
porties in.
Deze saus is lekker fris en kan zowel koud als lauw worden geserveerd.
1 rol kruimeldeeg
50 gr geroosterde hazelnoten
beschuit
500 gr aardbeien
2 eiwitten
7 ml vloeibare suikervervanger
1 theelepel maïzena
Bekleed een taartvorm met het kruimeldeeg en prik de bodem in.
Bak hem in 25 minuten op 200°C bruin en gaar.
Zet hierna de oven hoger.
Snijd intussen de aardbeien in stukjes.
Maal de hazelnoten met de beschuit fijn.
Laat de aardbeien in een zeef uitlekken.
Klop boven stoom de eiwitten met de suikervervanger heel stijf en klop er
halverwege de maïzena door.
Bestrooi de afgekoelde taartbodem met het notenpaneer.
Spatel de uitgelekte aardbeien door het eiwitschuim, leg het
aardbeienschuim op de taartbodem en maak er met een vork pieken op.
Zet de taart terug in de oven tot de bovenkant is gekleurd.
Laat de taart iets afkoelen en dien hem op.
150 gr boter
150 gr witte basterdsuiker
3 eieren
1 zakje vanillesuiker
een snufje zout
150 gr bloem
fyllodeeg
boter
2 bakjes aardbeien
1 zakje heldere taartgeleipoeder
2 dl water
1/2 dl aardbeienlimonadesiroop
Verwarm de oven voor op 175°C.
Klop een cakebeslag van de boter, de witte basterdsuiker, de eieren, de
vanillesuiker, zout en de bloem.
Vet een springvorm van 24 cm doorsnee in.
Neem uit een pak fyllodeeg (diepvries of Turks/Griekse winkel) 5 vellen,
bestrijk elk vel met gesmolten boter en leg ze verspringend in de
springvorm; vouw de overlappende randen naar binnen.
Schep het cakebeslag in de fyllovorm en strijk het glad.
Bak de cake midden in de oven in 60 minuten goudbruin en gaar.
Laat hem in de vorm afkoelen en neem hem dan uit de vorm.
Was de aardbeien, halveer ze en schik ze dakpansgewijs in cirkels op de
cake.
Maak een gelei van het taartgeleipoeder, het water en de limonadesiroop en
lepel dit over de aardbeien.
(12 personen)
Voor het deeg:
5 eieren
30 gr onbewerkte marsepein
100 gr suiker
een snufje zout
100 gr bloem
Voor de vulling:
750 gr aardbeien
350 gr rode bessengelei
2 citroenen
7 blaadjes witte gelatine
5 eidooiers
100 gr poedersuiker
1/2 liter slagroom
Splits voor het biscuitdeeg de eieren.
Kneed de marsepein met 50 gr suiker en meng met een handmixer geleidelijk
2 eetlepels lauw water door de marsepeinmassa.
Meng er één voor één de eidooiers door en klop
met de mixer door tot een gladde witte crème is ontstaan.
Sla de eiwitten met de rest van de suiker en het zout stijf en schep ze op
het dooiermengsel.
Zeef de bloem hierboven en schep het eiwit en de bloem voorzichtig door
het dooiermengsel, zodat een homogene massa ontstaat.
Beleg een bakblik met bakpapier, verdeel het beslag hier gelijkmatig op in
een rechthoek van 30 x 40 cm en laat het gebak in een op 225°C
voorverwarmde oven in 8 minuten gaar worden.
Neem de taartplak met het bakpapier uit de oven en laat hem afkoelen.
Verwijder het papier en snijd het gebak in de lengte in drie even grote
stukken.
Was de aardbeien, laat ze uitlekken, maak ze schoon en halveer ze.
Bestrijk één taartplak met 2/3 van de bessengelei en beleg
hem met de helft van de aardbeien.
Boen voor de citroencrème de citroenen onder de hete kraan schoon,
rasp de schil en pers het sap uit.
Week de gelatine in ruim koud water.
Klop met de handmixer de eidooiers met de poedersuiker en 6 eetlepels
citroensap in ± 6 minuten tot een dikke witte crème en roer
de citroenrasp hierdoor.
Klop de slagroom stijf.
Laat de uitgeknepen gelatine op laag vuur smelten en roer hem met een
garde door de citroencrème.
Schep, zodra de crème begint te geleren, de slagroom door de
crème.
Strijk de helft van de citroencrème over de met aardbeien belegde
taartplak, leg hierop een tweede plak en druk die enigszins aan.
Strijk de rest van de crème hier weer op uit, leg de derde plak
hierop en druk die eveneens aan.
Zet het gebak 30 minuten in de koelkast, zodat de crème kan
geleren.
Bestrijk de bovenkant dun met rode bessengelei en leg de rest van de
aardbeien hierop.
Breng de rest van de bessengelei snel aan de kook, roer tot die koud, maar
nog vloeibaar is en bestrijk de aardbeien hiermee.
250 gr aardbeien
1 theelepel rum
1 1/2 dl melk
32 lange vingers
1/8 liter slagroom
1 theelepel vloeibare honing
1 zakje vanillesuiker
citroenmelisse
Was de aardbeien, laat ze uitlekken, verwijder de kroontjes en halveer
ze.
Roer de rum door de melk, laat de lange vingers hierin korte tijd weken en
leg ze steeds 4 bij 4 op een theedoek.
Sla de room stijf en breng hem op smaak met de honing en de
vanillesuiker.
Verdeel de helft van de room over de viermaal 4 lange vingers en beleg ze
met de aardbeien (houd enkele aardbeien apart voor de garnering).
Leg de rest van de lange vingers op de aardbeien en verdeel de rest van de
slagroom hierover.
Garneer met aardbeien en citroenmelisse en serveer het gebak koud.
(2 personen)
200 gr diepvriesbladerdeeg
boter
gedroogde oude peulvruchten
melk
200 gr aardbeien
4 eetlepels aardbeienjam
1/8 liter slagroom
2 eetlepels suiker
enkele blaadjes verse munt
een hartvormige taartvorm
bakpapier
Laat het bladerdeeg in ± 10 minuten ontdooien, bekleed er de
ingevette bakvorm mee en prik er met een vork wat gaatjes in (tegen teveel
rijzen).
Leg een vel bakpapier in de vorm, stort de peulvruchten daarop en bak de
taartbodem in 10 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
Haal dan de peulvruchten en het papier eruit, bestrijk de bodem met wat
melk en schuif de bodem nog 10 minuten terug in de oven.
Haal het gebak uit de vorm en laat het afkoelen.
Was de aardbeien, ontkroon ze en snijd grote aardbeien doormidden.
Laat ze op keukenpapier goed uitlekken.
Klop de slagroom met de suiker stijf.
Verwarm de jam in een pannetje tot hij goed heet is geworden en druk hem
dan door een zeef.
Verdeel de slagroom over de taartbodem, leg de aardbeien er in hartvormige
'rondes' in en bestrijk de aardbeien met de warme jam.
Leg hier en daar een blaadje verse munt.
In plaats van jam kunt u ook taartgeleipoeder uit een pakje aanmaken.
Dit is bij supermarkten kant en klaar te koop.
(12 punten)
120 gr boter
3 eieren
75 gr suiker
1 citroen
100 gr bloem
zout
Voor de crème:
1/8 liter melk
1 citroen
50 gr suiker
2 blaadjes witte gelatine
1/4 liter slagroom
250 gr aardbeien
1 eetlepel poedersuiker
Laat op een laag vuur 100 gr boter smelten.
Splits de eieren.
Klop het eigeel met 50 gr suiker, 2 eetlepels citroensap en de rasp van de
schoongeboende citroen schuimig.
Klop het eiwit met de rest van de suiker en een snufje zout stijf en
vermeng het met de eidooiers, de bloem en de lauwe boter.
Doe het deeg over in een ingevette hartvorm en laat het op de tweede
richel van de op 175°C voorverwarmde oven in 20-25 minuten gaar
worden.
Week de gelatine 10 minuten in ruim koud water.
Verwarm de melk met de schil van de citroen en de suiker en los de
uitgeknepen gelatine hierin op.
Laat het afkoelen en verwijder de citroenschil.
Klop de room stijf, meng hem voorzichtig met de melk en het citroensap en
strijk dit over de afgekoelde taartbodem uit.
Was de aardbeien.
Snijd 200 gr aardbeien in plakjes en leg die langs de rand van de
taart.
Pureer de rest van de aardbeien met de poedersuiker, doe de puree over in
een spuitzak met een fijne mond en garneer de taart hiermee.
750 gr aardbeien
2 eieren
1 cake
2-3 eetlepels fraise des bois-likeur
4-5 blaadjes gelatine
1 zakje vanillesuiker
1 mespunt zout
1 bekertje slagroom
kristalsuiker
4 ronde bakringen van 8-10 cm doorsnee
Steek met de bakringen 4 cirkels uit 4 plakjes cake en laat ze in de
bakringen.
Was de aardbeien, verwijder de kroontjes en houd 250 gr aardbeien
apart.
Pureer de overige 500 gr in een keukenmachine.
Meet in een maatbeker 4 dl aardbeienpuree af, verwarm die op matig vuur in
een steelpannetje en los hierin 25 gr kristalsuiker op.
Laat 4-5 blaadjes gelatine in een kom ± 5 minuten weken, knijp ze
uit en los ze van het vuur af in de vruchtenpuree op.
Roer er de fraise des bois-likeur door en laat het mengsel afkoelen.
Scheid intussen voorzichtig het eigeel van het eiwit (het eigeel wordt
niet gebruikt) en klop het eiwit met een mespunt zout en een zakje
vanillesuiker in een kom heel stijf.
Roer de geklopte eiwitten door de aardbeienpuree en giet de puree
voorzichtig in de bakringen op de cakebodems.
Laat de aardbeientaartjes in de koelkast minstens 3-4 uur opstijven.
Halveer de overige 250 gr aardbeien.
Klop de slagroom met wat suiker stijf.
Snijd de aardbeientaartjes met een mes uit de bakringen los en leg op
ieder bord een aardbeientaartje.
Leg daar wat aardbeien naast en schep er wat slagroom naast.
Variatie: U kunt deze taartjes ook met andere vruchten maken, bijvoorbeeld
met mango.
Neem in dat geval abrikozenlikeur in plaats van fraise des bois-likeur.
1/2 dl slagroom
1 1/4 dl crème fraîche
2 eetlepels aardbeiensaus (flesje)
12 gesuikerde ronde roomboterkoekjes
100 gr aardbeien in plakjes + 4 grote aardbeien
2 eetlepels poedersuiker
Klop de slagroom lobbig.
Roer de crème fraîche met de aardbeiensaus los en spatel dit
door de slagroom.
Verdeel het roommengsel over 8 koekjes en rangschik er de aardbeiplakjes
op.
Zet steeds 2 koekjes op elkaar en dek ze af met het laatste koekje.
Schep de poedersuiker in een zeefje en bestuif de torentjes hier royaal
mee.
Snijd de grote aardbeien een paar keer in (niet helemaal doorsnijden) en
vouw ze als een waaiertje open.
(12 taartjes)
1 zakje vanillepuddingpoeder
3 dl melk
2 eetlepels suiker
1 vanillestokje
30 gr zachte boter
500 gr aardbeien
1/4 liter slagroom
12 kant-en-klare kleine taartbodems
2 eetlepels rode bessengelei
Roer het puddingpoeder met 4 eetlepels koude melk en 1 eetlepel suiker
glad.
Snijd het vanillestokje met een scherp mesje in de lengte door, schraap
het merg er met een lepeltje uit en breng dit samen met de melk aan de
kook.
Voeg al roerend het gladgeroerde puddingpoeder toe, breng het aan de kook
en
laat het binden.
Roer de boter door de pudding, strooi de suiker erover en laat koud
worden.
Was de aardbeien, verwijder de kroontjes en snijd ze in plakjes.
Sla de slagroom stijf.
Klop de vanillepudding met een staafmixer los en schep er de room
door.
Verdeel de vanillecrème over de 12 taartbodems, strijk het glad,
zet de taartjes 10 minuten koud weg en beleg ze met de aardbeien.
Laat de bessengelei in een pannetje smelten en smeer de aardbeien hiermee
in.
(8 personen)
180 gr bloem
135 gr boter
100 gr suiker
1/2 losgeklopt ei
boter om in te vetten
2 gr zout
70 gr poeder voor gele banketbakkersroom
1 pot abrikozen (720 ml)
1 zakje amandelen (45 gr)
2 pakken amandelspijs á 200 gr
Verwarm de oven voor op 180°C.
Zeef de bloem.
Kneed een soepel deeg van de bloem, de boter, de suiker, het ei en het
zout en laat het, verpakt in vershoudfolie, in de koelkast 15 minuten
rusten.
Bestuif een werkvlak met bloem en rol het deeg uit tot een cirkel van 30
cm.
Vet een springvorm (doorsnee 26 cm) in, bekleed hem met het deeg en prik
de bodem met een vork in.
Bekleed het deeg met bakpapier en strooi er een steunvulling in,
bijvoorbeeld van gedroogde peulvruchten.
Bak de bodem 20 minuten in het midden van de oven, verwijder de
steunvulling en het bakpapier en bak de bodem nog eens 10 minuten.
Laat de taartbodem afkoelen.
Bereid de banketbakkersroom met 2 dl water volgens de
gebruiksaanwijzing.
Laat de abrikozen uitlekken en snijd ze in reepjes.
Rooster de amandelen in een droge koekenpan in 3 minuten lichtbruin.
Verdeel de amandelspijs over de taartbodem, bedek het met de lauwwarme
banketbakkersroom, verdeel de abrikozen erover en bestrooi de taart met
de
amandelen.
(8-10 personen)
4 eieren
130-150 gr witte basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
zout
40 gr bloem
20 gr maïzena
500 gr gehalveerde, ontpitte abrikozen
12 blaadjes witte gelatine
200 gr roomkaas
3 eetlepels citroensap
3 1/2 dl slagroom
1 eetlepel fijne tafelsuiker
2 springvormen, doorsnee 22 en 24 cm, de bodems met bakpapier bekleed
Bodem:
Verwarm de oven voor op 175°C.
Klop 2 eieren, 50 gr suiker, de vanillesuiker, zout en 1 eetlepel warm
water heel luchtig.
Zeef de bloem en de maïzena en spatel ze door het eimengsel.
schenk het beslag in de grootste vorm, bak het in het midden van de oven
in 15-20 minuten lichtbruin en laat het op een rooster afkoelen.
Abrikozengelei:
Breng 300 gr abrikozen met 1 1/2 dl water aan de kook en kook ze in 10
minuten zacht.
Pureer de abrikozen met het vocht en zeef ze.
Week 4 blaadjes gelatine 5 minuten in ruim koud water, knijp ze uit en los
ze in de warme gezeefde vruchtenpuree op.
Laat het gelatinemengsel afkoelen tot het iets dik begint te worden.
Doe het over in een spuitzak met een glad spuitmondje en spuit het in een
spiraal op de bodem van de kleinste springvorm.
Laat het in de koelkast 1 uur opstijven.
Roomkaasmengsel:
Week 8 blaadjes gelatine 5 minuten in ruim koud water.
Splits 2 eieren en roer de dooiers en de roomkaas tot een
crème.
Verwarm het citroensap en los de uitgeknepen gelatine hierin op.
Roer het gelatinemengsel door het roomkaasmengsel.
Klop de slagroom stijf en klop de eiwitten met de suiker stijf.
Schep eerst de slagroom en daarna het eiwit door het roomkaasmengsel.
Snijd 200 gr abrikozen in kleine stukjes en meng ze door het
roomkaasmengsel.
Schep het mengsel op de abrikozengelei in de vorm en laat het in de
koelkast 2 uur opstijven.
Afwerken:
Snijd de deegbodem bij tot een doorsnee van 22 cm en leg hem op het
roomkaasmengsel.
Verwijder de rand van de vorm en stort de taart op een schaal.
Bestrooi hem eventueel met tafelsuiker.
4 plakjes diepvriesbladerdeeg, ontdooid
1/2 pakje poeder voor banketbakkersroom (pakje á 140 gr)
2 dl volle melk
2 eetlepels hazelnoot-krokant (zakje, Baukje)
1 eetlepel cognac
12 halve abrikozen (blik, inh. 425 gr)
4 kleine ronde taartvormpjes, doorsnee 10 cm
Verwarm de oven voor op 200°C.
Bekleed de vormpjes met het bladerdeeg, snijd het overhangende deeg langs
de randen weg.
Bereid de banketbakkersroom met de melk volgens de aanwijzingen op de
verpakking.
Roer de hazelnoot-krokant en de cognac erdoor.
Verdeel het roommengsel over de deegbodems en leg op ieder taartje 3
abrikozen.
Bak de taartjes in het midden van de oven in 15 minuten goudbruin en gaar.
U kunt banketbakkersroom ook zelf maken.
1 liter melk
80 gr custard
200 gr suiker
2 eieren
1 Vanillestokje
Breng in een pan 9 dl melk met de helft van de suiker en het
opengesneden
vanillestokje aan de kook en laat het even zachtjes doorkoken.
Klop de eieren met de suiker los en voeg er de custard en de
achtergehouden melk aan toe.
Verwijder het vanillestokje en voeg de kokende melk onder voortdurend
roeren met een garde aan het custardmengsel toe.
Giet het terug in de pan, zet de pan op het vuur en laat het mengsel al
roerend doorkoken (pas op, het brand gemakkelijk aan).
Laat het snel afkoelen.
(1 1/2 liter)
10 Eidooiers
250 gr suiker
1 liter melk
1 vanillestokje
3 dl slagroom
Breng de melk met het opengesneden vanillestokje aan de kook.
Klop de eidooiers met de suiker tot een luchtige massa op.
Haal het vanillestokje uit de melk en voeg de kokende melk langzaam, al
roerend, aan de eimassa toe.
Giet de massa in een pan en breng hem tot net onder bet kookpunt.
Houd de massa al roerend net onder het kookpunt tot hij als een dun laagje
aan een houten lepel blijft zitten.
Neem de crème dan van het vuur.
Passeer de massa dor een theedoek in een vergiet boven een pan of schaal
en roer hem koud (bijvoorbeeld door de pan in een bak ijs te zetten).
Voeg vlak voor het serveren de room toe.
500 gr abrikozen
1 eetlepel citroensap
4 eetlepels abrikozenjam
250 gr boter
250 gr witte basterdsuiker
2 eieren
325 gr bloem
2 theelepels kaneel
zout
Was de abrikozen, halveer ze, verwijder de pitten en snijd het
vruchtvlees
in stukjes.
Schep de abrikozen, het citroensap en de jam in een kom door elkaar.
Vet een lage taartvorm met een doorsnee van 26 cm in.
Klop in een kom 100 gr boter met 100 gr basterdsuiker en een snufje zout
in ± 5 minuten tot een romig en crèmekleurige massa.
Klop er één voor één de eieren door en schep
er luchtig 100 gr bloem door.
Schep het deeg in de vorm, strijk het over de hele bodem uit en verdeel er
het abrikozenmengsel over.
Doe 225 gr bloem, 150 gr suiker en de kaneel in een kom en snijd er 150 gr
koude boter in kleine stukjes door.
Wrijf dit mengsel met de vingers tot een kruimelig deeg en strooi de
kruimels over de abrikozen.
Bak de vlaai in een op 175°C voorverwarmde oven in ± 45 minuten
goudbruin en gaar.
(12 taartjes)
plakjes diepvriesbladerdeeg (in totaal ± 200 gr)
100 gr abrikozenjam
250 gr boter
250 gr suiker
het merg van 1/2 vanillestokje
1 theelepel citroenrasp
4 eieren
70 gr bloem
80 gr poedersuiker
zout
12 taartvormpjes van ± 7 1/25 cm doorsnee
Laat het bladerdeeg ontdooien.
Leg de plakken op een met 1 eetlepel bloem bestoven aanrecht op elkaar en
rol ze uit tot een lap van ± 36 x 25 cm.
Zet de taartvormpjes in rijen van 4 naast elkaar, zodat een rechthoek
ontstaat.
Leg de deegplak losjes over de vormpjes en laat het ± 10 minuten
liggen, zodat de spanning van het deeg wat afneemt.
Werk intussen de abrikozenjam door een roerzeef en doe hem over in een
spuitzak.
Knijp een stukje keukenpapier tot een balletje, druk hiermee het deeg in
de vormpjes en druk vervolgens met de vingertoppen de eventueel nog
aanwezige luchtbelletjes weg.
Snijd het deeg rond de randen weg en spuit in de deegbakjes een ring van
abrikozenjam.
Smelt op laag vuur de boter.
Doe de suiker, het vanillemerg, de citroenrasp en een snufje zout in en
mengkom en giet de gesmolten boter hierbij.
Roer met een garde in de mengkom tot de suiker volledig is opgelost.
Voeg vervolgens één voor één de eieren bij de
botermassa en klop met een garde tot het ei volledig is opgenomen (let op,
dat u de eieren niet met een elektrische mixer klopt, want an bestaat de
kans dat de massa te schuimig wordt).
Roer er tot slot de bloem door en vul de deegbakjes met dit mengsel.
Strooi er de helft van de poedersuiker over en laat de taartjes in het
midden van een op 200°C voorverwarmde oven in 20-25 minuten gaar
worden.
Zet de taartjes op een rooster, bestrooi ze met de rest van de
poedersuiker, neem ze uit de vormpjes en serveer ze lauw.
(2 personen)
4 bastognekoeken
1 eetlepel boter
1 eetlepel abrikozenjam
1/2 sinaasappel
4 eetlepels advocaat
1 zakje gelatinepoeder
125 gr magere kwark
50 gr witte basterdsuiker
3/4 dl slagroom
4 chocolademokkaboontjes
Knip van een melkpak een rand van ± 8 cm af en zet deze op een
bord.
Verkruimel de koeken met de deegroller.
Smelt de boter en roer de koekkruimels en de jam erdoor.
Verdeel dit mengsel over de bodem van het 'taartvormpje' en druk het goed
aan.
Pers de sinaasappel uit en klop het sinaasappelsap met de advocaat en het
gelatinepoeder met een handmixer in ± 3 minuten tot een luchtige
massa.
Klop de kwark en de basterdsuiker erdoor.
Klop de slagroom stijf en schep deze luchtig door het kwarkmengsel.
Schep het mengsel in de vorm en strijk de bovenkant glad.
Laat het taartje in de koelkast in ± 1 uur opstijven.
Verwijder de rand en snijd het taartje diagonaal door.
Garneer met de mokkaboontjes.
)12 punten)
1 1/2 eetlepel boter
100 gr bloem
5 eetlepels maïzena
5 eieren
150 gr suiker
1 eetlepel citroenrasp
zout
1 zakje geschaafde amandelen
1/2 liter slagroom
4 zakjes vanillesuiker
2 blaadjes witte gelatine
6 eetlepels advocaat
Verwarm de oven voor op 175°C en vet een springvorm van 24 cm doorsnee
met de boter in.
Zeef de bloem met de maïzena.
Breek de eieren boven een kom, voeg de suiker, een snufje zout en de
citroenrasp toe en klop het geheel in ± 10 minuten schuimig.
Schep lepel voor lepel het bloemmengsel door het eimengsel.
Doe het deeg over in de springvorm en bak het in ± 45 minuten
lichtbruin.
Laat de taart in de vorm ± 5 minuten afkoelen, verwijder dan de
vorm en laat de taart verder afkoelen.
Rooster de amandelen even in een droge koekenpan.
Klop in een kom de slagroom met de vanillesuiker bijna stijf.
Week de gelatine in koud water.
Verwarm in een steelpan 2 eetlepels water, los de gelatine daarin op en
klop het gelatinemengsel door de slagroom.
Doe 1/3 deel van de slagroom in een aparte kom en roer de advocaat door de
rest van de slagroom.l
Snijd de taart in 2 lagen door.
Leg 1 laag op een platte schaal, strijk er met een mes een laag van het
room-advocaatmengsel op en leg daar de andere taartlaag op.
Bestrijk de zijkanten en de bovenkant van de taart met de rest van de
slagroom en druk er de geroosterde amandelen tegen.
Zet de taart tot het gebruik in de koelkast.
(10 punten)
200 gr lange vingers
3 1/2 dl advocaat
5 eieren
zout
8 blaadjes gelatine
250 gr boter
2 zakjes vanillesuiker
1/2 dl melk
1/8 liter slagroom
chocolaatjes
Breek de lange vingers in stukjes, roer hier 1/2 dl advocaat door tot een
samenhangende massa is ontstaan en leg die op de bodem van een beboterde
springvorm.
Splits de eieren en klop de eiwitten met wat zout en vervolgens met de
helft van de suiker zeer stijf.
Week de gelatine in koud water.
Klop de eidooiers met de zachte boter en de vanillesuiker schuimig en meng
hier de rest van de advocaat en de in lauwe melk opgeloste gelatine
door.
Spatel deze advocaatmassa door de stijfgeklopte eiwitten en schenk dit op
het lange vingermengsel.
Laat de taart in de koelkast enkele uren opstijven, neem de rand van de
vorm weg en spuit op de taart slagroom in de vorm van nestjes, waarin
kleine chocolatjesa kunnen worden gelegd.
300 gr bloem
50 gr witte basterdsuiker
50 gr boter
2 eieren
1 dl melk
1 zakje bakpoeder
1/2 zakje gist
1 zakje vanillesuiker
1 mespunt zout
1/2 theelepel kaneel
2 theelepels citroensap
2 theelepels amandelessence
2 theelepels mokka-essence
1 ampul rum-essence
1 volle eetlepel cranberrycompote
Doe alles in de keukenmachine en klop stevig met de grote messen tot een
wat taai, draden trekkend deeg is ontstaan.
Doe het over in een beboterde cakevorm en bak de cake 30-35 minuten in een
op 200°C voorverwarmde oven.
250 gr fijne amandelspijs
2 eiwitten
de rasp van 1 citroen
Vermeng de amandelspijs, de onopgeklopte eiwitten en de rasp en spuit
hiervan op bakpapier harten van 1 1/2 cm dikte.
Of rol staafjes spijs in de suiker (niet in de bloem) en vorm daar harten
van.
Laat ze 2 uur in een droge en warme omgeving staan en bak de harten in een
op 185°C voorverwarmde oven goudgeel.
Laat ze afkoelen en garneer met chocolade of vul de binnenruimte met
bonbons.
125 gr basterdsuiker
175 gr roomboter
250 gr bloem
25 gr ei of melk
zout
hele ontvliesde amandelen
Kneed eerst de boter, de suiker, het zout, het vocht en tot slot de bloem
tot een deeg en laat dit in de koelkast opstijven.
Rol hiervan een plak van 3 mm dikte en steek daar hartjes uit.
Bestrijk de hartjes met losgeklopt ei en leg op ieder koekje 3 amandelen.
Bestrijk ze nogmaals met ei en bak ze 25 minuten op 175°C.
(30 stuks)
100 gr boter
60 gr witte basterdsuiker
30 gr lichtbruine suiker
1 losgeklopt ei
1 theelepel amandelessence
100 gr bloem
2 theelepels bakpoeder
30 gr gemalen witte amandelen
2 eetlepels water
30 hele witte amandelen
Doe de zachte boter, de witte en de bruine suiker in een beslagkom en klop
het licht en luchtig.
Verdeel het losgeklopte ei in 2 porties en vermeng de helft met de
amandelessence.
Doe het bij de boter en klop het nog even stevig door.
Zeef de bloem met het bakpoeder boven de kom en werk het met een
houten
lepel door de boter.
Strooi er de gemalen amandelen over en klop nog even stevig door.
Het deeg zal nu zo stevig zijn dat u met de handen verder kunt werken.
Vorm van het deeg ± 30 balletjes, leg ze op een ingevette bakplaat
en druk ze met de vlakke hand wat plat.
Leg in het midden van elk koekje een amandel.
Gebruik de rest van het losgeklopte ei, aangevuld met het water, om de
koekjes te bestrijken.
Schuif de bakplaat in het midden van een op 180°C voorverwarmde oven
en bak de koekjes 12-15 minuten.
Laat ze afkoelen en bewaar ze in een goed afgesloten blik.
(± 30 stuks)
1 staaf amandelspijs (200 gr)
175 gr suiker
3 licht stijfgeslagen eiwitten
1 eetlepel bloem
Verwarm de oven voor op 170°C.
Klop de amandelspijs en de suiker met een mixer door elkaar.
Voeg het eiwit toe, klop het geheel tot het smeuïg is en voeg
tenslotte de bloem toe.
leg een stuk aluminiumfolie op een bakplaat, vet dit in en bestuif het
met
bloem.
Vorm van het deeg koekjes met een diameter van 2 1/2 cm en leg die op de
bakplaat met voldoende tussenruimte om ze in omvang te laten
verdubbelen.
Bak de koekjes in ± 15 minuten goudbruin.
Laat ze afkoelen en neem ze pas dan van het aluminiumfolie.
(8-10 personen)
250 gr boter
250 gr witte basterdsuiker
4 eieren
250 gr bloem
1/2 theelepel bakpoeder
zout
150 gr gemalen amandelen
1 1/4 dl slagroom
200 gr gepelde, in staafjes gehakte amandelen
een ingevette springvorm, doorsnee 20 cm
Verwarm de oven voor op 170°C.
Roer de boter en 225 gr suiker schuimig en roer er één voor
één de eieren door.
Zeef de bloem, het bakpoeder en het zout en schep ze met de gemalen
amandelen voorzichtig door het botermengsel.
Schep het deeg in de vorm en bak de taart in het midden van de oven in 1
uur en 15 minuten goudbruin en gaar.
Laat de taart op een rooster afkoelen.
Klop de slagroom met 25 gr suiker stijf en bestrijk de taart ermee.
Rooster de staafjes amandel in een droge koekenpan lichtbruin en bedek de
taart er royaal mee.
Voor het deeg:
200 gr gezeefde bloem
25 gr suiker
1 mespunt zout
100 gr koude boter in blokjes
Voor de vulling:
75 gr boter
100 gr fijngemalen amandelen
200 gr suiker
de geraspte schil en het sap van 2 citroenen
4 eieren
poedersuiker
een ingevette springvorm van 25 cm doorsnee
bakpapier
steunvulling
Deeg:
Meng de bloem met de suiker en het zout, maak in het midden een kuiltje,
doe de boter hierin en kneed het snel door.
Voeg 2 eetlepels ijswater toe en kneed het snel tot een samenhangend
deeg.
Vorm het deeg tot een bal en laat die afgedekt in de koelkast 1 uur
rusten.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Bekleed de vorm met het deeg, zodat een rand van 2 cm hoog ontstaat.
Bedek het deeg met bakpapier, vul het met een steunvulling en bak de bodem
15 minuten in het midden van de oven.
Verwijder het bakpapier en de steunvulling.
Vulling:
Smelt de boter.
Meng de amandelen, de suiker, de citroenschil en het sap, de boter en de
eieren en pureer het tot een smeuïge massa.
Verdeel de amandelmassa over de deegbodem en strijk de bovenkant glad.
Bak de taart nog 15 minuten in het midden van de oven en laat hem
afkoelen.
Schep de poedersuiker in een zeefje en bestuif de bovenkant van de taart
hier royaal mee.
(± 80 stuks)
150 gr boter
200 gr donkere basterdsuiker
2 eieren
2 eetlepels slagroom
400 gr bloem
100 gr rozijnen
100 gr ongezouten pinda's
100 gr pure chocolade in stukjes
4 eetlepels cacao
een ingevette bakplaat
Verwarm de oven voor op 200°C.
Smelt de bBoter en roer er van het vuur af de suiker, de eieren en de room
door.
Spatel er de bloem, de rozijnen, de pinda's en de chocolade door en roer
de cacao door de helft van het deeg.
Schep bergjes deeg op de bakplaat en bak de koekjes in de oven ± 12
minuten.
(10 personen)
125 gr bruine basterdsuiker
125 gr boter
1 ei
200 gr keukenstroop
2 dl gemberstroop
300 gr bloem
1 theelepel bakpoeder
1 mespuntje zout
1 theelepel kaneel
1 1/2 theelepel gemberpoeder
1/2 theelepel kruidnagelpoeder
5 eetlepels gembersnippers
een leuke platte vorm of een grote cakevorm
Verwarm de oven voor op 160°C.
Roer de suiker, de boter en het ei romig.
Verwarm de keukenstroop en de gemberstroop en roer die erdoor.
Zeef er de bloem, het bakpoeder, zout en de kruiden boven en voeg de
gembersnippers toe.
Stort het deeg in de met bakpapier beklede vorm en bak de koek in een
platte vorm 50 minuten en in een cakevorm 1 1/2 uur.
Laat de vorm even afkoelen.
Stort de cake op een rooster en laat hem verder afkoelen.
(12 personen)
200 gr pure chocolade
75 gr witte chocolade
125 gr melkchocolade
125 gr boter
125 gr grofgehakte walnoten
2 losgeklopte eieren
175 zelfrijzend bakmeel
12 bolletjes vanille-ijs
een ingevette cakevorm van 20 cm
Hak de 3 soorten chocola apart grof.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Doe de pure chocola en de boter in een kom en laat die op een pan met heet
water al roerend smelten; laat de chocola daarna iets afkoelen.
Schep de walnoten erdoor, roer de eieren erdoor, zeef het meel erboven en
spatel dat erdoor.
Schep de witte chocola en de melkchocola erdoor.
Doe het mengsel over in de vorm, bak de cake 35-40 minuten in het midden
van de oven en laat hem in de vorm ± 30 minuten afkoelen.
Keer de cake op een rooster en laat hem verder afkoelen.
Snijd de cake in plakjes en serveer die met het ijs.
Serveer deze cake met een frisse mangosaus:
Pureer 2 zeer rijpe mango's met 2 eetlepels limoensaus en het sap van 1
sinaasappel.
200 gr beschuit of boterkoekjes
125 gr zachte roomboter
2-3 eetlepels poedersuiker
voor de vulling:
200 gr HüttenkÄse
400 gr roomkwark
1 dl crème fraîche
2 eetlepels suiker
de geraspte schil van 1 citroen
Voor de granering:
200 gr aardbeien
een paar blaadjes citroenmelisse
Maal de beschuiten of boterkoekjes in de keukenmachine fijn of verkruimel
ze tussen 2 lagen plasticfolie met een deegroller.
Roer de roomboter en de poedersuiker tot een crème en roer er de
beschuit- of koekkriumels door.
Bekleed een springvorm van 24 cm doorsnee met het mengsel en druk het met
de bolle kant van een eetlepel stevig aan.
Zet de vorm op een koele plaats.
Roer de HüttenkÄse met de kwark en de crème fraîche
tot een crème en breng die met de suiker en de citroenrasp op
smaak.
Stort de kwarkmassa in de vorm, strijk hem glad en laat de taart 2 uur in
de in de koelkast koelen.
Snijd de randen met een nat mes los en verwijder de ring van de
springvorm.
Was de aardbeien, snijd ze in plakjes en gebruik die met de citroenmelisse
als garnering.
(8 stuks)
voor het deeg:
50 gr suiker
150 gr bloem
een snufje zout
1/2 klein ei (nr. 4)
100 gr boter
voor de bavarois:
400 gr verse ananas in stukjes
50 gr suiker
3 blaadjes gelatine
3 dl lobbig geklopte slagroom
ananasgelei*1
een met bakpapier beklede bakplaat
een uitsteekvorm, doorsnee 6 cm
8 ingevette hoge ringen van ± 8 cm hoog en ± 6 cm doorsnee
Deeg:
Meng de suiker, de bloem, het zout en het ei, meng de boter erdoor tot een
kruimelig deeg ontstaat en het deeg in plasticfolie gerold in de koelkast
1 uur opstijven.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Rol het deeg uit tot een lap van ± 15 x 30 cm, leg het op de
bakplaat en bak het ± 25 minuten in de oven.
Laat het deeg afkoelen, steek er met de uitsteekvorm 8 cirkels uit en leg
die in de ringen.
Bavarois:
Blancheer de ananas 1 minuut in ruim kokend water, laat uitlekken en
afkoelen.
Pureer de ananas en zeef de puree.
Verwarm 1 dl puree met de suiker.
Week de gelatine ± 5 minuten in ruim koud water, knijp hem uit en
los hem van het vuur af in de warme ananaspuree op.
Roer de rest van de puree erdoor en laat afkoelen.
Roer de slagroom door het ananasmengsel en schenk het in de ringen.
Vul de ringen niet helemaal, laat ± 1/2 cm vrij.
Laat de bavaroisetaartjes in de koelkast in ± 1 uur opstijven.
Verwarm de ananasgelei en schenk die in een dun laagje op de bavarois.
Laat de bavaroisetaartjes nog ± 2 uur in koelkast opstijven.
Verwijder de ringen en zet de bavaroises op een mooie schaal.
*1 Ananas-gelei:
Pureer 100 gr ananas en zeef de puree.
Week 3 blaadjes gelatine ± 5 minuten in ruim water.
Breng de ananaspuree met 1 dl water en 75 gr suiker aan de kook tot de
suiker is opgelost.
Los de uitgeknepen gelatine in de warme vloeistof op en laat de gelei
afkoelen.
Verwarm de gelei voor het gebruik zacht (laat niet koken!) tot deze weer
vloeibaar is.
250 gr aardbeien
75 gr suiker
1-2 eetlepels citroensap
1 grote rijpe ananas
175 gr bloem
zout
3 dl bier
1 eetlepel olie
3 eetlepels honing
3 eiwitten
frituurolie
1 eetlepel gemalen kaneel
4 eetlepels poedersuiker
Pureer de aardbeien met de suiker en het citroensap.
Schil de ananas dik, snijd hem in 12 dunne plakken en verwijder de harde
kern.
Zeef de bloem en het zout.
Voeg het bier, de olie en 1 eetlepel honing toe en roer het tot een glad
beslag.
Klop de eiwitten stijf en spatel ze door het beslag.
Verhit de frituurolie tot 180°C.
Bestrijk de ananasplakken dun met honing, haal ze door het beslag en
frituur de beignets maximaal 4 tegelijk in 2 minuten goudbruin en
knapperig.
Vermeng de kaneel en de poedersuiker en strooi dit over de beignets.
Geef de aardbeiensaus er apart bij.
1 taartbodem
1 pak kwarktaartmix met gevriesdroogde kwark
6 dl ananassap (pak)
1/2 liter slagroom
1 blik ananasschijven
3 blaadjes witte gelatine
1 klein blikje aardbeien of ander gekleurd fruit
een springvorm van 26 cm doorsnee
De taartbodem kunt u maken van een zakje kruimelbodemmix met boter.
Bereid de bodem volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Leg hem in de springvorm en zet hem om stevig te worden even in de
koelkast.
Mix de kwarktaartmix met 4 dl ananassap schuimig.
Klop in een andere kom de slagroom stijf, schep dit door de taartmix en
vul de springvorm hiermee.
Strijk de bovenkant glad en zet de taart ± 1 uur in de
koelkast.
Laat de ananas in een zeef uitlekken, vang het sap op en vul het met
ananassap uit het pak tot 3 dl aan.
Week de gelatine in koud water.
Breng in een steelpan wat ananassap aan de kook en los de uitgeknepen
gelatine erin op.
Roer de rest van het ananassap erdoor en laat dit (eventueel in de
diepvries) dik vloeibaar worden.
Leg de schijven ananas op de kwarktaart, leg het andere fruit in de holten
daartussen en giet er dan voorzichtig een laagje gelei over.
Laat het geheel in de koelkast dan nog 11/2 uur opstijven.
(6 personen)
50 gr poedersuiker
175 gr boter
2 eidooiers
125 gr zelfrijzend bakmeel
125 gr fijne tafelsuiker
4 eetlepels crème fraîche
900 gr ananas (vers of uit blik)
1 eetlepel Kirsch
toefjes munt
Voor de gemberroom:
1 dl stijfgeklopte slagroom
1 dl Griekse yoghurt
2 fijngehakte bolletjes gember
1 eetlepel suiker
een bakvorm met een dichte bodem van 22 cm doorsnee
Klop de poedersuiker en 50 gr boter in een kom tot een romige dikke
massa.
Klop de eidooiers erdoor en spatel het bakmeel er luchtig door.
Kneed het tot een zacht en soepel deeg en laat het afgedekt in de koelkast
30 minuten rusten.
Smelt 125 gr boter met de tafelsuiker in een steelpan, breng het aan de
kook en laat het al roerend 3-4 minuten zachtjes tot een lichtbruine massa
koken.
Laat het van het vuur af 1 minuut staan en klop er dan de crème
fraîche door tot een gladde massa ontstaat (verwarm het zo nodig nog
even).
Schenk het mengsel in de vorm en verdeel het over de bodem.
Maak de ananas schoon, snijd hem in plakken en verwijder de harde
kern.
Verdeel de Ananas dakpansgewijs over de sirooplaag en besprenkel ze met de
Kirsch.
Rol het deeg uit tot een cirkel van 25 cm doorsnee, leg die op de ananas
en vouw de randen langs de zijkanten om de ananas.
Verwarm de oven voor op 200°C en bak de taart in het midden van de
oven in 20 minuten goudbruin en gaar.
Verwarm de grill voor op de hoogste stand.
Steek de taart los van de zijwanden, laat hem 2 minuten staan en keer hem
dan op een ovenvaste schaal.
Schuif de schaal met de taart nog even onder grill tot de bovenkant
karameliseert.
Spatel intussen de yoghurt, de gember en de suiker luchtig door de
slagroom.
Snijd de taart in 6 punten, leg ze op de bordjes en garneer met de
gemberroom en een toefje munt.
4 eiwitten
125 gr suiker
125 gr gemalen amandelen
100 gr uitgelekte, in stukjes gesneden ananas
± 20 stukjes ouwel (diameter 5 cm)
Klop de eiwitten stijf en klop er geleidelijk de suiker door.
Schep de amandelen en de ananas erdoor.
Schep met 2 theelepels hoopjes op de stukjes ouwel, schik ze op een met
bakpapier beklede bakplaat en bak ze ± 30 minuten in een op
± 150°C voorverwarmde oven.
1 literblik ananas
2 eieren
250 gr suiker
150 gr bloem
2 theelepels bakpoeder
paneermeel
2 eetlepels boter
100 gr suiker
150 gr gemalen kokosgarnering
2 pakjes vanillesuiker
1 ei
Klop de eieren met de suiker in ± 10 minuten schuimig en klop er
daarna 1 1/2 dl water door.
Zeef de bloem met het bakpoeder erbij en schep dit voorzichtig om.
Vet een braadslee of bakvorm van 25 x 40 cm in en bestrooi die met
paneermeel.
Doe er het deeg in en bak de koek in 20 minuten bij 200°C gaar en
goudbruin.
Laat de koek afkoelen.
Laat de stukjes ananas goed uitlekken, snijd ze fijn en verdeel deze massa
gelijkmatig over de koek.
Vermeng voor de garnering de boter, de suiker, het ei, de kokos en de
vanillesuiker in een steelpan en verwarm dit al roerend tot een dikke saus
ontstaat (het mag niet gaan koken!)/
Verdeel de kokosmassa over de ananas.
Zet de koek nog een paar minuten in de vrij hete oven tot de bovenkant
mooi lichtbruin kleurt.
Laat de koek in de bakvorm afkoelen en snijd hem dan in vierkante stukken.
Vermeng 4 eieren met 75 gr suiker en 1/2 zakje vanillesuiker en voeg er
250 gr gezeefde bloem, een zakje bakpoeder en 75 gr gesmolten boter
bij.
Laat 1 groot blik ananas op siroop uitlekken.
Bewaar 4 hele schijven, snijd de rest in kleine stukjes en voeg die bij
het deeg.
Schik de 4 hele ananasschijven op de bodem van een ingevette springvorm en
schenk het deeg erover.
Bak de taart 40 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven.
Stort hem en doordrenken hem naar smaak met de ingekookte en met wat rum
geparfumeerde siroop uit het blik ananas.
(± 10 stukken)
250 gr bloem
1 ei
3/4 dl olie
1 druppel azijn
zout
8 appels (Jonagolds of goudreinetten)
2 eetlepels citroensap
1 blikje frambozen
60 gr rozijnen
1 eetlepel basterdsuiker
1 theelepel kaneel
1 zakje geschaafde amandelen
150 gr boter
40 gr paneermeel
Zeef de bloem boven een kom, maak in het midden een kuiltje en breek het
ei erover.
Voeg de olie en de azijn toe en meng het vanuit het midden tot een soepel
deeg.
Voeg tijdens het mengen in scheutjes 1 1/2 dl water toe, maar zorg dat het
deeg niet te nat wordt.
Strooi bloem op een werkvlak en kneed het deeg hierop ± 10 minuten
goed door tot het van de handen loslaat.
Vorm het deeg tot een bal, leg die in een kom, dek met plasticfolie af en
laat het deeg in de koelkast minstens 30 minuten rusten.
Schil intussen de appels en snijd ze in stukjes.
Doe die in een kom en sprenkel er het citroensap over.
Laat de frambozen goed uitlekken en dep ze eventueel met keukenpapier
droog.
Schep de frambozen, rozijnen, basterdsuiker, kaneel en amandelen door de
stukjes appel.
Verhit in een koekenpan 50 gr boter en bak het paneermeel hierin al
omscheppend goudbruin.
Smelt in een steelpan de rest van de boter.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Kneed het deeg weer goed door en verdeel het in 2 stukken.
Bestrooi het werkvlak weer met bloem en rol hierop 1 stuk deeg tot een
flinterdunne lap uit.
Spreid een theedoek uit en bestrooi hem met bloem.
Til de deeglap op, trek hem uit tot het deeg bijna doorschijnend wordt,
leg de deeglap op de theedoek en strooi er de helft van het paneermeel
over.
Leg het appelmengsel op 1/3 deel van het deeg en rol de deeglap op door de
theedoek aan één kant voorzichtig omhoog te trekken.
Vet een bakplaat in, leg de deegrol op een helft van de plaat en bestrijk
hem met gesmolten boter.
Maak op dezelfde manier nog een deegrol.
Bak de apfelstrudel in het midden van de oven in ± 25 minuten
goudbruin en gaar.
Serveer de strudel warm of laat hem op de bakplaat afkoelen.
250 gr zelfrijzend bakmeel
200 gr suiker
200 gr boter
4 eieren
3 appels
Laat de boter zacht worden en werk de suiker en de eidooiers eronder samen
met het zelfrijzend bakmeel.
Klop de eiwitten met een klein schepje suiker stijf, spatel ze door het
deeg en meng het zeer goed.
Snijd de appels klein en voeg ze toe.
Boter een cakevorm goed in en bestrooi rondom met bloem.
Doe het deeg in de vorm, zet hem in een 180°C voorverwarmde oven en
bak de cake in 45-60 minuten gaar.
Een clafoutis wordt in het algemeen lauwwarm geserveerd. Het is geen cake
en ook geen pudding, maar iets daartussenin.
De clafoutis wordt in een quichevorm gebakken (nooit in een springvorm,
want daar 'lekt' het beslag uit), in punten gesneden en als nagerecht
geserveerd.
± 500 gr appels
2 eetlepels boter
50 gr suiker
voor het beslag:
125 gr bloem
zout
50 gr suiker
3 eieren
3 dl melk
4 eetlepels calvados
poedersuiker
Verwarm de oven voor op 180°C.
Schil de appels, snijd ze in vieren, verwijder de klokhuizen en verdeel de
partjes in plakjes.
Verwarm de boter en bak de appelpartjes hierin om en om.
Bestrooi ze met de suiker en laat die licht karameliseren.
Schep de appelplakjes uit de pan in een ingevette ronde ovenschaal.
Zeef de bloem in een kom en voeg het zout en de suiker toe.
Breek de eieren één voor één boven een tweede
kom en klop ze licht op.
Voeg al roerend de melk en de eieren aan het bloemmengsel toe tot een glad
beslag is ontstaan en meng de calvados hierdoor.
Schenk het beslag over de appels uit en schuif de vorm in het midden van
een op 175°C voorverwarmde oven.
Bak de clafoutis in 35-40 minuten gaar.
Laat de clafoutis enigszins afkoelen en bestrooi hem met poedersuiker.
300 gr volkorenmeel
3 theelepels bakpoeder
2 theelepels speculaaskruiden
1/2 theelepel geraspte nootmuskaat
125 gr bruine basterdsuiker
250 gr gehakte gedroogde dadels
500 gr geschilde en uitgeboorde handappels
1 1/2 dl halfzoete cider
3 eieren
0,8 dl olie om in te vetten
2 eetlepels heldere honing
Verwarm de oven voor op 175°C.
Vet een taartvorm met een doorsnee van 20 cm in, bekleed de bodem met
vetvrij papier en vet ook het papier in.
Zeef de bloem met het bakpoeder in een kom en doe de in de zeef
overgebleven zemelen erbij.
Voeg dan de speculaaskruiden, de nootmuskaat en de dadels toe.
Rasp de helft van de appels en doe ze met de cider, de eieren en de olie
bij de droge ingrediënten.
Klop het mengsel zorgvuldig met een houten lepel en doe het dan in de
springvorm.
Snijd de rest van de appels in dunne plakjes en schik die in 2 cirkels
dakpansgewijs op de taart; zet in het midden een paar plakjes rechtop.
Bak de taart 1-1 1/2 uur in de oven, tot een droge breinaald er schoon
uit
komt.
Stort de taart op een rooster en verwijder het papier.
Verwarm de honing, terwijl de taart nog warm is, 1 minuut.
Bestrijk de appel met de honing en laat de taart afkoelen.
bladerdeeg
4 appels
150 gr suiker
2 eigelen
Rol de plakjes bladerdeeg uit en snijd ze in vierkanten.
Snijd de appels in kleine stukjes en meng die met de suiker.
Prik eerst gaatjes in het bladerdeeg en leg er dan de stukjes appel
op.
Vouw het deel dicht en prik nog eens bovenop het bladerdeeg.
Bestrijk het met eigeel.
Leg de flapjes op de bakplaat en bak ze 20 minuten op 180°C.
1 pak bosvruchtenmix (300 gr diepvries)
100 gr bloem
zout
75 gr gele basterdsuiker
50 gr koude boter
500 gr goudreinetten
2 eetlepels suiker
1/2 bekertje slagroom á 125 ml
2 eetlepels bosvruchtensaus (flesje á 200 ml)
1 eetlepel boter om in te vetten
een lage taartvorm, doorsnee 24 cm
Neem de bosvruchtenmix 1 uur van tevoren uit de diepvries en laat het in
een kom ontdooien.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Meng in een kom de bloem, het zout en de basterdsuiker.
Smelt de boter op laag vuur in een pan en meng dit met een vork door de
bloem, zodat een deeg met een kruimelige structuur ontstaat.
Schil de appels, halveer ze, verwijder de klokhuizen, snijd het
vruchtvlees in partjes van 1 1/2 cm dik en bestrooi die met suiker.
Vet de vorm met boter in, leg er de helft van de appel in en verdeel er de
bosvruchtenmix over.
Verdeel de rest van de appel over de bosvruchtenlaag en strooi daar het
kruimeldeeg over.
Bak de appelkruimeltaart in het midden van de oven in 25 minuten
goudbruin.
Klop intussen de slagroom stijf en roer de bosvruchtensaus erdoor.
Serveer de taart heet met de bosvruchtenroom.
(2 vormpjes)
4 plakjes bladerdeeg
1 appel
50 gr amandelspijs
2 biscuits
1 mespunt kaneel
1 klein ei
Spreid de plakjes bladerdeeg uit en laat ze ontdooien.
Vet intussen de vormpjes in, schil de appel en snijd hem in kleine
stukjes.
Vermeng de appel met de amandelspijs, de verkruimelde biscuits en de
kaneel.
Verwarm de oven voor op 225°C.
Bekleed de vormpjes met een plakje bladerdeeg, snijd de randen bij en leg
de vulling erop.
Bestrijk de deegrand met wat losgeklopt ei, snijd het plakje deeg dat over
de vulling komt bij en plak het goed op de deegrand.
Prik in het midden van de pasteitjes een gaatje.
Maak uit het overgebleven deeg figuurtjes en plak die met ei op het
pasteideksel vast.
Bestrijk de deegdeksel met losgeklopt ei en bak de pasteitjes onder in de
oven ± 25 minuten.
Zet de oven na 10 minuten baktijd op 220°C.
(6 personen)
5 ontdooide plakjes diepvriesbladerdeeg
40 gr zachte boter
40 gr witte basterdsuiker
1 ei
50 gr gemalen amandelen
6 friszure appels
2 eetlepels abrikozenjam
1 eetlepel citroensap
een ingevette bakplaat
Leg de plakjes bladerdeeg op elkaar en rol ze uit tot een rechthoekige
deeglap ter grootte van de bakplaat (± 25 x 35 cm).
Leg de deeglap op de bakplaat en zet die ± 30 minuten in de
koelkast.
Roer intussen de boter en de suiker zacht en romig.
Voeg het ei en de amandelen toe en roer alles tot een gladde
crème.
Snijd de deegranden eventueel mooi bij en prik de deegbodem regelmatig met
een vork in.
Verdeel de amandelcrème over de deegbodem, laat rondom een rand van
2 1/2 cm vrij.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Schil de appels, boor het klokhuis uit en snijd de appels in
tweeën.
Snijd de helften in plakjes en snijd de plakjes net niet helemaal los.
Druk zachtjes op de plakjes, zodat de appelhelften open waaieren.
Schik de halve appels in 3 rijen op de amandelcrème (± 4
helften per rij).
Bak de appeltaart ± 20 minuten in het midden van de oven.
Verwarm de abrikozenjam met het citroensap en breng dit aan de kook.
Lepel de warme jam direct uit de oven over de appels en laat de taart
afkoelen.
1 kleine appel
1 eetlepel citroensap
1 dl koud water
3/4 dl appeldiksap
100 gr poffertjesmix
3 eetlepels losgeklopt ei
1 eetlepel slaolie
boter
poedersuiker
1/2 eetlepel kaneel
Schil en rasp de appel en besprenkel de appelrasp met 1/2 eetlepel
citroensap.
Meng het diksap en het water in een kom en roer de pofferijesmix
erdoor.
Voeg het ei, de olie en de appelrasp toe.
Meng 80 gr boter met 40 gr poedersuiker, de rest van het citroensap en de
kaneel.
Zet een poffertjespan op een matig vuur en laat de pan heet worden.
Vet de holletjes met een beetje gesmolten boter in, vul ze voor 3/4 met
het beslag en laat de poffertjes aan beide kanten bruin worden.
Leg de poffertjes op een bordje en houd ze warm (bijvoorbeeld in een
warme
oven), terwijl u de andere poffertjes bakt.
Bestrooi de poffertjes met poedersuiker en leg er een klontje kaneelboter
op.
Variaties:
Zoete amandelpoffertjes: vervang de geraspte appel door 4 eetlepels
gemalen amandelen.
Hartige kaaspoffertjes: vervang het diksap door water en de appel door 4
eetlepels geraspte kaas.
Serveer de poffertjes met kruidenboter.
100 gr bloem
3 eetlepels custardpoeder
50 gr suiker
3 eieren
1 1/2 dl volle melk
per persoon 1 appel
kaneel
(kaneelsuiker)
Zeef de bloem en het custardpoeder in een kom en meng er de suiker
door.
Klop de eieren met de melk los en schenk het mengsel in een dun straaltje
en in delen bij het bloemmengsel.
Roer het glad en klontvrij.
Schil de appels, boor ze uit en halveer ze.
Schik de appels met de bolle kant naar boven in een ovale ovenschaal en
bestrooi ze met kaneel.
Schenk er het beslag over en bak het schoteltje 3/4-1 uur in een oven van
175°C goudbruin en gaar.
Serveer de appels warm, eventueel bestrooid met kaneelsuiker.
Voor het deeg:
300 gr zelfrijzend bakmeel
150 gr witte basterdsuiker
175 gr koude boter
1 ei
zout
2 eetlepel paneermeel
Voor het appelmengsel:
500 gr appels
citroensap
50 gr krenten
50 gr rozijnen
50 gr suiker
3 eetlepels kaneel
Zeef de basterdsuiker goed, zodat er geen klontjes meer in zitten.
Klop het ei met een garde los.
Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd ze in stukjes.
Was de krenten en rozijnen.
Verwarm de oven voor op 175°C en beboter een springvorm van 24 cm
doorsnee.
Doe het bakmeel, de basterdsuiker, de boter en zout in een mengkom en
snijd de boter met 2 messen in kleine stukjes door het meel.
Voeg 3/4 van het ei toe en kneed het geheel tot een soepele bal.
Druk 3/4 van het deeg op de bodem en tegen de zijwand van de vorm uit,
verdeel het paneermeel over de bodem en vul de vorm met het
appelmengsel.
Vorm van de rest van het deeg dunne reepjes, leg die kruislings over het
appelmengsel en bestrijk ze met de rest van het ei.
Zet de taart op een ovenrooster, één richel onder het
midden, in de oven en bak de taart in ± 1 1/4 uur gaar en
goudbruin.
200 gr bloem
150 gr boter
100 gr basterdsuiker
1 ei
de geraspte schil van 1 citroen
8 moesappelen
60-80 gr suiker
40 gr krenten
Maak een zanddeeg van de bloem, de boter, de suiker, het ei en wat zout en
laat dit, als het door het kneden wat week is geworden, op een koele
plaats 10 minuten rusten.
Rol het daarna op een met bloem bestrooid werkvlak tot een grote lap uit.
Bekleed er de beboterde en met bloem bestrooide bodem en rand van een
springvorm mee en druk de rand stevig op de bodem vast.
Maak van de appels met overige ingrediënten een niet te vochtige moes
en doe deze massa over in de vorm.
Leg reepjes overgebleven deeg in ruitvorm over de moes en bestrijk de rand
en de reepjes met losgeklopt ei.
Bak de taart in een vrij warme oven in ± 1 uur gaar en
lichtbruin.
Laat de taart afkoelen alvorens hem uit de vorm te nemen.
500 gr appels
50 gr boter
1/2 dl calvados
150 gr bloem
150 gr boter
3 eieren
een snufje zout
1 zakje bakpoeder
Schil de appels en snijd ze fijn.
Vermeng de bloem en de suiker en voeg er de gesmolten boter aan toe.
Doe de eidooiers en het bakpoeder erbij, schenk de calvados erbij en meng
dit verder door elkaar.
Voeg de appels toe.
Klop het eiwit stijf en schep dit voorzichtig door het deeg.
Doe dit in een beboterde springvorm en zet de taart ± 1 uur in een
op 180°C voorverwarmde oven.
Haal de taart uit de oven en laat hem afkoelen.
Strooi er poedersuiker over.
(8 stukken)
1 kg goudrenetten
2 eetlepels citroenrasp (pot á 200 gr, Baukje)
60 gr suiker
60 gr gehakte garneeramandelen (zakje á 45 gr, Baukje)
2 theelepels kaneel
2 eieren (M)
100 gr witte basterdsuiker
300 gr bloem
1/2 theelepel zout
200 gr koude boter
3 eetlepels abrikozenjam
springvorm, doorsnee 22 cm
bakpapier
Schil de appels en snijd ze in schijfjes, meng die met de citroenrasp, de
suiker, 45 gr garneeramandelen en de kaneel en laat ze samen zo lang
mogelijk (liefst een nacht) intrekken.
Meng de basterdsuiker, de bloem en het zout in een beslagkom.
Snijd de boter in kleine blokjes en kneed die met 1 ei door het
bloemmengsel tot een samenhangend deeg.
Laat het deeg afgedekt rusten op een koele plaats minstens 15 minuten.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Bekleed de bodem van de springvorm met bakpapier.
Rol een deel van het deeg tot ± 3 mm uit en bekleed de bodem en de
zijkant van de vorm ermee.
Bestrijk de deegbodem met abrikozenjam en verdeel de appelschijfjes
erover.
Rol de rest van het deeg uit, snijd er repen van en leg die kruiselings
over de appelvulling.
Verdeel de rest van de amandelen erover.
Klop het laatste ei los en bestrijk het deeg ermee.
Bak de taart midden in de oven in ± 1 uur goudbruin en gaar.
Haal de taart uit de vorm en laat hem afkoelen.
Lekker met lobbig geslagen, licht gezoete slagroom of met zure room.
60 gr suiker
water
citroenschil
1 kg zure appels
60 gr krenten
melk
suiker
150 gr bloem
110 gr boter
75 gr basterdsuiker
1/4 ei
2 gr zout
1 losgeklopt eidooier
Kook de suiker met weinig water en de citroenschil.
Schil de appels, snijd ze in kleine blokjes en verwarm die met de krenten
in de suikerstroop tot ze wat zachter zijn.
Neem de appels uit het suikerwater en schep ze over in een schaal.
Verwijder de citroenschil en laat het vocht in een steelpan tot een
stroopje inkoken.
Giet dit over de appels en laat ze afkoelen.
Doe de bloem, de basterdsuiker, het ei en het zout in een kom, snijd de
boter klein en kneed alles vlug door elkaar tot een gelijkmatig
deeg.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Houd een stuk van het deeg apart voor het vlechtwerk op de taart en rol de
rest op een met bloem bestoven werkblad uit.
Beboter de vorm, leg het deeg erin en maak de zijkant 3-4 cm hoog.
Vul de deegvorm met de appelvulling, snijd reepjes van het overgebleven
deeg en leg die in ruiten over de vulling.
Vouw het deeg dat boven de vulling uitsteekt over de uiteinden van de
reepjes en bestrijk het deeg met de losgeklopte eidooier.
Zet de vorm in het midden van de oven op het rooster en bak de taart in
± 50 minuten gaar.
Neem de taart uit de oven, laat hem afkoelen en verwijder de vorm.
Serveer met slagroom.
Voor het deeg:
300 gr . bloem (of zelfrijzend Bakmeel)
zout
175 gr boter
150 gr suiker
vanillesuiker of geraspte citroenschil
1 ei
1-2 eetlepels paneermeel of beschuitkruim
Voor de vulling:
1 kg zure appelen (van een stevige soort)
50 gr suiker
1-2 theelepels kaneel
100 gr rozijnen
Kneed een deeg van de ingrediënten en het grootste deel van het
losgeklopt ei (snijd de harde boter met 2 messen klein snijden in de
bloem).
Rol het deeg op een met bloem bestoven aanrecht uit en bedek er de bodem
en een gedeelte van de opstaande rand van een beboterde springvorm
mee.
Schil de appels en snijd ze in schijfjes of stukjes of rasp ze op een
grove rasp.
Meng er de suiker, de kaneel en de gewassen en gedroogde rozijnen
door.
Strooi een dun laagje paneermeel of beschuitkruim op het deeg in de vorm
en vul de vorm met het appelmengsel.
Garneer de bovenkant met reepjes deeg die ruitgewijs over de vulling
worden gelegd. Leg voor de afwerking een smalle reep langs de gehele
bovenrand.
Bestrijk de bovenkant met de rest van het ei.
Zet de vorm op het rooster onder in de op 175-200°C voorverwarmde oven
en bak de appeltaart in ± 60 minuten lichtbruin en gaar.
Neem de rand van de vorm en laat de taart uitdampen en afkoelen.
(8-10 punten)
1 zakje droge gist (7 gr)
1 dl melk
150 gr bloem
90 gr suiker
zout
75 gr zachte boter
3 eieren
160 gr gemalen kokos
nootmuskaat
1 eetlepel gemalen kaneel
2 appels, bijvoorbeeld Golden Delicious
een ingevette en met bloem bestoven springvorm, doorsnee 24 cm
Verwarm de oven voor op 180°C.
Los de gist in 2 eetlepels melk op.
Zeef de bloem boven een kom, voeg 75 gr suiker en een mespunt zout toe en
meng de boter erdoor.
Roer er één voor één de eieren door, schenk de
rest van de melk erbij en roer het glad.
Kneed er 120 gr kokos, een mespunt nootmuskaat en 1/2 eetlepel kaneel
door.
Schil de appels, halveer ze, verwijder de klokhuizen en snijd de appels in
schijfjes.
Druk het deeg in de vorm en strijk de bovenkant glad.
Leg de appels dakpansgewijs in een cirkel op het deeg.
Meng 40 gr kokos, 15 gr suiker en 1/2 eetlepel kaneel en bestrooi de
appels met dit kokosmengsel.
Bak de taart in het midden van de oven in 1 uur goudbruin en gaar.
Voor het deeg:
200 gr boter
100 gr suiker
1 ei
300 gr bloem
Voor de vulling:
750 gr appels
50 gr rozijnen
50 gr gehakte amandelen
100 gr onbewerkte marsepein
1/2 liter melk
100 gr suiker
1 zakje vanillesuiker of het merg uit 1 vanillestokje
1/2 pakje vanillepuddingpoeder (om te koken)
3 eieren
Kneed een deeg van de boter, de suiker, het ei en de bloem en leg dit
± 1 uur in de koelkast.
Rol het dan uit en bekleed er een ingevette springvorm van 26 cm doorsnee
mee.
mee.
Snijd de geschilde appels in schijfjes en rangschik die met de amandelen
en de rozijnen op het deeg.
Verkruimel de marsepein en roer hem met de helft van de melk glad.
Vermeng de rest van de melk met het vanillemerg, de suiker en het
marsepeinmengsel en breng dit al roerend aan de kook.
Roer er met een garde het puddingpoeder door, breng het opnieuw aan kook
en laat het gedeeltelijk afkoelen.
Klop er dan de eieren door en schenk het mengsel op de appels.
Strijk de bovenkant glad en bak de taart in ± 45 minuten in een
hete oven (225°C) gaar.
Voor het deeg:
350 gr zelfrijzend bakmeel
250 gr boter
175 gr suiker
snufje zout
1 eidooier
Voor de vulling:
6-8 goudrenetten
100 gr suiker
2 zakjes vanillesuiker
2 theelepels kaneel
50 gr rozijnen
Kneed de boter, de bloem, de suiker en het zout tot een samenhangende bal
en laat deze op een koele plaats in een half uur stijf worden.
Schil de appels, snijd ze in 8 partjes en schaaf ze met een
komkommerschaaf in dunne plakjes.
Bekleed de bodem (doorsnee 30 cm) en de wand van een met boter bestreken
en met paneermeel bestrooide springvorm met ruim de helft van het deeg.
Vul deze deegbodem met de appelschijfjes, strooi er telkens wat
(vanille)suiker, kaneel en rozijnen tussen.
Vorm smalle reepjes of rolletjes van het overgebleven deeg en leg die, in
ruiten, op het vulsel.
Plak ze stevig op het deegrandje van de wand vast.
Maak van overgehouden deeg rondom nog een rand (deze rand gaat over de
uiteinden van de deegreepjes).
Vermeng de eidooier met 1/2 eetlepel water en bestrijk het deeg
hiermee.
Verwarm de oven voor op 175°C en bak de taart hierin in ± 1 1/4
uur lichtbruin en gaar.
Laat de taart in de springvorm afkoelen (zo voorkomt u het uiteenvallen
van de rand).
Snijd de taart in punten en serveer die met een toef slagroom.
150 gr bloem
100 gr koude boter
50 gr basterdsuiker
zout
een snufje kruidnagelpoeder
1 ei
4 appels
1 eetlepel melk
een dikke plak pittige oude kaas
4 kleine vormpjes
Kneed een deeg van de bloem, de boter, de suiker, het zout en het
kruidnagelpoeder en zet dit ± 30 minuten in de koelkast.
Verdeel het dan in 4 bolletjes, rol die uit, leg de lapjes in de vormpjes
en prik de bodempjes met een vork flink in.
Schil de appels, boor de klokhuizen eruit en snijd het vruchtvlees in
dunne schijfjes.
Schik in elk vormpje een appel.
Klop het ei met de melk en wat suiker los en schenk dit over de
appels.
Bak de taartjes in een op 175°C voorverwarmde oven in ± 30
minuten lichtbruin.
Snijd de plak kaas in mooie puntjes en serveer die bij de warme taartjes.
(35-40 koekjes)
190 gr bloem
1 dl melk
4 druppels citroensap (zo nodig later meer) of een scheutje uit een
knijpcitroen
5 gr verse gist
100 gr ongezouten boter (verdeeld in 5 stukjes
een snufje zout
Bestrooi het werkvlak met grove kristalsuiker in plaats van met bloem (u
kunt ook suikerklontjes pletten met een deegroller).
U kunt het deeg het beste een nacht laten rusten; het is dan gemakkelijker
te verwerken.
Meng de bloem, de melk, het zout, het citroensap en de gist goed door
elkaar en klop met een elektrische mixer op hoge snelheid
één voor één de klontjes boter door het
mengsel.
Wikkel het deeg dan in plasticfolie en laat het een nacht in de koelkast
staan.
Verwarm de oven voor op 140°C.
Leg aluminiumfolie op de bakplaat en smeer dit in met boter, of smeer de
bakplaat zo in met boter.
Bestrooi het werkvlak met kristalsuiker en rol het deeg over de suiker
uit.
Strooi er nog wat suiker over en rol het deeg verder uitrollen tot het
heel dun is.
Steek er dan met een uitsteekvorm koekjes uit (de oorspronkelijke vorm is
ovaal).
Leg de koekjes op de bakplaat, strooi er nog wat grove suiker over en bak
de koekjes in 30-40 minuten goudbruin.
300 gr witte basterdsuiker
200 gr boter
200 gr biskcuit (± 34 stuks)
1 ei
2 afgestreken eetlepels cacao
Smelt de boter in een pannetje en klop de suiker, de cacao en het geklopte
ei erdoor.
Breek de biscuits in stukjes en roer ook die erdoor.
Doe de massa in een vorm en laat het geheel in de koelkast opstijven.
50 gr cacao
200 gr biscuit
250 gr diamantvet
200 gr witte basterdsuiker
3 eieren
1 theelepel koffie-extract
Klop de basterdsuiker en de eieren schuimig.
Smelt het vet, zonder het te veel te verhitten.
Voeg de cacao lepel voor lepel aan het eieren-suikermengsel toe.
Breek de biscuit in kleine stukjes en voeg die aan het cacaomengsel
toe.
Meng alles goed door elkaar.
Voeg het vet toe en roer tot een gladde massa ontstaat.
Leg vetvrij papier in een cakeblik, leg het mengsel erop en laat het in de
koelkast ± 2 uur opstijven.
Snijd de cake dan in plakken.
100 gr frituurvet
100 gr suiker
2 eieren
5 eetlepels cacao
200 gr mariabiscuit
Breek de biscuit in heel kleine stukjes.
Roer de eieren met de suiker los en voeg de cacao toe.
Smelt het frituurvet en voeg ook dit al roerend toe.
Roer de biscuitbrokjes er goed door.
Doe het mengsel in een met vetvrij papier beklede cakevorm, druk het goed
aan en zet de vorm 24 uur in de koelkast.
250 gr boter
200 gr poedersuiker
50 gr cacaopoeder
1 ei
200 gr biscuit
Vermeng het ei, de suiker en het cacaopoeder, voeg de gesmolten boter toe
en
roer het glad.
Voeg vervolgens de biscuit in gebroken stukjes toe en meng ze door de
massa.
Giet de massa uit in een platte vorm, strijk het glad en zet het een nacht
in de koelkast.
Arretjescake
1/2 pak of rol biscuitjes
100 gr witte basterdsuiker
100 gr boter
25 gr cacao (3 eetlepels)
1 zakje vanillesuiker
1 ei
Meng de cacao, vanillesuiker en basterdsuiker door elkaar en roer tot er
geen klontjes meer in zitten.
Doe dit samen met de boter in een pan en zet die op laag vuur.
Klop intussen het ei en bekleed een (cake)vorm met plasticfolie.
Verkruimel de biscuitjes door ze in een plastic zak te doen en daar met
een deegroller overheen te gaan.
Roer het boter-suikermengsel regelmatig door.
Laat het, als de suiker min of meer is opgelost, een beetje afkoelen en
meng dan alles (dus ook het ei) door elkaar.
Doe het mengsel over in de vorm en laat het 1 nacht in de koelkast staan.
Vermeng 2 pakjes verkruimelde Mariabiscuitjes met 2 pakjes zachtgeroerde
boter, 5 eetlepels cacao, 2 eieren en 400 gr suiker.
Doe dit mengsel in een vorm doen laat het in de koelkast opstijven.
(± 50 stukjes)
350 gr gesmolten boter
175 gr grofgehakte amandelen
175 gr grofgehakte walnoten
2 theelepels kaneel
1/2 theelepel kruidnagelpoeder
24 plakjes fyllodeeg
350 gr suiker
350 gr honing
4 eetlepels water
Verwarm de oven voor op 180°C.
Vet een flinke rechthoekige ovenschaal (± 32 x 22 cm) met wat
gesmolten boter in.
Leg de plakjes fyllodeeg uit en bestrijk ze stuk voor stuk met gesmolten
boter.
Vermeng in een kom de gehakte noten, de kaneel en het
kruidnagelpoeder.
Leg 1 plakje fyllodeeg op de bodem in het midden van de ingevette
schaal.
Verspreid daarop 7 plakjes deeg en laat het overtollige deeg over de rand
hangen.
Strooi er 1/3 deel van het notenmengsel over en leg daarop 4 plakjes
deeg.
Strooi er nog 1/3 deel van het notenmengsel over en leg daarop weer 4
plakjes deeg.
Strooi er de rest van het notenmengsel op en dek af met de resterende
plakjes fyllodeeg.
Vouw de overhangende randen van 7 plakjes deeg weg, laat het
overtollige
deeg van het laatste deegplakje weer over de rand van de schaal hangen en
snijd dit met een scherp mesje netjes bij.
Maak met het mesje door alle lagen van het gebak diagonale sneden van
± 4 cm en doe hetzelfde in de andere richting, zodat diamantvormige
stukjes ontstaan.
Bak de baklava ± 1 uur, zet de oven dan uit en laat de schaal nog
± 30 minuten in de oven staan.
Bereid intussen de siroop.
Vermeng daarvoor boven middelhoog vuur de suiker, de honing en het water
in een pan met dikke bodem en roer tot de suiker is opgelost.
Zet het vuur hoog en breng de siroop al roerend aan de kook.
Temper het vuur weer tot middelhoog, laat de siroop 5 minuten pruttelen en
neem de pan dan van het vuur.
Neem de baklava uit de oven, giet er de warme siroop over en laat die in
alle lagen doordringen.
Snijd de 'diamantjes' goed van elkaar los en laat ze, alvorens ze te
serveren, helemaal afkoelen.
500 gr fyllodeeg
Voor de vulling:
250 gr ongezouten boter
250 gr suiker
1/4 liter water
250 gr fijngehakte walnoten
een snufje kaneel
voor de stroop:
250 gr suiker
250 gr honing
1/4 liter water
het sap van 1 citroen
Breng het water met de helft van de boter en de suiker aan de kook en
voeg, als de suiker is opgelost, de walnoten toe.
Haal de pan van het vuur.
Smelt de rest van de boter en bestrijk er een bakblik mee.
Leg er een lap fyllodeeg op, bestrijk die met gesmolten boter en herhaal
dit tot 4 deeglappen bovenop elkaar liggen.
Strijk een dunne laag vulling over de bovenste lap fyllodeeg, strooi er
een beetje kaneel over en leg daar 2 met gesmolten boter bestreken
fyllodeeglapjes op.
Herhaal dit tot de ingrediënten op zijn.
De laatste laag moet uit 2 lappen fyllodeeg bestaan.
Bestrijk de bovenste laag rijkelijk met boter en kerf er met een scherp
mes vierkanten in.
Bak de baklava in een op 180°C voorverwarmde oven in 20 minuten
goudbruin en bros.
De stroop:
Breng het water aan de kook en voeg al roerend de honing, de suiker en het
citroensap toe.
Giet de saus kokendheet over de baklava.
Laat het gebak afkoelen en snijd het in stukken.
(Een goede manier om overrijpe bananen te verwerken)
Dit gebak kan goed worden ingevroren in een polytheen zak waar alle lucht is uitgedrukt.
2 goed rijpe bananen
50 gr boter
150 gr fijne kristalsuiker
2 eieren
225 gr zelfrijzend meel (*)
een snufje zout
Moes de bananen.
Roer de boter en de suiker tot room.
Sla de eieren er door.
Voeg meel, zout en bananen toe en meng alles goed.
Vet een broodblik in voor een brood van 675 g of iets groter en bestuif
het met bloem.
Vul het blik met het beslag.
Bak het brood ± 1 uur in het midden van een matig hete oven
(190°C) tot het goudbruin is, terugveert na indrukken en van de randen
van het blik wijkt.
Keer het brood op een rooster om af te koelen.
Serveer dun-beboterde sneetjes.
* Dit recept kunt u ook maken met half wit en half volkoren zelfrijzend meel. Als er geen volkoren zelfrijzend meel te koop is, moet u 1/2 theelepel bakpoeder toevoegen.
(12-16 plakken)
100 gr grofgehakte hazelnoten
400 gr gepelde en fijngeprakte bananen
30 gr boter
2 eieren
150 gr honing
3 eetlepels melk
vanille-essence
250 gr volkorenmeel
1 theelepel bakpoeder
zout
Rooster de hazelnoten even in een droge koekenpan.
Smelt de boter, fruit hierin de banaan en laat de massa afkoelen.
Splits de eieren boven twee kommen.
Klop de dooiers los met de honing en voeg de melk, de vanille-essence en
de banaan toe.
Vermeng dit alles met het volkorenmeel, het bakmeel, een mespunt zout
en
de hazelnoten tot een samenhangend geheel (voeg eventueel wat extra melk
toe).
Sla de eiwitten stijf met wat zout en schep de stijfgeslagen eiwitten door
het beslag.
Doe het beslag over in een ingevette cakevorm en bak het
bananen-notenbrood in de tot 175°C voorverwarmde oven in ± 1
1/2 uur gaar.
(2 personen)
15 gr boter
6 bastognekoeken
1 eetlepel gemberjam
200 gr frambozen
1 mespunt gemberpoeder
2 eetlepels poedersuiker
75 gr Mascarpone
Smelt de boter.
Verkruimel de koeken met een deegroller en meng de boter, de jam en het
gemberpoeder erdoor.
Verdeel het kruimelmengsel over de bodem van 2 kleine taartvormpjes van
± 10 cm doorsnee en druk het goed aan.
Laat de taartbodems in de koelkast minstens 1/2 uur opstijven.
Was de frambozen en schep er 1 eetlepel poedersuiker door.
Roer de andere lepel poedersuiker door de Mascarpone.
Schep de Mascarpone en de frambozen in de taartjes.
500 gr wit tarwebloem
1 zakje gist
100 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
1 afgestreken theelepel zout
1/4 liter melk
100 gr gesmolten boter
2 eieren
Kneed de ingrediënten tot een smeuïge massa en laat die op een
warme plaats staan tot het volume is verdubbeld.
Zet de mixer op de hoogste stand en kneed hiermee nogmaals goed door.
Rol het deeg op een werkblad uit tot een lap van 1/2 cm dik en steek daar
met een glas of kopje ronde plakjes van 5-7 cm doorsnee uit.
Leg de schijfjes op een met bloem bestrooide bakplaat en laat ze nogmaals
± 20 minuten op een warme plaats rusten.
Bak de Berliner bollen in een frituurpan met plantaardig vet of
plantaardige olie aan beide kanten goudbruin.
Neem ze met een schuimspaan uit de pan, laat ze op keukenpapier uitlekken
en rol ze dan in suiker.
U kunt de Berliner bollen met jam vullen.
Doe de jam in een slagroomspuit, plaats een puntig mondje aan de voorkant
van de spuit en spuit de jam aan de zijkant van de bollen naar binnen.
U kunt voor de Berliner bollen ook een ander deeg maken (makkelijker en sneller klaar). Hier volgt het recept:
Kwark-oliedeeg
250 gr magere kwark
6 eetlepels melk
1 ei
8 eetlepels zonnebloemolie
100 gr (4 eetlepels) suiker
400 gr wit tarwebloem
1 zakje bakpoeder
Roer de kwark met een mixer glad.
Meng de bloem en het bakpoeder door elkaar en roer de helft hiervan door
de kwark.
Klop er de melk, het ei, de zonnebloemolie en de suiker door, voeg de rest
van het bloemmengsel toe en kneed het geheel goed door.
Ga verder te werk als boven beschreven; alleen hoeft dit deeg niet te
rusten.
100 gr zachte boter
200 gr bruine suiker
1 ei
200 gr bloem
1/2 theelepel zout
1 1/2 theelepel dubbelkoolzure soda (eventueel zuiveringszout)
1 theelepel kaneel
1/2 theelepel piment
1/2 theelepel kruidnagel
1/4 liter bier (oudbruin, pils of witbier)
50 gr walnoten
325 gr dadels
Vermeng de boter en de suiker en roer er het losgeklopte ei door.
Zeef de bloem met het zout, de soda, de kaneel, het piment en de
kruidnagel en houd 3 eetlepels van dit mengsel apart.
Meng de rest door het suiker-botermengsel, voeg het bier toe en roer die
voorzichtig door het beslag.
Hak de walnoten en de ontpitte dadels fijn, meng er de 3 achtergehouden
eetlepels van het bloemmengsel door en schep het geheel door het
beslag.
Beboter een cakevorm en bestuif hem met bloem.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Giet het beslag in de cakevorm en bak de cake 75 minuten in de oven.
Laat de cake, alvorens hem uit de vorm te halen, 10 minuten afkoelen.
Zet de cake tenminste 1 dag verpakt in aluminiumfolie in de koelkast.
Bestuif de cake voor het serveren met poedersuiker.
(Italiaanse amandelkoekjes)
(± 100 stuks)
2 eieren
3 eidooiers
350 gr suiker
400 gr gezeefde bloem
1 theelepel bakpoeder
een snufje zout
150 gr gehalveerde witte amandelen
75 gr pijnboompitten
2 theelepels geraspte sinaasappelschil
een met bakpapier beklede bakplaat
Verwarm de oven voor op 190°C.
Klop de eieren, 2 eidooiers en de suiker tot een licht schuimig mengsel en
kneed er de bloem, het bakpoeder, het zout, de amandelen, de
pijnboompitten en de sinaasappelrasp door.
Vorm van het deeg vingerdikke repen en leg deze op de bakplaat.
Klop 1 eidooier los en bestrijk het deeg hiermee.
Bak het deeg ± 15 minuten in het midden van de oven.
Laat de deegrollen op het rooster iets afkoelen en snijd ze in stukken van
± 1 cm dik.
Leg de stukken deeg op de bakplaat, bak de biscotti in het midden van de
oven nog 15-20 minuten en laat ze afkoelen en.
Biscuitgebak:
3 eieren
120 gr suiker
vanillemerg of -suiker
zout
60 gr bloem of 90 gr bloem
20 gr maïzena of 30 gr maïzena
Beboter een springvorm van 20 cm doorsnee en bestrooi hem met bloem.
Klop in een verwarmde kom de hele eieren met de suiker, vanillesuiker en
zout zo stijf dat de massa als een lint afvloeit en langzaam
gelijkvloeit.
Vermeng hier de gezeefde bloem en maïzena luchtig mee en doe het deeg
dadelijk in de vorm.
Schuif het rooster zo in de oven, dat het midden van de vorm in het midden
van de oven staat.
Laat het deeg in een matigwarme oven rijzen en bak het in 30-40 minuten
lichtbruin bij een oventemperatuur van 160°C.
Splits eventueel de eieren.
Klop de eidooiers dik met de suiker en zout en klop het eiwit stijf.
Vermeng het eiwit en de bloem luchtig met de eidooiers en de vanille.
Bak dit mengsel 30-40 minuten op 180°C.
Smelt eventueel per ei 25 gr boter zonder die heet te laten worden en voeg de boter toe, nadat de bloem door het deeg is gemengd.
Mokkacrème:
150 gr roomboter
75 gr (of naar smaak meer) lichtbruine basterdsuiker
2 dl stijfgeklopte slagroom
10 theelepels oploskoffie (of naar smaak meer of minder)
Voor de garnering:
100 gr geschaafde amandelen of hazelnoten of chocoladehagelslag
Breng de boter op kamertemperatuur, roer er met de basterdsuiker een glad
mengsel van (de suiker moet geheel zijn opgelost) en schep daar
voorzichtig de geklopte slagroom door.
Los de oploskoffie in een kopje met een bodempje heet water op (neem niet
te veel water!) en schep deze koffie-oplossing door de mokka.
Garneer het mokkagebak met amandelen, hazelnoten of chocoladehagelslag.
(± 14 plakken)
voor het biscuitdeeg:
6 gesplitste eieren
150 gr suiker + suiker voor het bestrooien
1 mespunt zout
1 1/2 theelepel geraspte citroenschil
90 gr gezeefde bloem
90 gr gezeefde maïzena
90 gr amandelschaafsel
voor de vulling:
1 potje rode bessengelei (Robertson's, 227 gr)
250 gr rijpe aardbeien in vieren
25 gr suiker
2 eetlepels sinaasappellikeur
3 blaadjes witte gelatine
250 gr losgeroerde Mascarpone
poedersuiker
een met bakpapier beklede bakplaat
een schone theedoek
Biscuitdeeg:
Verwarm de oven voor op 250°C.
Klop de eidooiers krachtig met 75 gr suiker, zout, de citroenrasp en 2
eetlepels lauw water.
Klop de eiwitten met 75 gr suiker stijf en spatel ze door de
dooiermassa.
Schep er in delen de bloem en de maïzena door.
Strijk het beslag in een rechthoek van 30 x 35 cm op de bakplaat uit en
bestrooi met het amandelschaafsel.
Bak het biscuitdeeg in het midden van de oven in ± 6 minuten
goudbruin.
Bestrooi de theedoek met suiker, keer de biscuit hierop en trek het
bakpapier eraf.
Rol de biscuit en de doek strak op.
Vulling:
Roer de gelei los.
Pureer de helft van de aardbeien met de likeur en de suiker.
Week de gelatine ± 5 minuten in ruim koud water, knijp ze uit en
los ze in 1 eetlepel kokend water op.
Klop de gelatine door het aardbeienpuree en roer het mengsel door de
Mascarpone.
Laat het al roerend tot een crème afkoelen.
Rol de biscuit uit.
Bestrijk het eerst met bessengelei en daarna met aardbeiencrème,
aan één lange kant een beetje dikker.
Verdeel er de aardbeistukjes over.
Klap de biscuit vanaf de dik bestreken kant om en rol op: trek de doek
hiervoor langzaam maar krachtig omhoog.
Wikkel de doek strak om de rol en laat het geheel, met de naad onder,
± 2 uur in koelkast opstijven.
Bestrooi de rol voor het serveren dun met poedersuiker en snijd hem met
een kartelmes in plakken.
Dit Italiaanse dessert maakt u extra snel als u de Mascarponeroom door 300 gr kant-en-klare roombavarois met amaretto (Mona) vervangt. U heeft dan wel de helft minder aardbeien nodig. Ook lekker bij koffie of thee.
5 eieren
200 gr kristalsuiker
100 gr bloem
100 gr aardappelmeel
1/2 zakje bakpoeder
Klop de eieren in een kom samen met de suiker en mix dit 10 minuten.
Mix daarna verder in een warmwaterbad tot het lauw is.
Neem de kom dan uit het warmwaterbad en mix tot het koud is (de totale
kloptijd is ± 20 minuten).
Zeef de bloem met het aardappelmeel en het bakpoeder en spatel dit in
gedeelten zachtjes en voorzichtig door het ei-suikermengsel (klop niet
meer).
Boter een bakvorm goed in en bestrooi hem met bloem.
Bak de taart 45-60 minuten op 175°C.
Haal de taart uit de oven, neem hem uit de vorm, leg hem op een
taartrooster en laat afkoelen.
Snijd hem doormidden en werk af met fruit en slagroom.
100 gr bittere amandelen
200 gr zoete amandelen
600 gr suiker
1 eiwit
Maal de gepelde amandelen tweemaal met 150 gr suiker fijn.
Vermeng ze dan met de rest van de suiker en zoveel eiwit tot een vrij slap
deeg is ontstaan.
Leg vetvrij papier op de bakplaat en spuit daar met een spuitzak met een
gladde mond kleine bolletjes op.
Druk ze met een vochtige doek een beetje plat en bak ze laag in een op
200°C voorverwarmde oven in ± 1/2 uur bruin en gaar.
Laat ze op het papier afkoelen en neem ze er dan voorzichtig af.
Mochten ze toch nog plakken, maak dan het papier aan de onderkant vochtig.
4 plakjes bladerdeeg (diepvries)
1 eidooier
4 eetlepels kristalsuiker
1/2 citroen
1 banaan
1 dl slagroom
1 eetlepel poedersuiker
Laat de plakjes bladerdeeg ontdooien.
Verwarm de oven voorop 200°C.
Vet 4 kleine taartvormpjes (doorsnee ± 10 cm) met boter in en
bekleed ze met het bladerdeeg.
Snijd de overhangende randjes eraf.
Bestrijk ze met losgeklopte eidooier en bestrooi met de suiker.
Bak de bakjes in ± 20 minuten goudbruin en gaar, neem ze uit de
vormpjes en laat ze afkoelen.
Rasp intussen de schoongeboende citroenschil dun af en pers de vrucht
uit.
Pel de banaan en snijd hem in plakjes.
Was de druiven, halveer ze eventueel en verwijder de pitjes.
Schil de kiwi's, snijd het vruchtvlees in plakjes en halveer die.
Schep het fruit met 1 eetlepel citroensap door elkaar.
Klop de slagroom met de rest van de suiker stijf.
Houd 1 theelepel rasp apart en spatel er de rest van de rasp met een
paar
druppels citroensap en poedersuiker door.
Doe het geheel over in een spuitzak met grove kartelmond en leg die tot
het gebruik in de koelkast.
Vul de afgekoelde bakjes met het fruit en garneer met een flinke toef
slagroom en wat citroenrasp.
Variatietip: Vervang de druiven door 2 in partjes gesneden sharonvruchten.
(2 personen)
2 plakjes diepvriesbladerdeeg
2 bolletjes gember
1 eetlepel abrikozenjam
25 gr geraspte jonge kaas
1 eetlepel koffiemelk
1 mandarijn
Verwarm de oven voor op 200°C.
Laat het bladerdeeg ontdooien en steek er met een glaasje 8 rondjes
uit.
Snijd de gember in dunne plakjes.
Leg 4 deegrondjes op een ingevette bakplaat, bestrijk ze met de jam,
verdeel er de kaas en de gember over en dek af met de overige
deegrondjes.
Druk de randen van het deeg met een vork op elkaar en bestrijk de
bovenkant met koffiemelk.
Bak de bladerdeegrondjes in het midden van de oven in ± 15 minuten
goudbruin en gaar.
Pel de mandarijn en verwijder de vliesjes rond de partjes.
Leg de rondjes op 2 bordjes en garneer ze met de mandarijnpartjes.
2 eetlepels paneermeel
150 gr rozijnen
150 gr krenten
200 gr gemengde ongezouten noten
500 gr zelfrijzend bakmeel
100 gr boter
175 gr suiker
4 dl melk
1 theelepel zout
1 eetlepel citroensap
1 ei
2 eetlepels azijn
Vet een afsluitbare vorm van 2 1/2 liter in en bestrooi hem met
paneermeel.
Spoel de krenten en de rozijnen af.
Hak de noten grof.
Doe het bakmeel, de boter, de suiker, de melk, het zout, het citroensap en
het ei in een kom en meng alles met een mixer goed door elkaar.
Voeg de rozijnen, krenten en noten toe.
Doe het deeg over in de vorm en sluit de vorm af.
Breng in een grote pan water met de azijn aan de kook, zet de vorm erin
(het water moet tot aan de rand van de vorm staan) en laat de koek in
± 3 uur gaar worden (vul het water zo nodig tot het gewenste peil
aan).
Neem de vorm dan uit het water, haal het deksel eraf en keer de koek op
een schaal.
Laat hem afkoelen, snijd hem in punten en besmeer die met boter.
(1 bakplaat)
Voor het deeg:
7 eiwitten
zout
175 gr witte basterdsuiker
150 gr geschaafde amandelen
Voor de vulling:
150 gr boter
75 gr poedersuiker
2 eetlepels kofie-extract (van oploskoffie)
Voor de garnering:
1 zakje chocofix (chocoladeglazuur)
Klop de eiwitten met een snufje zout met een mixer halfstijf.
Voeg er geleidelijk al roerend de suiker aan toe en sla het eiwit verder
stijf, tot u de kom kunt omkeren zonder dat het eiwit eruit loopt.
Schep het schuim in een spuitzak met het gladde spuitmondje.
Bekleed de bakplaat met bakpapier of beboter hem licht en spuit er repen
op van ± 6 cm lang.
Bestrooi ze met de geschaafde amandelen en schuif de bakplaat midden in de
oven.
Steek een houten lepel tussen de ovendeur en schakel de oven in op
100°c.
Droog de schuimpjes ± 2 1/2 uur en laat het schuim daarna
afkoelen.
Roer intussen de zachte boter, de gezeefde poedersuiker en het
koffie-extract tot een glad mengsel.
Bestrijk de platte kant van de helft van de schuimpjes met de mokkaboter
en druk de platte kant van de niet bestreken schuimpjes er tegenaan.
Bereid het chocoladeglazuur volgens de aanwijzingen op het zakje.
Dompel de uiteinden van de bokkepootjes erin en laat het glazuur hard
worden.
Tip: Roer voor zelfgemaakte chocoladeglazuur 100 gr poedersuiker en 2 volle eetlepels cacao door elkaar. Voeg al roerend enkele druppels water toe en blijf roeren tot een glanzend mengsel ontstaat. Het glazuur moet zo dik zijn, dat het bijvoorbeeld met de botte kant van een mes goed kan worden uitgestreken.
Voor het deeg:
200 gr bloem
1 mespuntje zout
100 gr koude, harde boter
1 dl ijskoud water
Voor de vulling:
150 gr suiker
40 gr bloem
500 gr bosbessen
2 theelepels citroensap
1 eetlepel koffiemelk
Deeg:
Meng de bloem met het zout in een kom en snijd de boter hierin met 2
messen tot kruimels.
Giet er het water bij, roer met een mes tot de bloem al het vocht heeft
opgenomen en kneed er dan met koele handen snel een soepel deeg van.
Laat dit op een koele plaats minstens een half uur rusten.
Bestuif het werkblad en de deegroller met bloem en rol het deeg uit tot
een lap die groot genoeg is om er de vorm mee te bekleden.
Reserveer daarbij voldoende deeg voor het vlechtwerk.
Bestrijk een vlaai- of boterkoekvorm met boter, leg de deeglap erin, druk
deze licht aan en snijd overhangende delen weg.
Leg deze op elkaar en rol ze, met het achtergehouden deeg, tot een lange
lap uit.
Rader er met een deegwieltje of met een mes smalle reepjes van.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Vulling:
Zeef de suiker en de bloem in een kom, schep er de bosbessen en het
citroensap door en vul hier de vorm mee.
Leg er de uitgeraderde deegreepjes als een vlechtwerk over, maak de
uiteinden van de reepjes nat en druk ze op de deegrand.
Bestrijk het vlechtwerk met koffiemelk.
Bak de vlaai 30-40 minuten op een rooster in het midden van de oven.
Dek de vlaai, als de bovenkant te donker dreigt te worden, met beboterd
aluminiumfolie af.
Dit gebak kan zowel warm als koud worden gegeten.
(8 stuks)
80 gr boter
2 dl water
zout
100 gr bloem
4 eieren
3/4 liter slagroom
1 zakje vanillesuiker
Voor het glazuur:
150 gr poedersuiker
1 1/2 eetlepel slagroom
40 gr melkchocolade (reep)
Breng al roerend de boter met het water en zout aan de kook.
Roer er in één keer alle bloem bij en verwarm het deeg flink
roerend tot het glad is en van de pan loslaat.
Neem de pan van het vuur, laat de inhoud wat afkoelen, roer er
één voor één de eieren bij en laat ze in het
deeg opnemen.
Klop het laatste ei los en voeg dat in gedeelten toe.
Het deeg moet lobbig, glad en glanzend zijn.
Bekleed een bakplaat met bakpapier en schep hierop met tussenruimten van
± 5 cm 8 bergjes deeg.
Zet de bakplaat in het midden van een op 200°C voorverwarmde oven en
bak de soezen in ± 30 minuten gaar en goudbruin (ze voelen dan
licht aan).
Klop de slagroom met de vanillesuiker stijf, doe hem in een spuitzak, prik
de afgekoelde soezen met het spuitmondje in en spuit ze vol.
Glazuur:
Zeef de poedersuiker en roer die met de slagroom tot een glanzend
glazuur.
Smelt de chocolade bij 35°C, roer het glazuur erbij en houd het
afgedekt boven een pan kokend water warm.
Haal de soezen door het glazuur en laat dit op een rooster opstijven.
Voor de bodem:
100 gr boter
110 gr suiker
1 ei
1 mespunt zout
200 gr bloem
75 gr pure chocolade
Voor de vulling:
1 pakje banketbakkersroom
1 eetlepel fraise de bois (aardbeienlikeur)
4 bakjes bosvruchten: bramen, frambozen, bosbessen en aardbeien
Roer met een keukenmachine de boter, de suiker, het ei, de bloem en het
zout door elkaar en laat het deeg in de koelkast een half uur rusten.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Vet een vlaaivorm van 28 cm in.
Rol het deeg uit en bekleed er de vorm mee.
Prik met een vork gaatjes in de bodem en bak hem in de oven in ± 25
minuten lichtbruin en gaar.
Haal de bodem uit de vorm en laat hem afkoelen.
Smelt de chocolade au bain-marie en bestrijk de bodem hiermee.
Maak de banketbakkersroom volgens de aanwijzingen op de verpakking en roer
er 1 eetlepel fraise de bois door.
Maak het fruit schoon en laat het uitlekken.
Zet de bodem op een vlakke ondergrond, smeer de banketbakkersroom over de
taart en strijk het glad.
Leg nu de vruchten in een mooi patroon op de taart.
U kunt banketbakkersroom ook zelf maken.
1/2 vanillestokje
2 dl melk
2 eieren
20 gr bloem
25 gr suiker
Snijd het vanillestokje open en haal het merg eruit.
Verwarm 1 1/2 dl melk met het stokje en het merg en houd dit 20 minuten
tegen de kook aan.
roer 1 ei met de bloem klontvrij, doe er het tweede ei en de suiker bij en
verdun met de rest van de melk.
Verwijder het vanillestokje, giet het eimengsel bij melk en laat het 2
minuten doorkoken.
Zet de pan in een bak koud water en roer het mengsel koud.
Klop 4 eidooiers met 100 gr suiker en 2 zakjes vanillesuiker romig.
Zeef er 65 gr bloem door en roer dit glad.
Kook 1/2 liter melk en klop die al roerend in een straaltje door de
eicrème.
Verwarm dit alles voorzichtig op het vuur en laat het een paar minuten
pruttelen.
Laat de room al roerend in een bak ijskoud water afkoelen.
(± 20 stukken)
Voor het deeg:
375 gr bloem
30 gr verse gist (bakker) of 11/2 zakje gedroogde gist
zout
30 gr suiker
1 ei
1 eidooier
2 dl lauwwarme melk
Voor de vulling:
250 gr zachte boter
100 gr poedersuiker
100 gr hazelnoten in plakjes
100 gr amandelschaafsel
50 gr suiker
1 theelepel kaneel
een spuitzak met gladde spuitmond
een met bakpapier beklede braadslede
Deeg:
Zeef de bloem boven een kom, maak in het midden een kuiltje en verbrokkel
de gist hierin.
Verdeel rondom de rand van het kuiltje 1 mespunt zout, de suiker, het ei
en de eidooier en giet de melk over de gist.
Laat de gist onder roeren oplossen en kneed vanuit het midden de
ingredinten tot een glad deeg.
Kneed het deeg nog ± 10 minuten door tot het soepel en stevig
is.
Vorm het deeg tot een bal, bestuif die met bloem en leg hem in een
kom.
Dek de kom met een vochtige doek af en laat het deeg op een lauwwarme
plaats 30-40 minuten rijzen.
Vulling:
Roer de boter en de poedersuiker met een mixer tot een romige massa en
schep die in de spuitzak.
Rol het deeg uit tot een lap ter grootte van de braadslede.
Leg de deeglap in de braadslede en laat het deeg, afgedekt met een
theedoek, nog ± 15 minuten narijzen.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Druk met de vingers kuiltjes in het deeg en prik het met een vork in.
Spuit het botermengsel in de kuiltjes.
Bestrooi de helft van het deeg met de hazelnoten en de andere helft met de
amandelen.
Meng de suiker en de kaneel en strooi ook hiervan wat over het deeg.
Bak het deeg in het midden van de oven in 15-20 minuten gaar en
goudbruin.
Laat de boterkoek iets afkoelen, snijd hem in stukken en laat die op een
rooster verder afkoelen.
Bestrooi de koek voor het serveren met de rest van het
suiker-kaneelmengsel.
Variatie: U kunt de kaneel door vanillesuiker vervangen.
(6 personen)
200 gr pure chocolade in stukjes
1/2 liter melk
6 eidooiers
100 gr donkere basterdsuiker
3 dl lobbig geklopte slagroom
150 gr gehakte macadamianoten
een ronde taartvorm (doorsnee 18 cm) met een 6 cm hoge rand (inh. 1 liter)
Verwarm de chocolade en de melk al roerend tot de chocolade is
gesmolten.
Klop in een kom de eidooiers met de suiker dik en romig en voeg al roerend
langzaam het warme chocolademengsel toe.
Zet de kom op een pan met heet water, laat het mengsel onder roeren binden
(laat het niet te heet worden) en laat het afkoelen.
Roer de slagroom en de gehakte noten door het chocolademengsel en schep
het in de taartvorm.
Laat het ijs in de diepvriezer in 6 uur bevriezen.
Stort de ijstaart op een schaal en garneer de zijkant met kleine
meringue-koekjes.
225 gr chocolade 50-70%
100 gr boter in stukken
150 gr gezeefde patentbloem
1 theelepel bakpoeder
1 mespunt zout
4 eieren
325 gr suiker
2 theelepels vanille-essence
100 gr pecannoten
Doe de chocolade in een pan en smelt hem door de pan in een grotere pan
kokend water te hangen.
Laat de chocolade iets afkoelen en roer er dan de boter door.
Blijf roeren tot alle boter is gesmolten.
Klop de eieren met de suiker en de vanille-essence romig en roer ze door
het chocolademengsel.
Voeg de gezeefde bloem, het bakpoeder en het zout toe en roer alles goed
door elkaar.
Meng er tot slot de gehakte noten door.
Giet het beslag in een met boter ingevette en met bloem bestoven vierkante
bakvorm.
Zet de vorm in een op 180°C voorverwarmde oven en bak de taart daarin
in 20-25 minuten gaar.
Laat de taart afkoelen en snijd hem dan in flinke stukken.
150 gr hazelnoten
75 gr chocolade
75 gr boter
425 gr suiker
1 dl melk
3 eieren
125 gr bloem
2 eetlepels cacaopoeder
1 zakje vanillesuiker
een snufje zout
1 dl (versgeperst) sinaasappelsap
1/4 liter roomijs
stijfgeslagen slagroom
kaneel
Verwarm de oven voor op 175°C.
Bekleed een bakvorm van 20 x 20 cm met bakpapier of vet hem in.
Hak de noten fijn.
Smelt de chocolade 1 minuut in de magnetron op vol vermogen en laat
afkoelen.
Mix de boter, 325 gr suiker, de melk, de eieren, de gesmolten chocolade,
de bloem, het cacaopoeder, de vanillesuiker en het zout in een kom door
elkaar.
Schep het beslag in de vorm en zet die 25-30 minuten in de oven tot de
bovenkant knapperig is; binnenin mag de koek zacht blijven.
Laat de koek afkoelen.
Laat voor de karamelsaus de rest van de suiker in een pan met dikke bodem
goudbruin kleuren, maar niet te donker, want dan smaakt de karamel
bitter.
Voeg het sinaasappelsap toe en breng het al roerend aan de kook.
Los gestolde stukjes karamel op door te blijven roeren.
Laat de saus 2-3 minuten inkoken tot de dikte goed is (ze wordt nog dikker
als ze is afgekoeld).
Snijd de koek in vierkantjes.
Schep het ijs en de slagroom erbij en schenk de saus erover.
Bestrooi met een snuf cacao en kaneel.
75 gr bruine basterdsuiker
75 gr boter
1 ei
125 gr zelfrijzend bakmeel
1 zakje vanillesuiker
50 gr walnoten
Meng de suiker met de gesmolten boter.
Roer er het ei, het meel en de vanillesuiker door en voeg de grofgehakte
noten toe.
Doe het deeg in een goed ingevet, met ouwel bekleed, liefst vierkant
bakblik van 20 x 20 x 5 cm of in een springvorm van 20 cm en bak de
brownies in een op 180°C voorverwarmde oven in 20 minuten gaar.
voor het cakedeeg:
500 gr boter
500 gr suiker
500 gr eieren (7 eieren nr 3)
5 gr zout
vanillemerg, vanillesuiker
de geraspte schil van 1 citroen
500 gr bloem
300 gr rozijnen
150 gr gekonfijte kersjes
150 gr sukade
rum
crème au beurre van 300-400 gr boter
voor de crème au beurre:
125 gr boter
vanillemerg of vanillesuiker
2 theelepels koffie-extractpoeder
20 gr cacao of gesmolten couverture, essence of likeur
(kleurstof)
voor het eiwitglazuur:
100 gr poedersuiker
enkele druppels citroensap of essence of likeur
1 of meer druppels kleurstof
1 eiwit of wat minder
voor het glazuur:
400 gr gezeefde poedersuiker
2-3 eiwitten
citroensap of marasquin
Het is een Engels gebruik om een bruidspaar op de trouwdag een
'weddingcake' te geven. Bruid en bruidegom snijden de taart en familie en
vrienden moeten hiervan een stukje proeven.
Het gebak bestaat uit een toren van kleiner wordende taarten, die geheel
met wit glazuur is omhuld.
Bovenop prijken lelietjes-van-dalen of andere witte bloemetjes (hetzij
echte, hetzij van suikergoed of marsepein).
Van 3 cakes kunt u al een mooie bruidstaart maken.
Als u vormen neemt van 22, 16 en 10 cm doorsnee (ook een blikje of recht
diep schoteltje kan dienst doen), heeft u 250 + 150 + 100 gr bloem nodig
om cakedeeg te maken.
Beboter de cakevormen en leg op de bodem een stukje boterhampapier.
Roer de boter met de suiker, het zout, het vanillemerg, de vanillesuiker
en de geraspte citroenschil tot room.
Voeg één voor één de eieren toe en roer de
massa, telkens als een ei is toegevoegd, egaal en schuimig.
Meng de gezeefde bloem in een paar slagen luchtig door het beslag en klop
daarna niet meer.
Was en droog de rozijnen, snijd de kersjes en de sukade klein en meng ze
(met wat rum) door het deeg.
Doe het cakedeeg over in de vormen.
Schuif het rooster zo laag in de oven dat het midden van de vormen in het
midden van de oven komt en bak de cakes in een matigwarme oven
(140-160°C) in 75-90 minuten gaar en heel lichtbruin
De cake is gaar als een breinaald, die in het midden van het deeg wordt
gestoken, er droog uitkomt.
Laat de cakes even staan om ze steviger te laten worden, maak ze zo nodig
van de kanten los, keer ze op een taartrooster en laat ze afkoelen.
Werk de cakes de volgende dag af.
Crème au beurre:
Roer de boter met 50 gr gezeefde poedersuiker tot room en meng er het
smaakgevende bestanddeel door.
Als dit een vloeistof is, zoals koffie-extract, voeg het vocht dan
druppelsgewijs toe en roer telkens tot het gelijkmatig met de boter is
vermengd.
Gebruik bij koffie of cacao 75 gr suiker.
Laat de crème au beurre afkoelen en stijf genoeg worden om haar
voor spuitwerk te gebruiken.
Als de crème te sterk is gekoeld, laat ze het vocht weleens los;
wordt ze dan iets verwarmd en geroerd, dan wordt ze weer goed.
Snijd de taarten in 2 of 3 lagen, bestrijd de lagen die op elkaar komen
met crème au beurre en druk ze stevig op elkaar.
Eiwitglazuur:
Zeef de poedersuiker en roer die met het ongeklopte eiwit en het
citroensap of de essence of de likeur tot het glazuurpapje glanzend
is.
Kleur het glazuur naar verkiezing (roze voor frambozen- of rozensmaak,
geel voor citroen, sinaasappel en ananas, groen voor marasquin- of
amandelsmaak).
Leg de garnering klaar, zodat u deze snel kan aanbrengen.
Giet het glazuur over het gebak, laat het uitlopen en strijk het met een
plat gehouden mes verder uit.
Leg de garnering erop voordat het glazuur stijf is.
U kunt de staande kanten van de taarten voor het glaceren met een plak
marsepein bedekken.
Werk de randen van de taarten af, bijvoorbeeld met een parelrandje van
glazuur en spuit op de liggende vlakken een opschrift.
Vermeng voor het glazuur voor het spuiten van opschriften of figuren de
poedersuiker met zo weinig mogelijk eiwit goed tot een dik, taai en
glanzend papje ontstaat.
Meng er het citroensap of de marasquin door en roer het glazuur
glanzend.
Doe het glazuur in een van papier gevouwen puntig zakje, waarvan een klein
puntje is afgeknipt.
Vouw de bovenkant dicht en rol het op, waardoor het glazuur er langzaam
schrijvend kan worden uitgedrukt.
Zet in de bovenste cake een glazen buisje met de lelietjes.
Neem hiervoor, bijvoorbeeld met een appelboor, direct na het glaceren wat
glazuur en deeg weg.
Leg om de taart, op de taartrand, een paar kleine takjes asparagus of houd
de taart geheel wit.
Maak de taart voor een gouden bruiloft licht goudgeel en kies ook
bloempjes
in deze kleur.
(Amerikaans ontbijtgerecht)
Klop in een blender of keukenmachine 200 gr zelfrijzend bakmeel, 1
eetlepel suiker, 1 mespuntje zout, 2 eieren, 3 dl karnemelk en 2 eetlepels
gesmolten boter door elkaar.
Bak er kleine, dikke pannenkoeken van en eet die met marmelade of maple
syrup.
200 gr cakemeel
4 middelgrote eieren
200 gr witte basterdsuiker
100 gr boter
100 gr margarine
Noot 1: U kunt de margarine door roomboter vervangen, maar dat maakt de cake erg vet; half om half is erg lekker.
Noot 2: Zorg ervoor dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn (vooral de eieren), want anders krijgt u geen luchtig beslag.
Beboter een cakevorm met wat margarine en stuif daarna wat bloem tegen de
wanden (zo krijgt u de cake straks beter uit de vorm).
Roer de boter tot room en meng dit met de suiker tot een smeuïge
massa.
Voeg naar keuze een zakje vanillesuiker, wat geraspte citroenschil of wat
geraspte sinaasappelschil toe.
Meng er één voor één de eieren door (roer de
massa na het toevoegen van een ei telkens egaal en schuimig).
Meng tot slot het (gezeefde) cakemeel luchtig in een paar slagen door
het
beslag en klop daarna niet meer.
Doe het beslag over in de cakevorm en schuif die zo in de oven, dat het
midden van de vorm in het midden van de oven staat.
Bak de cake op 140-160°C in 1 1/4-1 1/2 uur gaar.
Mocht de cake in het begin te bruin worden, dek hem dan met aluminiumfolie
af om verder bruinen te voorkomen.
Noot 3: Doe het eerste half uur de ovendeur niet openen; door de plotselinge temperatuurdaling kan de cake inzakken.
Om te zien of de cake gaar is, kunt u er met een breinaald even in
prikken. Komt die er droog uit, dan is de cake gaar.
Laat de cake in de vorm wat afkoelen, keer hem daarna op een taartrooster
en laat verder afkoelen.
7 rode pruimen
5 bolletjes stemgember
150 gr zachte boter
150 gr suiker
3 eieren
150 gr boerencakemeel
50 gr geschaafde amandelen
4 eetlepels gemberjam
Was de pruimen en droog ze met keukenpapier af.
Snijd ze in vieren en verwijder de pitten.
Snijd de bolletjes gember in dunne plakjes.
Bekleed een bakblik van 20 x 30 cm met bakpapier.
Klop de boter met de suiker lichtgeel en romig, voeg de eieren en het
cakemeel toe en klop het 4 minuten met de mixer op de hoogste stand tot
een egaal beslag.
Vul het bakblik met het beslag, verdeel er de geschaafde amandelen, de
pruimen en de gember over en bak de cake in een op 160°C voorverwarmde
oven in ± 1 uur goudbruin en gaar.
Verwarm de jam en bestrijk de nog warme cake hiermee.
Laat de cake afkoelen en snijd hem in stukjes.
400 gr bittere chocolade (tenminste 60% cacao)
300 gr boter
50-70 ml cognac (2 glaasjes)
7 eieren
1 sinaasappel
4 eetlepels oploskoffie
50 gr bloem
een vorm met anti-aanbaklaag
Snijd de chocolade in stukjes en doe ze in een pan.
Maak 1/2 kopje zeer sterke koffie en doe die samen met de cognac in de
pan.
Snijd de boter in dobbelsteentjes en doe ze in de pan.
Zet de pan au bain-marie of op een kookplaatje op zeer zacht vuur.
Laat alles al roerend smelten tot u een mooi zalfje heeft verkregen.
Breek de eieren in de kom en klop ze terwijl u er geleidelijk de bloem bij
voegt. Let op dat er geen klontjes achterblijven.
Rasp de sinaasappelschil en doe de helft in de pan.
Breng in de vorm met een kwastje de boter aan.
Doe de inhoud van de pan in de kom en vermeng de eieren goed met de
chocolade, tot u een volledig homogene massa heeft en vul de vorm
hiermee.
Strooi de rest van de schil erover.
Zet de cake 35 minuten in de op 150°C voorverwarmde oven.
Haal het gebak uit de oven en laat het bij kamertemperatuur volledig
afkoelen (3 kwartier).
Snijd het gebak in plakken van ± 1 cm.
Bewaar het restant in de koelkast, maar heel het er tenminste 4 uur voor
het gebruik uit. Door de kou verliest de cake zijn zachtheid.
(± 20 stuks)
1 pak zelfrijzend cakemeel
200 gr boter
200 gr suiker
3-4 eieren
eventueel aroma of vanillesuiker
1 pakje papieren cakevormpjes
Laat alle ingrediënten eerst op kamertemperatuur komen.
Snijd de boter in kleinere stukjes, doe deze samen met 200 gr bloem, de
suiker en de eieren in een kom en mix dit zeer goed door elkaar, tot de
klonten weg zijn.
Voeg hierna eventueel aroma of vanillesuiker toe.
Verwarm de oven voor op 150°C.
Doe het cakedeeg met behulp van een eetlepel in de papieren vormpjes (maak
ze 1/3 tot half vol).
Zet de gevulde vormpjes in de oven en laat de cakejes in ± 30
minuten gaar
worden (ze moeten vanboven geelbruin zijn).
Tip: Smelt in een pannetje op laag vuur ± 2 repen pure chocolade en dompel de cakes op de kop in de chocoladesaus.
(4-6 personen)
1 ronde, niet te rijpe camembert
1 klein blikje croissantdeeg (inh. 240 gr)
1 pot pruimen op brandewijn
Verwarm de oven voor op 200°C.
Vouw het croissantdeeg in drieën en rol het uit tot een lap van 30 x
30 cm.
Laat 8-10 pruimen uitlekken en pureer ze of snijd ze fijn.
Bestrijk de bovenkant van camembert met een dikke laag pruimenpuree, pak
de camembert in het deeg in en plak de naden met water dicht.
Prik de bovenkant van het pakje met een vork in.
Rol van de deegresten 3 lange slierten, vlecht ze en plak de vlecht met
water langs de taartrand.
Vorm van het overige deeg een figuurtje en versier de taart daarmee.
Bak het taartje 20 minuten in het midden van de oven.
Serveer het warm of koud en geef er de rest van de geweekte pruimen bij.
(10-12 personen)
275-300 gr suiker
300 gr zachte boter
5 gesplitste eieren
375 gr gezeefde bloem
2 zakjes cappuccino oploskoffie (DE of Nescafé)
zout
2 perziken, vers of uit blik *, in stukjes
± 30 gr gekonfijte sinaasappelschilletjes
een ingevette springvorm van ± 24 cm doorsnee
Verwarm de oven voor op 175°C.
Klop de suiker met de boter romig en roer er één voor
één de eidooiers door.
Voeg in gedeelten de bloem, het cappuccinopoeder en 3/4 dl water toe.
Klop de eiwitten met een snufje zout stijf en spatel ze voorzichtig door
het bloemmengsel.
Schenk het beslag in de vorm en bak de cake in het midden van de oven in
± 1 uur gaar.
Laat de cake op een rooster afkoelen en garneer hem voor het serveren met
de perziken en de gekonfijte sinaasappelschilletjes.
- Perziken uit blik zijn al gehalveerd en kunnen meteen als garnering worden gebruikt. Verse perziken moeten eerst ontveld en in suikersiroop gegaard worden. Dompel de perziken ± 30 seconden in heet water, zodat u het velletje gemakkelijk kunt verwijderen. Halveer de perziken en verwijder de pit. Breng 200 gr suiker met 2 dl water aan de kook, voeg de perziken toe en laat ± 30 minuten zachtjes koken tot de perziken mooi zacht en glanzend zijn. Laat de perziken in de suikersiroop afkoelen.
U kunt de cake ook met één van deze lekkere boters
serveren.
Honingboter: 50 gr boter, op smaak gebracht met 1-2 theelepels
bloemenhoning.
Sinaasappelboter: 50 gr boter met 1 theelepel geraspte sinaasappelschil en
1-2 theelepels sinaasappellikeur.
Tijmboter: 50 gr boter, op smaak gebracht met 1 theelepel tijmhoning en 1
theelepel fijngesneden tijmblaadjes.
4 plakjes cake
1 pakje mousse cappuccino (Oetker, 82 gr)
2 1/2 dl melk
1 dl cream-sherry
10 pecannoten
steruitsteekvorm
Steek een ster uit de plakjes cake.
Bereid het moussepoeder met de melk en de sherry volgens de aanwijzingen
op de verpakking en verdeel de mousse over de cakesterren.
Garneer ze met een hele pecannoot.
Hak de rest van de pecannoten grof en strooi ze rond de cakes.
Laat de mousse 1 uur in de koelkast opstijven.
(6 personen)
40 gr boter
zout
50 gr zelfrijzend bakmeel
2 eieren
2 1/2 dl slagroom
5-6 theelepels oploskoffie
cacaopoeder
1-2 eetlepels basterdsuiker
80-100 gr poedersuiker
spuitzak met glad mondje
bakplaat met bakpapier
Verwarm de oven voor op 225°C.
Breng 1 dl water met de boter aan de kook.
Voeg een mespunt zout toe en voeg, als de boter is opgelost, de meel
toe.
Roer het tot een samenhangende massa en klop er van het vuur af
één voor één de eieren door.
Blijf kloppen tot een dik glanzend beslag is ontstaan.
Doe dit over in de spuitzak en spuit op de bakplaat 6 brede strepen van 12
cm.
Bak de éclairs in het midden van de oven in 20 minuten goudbruin en
gaar en laat ze op een rooster afkoelen.
Klop de slagroom met 4 theelepels oploskoffie, 1/2 theelepels cacao en de
basterdsuiker stijf.
Knip de éclairs open en vul ze met de koffieroom (bewaar de rest
voor het garneren).
Los 1-2 theelepels oploskoffie in 1 eetlepel heet water op en roer dit
druppelsgewijs door de poedersuiker tot een glad glazuur ontstaat.
Bestrijk de éclairs met het glazuur en garneer met de overgebleven
koffieroom.
Bestuif de room met cacao.
(8 personen)
Voor het deeg:
100 gr boter
100 gr griessuiker
2 eieren
200 gr bloem
Voor de praline:
50 gr amandelschilfers
50 gr griessuiker
1/2 eiwit
Voor het Catalaans gebak:
boter
140 gr griessuiker
100 gr amandelpoeder
2 eieren
50 gr lauwe melk
190 gr bloem
5 gr bakpoeder
3 eetlepels ananasconfiture
1 eetlepel bloemsuiker
Doe voor het deeg de boter met de suiker in een beslagkom en wrijf ze goed
door elkaar.
Kneed er vervolgens één voor één de eieren
door en kruimel er tenslotte de bloem door.
Wrijf het deeg tussen uw handen tot het goed is gemengd en laat het in de
koelkast ± 30 minuten opstijven.
Maak de praline voor de taartbedekking.
Meng de amandelschilfers, de suiker en het eiwit voorzichtig door
elkaar.
Maak het beslag.
Klop 125 gr boter met de suiker en het amandelpoeder, goed op en klop er
één voor één de eieren en de helft van de melk
door.
Giet de bloem met het bakpoeder door een zeef en spatel ze door het
beslag.
Spatel er tenslotte de rest van de melk door en schep het beslag in een
spuitzak.
Wrijf een taartvorm van ± 22 cm ddoorsnee met boter in.
Rol het deeg uit en bekleed de vorm ermee.
Prik de bodem in en verdeel er de ananasconfiture over.
Spuit het beslag, tot op 1/2 cm van de rand, op de bodem en bestrooi met
de praline.
Rol de rest van het deeg uit, snijd het in bandjes van ± 1 cm breed
en bekleed de taart hiermee.
Zet de taart ± 40 minuten in een op 180°C voorverwarmde
oven.
Neem de vorm van de taart, laat hem op een rooster afkoelen en bestrooi
hem tenslotte met de bloemsuiker.
Klop 250 gr roomkaas met 125 gr suiker romig.
Klop er dan 115 gr zure room, 1 theelepel vanille-extract en (de
één na de ander) 2 eieren door.
Zet dit even apart.
Klop 100 gr boter romig, voeg er geleidelijk 135 gr suiker en afzonderlijk
2 eieren bij en klop tot de massa romig is.
Voeg er 1 eetlepel melk en 1 theelepel vanille-extract aan toe.
Zeef 110 gr bloem met 1 theelepel bakpoeder en 1/2 theelepel zout en meng
dan de droge ingrediënten met het botermengsel tot een beslag.
Giet het beslag in een ingevette en met bloem bestoven 5 cm hoge
springvorm met een doorsnee van 25 cm en spreid het beslag uit over de
bodem en de zijkanten (aan de zijkanten iets dunner).
Lepel het kaasmengsel voorzichtig op het beslag.
Bak de taart 40-45 minuten in een op 165°C voorverwarmde oven.
Meng 2 1/4 dl zure room met 2 eetlepels suiker en 1 theelepel
vanille-extract.
Spreid dit mengsel als een toplaag over de taart en bak hem nog ± 5
minuten.
Haal de taart uit de oven en laat hem afkoelen.
Bedek hem met folie en zet hem minstens 4 uur in de koelkast om koud te
worden.
Desgewenst kunt u de bovenkant decoreren met schijfjes mandarijn of
sinaasappel, aardbeien, verse frambozen of welk fruit u lekker vindt.
(12-14 stuks)
1/2 dl melk
50 gr suiker
mespunt zout
25 gr reuzel of plantaardig vet
1/2 dl warm water
1 zakje gedroogde gist
1 losgeklopt ei
275 gr bloem
aluminiumfolie
een paar druppels olie en melk om te bestrijken
Voor de vulling:
100 gr zoete bonenpasta
25 gr suiker
25 gr gehakte walnoten
1 eetlepel reuzel of boter
Giet de melk in een steelpan en breng haar aan de kook.
Voeg de suiker, het zout en de reuzel of het vet toe en laat het
smelten.
Neem de pan van het vuur en laat het tot lauw afkoelen.
Doe het warme water in een kommetje en strooi er de gist en een paar
korrels suiker in.
Roer even, laat het 5 minuten staan en meng het door de melk.
Doe het over in een beslagkom, voeg 225 gr bloem en het losgeklopte ei toe
en klop met een garde tot een luchtig deeg is verkregen.
Strooi de rest van de bloem op het werkvlak, doe het deeg daarop over en
kneed het met de handen tot het zacht en soepel is en niet meer plakt.
Doe het over in een schaal, dek die af en laat het deeg op een warme
plaats minstens 1 uur rijzen; het moet in volume zijn verdubbeld.
Vermeng in een wok de ingrediënten voor de vulling, verwarm ze door
en door en laat ze daarna afkoelen.
Kneed het deeg nog even door, verdeel het in 12-14 gelijke stukjes, draai
die tot balletjes en maak daarvan ronde plakjes met een doorsnee van
± 10 cm.
Druk met de achterkant van een mes of een eetstokje tweemaal in het
deegplakje, zodat een kruis ontstaat en precies het midden wordt
aangegeven.
Snijd op de lijnen een stuk in, maar laat in het midden 5 cm heel.
Verdeel de vulling daarover.
Vouw reepjes deeg in de vorm van een rozet naar elkaar toe en knijp ze met
de vingers dicht.
Vet een stuk aluminiumfolie met een paar druppels olie in.
Doe de broodjes over op een bakblik, bestrijk ze met wat melk en dek ze af
met folie.
Schuif het bakblik in het midden van een op 190°C voorverwarmde oven
en bak de broodjes 20-25 minuten.
(12 punten)
een ronde taartvorm (± 20 cm)
300 gr zachte boter + boter om in te vetten
150 gr bloem + bloem om te bestuiven
300 gr suiker
6 middelgrote eieren
150 gr zelfrijzend bakmeel
zout
3 eetlepels frambozenjam
1 dl slagroom
150 gr pure chocolade
200 gr kleine aardbeien
poedersuiker
Vet de taartvorm in met boter en bestuif hem dun met bloem.
Verwarm de oven voor op 160°C.
Klop de boter, met de suiker in ± 7 minuten lichtgeel en romig.
Klop de eieren er stuk voor stuk door; voeg het volgende ei pas toe, als
het vorige helemaal is opgenomen.
Zeef de bloem met het zelfrijzend bakmeel en een mespunt zout en spatel
het voorzichtig door het botermengsel.
Doe het beslag over in de taartvorm en bak de taart in de voorverwarmde
oven in ± 1 1/2 uur goudbruin en gaar.
Laat de taart in de vorm enkele minuten afkoelen, verwijder de vorm en
laat de taart op een taartrooster verder afkoelen.
Verwarm de jam met 2 eetlepels water en wrijf het door een zeef.
Klop de slagroom stijf.
Snijd de taart in 3 lagen, bestrijk de onderste 2 lagen met de jam en de
slagroom en leg de 3 lagen weer op elkaar.
Breek de chocolade boven een klein pannetje in stukjes, zet het pannetje
in een iets grotere pan met kokend water en laat de chocolade al roerend
smelten.
Strijk 3 eetlepels chocolade op een glazen snijplank uit en laat het iets
opstijven.
Schenk de rest van de chocolade over de taart, strijk het glad en laat de
chocolade hard worden.
Maak de aardbeien schoon.
Schraap met een mes krullen chocolade van de chocolade op de
snijplank.
Verdeel de aardbeien in een bergje over het midden van de taart, garneer
met de chocoladekrullen en bestuif met poedersuiker.
50 gr blanke amandelen
150 gr gezeefde bloem
1 mespunt zout
100 gr suiker
125 gr boter
1 eidooier
10 gedroogde abrikozen
2 eetlepels abrikozenjam
1 eetlepel geschaafde amandelen
250 gr Toblerone of melkchocolade met amandelen
1 1/4 dl slagroom
Maal de amandelen fijn en vermeng ze met de gezeefde bloem, het zout en de
suiker.
Snijd er met 2 messen de boter en de eidooier door en kneed met koele hand
tot een soepel deeg.
Laat dit in de koelkast minstens 30 minuten rusten.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Verdeel het deeg in ± 10 porties en druk het in goed ingevette
taartvormpjes met een duidelijke kartelrand uit.
Prik met een vork gaatjes in de bodempjes.
Bak de taartjes in de oven in ± 25 minuten goudbruin en gaar.
Neem ze uit de oven en laat ze 5 minuten rusten.
Haal ze voorzichtig uit de vormpjes en laat ze helemaal afkoelen.
Snijd de abrikozen in reepjes.
Verwarm de jam, zeef deze en schep de abrikozen erdoor.
Rooster de geschaafde amandelen in een droge koekenpan goudbruin en laat
ze afkoelen.
Breek de chocolade in stukjes, smelt ze au bain-marie en schenk de
slagroom erbij.
Roer alles goed door.
Klop het mengsel glanzend, verdeel het over de bodempjes en laat
opstijven.
Garneer met de abrikozen en de geschaafde amandelen.
Voor het deeg:
250 gr bloem
1 eidooier
2 eetlepels suiker
125 gr boter
Voor de vulling:
6-8 appels
125 gr pure chocolade
75 gr boter
100 gr suiker
100 gr gemengde gehakte noten
2 eieren
1 eetlepel bloem
de geraspte schil van 1 sinaasappel
Kneed een deeg van de bloem, de eidooier, de suiker en de boter.
Pak het in folie en leg het ± 30 minuten in de koelkast.
Maak intussen de vulling.
Schil de appels en snijd ze in dunne plakjes.
Smelt de chocolade au bain-marie en laat het weer afkoelen.
Klop de boter en de suiker tot room.
Klop de noten, de eidooiers, de bloem en de sinaasappelschil erdoor.
Bekleed een ingevette springvorm van 22 cm doorsnee met het uitgerolde
deeg.
Klop de eiwitten stijf en spatel ze samen met chocolade door het
beslag.
Schep enkele lepels beslag op de deegbodem, verdeel er de helft van de
appels over, schep er weer wat beslag op en dan de rest van de appels.
Schep er de rest van het chocoladebeslag over en bak de taart onderin een
op 175°C voorverwarmde oven in ± 1 uur gaar.
Laat de taart afkoelen, haal hem uit de vorm en serveer hem eventueel met
stijfgeklopte slagroom.
(10-12 punten)
Cacaopoeder om te bestuiven
225 gr gekookte bieten (bewaar het kookvocht)
115 gr zachte ongezouten boter
425 gr gele basterdsuiker
3 eieren
1 eetlepel vanille-essence
75 gr gesmolten melkchocolade
225 gr bloem
2 theelepels bakpoeder
1/2 theelepel zout
120 ml karnemelk
(chocoladekrullen)
Voor de ganache:
4 3/4 dl slagroom
500 gr pure of melkchocolade van goede kwaliteit, in stukjes
1 eetlepel vanille-essence
Verwarm de oven voor op 180°C.
Vet 2 springvormen van ± 23 cm in en bestuif de bodem en de
zijkanten met cacaopoeder.
Rasp de bieten, schep ze door het kookvocht en zet ze apart.
Klop de boter, de suiker, de eieren en de essence tot een lichte
massa.
Zet de mixer een standje lager en klop de gesmolten chocola erdoor.
Zeef de bloem, het bakpoeder en het zout in een kom.
Zet de mixer laag en klop het bloemmengsel geleidelijk door het
botermengsel, afgewisseld met scheutjes karnemelk.
Voeg de bieten en het sap toe en klop de massa nog 1 minuut door.
Verdeel het beslag over de springvormen en zet deze 30-35 minuten in de
oven, tot een prikker er schoon uitkomt.
Laat de taarten 10 minuten afkoelen, stort ze op een taartrooster en laat
ze verder afkoelen.
Verwarm voor de ganache de room op middelhoog vuur in een pan met dikke
bodem tot hij bijna kookt; roer af en toe.
Neem de pan van het vuur, roer de chocola erdoor en blijf roeren tot u een
zachte substantie heeft.
Roer de vanille-essence erdoor.
Zeef het mengsel boven een kom, laat het afkoelen en zet het dan in de
koelkast tot het smeerbaar is (roer het elke 10 minuten even door).
Leg een taart op een schaal en besmeer deze met 1/3 van de ganache.
Leg de tweede taart erop en verdeel er de rest van de ganache over; neem
ook de zijkant mee.
Garneer de taart eventueel met chocoladekrullen.
Laat de ganache in 20-30 minuten hard worden en zet de taart koud weg.
Serveer de taart op kamertemperatuur.
Voor het biscuitgebak:
4 eidooiers
4 eetlepels lauw water
150 gr suiker
4 eiwitten
zout
80 gr bloem
80 gr maïzena
70 gr cacao
Voor de vulling:
200 gr pure chocolade
1/8 liter slagroom
40 gr boter
2 cl rum
Klop de eidooiers, het water en de suiker dik en schuimig.
Sla de eiwitten met een mespunt zout stijf.
Zeef de bloem, maïzena en cacao.
Schep de eiwitten met dit mengsel op de dooiermassa en schep alles door
elkaar.
Bekleed een bakplaat met bakpapier, vouw de randen iets omhoog en strijk
de biscuitmassa ± 1 cm dik op het papier.
Bak het deeg in een op 200°C voorverwarmde oven in ± 12 minuten
gaar.
Stort het deeg op een met suiker bestrooide theedoek, laat het afkoelen en
snijd het dan in 4 gelijke delen.
Rasp de chocolade, verwarm de room met de rum au bain-marie en laat de
chocolade erin smelten.
Laat dit mengsel afkoelen, voeg dan de boter toe en zet de crème
± 30 minuten in de koelkast.
Strijk de crème dan op de biscuitdeegplakken en bestrijk er ook de
zijkanten mee.
Zet het gebak tot het gebruik in de koelkast.
(8 personen)
200 gr zachte boter
120 gr suiker
220 gr gezeefde bloem
2 eetlepels sinaasappellikeur
70 gr poedersuiker
4 eieren
150 gr gekonfijte gember
100 gr pure chocolade
1 pakje vanillesuiker
wat geraspte citroenschil
boter en bloem voor de vorm
poedersuiker voor de afwerking
Snijd de gekonfijte gember in stukjes en laat ze tot het gebruik in de
sinaasappellikeur trekken.
Breek de chocolade in stukjes.
Splits de eieren.
Klop de boter met de poedersuiker, de vanillesuiker en de geraspte
citroenschil met een garde tot een gladde crème en roer er
geleidelijk de eidooiers door.
Klop het eiwit stijf, meng 1/3 ervan door de crème en spatel er de
rest voorzichtig door, samen met de bloem.
Roer er voorzichtig de stukjes gember en chocolade door.
Verwarm de oven voor op 170°C.
Vet een cakevorm met boter in en strooi er wat bloem in.
Doe het cakemengsel in de vorm en bak de cake 50 minuten.
Neem de cake uit de oven en laat hem afkoelen.
Bestrooi hem voor het serveren met poedersuiker.
(8-10 punten)
4 gesplitste eieren
85 gr fijne tafelsuiker
35 gr bloem of maïzena
40 gr cacao
1 1/2 dl slagroom
150 gr witte chocolade in stukjes
2 eetlepels geraspte sinaasappelschil
1 eetlepel sinaasappellikeur, bijvoorbeeld Grand Marnier
Voor de vulling:
6 dl slagroom
500 gr pure chocolade in stukjes
2 eetlepels Grand Marnier
een rechthoekige lage bakvorm van 20 x 30 cm, bekleed met bakpapier of een
stuk gevouwen bakpapier met opstaande rand van 2 cm
een bombevorm, inh. 1 1/2 liter
plasticfolie
Verwarm de oven voor op 220°C.
Cakerol:
Klop de eidooiers met 50 gr suiker schuimig tot het mengsel een lint
vormt.
Klop de eiwitten schuimig en klop er 35 gr suiker door.
Spatel de eiwitten voorzichtig door het dooiermengsel en spatel er ook de
bloem en de cacao door.
Schenk het beslag in de vorm en strijk de bovenkant glad.
Bak de cake 10-15 minuten tot het midden stevig is en dek hem met een
theedoek af.
Verhit de slagroom, schenk die over de witte chocolade en laat de
chocolade erin oplossen.
Roer de sinaasappelschil en de likeur erdoor en zet het geheel afgedekt 3
uur koel weg.
Klop de chocoladeroom dan tot zachte pieken.
Stort de cake op een vel bakpapier, bestrijk hem met de witte
chocoladeroom en rol hem vanaf de korte zijde op.
Snijd de cakerol in plakken van 1 cm.
Bekleed de bombevorm met plasticfolie.
Leg de plakjes cake aansluitend in de vorm (begin op de bodem en leg de
rest er in cirkels op).
Vulling:
Smelt de chocolade au bain-marie en laat hem iets afkoelen.
Klop de slagroom bijna stijf, spatel er de chocolade en de likeurer door
en schenk het mengsel in de bombevorm.
Strijk de bovenkant glad en dek af.
Laat de taart in de koelkast in 5 uur opstijven en stort hem voorzichtig
op een schaal.
110 gr bittere chocolade
200 gr zachte boter
100 gr gezeefde poedersuiker
3 eieren
3 eidooiers
80 gr bloem
1 volle theelepel bakpoeder
150 gr gemalen hazelnoten
3 eiwitten
Breek de chocolade in stukjes en smelt ze au bain-marie.
Roer de boter smeuïg en roer er geleidelijk de gesmolten chocolade
door.
Roer er de poedersuiker, de eieren en de eidooiers door.
Vermeng de bloem met het bakpoeder, doe er de gemalen hazelnoten bij en
klop dit mengsel met een mixer lepel voor lepel door het
chocolademengsel.
Klop de eiwitten stijf en spatel ze erdoor.
Schep het mengsel in een ingevette springvorm van 28 cm doorsnee, strijk
het glad en bak het in 45-50 minuten in een op 175°C voorverwarmde
oven gaar.
Keer de taart op een rooster om, laat hem afkoelen en snijd hem 2 keer
door.
vulling:
125 gr hazelnoten
1 zakje chocoladepuddingpoeder
5 dl melk
250 gr zachte boter
60 gr gezeefde poedersuiker
Bak de hazelnoten 8-10 minuten op een bakblik in de op 200°C
voorverwarmde oven tot de velletjes knappen.
Laat de geroosterde noten in een zeef iets afkoelen en wrijf de velletjes
eraf.
Houd 18 hazelnoten achter voor de garnering en maal de rest.
Maak het chocoladepuddingpoeder volgens de gebruiksaanwijzing aan en zet
het in de koelkast.
Roer af en toe.
Klop dan met de mixer de zachte boter en de gezeefde suiker door het
puddingmengsel tot een gladde crème is ontstaan.
Doe 1/4 hiervan in een spuitzak voor de garnering en meng de gemalen
hazelnoten door de rest.
Bestrijk de lagen taart met de crème, leg ze op elkaar en strijk de
crème op de bovenste laag met een spatel of lepel mooi glad.
Voorzie de bovenkant van de taart met de spuitzak van mooie toefjes
crème en garneer die met garneerchocolaatjes en de achtergehouden
hazelnoten.
De zijkanten kunt u desgewenst nog met een mengsel van suiker en gemalen
noten versieren.
100 gr roomboter plus wat extra boter om de bakvorm in te vetten
150 gr suiker
1 theelepel vanillesuiker
2 eieren
3 eetlepels cacao
125 gr tarwebloem
1 theelepel bakpoeder
50 gr gehakte hazelnoten
Vet een taartvorm (doorsnee 28 cm) goed in.
Roer de boter met de suiker en de vanillesuiker tot een crème en
voeg daarna de eieren toe.
Zeef de cacao met de bloem en het bakpoeder en roer ze door de
crème.
Meng de hazelnoten erdoor.
Giet het beslag in de vorm en strijk het glad.
Bak de taart 30-40 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven.
250-300 gr verkruimelde mariabiscuitjes
100 gr gesmolten boter
350 gr bittere chocolade
500 gr verse roomkaas op kamertemperatuur
500 gr suiker
4 eieren
3 eetlepels cacao
2 theelepels vanille-essence
1/4 liter zure room of volvette yoghurt
Roer de boter door de biscuits en druk dit mengsel op de bodem en tegen de
zijkanten van een springvorm van 26 cm doorsnee uit.
Smelt de chocolade au bain-marie.
Roer de suiker door de roomkaas en klop er dan één voor
één de eieren door.
Roer tenslotte de cacao, de vanille-essence en de gesmolten chocolade door
de roomkaasmassa, schenk de massa in de biscuitbodem en laat de taart in
de koelkast enige uren opstijven.
5 gehakte teentjes knoflook
100 gr boter
100 gr cacaopoeder
4 eieren
250 gr bruine basterdsuiker
100 gr gezeefde bloem
100 gr gehakte walnoten
50 gr amandelen
Maak de knoflookteentjes in een foodprocessor fijn, voeg ze bij de boter
en laat die au bain-marie smelten.
Klop de eieren met de basterdsuiker au bain-marie luchtig op.
Zeef het cacaopoeder samen met de bloem en zet dit apart.
Voeg de gesmolten knoflookboter bij de eieren, spatel dit goed door elkaar
en voeg dan het bloem-cacaomengsel toe.
Spatel dit door elkaar en voeg de gehakte walnoten toe.
Doe het beslag in een cakevorm en versier de bovenkant met de
amandelen.
Bak de cake ± 35 minuten in een op 160°C voorverwarmde oven.
Laat, al roerend, 150 gr pure chocolade met 5 eetlepels boter en 1 1/2 dl
slagroom in een kom op een pan met kokend water smelten.
Breng 100 gr suiker met 1 dl water aan de kook, laat het 5 minuten
doorkoken en laat het dan afkoelen.
Vermeng de suikerstroop met 3 eetlepels whisky en 2 eidooiers, voeg
langzaam 1/3 van het chocolademengsel toe en roer daarna het eimengsel
door de rest van het chocolademengsel.
Klop 2 eiwitten stijf, voeg in gedeelten 110 gr suiker toe en schep het
eiwit voorzichtig door het chocolademengsel.
Roer er 250 gr gehalveerde pecannoten door, schenk dit mengsel in een
ronde springvorm van 20 cm doorsnee en bak de taart 45-50 minuten in het
midden van een op 175°C voorverwarmde oven.
Voor het deeg:
2 eieren
2-3 eetlepels heet water
100 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
75 gr bloem
50 gr maïzena
1 theelepel bakpoeder
Voor het glazuur:
3/4 liter slagroom
100 gr poedersuiker
1 zakje vanillesuiker
2 zakjes slagroomversteviger
30 gr cacao
Voor de garnering:
geraspte chocolade
Klop voor het deeg de eieren met het hete water met een mixer op de
hoogste stand in 1 minuut schuimig.
Vermeng de suiker en de vanillesuiker, strooi dit er in 1 minuut bij en
klop het geheel dan nog 2 minuten door.
Vermeng de bloem met de maïzena en het bakpoeder.
Zeef de helft hiervan boven de eiercrème en roer het er kort op de
laagste stand door.
Roer de rest van het meelmengsel er op dezelfde manier door.
Doe het deeg in een ingevette, met bakpapier beklede springvorm van 28 cm
doorsnee en schuif de vorm op het rooster in een voorverwarmde oven.
Zet de oven op 175-200°C en bak de taartbodem 20-30 minuten.
Laat de taartbodem dan goed afkoelen en snijd hem een keer door.
Klop voor het glazuur de slagroom 1 minuut.
Zeef de poedersuiker en vermeng die met de vanillesuiker en de
slagroomversteviger.
Strooi dit mengsel door de slagroom, klop de slagroom verder stijf en doe
3 eetlepels ervan in een spuitzak.
Zeef de cacao en roer die door de rest van de slagroom.
Verdeel ± 2/3 daarvan over de onderste bodem.
Bestrijk de andere bodem met het glazuur en snijd die in 12 gelijke
stukken.
Leg die op de chocolade-slagroom en druk ze goed aan.
Bestrijk de rand van de taart met de rest van de slagroom, strooi er de
cacao over, versier de taart met de achtergehouden slagroom en garneer met
geraspte chocolade.
Voor de crêpes:
2 eieren
80 gr bloem
1 eetlepel cacao
3-3 1/25 dl melk
Voor de saus:
1/4 liter crème fraîche
2 eetlepels muntsiroop of Crème de Menthe
verse muntblaadjes
Roer een beslag van de eieren, de bloem, de cacao en de melk, bak hiervan
12 dunne crêpes en houd die warm.
Verwarm ± 2/3 van de crème fraîche met de muntblaadjes
en de likeur en laat dit langzaam tot een dikke saus inkoken.
Bestrijk de crêpes met de rest van de crème fraîche en
vouw ze in vieren.
Schenk op elk bordje een laagje muntsaus en leg hier 3 gevulde
chocoladecrêpes op.
Serveer direct.
(6 personen)
Voor het deeg:
200 gr bloem
zout
65 gr witte basterdsuiker
135 gr koude boter
Voor de chocolademousse:
200 gr pure chocolade in stukjes
1 1/2 dl volle melk
2 dl slagroom
40 gr suiker
Voor de garnering:
5 sinaasappels
een zandtaartvorm van 20 cm doorsnee
bakpapier
een steunvulling
Deeg:
Zeef de bloem, het zout en de basterdsuiker boven een kom.
Snijd de boter met 2 messen door de bloem tot hij fijn is verdeeld en
kneed het snel tot een soepel deeg.
Leg het deeg in plasticfolie 30 minuten in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Rol het deeg uit en bekleed er de taartvorm mee.
Bedek het deeg met het stuk bakpapier en verdeel de steunvulling over.
Bak het deeg 6 minuten in het midden van de oven.
Verwijder het papier en de vulling, prik gaatjes in het gebak en bak de
bodem in nog 8-10 minuten lichtbruin en haar.
Stort de bodem op een taartrooster en laat hem afkoelen.
Mousse:
Laat de chocolade met de melk in een kom boven een pan met heet water
(au bain-marie) al roerend smelten.
Laat het mengsel afkoelen tot dik vloeibaar.
Klop de slagroom met de suiker stijf en schep die in 3 porties door het
chocolademengsel.
Zet de chocolademousse 1 uur in de koelkast.
Garnering:
Schil de sinaasappels dik tot op het vruchtvlees en snijd de partjes
tussen de vliezen uit.
Strijk de chocolademousse over de taartbodem uit en verdeel er de partjes
sinaasappel over.
Verwarm de oven voor op 120°C.
Klop 3 eiwitten stijf en voeg intussen in gedeelten 115 gr fijne
tafelsuiker toe.
Roer 50 gr fijne tafelsuiker en 1 zakje vanillesuiker door 1 eetlepel
maïzena en klop dit met 1 eetlepel blanke azijn door het eiwit.
Spatel er 60 gr geraspte pure chocolade door en schep de massa in een
spuitzak met grove kartelmond.
Spuit de massa in cirkels op een met bakpapier bekleed bakblik en laat ze
in de oven op 120°C in 2 uur drogen.
Schakel de oven na 1 uur terug naar 100°C.
Roer 150 gr Mascarpone met 2 eetlepels creamsherry en 2 eetlepels suiker
romig.
Spatel er 1 dl stijfgeklopte slagroom door en verdeel dit mengsel over het
afgekoelde schuim.
Garneer met 1 kiwi in plakjes en 150 gr witte druiven.
Bestuif met cacaopoeder en serveer direct.
Basisrecept pizzadeeg
500 gr gezeefde bloem
zout
25 gr gist
2 eetlepels olijfolie
Meng de bloem en een snufje zout in een kom en maak in het midden van het
bloemmengsel een kuiltje.
Los de gist in 1 dl handwarm water op.
Schenk de gistoplossing en de olie in het kuiltje en meng de
ingrediënten goed.
Voeg beetje bij beetje nog 1 dl handwarm water toe en kneed het mengsel
tot een samenhangend deeg.
Kneed het deeg nog 10 minuten krachtig door en vorm het tot een bal.
Schenk 1 eetlepel olie in een schone kom en rol de deegbal door de
olie.
Dek de kom met een vochtige doek of met plasticfolie af en laat het
gistdeeg op een warme plaats 1 uur rijzen tot het in volume is
verdubbeld.
Kneed het deeg nogmaals even door en verwerk het als pizzabodem volgens
het recept.
Maak de randen van de pizza iets dikker, zodat de vulling er tijdens het
bakken niet af kan glijden.
Bak een platte pizza altijd in een zeer hete oven van 250°C.
(Het geheim van een perfecte bodem: krokant van buiten en zacht van
binnen!).
Voor de chocoladepizza
1 basisrecept voor pizza of kant-en-klaar pizzadeeg
120 gr pure chocolade, in blokjes gebroken
1 eetlepel cacaopoeder
2 eetlepels poedersuiker
60 gr boter
120 gr roze en witte marshmellows
Maak de pizzabodem.
Doe de chocolade met de boter in een pannetje.
Laat het boven een pan kokend water (au bain-marie) geheel smelten en roer
de massa goed door elkaar en roer er de cacao en de poedersuiker door.
Verdeel de chocoladesaus over de pizzabodem en leg de marshmellows
erop.
Zet de pizza 10 minuten in de oven tot de bodem gaar is en de marshmellows
beginnen te smelten.
Laat de pizza voor het serveren iets afkoelen.
Voor het biscuitdeeg:
4 eieren
120 gr suiker
120 gr bloem
Voor de bavarois:
100 gr bittere chocolade
3 dl melk
3 eieren
130 gr suiker
20 gr bloem
1 blaadje gelatine
3 dl slagroom
Voor het ijs:
200 gr pure chocolade
3 1/2 dl water
150 gr suiker
50 gr glucose
Voor de chocolademousse:
200 gr witte chocolade
100 gr suiker
4 eiwitten
2 1/2 dl slagroom
Splits voor het biscuitdeeg de eieren.
Klop de eidooiers met 100 gr suiker dik en luchtig.
Klop de eiwitten met 20 gr suiker stijf.
Spatel het eiwit door het dooiermengsel en schep hier luchtig de
gezeefde
bloem door.
Strijk het beslag op een met bakpapier beklede bakplaat uit, bak de
deegplak in een op 200°C voorverwarmde oven in 10 minuten gaar en laat
hem afkoelen.
Snijd de deegplak in repen en bekleed daar 4 kleine ronde vormpjes
mee.
Vul de bakjes met de chocoladebavarois.
Smelt voor de bavarois de chocolade in de melk en breng het geheel aan de
kook.
Week de gelatine in ruim koud water.
Klop de eidooiers met de suiker schuimig en klop de bloem hierdoor.
Klop het dooiermengsel door de melk en laat het binden.
Voeg de uitgeknepen gelatine toe en laat afkoelen.
Klop de slagroom stijf, spatel die door de afgekoelde vla en laat het
geheel door en door koud worden.
Los voor het ijs de suiker, de chocolade en de glucose in heet water
op.
Laat het afkoelen en maak er met een ijsmachine ijs van.
Klop voor de chocolademousse de eiwitten met de suiker stijf.
Klop ook de slagroom stijf.
Smelt de chocolade au bain-marie.
Spatel eerst de eiwitten en vervolgens de room door de chocolade en
laat
de mousse in de koelkast opstijven.
Voor de bodem>
300 gr bloem
100 gr cacao
1/2 theelepel zout
200 gr suiker
1 theelepel bakpoeder
1 ei
1 1/2 dl (zonnebloem)olie
1/4 liter karnemelk
2 dl bereide koffie
Voor de vulling:
5 eetlepels bloem
3 dl volle melk
125 gr suiker
75 gr margarine
1 zakje vanillesuiker
200 gr roomboter
Voor de glazuurlaag:
150 gr roomboter
3 eetlepels cacao
200 gr poedersuiker
1 ei
1 zakje vanillesuiker
Meng voor de bodem de bloem, de cacao, het zout, de suiker en het
bakpoeder goed door elkaar.
Voeg het ei, de olie, de karnemelk en de koffie toe en mix dit tot een
romig beslag.
Giet het beslag in een bakvorm en bak de bodem in 30-35 minuten in een op
175°C voorverwarmde oven gaar.
Laat de bodem afkoelen.
Meng voor de vulling de bloem met de melk op het vuur tot het romig
is.
Meng de suiker, de margarine, de vanillesuiker en de roomboter tot het
mengsel romig is.
Voeg het melk-bloemmengsel eraan toe en mix ± 8 minuten tot het
smeuïg is.
Smeer de vulling over de bodem en zet de taart in de koelkast.
Meng voor het glazuur de roomboter met de cacao op het vuur tot de boter
is gesmolten.
Neem de pan van het vuur en voeg de poedersuiker, het ei en de
vanillesuiker toe.
Mix het geheel tot een crème, smeer die over de vulling en zet de
taart tijd in de koelkast tot het glazuur hard is..
(8-10 personen)
10 eieren
180 gr fijne tafelsuiker
180 gr bloem
50 gr cacao
20 gr gesmolten boter
1 dl witte rum
1/2 liter stijfgeklopte slagroom
250-500 gr ontpitte kersen
Voor de saus:
250 gr kristalsuiker
3 dl slagroom
een ingevette springvorm met een doorsnee van 24 cm
Deeg:
Verwarm de oven voor op 190°C.
Klop de eieren en de suiker in een kom boven een pan heet water van
80°C (au bain-marie) schuimig.
Zeef de bloem en de cacao en spatel ze door het eimengsel.
Spatel de boter erdoor en stort het geheel in de vorm.
Bak de deegbodem 30-40 minuten in het midden van de oven.
Laat het op een rooster afkoelen en snijd hem horizontaal in
drieën.
Besprenkel de deeglagen met rum en leg ze op elkaar met een laag slagroom
en een laag kersen daartussen.
Bestrijk de taart met slagroom en garneer met kersen.
Saus:
Laat de suiker met 6 eetlepels water in een pan met dikke bodem smelten
en
laat het langzaam karameliseren tot het lichtbruin is.
Schenk de slagroom erbij en roer alles tot een gladde saus.
Serveer de saus bij de taart.
7 eieren
75 gr griessuiker
100 gr bloem
35 gr cacaopoeder
100 gr fondant chocolade
100 gr poedersuiker
3 dl room
Breek 5 eieren en splits ze.
Klop de eidooiers, samen met de 2 overgebleven eieren en de suiker tot een
luchtig geheel.
Zeef de bloem en spatel die met het cacaopoeder door de eieren.
Vet een bakplaat in met boter, bedek hem met bakpapier en strijk er het
biscuitbeslag over uit.
Bak de biscuit 20 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
Smelt de chocolade in 2 eetlepels water, voeg de poedersuiker en 3
eetlepels water toe en verwarm tot tegen het kookpunt.
Roer de chocoladepasta glad en laat hem volledig afkoelen.
Klop de room stijf en spatel hem door de chocolade.
Houd wat room apart voor de garnering.
Steek uit het biscuitgebak tweemaal 4 ringen van respectievelijk 9, 7, 5
en 3 cm.
Bouw van groot naar klein en aan elkaar geplakt met chocolademousse 2
piramides van het biscuitgebak.
Strijk de randen met behulp van een paletmes gelijkmatig met
chocolademousse dicht tot er 2 gave kegels ontstaan.
Bestuif het geheel met cacaopoeder en zet de Montezumataarten op met een
kantje versierde borden.
Halveer ze verticaal en serveer ze met een eetlepel ongezoete
stijfgeklopte room.
450 gr pure chocolade
30 ml sterke koffie
30 ml cognac
6 eieren
90 gr kristalsuiker
275 ml slagroom
poedersuiker
verse aardbeien
heet water
Verwarm de oven voor op 1800°C.
Smelt de chocolade au bain-marie.
Roer er de koffie en de cognac door en laat het mengsel iets afkoelen.
Klop de eieren en de suiker erdoor, zodat een dikke maar luchtige massa
ontstaat.
Klop de slagroom lobbig en meng die door de chocolademassa.
Stort het geheel in een ingevette springvorm van 22 cm doorsnee, waarvan
de bodem met bakpapier is bekleed.
Zet de vorm in een braadslee en giet daar heet water in tot de vorm voor
de helft vol is.
Bak de taart ± 1 uur, schakel de oven dan uit en laat de taart in
de oven wat afkoelen.
Maak de rand van de vorm los en laat de taart verder afkoelen.
Stort de taart op een schaal en verwijder het bakpapier.
Schik in een ruitpatroon reepjes vetvrij papier op de taart, bestuif de
taart met poedersuiker en verwijder het papier dan weer.
Garneer de taart met aardbeien.
(± 20 plakken)
250 gr zachte boter
250 gr suiker
een snufje zout
5 eieren
375 gr bloem
50 gr cacaopoeder
2 theelepels bakpoeder
2 eetlepels melk
3 eetlepels koffielikeur
125 gr grofgehakte pure chocolade
poedersuiker
een ingevette tulbandvorm, inh. ± 2 liter
Verwarm de oven voor op 175°C.
Roer de boter, de suiker en het zout schuimig en klop de eieren
erdoor.
Zeef de bloem, de cacao en het bakpoeder en spatel ze door het
eimengsel.
Roer de melk, de likeur en de chocolade erdoor en schenk het mengsel in de
vorm.
Bak de tulband 60-70 minuten in het midden van de oven.
Laat hem op een rooster afkoelen en bestrooi hem voor het serveren met een
dun waasje poedersuiker.
3 pakken schuimbattons (onder chocola, boven mokka)
2 dl slagroom
nootjes (Baukje)
Doe de koekjes in een dichte plastic zak en verkruimel ze door er met een
deegrol over te gaan.
Klop de slagroom niet te stijf en roer de kruimels erdoor.
Vul een springvorm met dit mengsel en strooi de nootjes erover.
Zet de vorm 1 dag in de diepvries.
50 gr boter
3/4 dl water
zout
100 gr bloem
2 grote eieren
(oranjebloesemwater)
poedersuiker
frituurvet
Breng het water met de boter en zout aan de kook, voeg de bloem in
één keer toe en roer tot het deeg van de pan loslaat.
Roer er van het vuur af de eieren door en voeg eventueel wat
oranjebloesemwater toe.
Doe het deeg over in een spuitzak en sput berghes in het op 180°C
verhitte frituurvet.
Bak de churros in ± 5 minuten gaar en bestuif ze na het uitlekken
dik met poedersuiker.
(Amerikaanse appeltaart met pecannoten)
Voor de cinnamon-rolls:
1 pak witbroodmix
melk
boter
2 appels
150 gr pecannoten
2 eetlepels kaneel
200 gr bruine suiker
Voor het glazuur:
150 gr gezeefd poedersuiker
3 eetlepels appelsap
Voor de garnering:
12 pecannoten
Kneed voor de cinnamon-rolls volgens de aanwijzingen op de verpakking een
gistdeeg van het witbroodmix met melk boter en laat het deeg rijzen.
Vet een springvorm van 24 cm doorsnee in en klem een stuk bakpapier tussen
de bodem en de rand.
Schil en snipper de appels, hak de pecannoten fijn en vermeng beide met de
kaneel en de bruine suiker.
Kneed het deeg door en rol het uit tot een lap van ± 45 x 25
cm.
Bestrijk het deeg met gesmolten boter en beleg het met het
appel-notenmengsel.
Rol de lap vanaf de lange kant op en snijd de deegrol in 12 gelijke
stukken.
Schik de deegrolletjes rechtop in de vorm, dek ze met een vochtige doek af
en laat ze een half uur rijzen.
Bak de rolletjes bij 200°C in 30 minuten goudbruin.
Roer intussen glazuur van de gezeefd poedersuiker en het appelsap.
Maak de springvormrand los en schuif de warme taart op een schaal (het
bakpapier mag eronder blijven), lepel er direct het glazuur over en
garneer de rolletjes met een pecannoot.
(8-10 personen)
1 in de lengte in dunne plakken gesneden cake
1 pak citroenijs
200 gr grofgehakte gepelde pistachenootjes
150 gr witte chocolade
1-2 eetlepels slagroom
mooie dunne witte chocoladekrullen
een langwerpige cakevorm
Leg op de bodem van de cakevorm 1 dunne plak cake.
Laat het ijs iets smelten en strijk het in een laag (even dik als de
cakelaag) op de cakeplak.
Bestrooi de ijslaag met pistachenootjes.
Herhaal deze lagen 3 keer en eindig met een cakelaagje (dus totaal 4 keer
ijs en 5 keer cake).
Zet de ijscake in de diepvries en laat hem 4 uur opstijven.
Smelt de witte chocolade met de slagroom in een kom boven een pan heet
water en strijk dit in een dunne laag over de bovenkant van de cake
uit.
Laat de chocolade in de koelkast 10 minuten hard worden.
Garneer de ijscake met mooie chocoladekrullen en serveer hem in plakken
gesneden.
Chocoladekrullen kunt u van pure, melk- en witte chocolade maken. Het
vraagt even wat handigheid, maar het is zeker niet moeilijk.
Smelt de chocolade in een kom boven een pan heet water, maar zorg dat de
chocolade niet te warm wordt.
Schenk de chocolade op een koude ondergrond, bijvoorbeeld op een marmeren
plaat en schraap de chocolade, vlak voor deze hard wordt, met een breed
mes voorzichtig van de plaat, zodat er mooie chocoladekrullen ontstaan.
1 bodem voor kwarktaart (zie recept biscuitgebak)
1/2 flesje kiwi-kruisbessenpuddingsaus
8 blaadjes witte gelatine
2 citroenen
3 eieren
200 gr witte basterdsuiker
450 gr magere kwark
1 pakje citroen-gelatinepuddingpoeder (Trixy)
2 kiwi's voor de garnering
Maak een biscuitbodem volgens het recept en bestrijk de bodem met de
kiwisaus.
Week de gelatine ± 10 minuten in ruim water.
Rasp de schil van de citroenen en pers ze uit.
Verwarm het citroensap en de rasp, los er van het vuur af de uitgeknepen
gelatine in op en laat dit lobbig worden.
Splits de eieren, klop de eidooiers in een kom met de suiker schuimig en
voeg dit met het gelatinemengsel aan de kwark toe.
Giet het kwarkmengsel op de bodem, strijk het oppervlak glad en zet de
taart ± 1 uur in koelkast.
Maak de gelatinepudding volgens de aanwijzingen op de verpakking, maar
neem slechts 4 dl water.
Laat de pudding iets dik worden, schenk haar dan op de kwarkmassa en zet
de taart nog enkele uren in de koelkast.
Garneer met plakjes kiwi.
(4-6 personen)
1 eetlepel amandelolie of neutrale olie
1/2 roombotercake in plakjes
10 blaadjes witte gelatine
500 gr magere kwark
de geraspte schil van 1 citroen
100 gr suiker
het sap van 1 citroen
1 1/4 dl slagroom
Voor de crème de menthe-gelei:
3 blaadjes witte gelatine
1/2 dl crème de menthe (likeur)
Voor de garnering:
1 groene meloen
verse blaadjes munt
een springvorm van 20 cm doorsnee
bakpapier
Vet de vorm dun met olie in, bekleed hem met bakpapier en vet dat eveneens
in.
Bedek de bodem van de vorm met plakjes cake.
Week de gelatine 5 minuten in ruim koud water.
Meng de kwark en de geraspte citroenschil.
Verwarm in een steelpan de suiker in het citroensap tot de suiker is
opgelost.
Knijp de gelatine goed uit en los die van het vuur af in het citroensap
op.
Meng het gelatinemengsel door de kwark.
Klop de slagroom stijf en spatel die door de kwark.
Schep het mengsel in de vorm en laat het 2 uur in de koelkast opstijven.
Gelei:
Week de gelatine 5 minuten in ruim koud water.
Breng 1 dl water tegen de kook aan en los er van het vuur af de
uitgeknepen gelatine in op.
Roer de crème de menthe erdoor en laat het tot lauw afkoelen.
Verdeel de lauwe gelei over de kwarktaart, zet de taart terug in de
koelkast en laat hem 1 nacht opstijven.
Garnering:
Steek met een meloenbolletjeslepel bolletjes uit de meloen en laat die op
een schone theedoek uitlekken.
Bedek de bovenkant van de taart met de meloenbolletjes.
Verwijder de springvorm.
Serveer de taart op een mooie schaal en garneer met blaadjes verse munt.
(2 personen)
2 plakjes diepvriesbladerdeeg
50 gr kortkokende dessertrijst
1 bekertje garderoom (2 dl)
3 eetlepels lemoncurd (citroencrème, Robertson)
2 toefjes citroenmelisse
Verwarm de oven voor op 225°C.
Spreid het bladerdeeg uit en laat het ontdooien.
Vet 2 kleine taartvormpjes van ± 10 cm doorsnee in en bekleed ze
met het bladerdeeg.
Prik gaatjes in de bodem en bak de bodempjes met een steunvulling ±
15
minuten.
Kook intussen de rijst met de garderoom en 1/2 dl water in ± 12
minuten
gaar.
Verwijder de steunvulling en laat de bodempjes in nog 5 minuten
lichtbruin
kleuren.
Roer de lemoncurd door de rijst.
Haal de bodempjes uit de vormpjes en schep de citroenrijst erin.
Garneer met citroenmelisse.
6 plakjes diepvriesbladerdeeg
2 citroenen
225 gr suiker
3 eieren
20 gr custardpoeder
30 gr boter
Bekleed een taartvorm van 24 cm doorsnee met het bladerdeeg, leg er een
stuk bakpapier en een steunvulling op en bak de bodem in een op 225°C
voorverwarmde oven in ± 25 minuten gaar.
Haal de bonen en het bakpapier eruit en bak de taartbodem dan nog 10
minuten.
Rasp de citroenen en pers ze uit.
Splits de eieren.
Klop de eidooiers met 100 gr suiker dik.
Roer de custard met wat water los en bind hiermee 4 dl kokend water.
Roer dit bij de dooiermassa, schenk het terug in de pan en laat het al
roerend binden, zonder te koken.
Roer er het citroensap, de rasp en de boter door en schenk deze massa in
de taartbodem.
Klop de eiwitten met de bij beetjes toegevoegde suiker stijf, bedek de
taart hiermee en laat hem onder een verwarmde grill even bijkleuren.
(8-12 punten)
Draai voor de bodem 180 gr boter, 60 gr suiker en zout in eeen
keukenmachine tot crème en voeg 1 eidooier toe.
Voeg met 1 lepel tegelijk 225 gr bloem toe en doe er 1 lepel koud water
bij.
Zet het deeg in de koelkast.
Bak het daarna in een vlaaivorm blind met een vulling van bakbonen
(± 20 minuten bij 200°C).
Klop voor de vulling het sap en het schilschaafsel van 3 citroenen, 275 gr
witte basterdsuiker, 6 eieren en 3 dl slagroom door elkaar en zet dit 1
dag in de koelkast.
Vul de bodem met de citroenmassa en bak de taart 25 minuten bij 200°C
tot
de citroenmassa goed is opgestijfd.
Laat de taart afkoelen, strooi poedersuiker over het hele oppervlak en zet
de taart een half minuutje onder een hete grill om er een karamellaagje op
te krijgen.
Serveer de taart met room.
(10 stukken)
40 gr macadamianoten
85 gr zachte boter
150 gr bloem
2 eetlepels suiker
1 eidooier
1/2 pot Lemon Jelly Marmelade (Chivers)
1/8 liter slagroom
1 eetlepel poedersuiker
Verwarm de oven voor op 200°C.
Spoel de noten onder warm stromend water af, droog ze met keukenpapier en
maal ze fijn.
Kneed een soepel deeg van de boter, de bloem, de suiker, de eidooier en de
noten.
Bekleed 10 ingevette lage taartvormpjes van ± 7 cm doorsnee met het
deeg, bak de bodempjes in ± 20 minuten goudbruin en neem ze uit de
vormpjes.
Verwarm de marmelade op laag vuur, vul er de afgekoelde bodempjes mee en
laat de marmelade opstijven.
Klop de slagroom met de poedersuiker stijf, doe de massa over in een
spuitzak met spuitmondje en spuit een flinke toef slagroom op elk
taartje.
Lekker met een bolletje vanilleroomijs.
(8 punten)
Voor het deeg:
200 gr bloem
zout
1 eetlepel suiker
100 gr boter
Voor de vulling:
2 citroenen
3 eieren
150 gr suiker
1 dl crème fraîche
Voor de garnering:
4 citroenen
175 gr suiker
een ronde taartvorm van 24 cm doorsnee
bakpapier
steunvulling
Deeg:
Zeef de bloem en het zout boven een kom.
Voeg de suiker toe en snijd de boter met 2 messen door de bloem tot de
boter fijn is verdeeld.
Voeg 2 eetlepels ijskoud water toe en kneed het met één hand
snel tot een soepel deeg.
Leg het deeg in plasticfolie 1 uur in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol het deeg uit tot een lap ter grootte van de vorm en bekleed de vorm
ermee.
Bedek het deeg met een stuk bakpapier en verdeel er een steunvulling
over.
Bak de taartbodem 10 minuten in het midden van de oven.
Vulling:
Was 1 citroen goed en schil hem heel dun (zonder wit).
Pers beide citroenen uit.
Snijd de schil heel fijn.
Klop de eieren met de suiker dik en romig en roer er de citroenschil en
het sap door.
Klop de crème fraîche op en meng hem door de eimassa.
Verwijder de steunvulling en het bakpapier en schep de eimassa in de
taartvorm.
Schakel de oven terug naar 150°C en bak de taart in nog 30-40 minuten
gaar.
Garnering:
Was de citroenen goed in heet water, droog ze en snijd ze in heel dunne
plakjes.
Breng de suiker met 2 1/2 dl water aan de kook en laat hem al roerend
oplossen.
Leg de schijfjes citroen in de suikerstroop en laat ze 12-15 minuten
zachtjes koken.
Laat de schijfjes in de siroop afkoelen.
Laat ze uitlekken en verdeel ze over de afgekoelde taart.
Zet de taart tot het gebruik koel weg.
1 blaadje heldere gelatine
1 dl sinaasappelsap
2 eidooiers en 4 eiwitten
100 gr + 7 eetlepels suiker
1 dl slagroom
4 plakken chocoladecake
1 eetlepels Grand Marnier
Week de gelatine ± 5 minuten in ruim water.
Verhit het sinaasappelsap en los er van het vuur af de uitgeknepen
gelatine in op.
Klop de eidooiers met 3 eetlepels suiker in een kom boven een pan heet
water
dik en schuimig en meng er de gelatine-oplossing door.
Laat het mengsel afgedekt in de koelkast ± 20 minuten
opstijven.
Klop het eiwit stijf en voeg al kloppend 3 eetlepels suiker toe.
Klop de slagroom met 1 eetlepels suiker stijf en meng de slagroom en het
eiwit door de dooiercrème.
Verdeel het mengsel over 4 kopjes en laat het in de diepvriezer in
± 3 uur bevriezen.
Verwarm de oven voor op 220°C.
Snijd een cirkel uit de plakken cake, rondom 1,5 cm groter dan het
kopje.
Klop 3 eiwitten met 100 gr suiker stijf.
Besprenkel de cakecirkels met de likeur en leg ze in een ovenschaal.
Stort het ijs op de plakjes cake en bedek het met het stijfgeklopte
eiwit.
Laat het eiwit in het midden van de oven in ± 7 minuten kleuren.
8 gedroogde abrikozen
8 ontpitte gedroogde pruimen
1 eetlepel sukade
8 sinaasappelsnippers
1 geschilde peer in blokjes
2 1/2 dl vers sinaasappelsap
2 eieren
2 dl melk
80 gr gezeefde bloem
2 theelepels suiker
1 mespunt zout
1/2 theelepel vanillesuiker
de geraspte schil van 1/4 sinaasappel
boter
1 eetlepel Grand Marnier
1 theelepel aardappelzetmeel
poedersuiker
een ingevette ovenschaal
Compote:
Overgiet de abrikozen en de pruimen met water en laat ze 1 nacht
wellen.
Meng het geweld fruit met de sukade, de sinaasappelsnippers, de peer en
1/2 dl sinaasappelsap.
Flensjes:
Klop de eieren met de melk, de gezeefde bloem, de suiker, zout, de
vanillesuiker en de sinaasappelrasp los en laat het beslag 30 minuten
rusten.
Verhit in een koekenpan steeds wat boter en bak van het beslag 16 kleine
dunne flensjes.
Saus:
Breng de rest van het sinaasappelsap aan de kook en roer er het
aardappelzetmeel door tot de saus lichtgebonden is.
Breng de saus op smaak met een scheutje Grand Marnier.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Schep op elk flensje wat zuidvruchtencompote, vouw de flensjes in vieren
en leg ze in de ovenschaal.
Schenk de sinaasappelsaus erover en verwarm de Flensjes 8 minuten in het
midden van de oven.
Serveer ze in een schaal en bestrooi ze met poedersuiker.
Stoof 400 gr abrikozen in het sap van 2 sinaasappels (rasp de schil van
één ervan).
Laat ze afkoelen en snijd ze in vieren.
Maak een beslag van 50 gr bloem, 50 gr suiker, 1 zakje vanillesuiker, 3
eieren, 3 dl melk, de sinaasappelrasp en 1 eetlepel gesmolten boter en
Laat dit minstens 1 uur staan.
Giet het beslag dan in ingevette quiche- of andere lage ovenschotel
verdeel er de abrikozenstukjes over en bak de clafoutis 40-45 minuten in
een op 175°C voorverwarmde oven.
Verlaag de temperatuur na 20-25 minuten tot 160°C.
Eet de clafoutis lauwwarm, bestrooid met wat suiker.
Tip: Verrijk het beslag met 1 eetlepel rum.
300 gr kersen
50 gr bloem
zout
4 eieren
3 1/2 dl melk
50 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
poedersuiker
enkele takjes munt
6-8 bolletjes vanille-ijs
Voor de vanillesaus:
1/2 liter melk
50 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
3 eidooiers
Was de kersen, ontpit ze en dep ze met keukenpapier droog.
Roer de bloem, een mespuntje zout, de eieren, de melk, de vanillesuiker en
de andere suiker door elkaar tot een glad beslag.
Leg de kersen op de bodem van een ronde bakplaat of een beboterde
ovenschaal, giet het beslag erover en zet dit ± 1 uur in een op
150°C voorverwarmde oven tot de bovenkant van de clafoutis mooi
goudgeel en stevig is.
Breng voor de vanillesaus de melk met de suiker en de vanillesuiker aan de
kook.
Klop de eidooiers in een kommetje los en roer er een scheutje hete melk
door.
Giet het mengsel al roerend bij de rest van de melk en verwarm het geheel
al roerend op laag vuur tot de saus is gebonden.
Laat de saus niet meer koken, want anders gaat ze schiften.
(Desgewenst kunt u de vanillesaus vervangen door crème
fraîche).
Leg de warme clafoutis op een bord, bestrooi met poedersuiker en garneer
met toefjes munt.
Geef er het ijs en de saus bij.
(4-6 personen)
1 pot kersen, uitgelekt (nettogewicht 700 gr)
100 gr bloem
2 eetlepels witte basterdsuiker
zout
2 eieren
2 dl (volle) melk
poedersuiker
geroosterde geschaafde amandelen
een ondiepe ingevette ovenschaal, inh. 1 liter
Verwarm de combinatiemagnetron voor op 200°C.
Verdeel de kersen over de bodem van de schaal.
Zeef de bloem met het zout en de basterdsuiker.
Maak in het midden van de bloem een kuiltje en breek de eieren erin.
Voeg de helft van de melk toe en klop het tot een glad beslag.
Klop er de rest van de melk door en schenk het beslag over de kersen in de
schaal.
Schuif de schaal in de combinatie-oven en bak de clafoutis in 15 minuten
op 200°C en 300 Watt gaar en goudbruin.
Laat de clafoutis 10 minuten afkoelen.
Bestrooi de bovenkant met poedersuiker en serveer lauwwarm.
(of cloutie dumpling)
(6 personen)
'Cloot' of 'clout' is het Schotse woord voor 'doek' (vergelijk het Engelse
'cloth'). 'Clootie' betekent 'gemaakt van doek'.
'Dumpling' is de benaming voor een voedzame vruchtencake (pudding) die
wordt gekookt of gestoomd.
450 gr zelfrijzend bakmeel
250 gr niervet
175 gr krenten
90 gr rozijnen
90 gr rozijnen in stukjes
180 gr basterdsuiker
1 1/2 theelepel kaneel
1 1/2 theelepel koekkruiden
1/2 theelepel Bakpoeder
1 ei
5 dl karnemelk
Vroeger werd deze taart gemaakt ter gelegenheid van een geboorte en werden er muntjes in verstopt.
Smeer een tulbandvorm in met gesmolten boter.
Klop het ei los.
Zeef de bloem boven een grote kom.
Voeg het niervet, de rozijnen, de krenten, de kaneel, de koekkruiden en
het bakpoeder toe en roer dit met een houten lepel door.
Maak een kuiltje in het midden, doe daar het ei en de karnemelk in en roer
alle ingrediënten voorzichtig door elkaar.
Doe het mengsel in de tulbandvorm en strijk de bovenkant glad.
Dek de vorm met een ingevet stuk aluminiumfolie en een deksel af en zet
hem in een grote pan.
Giet kokend water in de pan tot de vorm voor 2/3 deel onder staat.
Doe het deksel op de pan, zet het vuur laag en laat alles 2 1/2 uur
zachtjes koken.
Voeg zo nodig water toe.
Haal de vorm uit de pan en keer hem om op een schaal.
Serveer warm of koud met custard of room.
3 eieren
1 1/2 dl olie
350 gr suiker
300 gr bloem
¼ theelepel bakpoeder
2 theelepels baksoda
1 theelepel zout
2 theelepels vanillesuiker
3 theelepels kaneel
250 gr geraspte ongeschilde courgette
gehakte noten
Vermeng de eieren, de suiker en de olie.
Meng het bakpoeder, de baksoda, het zout, de vanillesuiker en de kaneel
door de bloem.
Roer beide mengsels door elkaar.
Voeg als laatste de courgette en de noten toe.
Vet een cakevorm in, schenk het mengsel erin en bak de cake 60 minuten in
een op 200°C voorverwarmde oven.
300 gr courgette
150 gr boter
4 eieren
300 gr bloem
250 gr poedersuiker
1 theelepel zout
1 zakje vanillesuiker
1 zakje gistpoeder of 5 gr zuiveringszout
100 gr pijnboompitjes
een snufje komijnzaadpoeder
Smelt de boter op laag vuur.
Was de courgette, dep hem droog en rasp hem grof.
Klop de eieren en meng er de gesmolten boter en de suiker door.
Verwarm de oven voor op 220°C.
Meng de bloem, het zout, de vanillesuiker, de gist (of het zuiveringszout)
en het komijnzaad in een kom.
Voeg dit mengsel aan de boter met de suiker en de eieren toe en mix het
geheel tot een homogeen, vloeibaar deeg.
Voeg de courgette en de pijnboompitjes toe.
Vet een langwerpige cakevorm met wat gesmolten boter in, bestrooi hem
met
bloem en giet het deeg in de vorm.
Zet de cake in de oven, verlaag de temperatuur na 10 minuten tot 180°C
en laat de cake op deze temperatuur nog een goed uur verder bakken.
Neem de cake uit de oven en laat hem op een rooster afkoelen.
3 eieren
1 kopje kandijsiroop
2/3 kopje suiker
4 eetlepels gesmolten boter
zout
1 pakje korstmix
1 kopje verse cranberries
1 kop pecannoten
Klop de eieren in een kom met een vork los en roer er de stroop, de
suiker, de gesmolten boter en wat zout door.
Bereid het korstdeeg zoals op het pak is aangegeven en bekleed er een
ronde bakvorm mee.
Strooi de cranberries erin en rangschik hier de halve pecannoten op.
Schenk het ei-stroopmengsel over het vulsel en zet de vorm 50-55 minuten
op een rooster onderin een matigwarme oven (160°C).
Laat de cranberrytaart op een rooster afkoelen.
(6 personen)
2 sinaasappels
100 gr gesmolten boter
200 gr fijngemalen volkorenbiscuitjes
9 blaadjes witte gelatine
450 gr Vooraf en Toe
50 gr fijne tafelsuiker
150 gr + 4 eetlepels Ocean Spray Cranberries
3 eetlepels sinaasappellikeur of sinaasappelsap
6 blaadjes munt
1 dl slagroom
1 zakje vanillesuiker
een anti-aanbak springvorm van 18 cm doorsnee
een bakpapieren cirkel van 20 cm doorsnee
Schil de sinaasappels dik.
Snijd van 1 sinaasappel de partjes tussen de vliezen uit en snijd de
partjes in stukjes.
Snijd 1 sinaasappel in plakken.
Leg de papieren cirkel op de bodem van de springvorm.
Meng de boter en de biscuitjes, schep het mengsel op de bodem van de vorm
en druk het aan.
Week de gelatine 5 minuten in ruim koud water.
Klop de Vooraf en Toe met de suiker stijf en roer er 150 gram
cranberrycompote en de stukjes sinaasappel door.
Verwarm de likeur of het sap tegen de kook aan.
Knijp de gelatine uit en los die van het vuur af in de likeur of het sap
op.
Roer dit mengsel door het Vooraf en Toemengsel, schep het in de vorm en
strijk de bovenkant glad.
Laat de taart in de koelkast 8 uur opstijven.
Haal de taart uit de vorm en zet hem op een schaal.
Garneer de bovenkant met de plakken sinaasappel.
Schep op elke plak wat cranberrycompote en leg er een blaadje munt op.
Klop de slagroom met de vanillesuiker stijf, doe hem over in een spuitzak
en spuit rozetten tussen de plakken sinaasappel.
(6 personen)
2 eetlepels maïzena
6 dl volle melk
6 eidooiers
150 gr suiker
de schil van 1/2 citroen in repen
1 kaneelstokje
6 dessertschaaltjes of kleine kommetjes
Roer de maïzena met 2 eetlepels melk los, roer er daarna de eidooiers
oor en zet dit mengsel apart.
Breng de rest van de melk met 100 gram suiker, de citroenschil en het
kaneelstokje aan de kook en laat het op zacht vuur 15 minuten trekken.
Roer het hete melkmengsel langzaam door het maïzenamengsel.
Schenk het mengsel terug in de pan en laat het op zacht vuur koken tot de
vla begint te borrelen.
Verwijder de citroenschil en het kaneelstokje.
Verdeel het mengsel over 6 schaaltjes en laat het 2 uur afkoelen.
Verdeel 50 gr suiker over de schaaltjes en laat die onder de hete grill of
met een verfafbrander (of de onderkant van een sterk verhit pannetje) of
speciaal Crema Catalana-ijzer karameliseren.
Serveer de crème met anijskoekjes.
Anijskoekjes
(12 stuks)
4 eetlepels olijfolie
4 eetlepels bier
1 eetlepel anijslikeur
1 theelepel zout
125 gr bloem
3 eetlepels sesamzaad
3 eetlepels anijszaad
150 gr suiker
Verwarm de oven voor op 200°C.
Meng de olie, het bier, de likeur en het zout.
Roer de bloem erdoor en kneed het mengsel tot een soepel deeg.
Verdeel het deeg in 12 stukken en rol elk stuk tot een heel dunne
deegcirkel uit.
Strooi er het sesamzaad, het anijszaad en de suiker over, rol de zaadjes
met een deegroller in het deeg en rol de kanten van het deeg iets
omhoog.
Bak de koekjes in het midden van de oven in 10 minuten lichtbruin.
200 gr gezeefde bloem
100 gr poedersuiker
4 eieren
1/4 liter witte wijn of water
1/4 liter magere melk
100 gr boter
Maak een beslag van de bloem, de poedersuiker, de schuimig geklopte
eieren, de witte wijn of het water, de melk en de gesmolten boter.
Verhit een zo groot mogelijke koekenpan met vlakke bodem voor.
Schenk een halfvolle soeplepel beslag in de pan en verdeel het direct met
een bakspatel.
Bak de bovenkant droog, maak de crêpe met een pannenkoekmes los en
keer hem.
Smelt op de bovenkant een klontje roomboter, strooi er wat suiker over en
beleg de crêpes naar keuze met: 1 eetlepel chocoladehagelslag, 1
eetlepel jam, 1 theelepel kaneelpoeder of 1 theelepel
sinaasappellikeur.
Vouw de crêpes dubbel, klap ze nog eens dubbel en vouw het kwart in
drieën.
(4-6 personen)
60 gr bloem
1 mespunt zout
1 ei
1 1/2 dl melk
1 dl sinaasappellikeur (Grand Marnier of Cointreau)
2 eetlepels olie
125 gr boter
125 gr fijne tafelsuiker
de fijngeraspte schil en het sap van 1 sinaasappel
2 dl geklopte slagroom
voor de garnering:
dunne reepjes schil van 1 sinaasappel, kort gekookt
toefjes munt
Zeef de bloem en het zout boven een kom, maak er een kuiltje in en breek
het ei hierin.
Klop met en garde, voeg deel voor deel de melk toe en klop tot een glad
beslag.
Klop 1 eetlepel likeur door het beslag.
Verhit 1/2 eetlepel olie en schep zoveel beslag in de pan dat de bodem net
is bedekt.
Bak de onderzijde in ± 1 minuut goudbruin, keer de crêpe en
bak de andere kant in 1/2-1 minuut goudbruin.
Bak op dezelfde manier nog 5 flensjes en vouw ze in vieren.
Verhit de boter en de suiker in een grote pan met dikke bodem tot een
dikke siroop.
Voeg 2 eetlepels likeur met het sinaasappelsap en de sinaasappelrasp toe
en verwarm het geheel door en door.
Leg de flensjes dakpansgewijs in een pan en schep de saus erover.
Verwarm de rest van de likeur in een soeplepel boven het vuur (of in een
klein pannetje; zet dan wel de afzuigkap uit!), schenk de likeur over de
flensjes en steek de drank aan.
Verdeel de flensjes met de saus over de bordjes en garneer met de room,
reepjes sinaasappelschil en toefjes munt.
melk
1 eetlepel suiker
2 theelepels gistpoeder
450 gr bloem
1 theelepel zout
1 theelepel bakpoeder
Los de suiker en het gistpoeder in 1 dl warme melk op en laat dit 10
minuten staan.
Zeef de bloem in een kom met het zout en het bakpoeder.
Verdun het gistpapje met 5 dl lauwe melk, meng dit door de bloem en klop
het beslag 10 minuten met een garde.
Laat het beslag rijzen.
Schenk in gourmetpannetjes (of in ringen in een vlakke koekenpan) een
flinke schep van het beslag (het mag wel 1 cm dik zijn) en bak het op laag
vuur tot de bovenkant droog is en gaatjes krijgt en de onderkant
lichtbruin is.
Neem de koek uit de pan en laat hem wat drogen en afkoelen.
Rooster de crumpets voor het serveren en serveer ze met
sinaasappelschijfjes, kaneel en honing, of belegd met bleekselderij en
geraspte (Cheddar)kaas, die onder de grill wordt gesmolten.
(35 stuks)
250 gr dadels
50 gr boter
2 eieren
2 eetlepels honing
100 gr fijne havervlokken
100 gr gemalen noten
Verwarm de oven voor op 175°C.
Ontpit de dadels en maal ze in een keukenmachine fijn of snijd ze in heel
kleine stukjes.
Roer de boter met de eieren en de honing schuimig en roer de dadels
hierdoor.
Rooster de havervlokken in de oven of in een droge koekenpan en schep ze
met de noten door de dadelmassa.
Leg kleine hoopjes van dit beslag op een met vetvrij papier beklede
bakplaat en bak ze in 25 minuten goudbruin.
(6 personen)
225 gr bloem
130 gr suiker
2 eieren + 1 eidooier
100 gr boter in blokjes
zout
3 dl slagroom
20 dadels
20 gepelde amandelen
een lage ingevette bakvorm van 24 cm doorsnee
Zeef 200 gr bloem boven een kom, meng er 80 gr suiker door en maak in het
midden ee kuiltje.
Doe 1 ei, de boter en 1 mespuntje zout in het kuiltje en kneed tot een
elastisch deeg.
Lat het deeg, in plasticfolie verpakt, minstens 30 minuten in koelkast
rusten.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Schil de dadels, verwijder de pit en vul ze met een amandel.
Rol het deeg uit en bekleed de bakvorm ermee.
Meng 1 ei, de eidooier, 50 gr suiker en 25 gr bloem en roer er de slagroom
door.
Schep de helft van het roommengsel op de bodem en verdeel er de dadels
over.
Bedek ze met de rest van het roommengsel.
Bak de taart 30-40 minuten in het midden van de oven.
(4-6 personen)
1 kant-en-klare taartbodem (200 gr)
3 dl slagroom
250 gr mascarpone
6 eetlepels kersenjam
250 gr kleine aardbeien
150 gr bosbessen
Leg de taartbodem op een schaal.
Klop de slagroom lobbig.
Roer de mascarpone met 2 eetlepels jam los en spatel dit mengsel luchtig
door de slagroom.
Snijd 50 gr aardbeien fijn en schep ze erdoor.
Snijd 150 gr aardbeien in plakjes en verdeel ze over de taartbodem.
Schep het roommengsel erop.
Halveer 50 gram aardbeien en verdeel ze met de bessen over de taart.
Verwarm 4 eetlepels jam en bestrijk het fruit ermee.
Voor de bodem:
275 gr witbroodmix
25 gr witte basterdsuiker
1-1 1/2 dl lauwe melk
25 gr zachte boter
1 ei
Gebruik een vlaaivorm van 28 cm doorsnee en een steunvulling, d.w.z.
oude
peulvruchten op een bodempje van aluminiumfolie.
Kneed van bovenstaande ingrediënten een soepel deeg en laat het op
een warme plaats ± 1 uur rijzen.
Vet de vlaaivorm in.
Rol het deeg na eenmaal doorkneden uit en bekleed de vorm ermee.
Druk de rand met de duimen aan en snijd het deeg dat er boven uitsteekt
met een mesje weg.
Leg er een stuk aluminiumfolie in en vul dat op met oude peulvruchten.
Bestrijk de randen met melk.
Bak het deeg op een rooster net onder het midden van de op 225°C
voorverwarmde oven in 25-30 minuten goudbruin en gaar.
Verwijder de steunvulling en laat de bodem afkoelen.
(U kunt gebakken vlaaibodems heel goed in de diepvries bewaren).
Vullingen:
Aardbeien-kiwivlaai
Beleg een laagje banketbakkersroom (Baukje, of zelfgemaakt) met de plakjes
van 2-3 kiwi's en 500 gr gehalveerde aardbeien en bestrijk die met
taartgeleermiddel (uit een pakje).
Bosvruchtenvlaai met roomkwark
Smeer 1/2 potje bosvruchtenjam over de bodem.
Meng een potje (500 gr) roomkwark met vanillesuiker.
Week 5 blaadjes gelatine en los die in het sap van 1 uitgeperste citroen
op.
Roer dit met 100 gr basterdsuiker door de kwark.
Klop slagroom stijf en meng ook die erdoor.
Maak 1 doosje frambozen, 1 doosje bramen en 1 doosje rode bessen
schoon.
Schep de kwark op de bodem en leg de vruchten erop.
Perziken-frambozenvlaai
1 literblik perziken op sap uitlekken en vang het vocht op.
Vermeng 1/2 pot frambozenjam met 1/2 liter perzikvocht, bind dit met een
zakje taartgeleermiddel en schenk dit bijna geheel in de bodem.
Was 2 doosjes frambozen en schep die in de rest van de gelei om.
Bedek de bodem met de perzikhelften en de frambozen met de gelei.
Vanille- of banketbakkersroom
3 dl room
6 eidooiers
1/2 vanillestokje
180 gr suiker
Kook de room met het vanillestokje.
Klop de eidooiers met de suiker en voeg de kokende room daarbij.
Roer alles verder au bain-Marie tot de vla is gebonden.
voor het deeg:
250 gr boter
5 eieren
200 gr suiker
300 gr bloem
1 pakje of zakje bakpoeder
1 zakje vanillesuiker
1 grote pot kersen zonder pit
enkele eetlepels cacoapoeder
voor de crème:
250 gr boter
1/2 liter melk
1 pakje vanillepudding (om te koken)
voor de afwerking:
± 200 gr chocoladeglazuur
een grote platte bakplaat die precies in de oven past (meestal hoort die bij de oven:)
Roer voor het deeg de boter los en voeg dan de eieren, de suiker, de
bloem, het bakpoeder en de vanillesuiker toe.
Vet de bakplaat goed in en verdeel er de helft van het deeg over.
Meng het cacoapoeder door de andere helft en breng nu een bruine laag deeg
over de witte laag aan.
Laat de kersen goed uitlekken en verdeel ze gelijkmatig over het deeg
(druk ze er niet in, maar leg ze er bovenop; door het bakken 'zakken' ze
vanzelf in het deeg).
Bak de koek ± 45 minuten op 175°C.
Kook voor de crème 1/2 liter vanillepudding.
Om te zorgen dat de crème niet gaat schiften, moeten de pudding en
de boter op gelijke temperatuur zijn (als u het deeg een dag van tevoren
bakt en de pudding een dag van te voren kookt, is alles vanzelf op gelijke
temperatuur als u aan de afwerking begint).
Klop de boter met een mixer zacht en voeg geleidelijk de pudding toe.
Bestrijk het deeg met een laag crème en leg er een laagje
chocoladeglazuur (gesmolten in de magnetron of au bain-marie) op.
Snijd langs de vier kanten de ongelijke randjes weg en snijd het gebak dan
in ± 20 kleinere stukken.
(± 18 stuks)
450 gr bloem
1 theelepel zout
50 gr fijne witte suiker
6 gr instant-gist
2 dl melk
1 losgeklopt ei
25 gr gesmolten boter
zonnebloemolie om te frituren
fijne witte suiker om te bestuiven
frambozenjam als vulling
Doe de bloem met het zout en de suiker in een kom, voeg de gist toe en
klop er de melk, het ei en de boter door.
Kneed 10 minuten tot u een zacht, glad deeg heeft en laat dat afgedekt in
de kom ± 2 uur rijzen tot het volume is verdubbeld.
Besla het deeg en rol het tot een lap van 1/2 cm dik uit.
Steek er rondjes van 18 cm doorsnee uit en steek desgewenst uit het midden
van elke doughnut een rondje.
Leg ze op een ingevette bakplaat en laat ze afgedekt met ingevet
plasticfolie tot het dubbele volume rijzen.
Verhit de olie tot 180°C (tot u een stukje brood in 1 minuut in de
olie bruin kunt bakken) en frituur de doughnuts in 5 minuten
goudbruin.
Laat ze afkoelen en wentel ze door de suiker.
Snijd de afgekoelde doughnuts aan de zijkanten gedeeltelijk open en doe er
wat frambozenjam in.
(2 personen)
2 rode grapefruits
1 dl tropische vruchtenlikeur (Passoa)
2 doughnuts
3/4 dl slagroom
2 eetlepels poedersuiker
Pers 1 grapefruit uit, voeg de likeur aan het sap toe en marineer de
doughnuts minstens 1 uur in dit vocht.
Schil de andere grapefruit dik en snijd de partjes tussen de vliesjes
uit.
Klop de slagroom met 1 eetlepel poedersuiker stijf.
Leg de doughnuts op 2 bordjes, sprenkel er 2 eetlepels marineervocht over
en bestuif ze met de poedersuiker.
Rangschik de grapefruitpartjes in de doughnuts en schep de slagroom
erover.
een springvorm ± 25 cm doorsnee
150 gr boter
100 gr witte basterdsuiker
3 eidooiers
1 borrelglas (bruine) rum
1 borrelglas cognac
1/4 liter slagroom
2 pakken lange vingers
cacao
Vermeng de boter en de suiker en roer er de eidooiers, 1/2 glas rum en 1/2
glas cognac door.
Klop de slagroom zonder suiker stijf en roer de helft hiervan door het
drankmengsel.
Vet de bakvorm in, bedek de bodem met lange vingers en besprenkel die met
de helft van de rest van de rum en de cognac.
Smeer de helft van het drankmengsel hierover uit, leg er weer een laag
lange vingers op en besprenkel die met de rest van de drank.
Leg de rest van het drankmengsel erop en verdeel er de rest van de
slagroom over.
Zet de taart in de koelkast en zeef er voor het gebruik cacao over.
500 gr bloem
2 dl melk
25 gr gist
10 gr zout
125 gr boter
1 eidooier
50 gr amandelspijs
1 gepelde amandel
poedersuiker
Maak een gistbeslag van de bloem, de met de lauwe melk aangemaakte gist,
het zout, de wat afgekoelde gesmolten boter en de eidooier en laat het in
een lauwwarme omgeving ± 3 kwartier rijzen.
Meng de amandelspijs door het deeg en vorm er een bol van.
Stop de amandel ergens binnenin het deeg.
Leg het op een beboterd bakblik en laat het nog een half uur narijzen.
Knip de bol aan de zijkanten in, zodat een kroon ontstaat.
Knip er aan de bovenkant de vorm van een ster in en bak het brood onderin
een op 200°C voorverwarmde oven in ± 30 minuten bruin en
gaar.
Bestrijk het afgekoelde brood met gesmolten boter en strooi er met behulp
van een sjabloon een ster van poedersuiker op.
(8 personen)
400 gr bladerdeeg (diepvries)
abrikozenmarmelade of -moes
125 gr gekookte rijst
4 eieren
1 zakje vanillesuiker
1/2 dl rode wijn
de schil en het sap van 1 sinaasappel
250 gr ontpitte zoete druiven
75 gr hazelnoten
75 gr paranoten zonder vlies
poedersuiker
grand marnier
Laat het bladerdeeg ontdooien en rol het dun uit.
Bedek hiermee de bodem en zijkant van een ingevette springvorm en bestrijk
het met abrikozenmoes.
Halveer de gepelde druiven en ontpit ze.
Maal de gepelde hazelnoten en paranoten fijn.
Klop het eiwit met een beetje suiker tot stijve pieken.
Vermeng de met vanillesuiker gekookte rijst met de rode wijn, de overige
suiker, het losgeklopte eigeel, het sinaasappelsap, de geraspte
sinaasappelschil, de hazelnoten en de paranoten en schep hier het
stijfgeklopte eiwit luchtig door.
Vul de deegvorm met deze rijstmassa en bak de taart 1 1/4 uur bij een
temperatuur van 180°C.
Dek eventueel af met aluminiumfolie.
Bedruppel de taart met wat grand marnier en bestrooi hem daarna met
poedersuiker.
Druiventaart
(6 personen)
Voor het deeg:
250 gr bloem
60 gr suiker
200 gr boter
2 eidooiers
Voor de vulling:
90 gr gemalen amandelen
90 gr poedersuiker
1 ei
2 eetlepels crème fraîche
400 gr witte druiven
300 gr blauwe druiven
40 gr kristalsuiker
een ingevette taartvorm van 22 cm doorsnee
bakpapier
steunvulling
Deeg:
Meng de bloem, de suiker en de boter tot een kruimelig deeg.
Voeg de eidooiers en 1-2 eetlepels water toe, kneed het snel tot een
samenhangend deeg en leg het 10 minuten in de vriezer.
Verwarm de oven voor op 210 °C.
Rol 2/3 deel van het deeg uit tot een ronde lap van 28 cm doorsnee.
Bekleed de vorm met het deeg en prik de bodem met een vork in.
Rol uit de rest van het deeg 3 dunne strengen, vlecht deze en plak de
vlecht met water op de deegrand.
Vorm wijnranken en bladeren uit de deegafsnijdsels.
Vul de deegbodem met bakpapier en een steunvulling en bak de bodem 10
minuten in het midden van de oven.
Verwijder het bakpapier en de steunvulling, zet de bodem nog 10 minuten in
de oven terug en bak de deegversieringen 10 minuten mee.
Vulling:
Vermeng de amandelen, de poedersuiker, het ei en de crème
fraîche.
Ontpit de druiven.
Bestrijd de voorgebakken deegbodem met de amandelcrème, verdeel de
witte druiven erover en bak de taart 20 minuten in het midden van de
oven.
Schakel de oven terug naar 180°C.
Leg de blauwe druiven als een druiventros op de taart, strooi de suiker
erover en bak de taart nog 25 minuten verder.
Garneer de taart met de wijnranken en de bladeren en serveer hem
lauwwarm.\
3 eieren
300 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
400 gr witte bloem
1 zakje bakpoeder
2 kopjes karnemelk
125 gr geraspte kokos
75 gr suiker
1/4 liter slagroom
150 gr roomboter
Roer de eieren met de suiker en de vanillesuiker roeren.
Voeg de bloem, het bakpoeder en de karnemelk toe en roer het deeg
glad.
Vet een bakplaat met boter in en leg het deeg erop.
Vermeng de kokos met de 75 gr suiker en verdeel dit over het deeg.
Verwarm de oven voor op 200°C en bak de cake ± 20 minuten.
Breng slagroom en de roomboter voorzichtig aan de kook en schenk dit over
de gebakken cake.
Laat de cake afkoelen en snijd hem dan in plakjes.
(4 stuks)
4 plakjes diepvries roomboterbladerdeeg, ontdooid
2 gehalveerde rode appels met schil in flinterdunne plakjes
2 eetlepels poedersuiker
2 eetlepels gezeefde abrikozenjam
een uitsteekring of glas van 12 1/2 cm doorsnee
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol elk plakje bladerdeeg iets dunner uit en steek met de uitsteekring uit
elk deegplakje een deegcirkel.
Prik de deegcirkels met een vork regelmatig in.
Schik de plakjes appel dakpansgewijs op de plakjes deeg en strooi er
poedersuiker over.
Bak de appeltaartjes in het midden van de oven in ± 15 minuten
lichtbruin en knapperig.
Bestrijk de taartjes met de jam en bak ze nog ± 5 minuten in de
oven.
Lekker met een schepje crème fraîche.
(25 stuks)
200 gr tarwemeel
1 eetlepel speculaaskruiden
een snufje zout
1 volle eetlepel stroop
1 volle eetlepel honing
75 gr koude boter
Doe het meel in een kom en voeg achtereenvolgens de speculaaskruiden, het
zout, de stroop en de honing toe.
Snijd de boter met 2 messen heel fijn, meng hem door het meel en kneed het
deeg met de vingers tot een samenhangend geheel.
Rol van het mengsel een ronde staaf, verpak die in een vel plasticfolie en
laat het deeg in de koelkast minstens 15 minuten opstijven.
Verwarm de oven voor op 175°C en bekleed een bakplaat met vetvrij
papier.
Snijd het deeg in plakjes, leg die op de bakplaat en bak ze in het midden
van de oven in 20 minuten bruin.
Eierkoeken
(20 stuks)
200 gr heel ei
50 gr eidooier
125 gr basterdsuiker
125 gr castormelis (kristalsuiker)
15 gr citroenrasp
250 gr patentbloem
2 gr ammoniumcarbonaat
Alle ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn, het liefst 25 graden
C.
eerste 5 ingredienten opkloppen tot een schuimige (stevige) massa.
ammoniumcarbonaat mengen met de ( gezeefde ) bloem en en voorzichtig door
de rest spatelen.
Op een ingevette en met bloem bestoven bakplaat spuiten.
De eierkoeken
eventueel bestuiven met bloem.
Direct in de oven zetten (230 graden C).
Bakken tot ze een mooie kleur
hebben.
Na het bakken direct van de bakplaat afsteken.
Ammoniumcarbonaat is een bakpoeder op basis van ammoniak.
Dit kun je goed
ruiken.
Omdat dit poeder heel snel verdampt boven de 100 graden en daarbij
veel gassen produceert is het het beste ( enige) bakpoeder dat geschikt
is
voor eierkoeken.
De eierkoeken na het bakken goed laten uitwasemen om
geurresten te voorkomen.
(± 16 stuks)
3 eieren
zout
1 zakje vanillesuiker
125 gr kristalsuiker
225 gr zelfrijzend bakmeel
25 gr maïzena
2 ingevette bakplaten
Klop de eieren met een snufje zout, de vanillesuiker en de kristalsuiker
schuimig.
Roer het bakmeel en de maïzena beetje bij beetje door het eiermengsel
tot een glad beslag ontstaat.
Laat het beslag ± 30 minuten rusten.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Schep met 2 eetlepels bergjes beslag op de bakplaten met 6 cm tussenruimte
en bak de koeken in het midden van de oven in ± 20 minuten
lichtbruin en gaar.
(20 stuks)
200 gr heel ei
50 gr eidooier
125 gr basterdsuiker
125 gr kristalsuiker
15 gr citroenrasp
250 gr patentbloem
2 gr ammoniumcarbonaat *
Alle ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn, het liefst
25°C.
Klop de eerste 5 ingrediënten op tot een schuimige stevige massa.
Met het ammoniumcarbonaat met de gezeefde bloem en spatel dit voorzichtig
door de rest.
Spuit het op een ingevette en met bloem bestoven bakplaat.
Bestuif de eierkoeken eventueel met bloem en zet ze direct in een op
230°C voorverwarmde oven.
Bak ze tot ze een mooie kleur hebben.
Steek ze na het bakken direct van de bakplaat af.
* Ammoniumcarbonaat is een bakpoeder op basis van ammoniak. Dit kun je
goed
ruiken. Omdat dit poeder boven de 100°C heel snel verdampt en daarbij
veel gassen produceert, is het het beste (enige) bakpoeder dat geschikt is
voor eierkoeken.
Laat dDe eierkoeken na het bakken goed uitwasemen om geurresten te
voorkomen.
2 eieren
120 gr suiker
150 gr bloem
6 gr bakpoeder
1 pakje vanillesuiker
een beetje zout
Klop de eieren met de suiker en de vanillesuiker tot het als een dik lint
van de klopper loopt.
Zeef de bloem met het bakpoeder en het zout en schep dit luchtig door de
eiermassa.
Beboter een bakplaat en leg hier met 2 lepels hoopjes deeg op.
Leg ze ver genoeg van elkaar af; de koeken lopen uit.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Bak de koeken 15-20 minuten.
Na het bakken moeten de koeken veerkrachtig zijn.
Haal ze direct met een scherp mes van de plaat af.
(± 50 stuks)
3 eieren
150 gr suiker
2 gr zout
1 zakje vanillesuiker
150 gr zelfrijzend bakmeel
30 gr maïzena
Breek de eieren en klop ze met de suiker, het zout en de vanillesuiker tot
een dikke schuimige massa is verkregen.
Zeef het zelfrijzend bakmeel en de maïzena samen en schep ze bij
gedeelten luchtig door de massa.
Maak op een beboterde bakplaat op gelijke afstanden van elkaar kleine
bergjes van het deeg en zet de bakplaat direct midden in een matigwarme
oven van ± 160°C.
Laat de koekjes in ± 15 minuten goudbruin en gaar worden.
Neem ze van de bakplaat en laat ze afkoelen.
Deze gedekte, platte taart uit het Zwitserse Engadin is in folie verpakt
op een niet te warme plaats wekenlang houdbaar.
Eet de 'turta di nusch' pas als hij tenminste 3 dagen oud is en serveer
maar heel kleine stukjes, want de taart is zoet en nogal machtig.
Deze walnoottaart is zeer geschikt om cadeau te geven; versier het deksel
dan met deeg en noten (zie tip).
Voor het deeg:
100-125 gr ongeraffineerde rietsuiker
1 klein ei
1 eidooier (voor het bestrijken)
de geraspte schil van 1/2 citroen
een snufje zout
350 gr fijn tarwemeel of gebuild meel, of een mengsel van beide
150 gr zachte boter
Voor de vulling:
75 gr ongeraffineerde rietsuiker
1 eetlepel water
175-200 gr walnoten
1 dl slagroom
1 1/2 eetlepel bloem
1/2 dl melk
50 gr honing
een springvorm van 26 cm doorsnee
Deeg:
Maak van de bovengenoemde ingrediënten (behalve de eidooier) een
zandtaartdeeg en laat het bij kamertemperatuur rusten.
Maak intussen de vulling:
Karameliseer de met het water vermengde suiker, zet het vuur uit en roer
er snel de noten door.
Stamp ze een beetje fijn en blijf roeren tot de stukjes noot met de
suikermassa zijn bedekt.
Roer de room erdoor, breng alles al roerend weer aan de kook en bind de
vloeistof met de in de melk opgeloste bloem.
Laat de vulling afkoelen en roer er tot slot de honing door.
Maak intussen van ± 300 gr van het deeg een deksel en bekleed de
springvorm met de rest van het deeg; gebruik ± 250 gr van het deeg
voor de bodem en de rest voor de rand (± 1 1/2 cm hoog).
Verdeel de vulling over de deegbodem en leg het deksel erop.
Druk de randen met de tanden van een vork mooi naast elkaar op elkaar, dan
krijgt u tevens een mooie randversiering.
Verwarm de oven voor op 180°C, schuif de taart op de onderste richel
en bak hem 30-40 minuten; de taart mag nauwelijks donkerder van kleur
worden, alleen langs de rand wat bruin.
Zet de taart in de vorm op een taartrooster en verwijder na 5 minuten de
rand van de springvorm.
Neem de bodem pas weg als de taart helemaal is afgekoeld.
Variatie: Vervang een gedeelte (tot de helft) van de walnoten door (geroosterde) hazelnoten.
Tip voor een mooie versiering op het deegdeksel:
Houd 6 halve walnoten en 20 gr van het deeg achter. Werk de taart helemaal
af, maar bak hem nog niet. Verdeel de 20 gr deeg in 12 gelijke stukjes en
rol daar balletjes van. Vorm elk balletje tot een druppel, druk die op het
werkvlak plat (2 mm dik) en breng hierin met de achterkant van een mes
nerven aan. Leg de grootste walnoot in het midden op het deegdeksel en de
overige langs de rand. Leg aan weerszijden van elke noot een blaadje en
bestrijk de blaadjes met wat losgeklopt ei.
Tip: Van de helft van de ingrediënten maakt u een kleine taart (20 cm doorsnee), of 10 mini-taartjes van 7 cm doorsnee.
voor het deeg:
420 gr bloem
180 gr witte basterdsuiker
1 mespunt zout
275 gr koude boter
1 losgeklopt ei
2 theelepels geraspte citroenschil
1 zakje vanillesuiker
voor de vulling:
180 gr suiker
2 eetlepels honing
1 dl room
200 gr gepelde grofgehakte noten (hazelnoten of walnoten)
1 losgeklopt ei
eventueel 2 eetlepels walnootlikeur
Bestrijk een springvorm met een middellijn van 26 cm met wat boter.
Zeef de bloem, de basterdsuiker en het zout in een kom en voeg de boter,
het ei, de citroenrasp en de vanillesuiker toe.
Snijd de boter met 2 messen door de bloem.
Kneed er met een koele hand snel een samenhangend deeg van.
Druk 2/3 deel van het deeg gelijkmatig tegen de bodem en 4 cm tegen de
wanden van de vorm uit en zet de vorm met de deegbekleding ± 30
minuten in de koelkast.
Zet een droge braadpan boven een zeer matig afgestelde warmtebron.
Strooi de suiker in de pan, voeg de honing en de room toe en verwarm dit
onder voortdurend roeren.
Voeg hierna de gehakte noten toe en blijf roeren tot een vrij dikke
notenpasta is verkregen.
Verwarm intussen de oven voor op 200°C.
Rol het resterende deeg uit tot een ronde plak met eenzelfde middellijn
als de springvorm.
Vul de vorm direct met de hete notenpasta en strijk de notenpasta zo
gelijkmatig mogelijk over de deegbodem uit.
Leg de ronde deegplak erop en snijd het overtollige deeg, dat tegen de
wanden zit, weg.
Kneed dit snel tot een balletje, rol het uit en steek er met een vormpje
kleine figuurtjes uit.
Leg die op de taart en prik op gelijke afstanden met een grote (vlees)vork
18 gaatjes in het deeg.
Bestrijk de bovenkant van het deeg met het losgeklopte ei en zorg er
daarbij voor dat de gaatjes in het deeg niet verstopt raken.
Schuif het rooster iets onder het midden in de hete oven, zet de vorm op
het rooster en bak de taart in 35-40 minuten gaar en goudbruin.
Neem de vorm uit oven en laat de taart in de vorm afkoelen.
Verwijder de taart dan uit de vorm en garneer met geschaafde amandelen.
Tip: Bestrooi de deegplak in de springvorm, voordat de notenpasta erop
komt, eventueel met wat paneermeel.
Op een koele plaats is de taart 2-3 weken houdbaar.
(6 personen)
Voor het deeg:
100 gr boter
100 gr griessuiker
2 eieren
200 gr bloem
Voor de appeltaart:
boter
75 gr griessuiker
8 gr citroenrasp
2 eieren
75 gr bloem
3 gr bakpoeder
25 gr lauwe melk
1 1/2 appel
3 eetlepels abrikozenkonfiture
50 gr rozijnen
12 eetlepels bloemsuiker
Doe voor het deeg de boter met de suiker in een beslagkom en wrijf ze goed
door elkaar.
Kneed er vervolgens één voor één de eireren
door en kruimel er dan de bloem door.
Laat het deeg in de koelkast ± 30 minuten opstijven.
Klop voor het beslag 50 gr boter, de suiker en de citroenrasp goed door
elkaar.
Voeg er vervolgens één voor één de eieren aan
toe.
Giet de bloem met het bakpoeder door een zeef en spatel ze door de
suiker-eiermassa.
Roer er tenslotte de melk door.
Schil de appels, verwijder het klokhuis en snijd ze in kwarten.
Snijd de bolle kant van elk kwartje waaiervormig in.
Wrijf een taartvorm van ± 18 cm doorsnee met boter in.
Rol het deeg uit en bekleed er de vorm mee.
Verdeel de abrikozenconfiture over de bodem en strooi er de rozijntjes
op.
Verdeel het taartbeslag over de vorm en schik er de ingesneden
appelkwartjes op.
Bak de taart ± 40 minuten in een op 180°C voorverwarmde
oven.
Haal hem uit de oven, neem de vorm weg en laat de taart op een rooster
afkoelen.
Bestrooi de taart, als hij volledig is afgekoeld, met de bloemsuiker.
Tip: Als alle ingrediënten voor het deeg door elkaar zijn gemengd,
moet u het in de koelkast laten rusten. De tijd die in het recept is
aangegeven, is een minimum tijd. U kunt het deeg, verpakt in plastic,
makkelijk enkele dagen in de koelkast bewaren.
Afgebakken biscuitdeeg kunt u makkelijk invriezen en pas later verder
verwerken.
250 gr zelfrijzend bakmeel
1 theelepel zout
200 gr boter
1 geraspte sinaasappel- of citroenschil
200 gr bruine suiker
1 dessertlepel stroop
4 eieren
1 theelepel amandelessence
100 gr fijngesneden snippers
50-100 gr gekonfijte gesneden kersen
50 gr gesnipperde amandelen of walnoten
1 pot rozijnen op drank (of rozijnen op drank + 3 lepels sherry, rum
of
cognac)
2 theelepels gemengde kruiden
Doe de amandelessence, de kersen, de snippers en de gemalen noten bij de
rozijnen.
Zeef het meel en doe het zout en de kruiden erdoor.
Roer de geraspte schil door de boter, voeg de suiker toe en meng het goed
met een mixer.
Klop er de stroop en vervolgens de eieren doorn en mix en klop het geheel
goed.
Meng er dan geleidelijk ook het meel door en daarna afwisselend de
vruchten (kersen, snippers, sherry, etc.) en de rest van het meel tot een
lekker ruikende, mooie deegmassa ontstaat.
Doe er, als het te droog is, nog een scheutje drank bij.
Schep het deeg in een beboterde en met bloem bestoven bakblik en bak de
cake op ± 200°C in ± 1 uur gaar.
Tip: Bak deze cake bij voorkeur al in november, zodat hij ruimschoots de tijd krijgt om te rijpen'.
1 groot blik abrikozen
200 gr bloem
2 theelepels bakpoeder
100 gr boter
100 gr suiker
Verwarm de oven voor op 190°C.
Laat de abrikozen uitlekken en leg de helften in een lage ovenschaal.
Schep het bakpoeder door de bloem.
Meng de bloem en de boter met een houten lepel tot een kruimelig
mengsel.
Meng er met een mes de suiker door (als dit met een lepel gebeurt, worden
de kruimels kapot gedrukt en worden één geheel).
Verdeel de kruimels over het fruit en druk ze licht aan.
Zet de schaal ± 30 minuten in een voorverwarmde oven tot de
kruimels mooi bruin van kleur zijn.
Serveer het warm en geef er desgewenst half opgeklopte slagroom bij.
(10 personen)
1 pak bosvruchtenmix (diepvries, 300 gr, Frosta)
150 gr volkorenbiscuit
75 gr boter
3 eieren
300 gr verse roomkaas (MonChou)
200 gr magere kwark
125 witte basterdsuiker
1 eetlepel citroenrasp
4 blaadjes witte gelatine
1/2 dl bosvruchtenlimonadesiroop
een ingevette springvorm, doorsnee 22 cm
Laat de bosvruchten in 1 uur ontdooien.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Verkruimel de biscuitjes in een keukenmachine.
Laat in een pan de boter zachtjes smelten en schep dit door de
biscuitkruimels.
Doe het biscuitmengsel in de taartvorm en druk het met de bolle kant van
een lepel aan.
Splits de eieren boven 2 kommen.
Klop in één kom de dooiers met de suiker, de roomkaas, de
kwark en de citroenrasp tot een glad mengsel.
Klop in de andere kom de eiwitten stijf en spatel ze door het
roomkaasmengsel.
Schep de helft van de bosvruchten door het roomkaasmengsel.
Schep het mengsel in de vorm en strijk het glad.
Bak de taart in het midden van de oven in ± 1 uur en 15 minuten
gaar.
Laat de taart in de vorm afkoelen.
Week de gelatine ± 5 minuten in een kom met ruim koud water.
Breng in een pannetje 2 eetlepels water aan de kook.
Knijp de gelatineblaadjes goed uit en los ze, van vuur af, al roerend in
het hete water op.
Schep de siroop en de rest van de bosvruchten door en laat de
bosvruchtengelei in ± 15 minuten lobbig worden.
Schenk de bosvruchtengelei over de taart en laat de taart in de koelkast
± 3 uur opstijven.
320 gr zelfrijzend bakmeel
1 soeplepel mix speculaaskruiden
150 gr honing
75 gr bruine suiker
1 koffielepel kaneel
60 gr boter
1 1/2 dl half melk/half karnemelk
Vet een langwerpige vorm in en bestrooi hem met paneermeel.
Breng de honing, suiker, kaneel en boter al roerend aan de kook.
Zeef de speculaaskruiden en de zelfrijzende bloem in een ruime kom en meng
er al roerend de siroop en de melk door tot een glad beslag ontstaat.
Doe het deeg in de vorm en bak de koek 40 minuten op 190°C.
Laat even afkoelen voordat u de peperkoek uit de vorm haalt.
(12 punten)
een springvorm (± 20 cm)
bakpapier
100 gr boter
100 gr rietsuiker
100 gr havermout
1 rijpe mango
120 gr torenschuim mokka (zakje á 80 gr, Brillant)
300 gr nougatine (Baukje)
1/2 liter slagroom
1 blaadje gelatine
2 eetlepels sinaasappelsap
35 gr geraspte kokos
cacaopoeder
Verwarm de oven voor op 200°C.
Bekleed de springvorm met bakpapier.
Smelt de boter met de suiker en roer er de havermout door.
Verdeel het mengsel over de bodem van de springvorm en druk het met de
bolle kant van een lepel aan.
Bak de bodem in de voorverwarmde oven in ± 25 minuten goudbruin en
gaar.
Laat de bodem helemaal afkoelen.
Maak de mango schoon, houd 16 kleine reepjes apart en hak de rest van het
vruchtvlees fijn.
Verkruimel het schuim en schep de nougatine erdoor.
Klop 1/4 liter slagroom stijf, spatel het door het schuimmengsel en
verdeel de helft van dit mengsel over de koekbodem.
Week de gelatine 5 minuten in koud water.
Breng het sinaasappelsap aan de kook, los er, van het vuur af, de goed
uitgeknepen gelatine in op en laat het afkoelen, maar niet opstijven.
Klop in een andere kom de rest van de slagroom stijf en spatel het nog
vloeibare gelatinemengsel, de kokos en de gehakte mango door de helft van
de slagroom.
Doe de rest van de slagroom over in een spuitzak met een fijn
kartelmondje.
Verdeel het mangomengsel over het schuimmengsel en dek de rest af met de
rest van het schuimmengsel.
Bestuif het taartje met cacaopoeder en garneer het met toefjes slagroom en
de achtergehouden mangoreepjes.
Laat het taartje in de koelkast in ± 1 uur opstijven.
Snijd de taart met een scherp mes in kleine punten.
Variatietip: IJskoud mangotaartje
Houd de mangoreepjes apart.
Zet het taartje voor het serveren in de diepvries en laat het in ±
1 1/2 uur half bevriezen.
Garneer het taartje vlak voor het serveren met de mangoreepjes.
250 gr bloem
4 eieren
150 gr suiker
1 liter melk
1 pakje vanillesuiker
boter
Verwarm de oven voor op 175-200°C.
Vet een bakplaat of platte ovenschaal met een rand van 2-3 cm met boter
in.
Doe de bloem en de suiker in een kom en roer hier één voor
één de eieren door.
Voeg al roerend de melk toe, zodat een dun beslag ontstaat.
Giet het beslag op de ovenplaat, zodat u een laag krijgt van ± 2
cm.
Bak die in ± 40 minuten in de oven lichtbruin.
(± 12 punten)
1/2 dl amandellikeur (bijvoorbeeld Amaretto)
50 gr rozijnen
3 eieren
80 gr fijne tafelsuiker
20 gr maïzena
25 gr bloem
20 gr cacao
300 pure chocolade
2 1/2 dl slagroom
2 theelepels olie
Verwarm de likeur met de rozijnen en laat dit afkoelen.
Splits de eieren en klop de dooiers met de tafelsuiker schuimig.
Zeef de maïzena met de bloem en de cacao hierboven en spatel dit
voorzichtig door het dooiermengsel.
Klop de eiwitten stijf en spatel ze erdoor.
Doe het beslag over in een met bakpapier beklede springvorm van 20 cm
doorsnee en bak de cake in een op 175°C voorverwarmde oven in 30
minuten gaar.
Steek er een satéstokje in; komt dit er niet droog uit, verleng dan
de baktijd nog enkele minuten.
Laat de cake afkoelen (laat hem bij voorkeur een dag rusten).
Laat de rozijnen uitlekken en vang de likeur op.
Hak de chocolade grof.
Smelt de helft van de chocolade au bain-marie en schenk er, als de
chocolade afgekoeld, maar nog wel vloeibaar is, al kloppend met een mixer
de slagroom bij.
Klop tot een luchtige massa.
Snijd de taart in 2 lagen, besprenkel de onderste laag met de likeur,
bestrijk deze daarna met de helft van de chocoladeroom en verdeel de
rozijnen erover.
Dek af met de andere cakelaag en bestrijk de bovenkant en de zijkanten met
de rest van de chocoladeroom.
Smelt de rest van de chocolade au bain-marie en roer de olie erdoor.
Laat 2/3 van de chocolade afkoelen tot die heel dik vloeibaar is en schenk
dit over de taart.
Schenk de rest van de chocolade op een marmeren plaat of op een
uitrolmatje voor deeg uit en strijk het met een pannenkoekmes uit.
Steek, voordat de chocolade stevig is, met een plamuurmes rolletjes van de
chocolade en garneer de taart hiermee.
Tip: Houd, voor u de taart aansnijdt, het mes in kokendheet water. Zo snijdt u makkelijk door de chocolade.
100 gr zachte roomboter
250 gr bruine suiker
4 eieren
250 gr geraspte appelen
400 gr zelfrijzend bakmeel
2 soeplepels speculaaskruiden
1 dl melk
Roer de boter schuimig, voeg de suiker toe en klop het luchtig.
Meng er de geraspte appel door.
Zeef de zelfrijzende bloem en de speculaaskruiden en meng ze, afwisselend
met de melk, door het beslag.
Vet een langwerpig bakblik goed in en vul het met het deeg.
Bak de koek ± 45 minuten op 180°C.
Laat de koek afkoelen voordat u hem uit de vorm haalt.
(2 personen)
40 gr bloem
1/2 losgeklopt ei
1/8 liter melk
6 eetlepels appelcompote
2 eetlepels crème fraîche
kaneel
boter
1 eetlepel poedersuiker
Meng de bloem met het ei en de melk en roer er een glad beslag zonder
klontjes van.
Meng de appelcompote met de crème fraîche en een mespunt
kaneel.
Smelt een klontje boter in een kleine koekenpan, schep een sauslepel
beslag in de pan en bak het flensje tot de bovenkant droog en de onderkant
bruin is.
Keer het flensje om en bak de andere kant bruin.
Schuif het flensje op een bord, houd het warm, terwijl u op dezelfde
manier nog 3 flensjes bakt.
Verdeel de appelroom over de flensjes, rol ze op en leg ze op 2
bordjes.
Doe de poedersuiker met 1/2 theelepel kaneel in een theezeefje en strooi
het over de flensjes.
Klop 2 eieren met 60 gr bloem en 2 dl melk glad.
Roer zout, 1/2 eetlepel suiker, de geraspte schil van 1/2 citroen, 1/2
sinaasappel en 3 eetlepels gesmolten boter door het beslag en laat het
beslag 1 uur rusten.
Bak van het beslag in een koekenpan met anti-aanbaklaag (18 cm doorsnee)
12 dunne flensjes.
Smelt 200 gr suiker en 1 zakje vanillesuiker en laat het lichtbruin
kleuren.
Voeg 4 appels in partjes toe en laat ze in 35 minuten zachtjes
karameliseren.
Serveer de flensjes met de appels en kaneelijs.
(6 personen, 24 flinterdunne flensjes)
200 gr bloem
2 eetlepels olie
1/2 eetlepel zout
5 eieren
5 dl melk
100 gr poedersuiker
Meng de ingrediënten en bak van dit beslag een flensje.
Leg dit op een bord dat bovenop een pan met zacht kokend water ligt en
besmeer het met jam.
Dek het flensje vervolgens af met een ander bord en bak het volgende
flensje.
Leg dit bovenop het eerste besmeerde fleosje, enzovoort.
Leg tussen de flensjes af en toe een verrassing, zoals een versuikerd
viooltje of schijfjes aardbei of een partje grapefruit.
Maak de taart tenslotte af door er gebrande, gesmolten suiker over te
gieten.
(24 koekjes)
1/4 kopje bloem
2 eetlepels walnoten
2 eetlepels amandelsnippers
2 eetlepels gekonfijte kersen
2 eetlepels gekonfijte citrusschil
75 gr boter
1/4 kopje bruine basterdsuiker
chocolade
Verwarm de oven voor op 180°C.
Bekleed een bakplaat met bakpapier.
Zeef de bloem in een kom.
Voeg de fijngehakte walnoten, de amandelsnippers, de fijngesneden
gekonfijte kersen en de fijngesneden gemengde gekonfijte citrusschil toe
en roer alles goed door elkaar.
Doe de boter en de basterdsuiker in een pan en verhit het al roerend op
laag
vuur tot de boter is gesmolten en de suiker is opgelost.
Voeg dan de bloem, de noten en de vruchten toe en meng goed.
Leg met een tussenruimte van ± 6 cm bergjes van het mengsel ter
grootte van
een flinke theelepel op de bakplaat en druk ze aan tot ze een doorsnee van
5 cm hebben.
Bak de koekjes 7 minuten en laat ze daarna op de plaat 5 minuten
afkoelen.
Leg ze voorzichtig op een rooster om ze helemaal te laten afkoelen.
Bestrijk één kant van elke florentine met gesmolten pure
chocolade en wacht met presenteren tot die is gestold.
(40 stuks)
De Chinese gelukskoekjes, die in Amerika vaak als zoete afsluiting van het diner worden geserveerd, zijn waarschijnlijk geïnspireerd door de maankoeken. Maankoeken worden gebakken ter ere van het Chinese Maanfeest, dat aan het begin van het herfstseizoen wordt gevierd. Heel vroeger, tijdens de Ming-dynastie, werden in deze koeken berichten meegesmokkeld. Tegenwoordig bevatten de Fortune Cookies gelukwensen.
125 gr bloem
1/2 theelepel zout
2 eetlepels maïzena
90 gr suiker
± 1 1/4 dl olie
2 eiwitten
2 met bakpapier beklede bakplaten, opgevouwen wensbriefjes
Verwarm de oven voor op 150°C.
Zeef de bloem, het zout en de maïzena en meng dit met de suiker.
Voeg de olie en de eiwitten toe en roer alles glad.
Verdun het beslag door er 1-2 eetlepels water door te roeren.
Leg op het bakpapier met grote tussenruimte 3 lepeltjes beslag, strijk ze
tot een cirkel van ± 10 cm doorsnee uit en bak de koekjes in het
midden van de oven in ± 10 minuten lichtbruin.
Let op dat ze niet te donker worden.
Neem elk koekje met een spatel van de bakplaat en hang het met een
opgevouwen wensbriefje erin over de rand van een pan, zodat het koekje
dubbelvouwt.
Laat het koekje zo afkoelen.
Serveer de koekjes met een glas sinaasappelthee.
(± 8 personen)
200 gr gezeefde bloem
zout
1 eetlepel + 25 gr basterdsuiker
100 gr kleingesneden koude boter
200 gr kwark
50 gr honing
1 theelepel kaneel
2 eieren
250 gr ontpitte kersen (pot, uitgelekt)
1 eetlepel bloem
1 ei
een ingevette boterkoekvorm met een doorsnee van 24 cm
Vermeng de bloem, zout en 1 eetlepel basterdsuiker.
Snijd de boter met 2 messen door het bloemmengsel en kneed het snel tot
een deeg.
Rol 2/3 van het deeg uit tot een ronde lap van 30 cm doorsnee en bekleed
er de vorm mee.
Bewaar de vorm en de rest van het deeg tot het gebruik in de koelkast.
Verwarm de Oven voor op 175°C.
Klop de kwark, de honing, 25 gr basterdsuiker, de kaneel en de eieren door
elkaar.
Schud de kersen met de bloem om en schep ze door het kwarkmengsel.
Schep het kersen-kwarkmengsel in de vorm.
Rol de rest van het deeg uit tot een ronde lap van 24 cm doorsnee.
Leg die op de vulling en druk de randen op elkaar.
Prik in het midden van het deksel een klein gaatje.
Rol de afsnijdsels van het deeg uit, snijd kersen en steeltjes uit het
deeg en bestrijk het deegdeksel en de deegkersjes met de rest van het
ei.
Bak de taart ± 45 minuten in het midden van de oven.
Bak de laatste 20-25 minuten de kersen en de steeltjes op de bakplaat
mee.
Leg de kersjes na het bakken op de taart.
(6 personen)
4 plakjes korst- of bladerdeeg
Voor de vulling:
225 gr kwark
125 gr witte basterdsuiker
1 mespuntje zout
5 gesplitste eieren
30 gr maïzena
2 eetlepels cognac
Beboter een niet te grote, hoge bakvorm met de plakjes deeg.
Snijd het deeg dat boven de rand uitsteekt eraf.
Prik hier en daar gaatjes in het deeg.
Bekleed het deeg met aluminiumfolie, verzwaar dat met gedroogde
peulvruchten en bak de taartbodem 15 minuten op 200°C.
Verwijder de peulvruchten en het folie als het baksel bijna is
afgekoeld.
vermeng de kwark met de suiker en het zout.
Klop er één voor één de eidooiers door en
daarna, als alles goed is vermengd, de maïzena.
Sla de eiwitten stijf en spatel die beetje bij beetje door het
mengsel.
Voeg tenslotte de cognac toe.
Schep het mengsel in de taartbodem en zet de vorm 50 minuten in de oven
terug tot het kwarkmengsel gaar is.
Schrik niet als de bovenkant donkerbruin wordt, want dat is precies de
bedoeling.
Serveer de kwarkbol lauw of koud, in smalle punten gesneden.
Week dikke plakken oud stokbrood in 3 eieren, losgeklopt met 1 eetlepel room en 1 eetlepel suiker en bak ze in boter aan weerskanten goudbruin.
Feestelijke variant:
Week het brood in een mengsel van 4 losgeklopte eieren, 1 eetlepel
sinaasappellikeur, 1 eetlepel suiker, 1 theelepel geraspte
sinaasappelschil en 1 eetlepel room.
(± 60 stuks)
150 gr boter
150 gr donkere basterdsuiker
2 eieren
250 gr gezeefde bloem
zout
100 gr fijngehakt hazelnoten
1 theelepel fijngewreven anijszaad
1 theelepel gemberpoeder
1 theelepel gemalen kaneel
een ingevette bakplaat
Verwarm de oven voor op 150°C.
Roer de boter, de suiker en de eieren tot een schuimig mengsel.
Voeg de bloem en 1 mespuntje zout toe en kneed alles tot een mooi glad
deeg.
Kneed de hazelnoten, het anijszaad, het gemberpoeder en de kaneel door het
deeg.
Rol het deeg op een met bloem bestrooid werkvlak uit tot een lap van 24 x
20 cm en 1 cm dik en snijd die in reepjes van 4 x 2 cm.
Leg de koekjes op de bakplaat en bak ze in het midden van de oven in
± 25 minuten lichtbruin.
Druk de koekjes uit de oven direct aan één kant met uw duim
in en laat ze op een rooster afkoelen.
(8 stuks)
25 gr verse gist of 1 zakje gedroogde gist (inh. 7 gr)
1 1/2 dl lauwwarme melk
500 gr gezeefde bloem
zout
125 gr zachte boter
4 eetlepels gembersiroop
2 eieren
1 theelepel kaneel
1/4 theelepel gemalen kruidnagel
3 eetlepels grofgehakte gemberbolletjes
120 gr witte kandij extra fijn
6 eetlepels kristalsuiker
8 eenpersoonsbroodvormpjes van 10 x 5 cm
Verbrokkel de verse gist boven de melk en laat oplossen.
Behandel de gedroogde gist volgens de gebruiksaanwijzing.
Meng de bloem en een mespunt zout in een kom, maak in het midden een
kuiltje en schenk de gistoplossing daarin.
Voeg 75 gr boter, de gembersiroop en de eieren toe en meng dit goed.
Kneed 10 minuten tot een soepel deeg en laat dit, afgedekt met een
vochtige doek, op een warme plaats 1 uur rijzen.
Kneed er dan de kaneel, de kruidnagel, de gemberbolletjes en 80 gr kandij
door.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Vet de broodvormpjes dik met 25 gr boter in en bestrooi ze met 2 eetlepels
kristalsuiker.
Verdeel het deeg in 8 gelijke stukken en vorm ze tot rolletjes.
Laat de rolletjes in de vormpjes 15 minuten narijzen.
Bestrijk de bovenkant van het deeg met 25 gr boter en strooi er 40 gr
kandijsuiker en 4 eetlepels kristalsuiker over.
Bak de suikerbroodjes in het midden van de oven in 20 minuten gaar en
goudbruin.
Stort de broodjes op een rooster en laat ze afkoelen.
(Italiaanse oliebollen)
voor het beslag:
1 dl slagroom
1 dl witte wijn
20 gr verse gist
200 gr bloem
2 eieren
zout
frituurolie
1 appel in kleine stukjes
2 eetlepels pijnboompitten
poedersuiker
Verwarm de slagroom en de wijn tot lauwwarm.
Verkruimel de gist erboven en laat die oplossen.
Voeg het gistmengsel aan de bloem toe en roer alles met een garde
glad.
Meng er de eieren en een snufje zout door.
Roer de appelblokjes en de pijnboompitten door het beslag en sla het met
een houten lepel in 5 minuten tot een luchtig beslag.
Laat het afgedekt met een vochtige doek op een warme plaats 1 uur
rijzen.
Verhit de olie tot 200°C.
Laat met 2 lepels bolletjes van het beslag in de hete olie glijden (niet
meer dan 3 tegelijk) en bak die in 5 minuten bruin.
Laat ze op keukenpapier uitlekken en leg ze op een schaal.
Bestrooi de frittellini met poedersuiker.
u kunt de frittellini zowel warm als koud serveren.
(20 stukken)
600 gr diepvriesbladerdeeg
bloem
1 eidooier
3 blaadjes witte gelatine
2 citroenen
3 eetlepels suiker
3/8 liter slagroom
1 literblik abrikozen
500 gr frambozen
1 zakje heldere taartgelei
Leg de plakjes bladerdeeg naast elkaar om te ontdooien.
Leg het grootste deel van de plakjes op elkaar en rol ze op een met bloem
bestoven werkblad uit tot een plak ter grootte van het bakblik van de
oven.
Leg de deegplak op het met koud water omgespoelde bakblik.
Snijd de rest van de deegplakjes in repen, beleg de deegplak hiermee
diagonaal en druk ze enigszins aan.
Roer de eidooier met wat water los en smeer het deeg hiermee in.
Laat het deeg in een op 200°C voorverwarmde oven in 10-15 minuten gaar
worden.
Week de gelatine in ruim koud water.
Boen de citroenen onder de hete kraan schoon, rasp de schillen en pers het
sap uit.
Meng de citroenrasp met 6 eetlepels citroensap en de suiker.
Los de gelatine op laag vuur in 3 eetlepels water op, roer dit door het
citroenmengsel en laat het afkoelen.
Klop de slagroom stijf en schep haar door het gelerende
citroenmengsel.
Laat de abrikozen in een zeef uitlekken en vang het sap op.
Was de frambozen en laat ze uitlekken.
Leg de citroenroom, de abrikozen en de frambozen op het afgekoelde
bladerdeeg.
Bereid de taartgelei met het abrikozenvocht volgens de aanwijzingen op de
verpakking en bestrijk de vruchten met de gelei.
(Cariben, Haïti)
1 kg zoete aardappelen
1 grote banaan
60 gr gesmolten en afgekoelde boter
3 geklopte eieren
240 gr suiker
3 dl gevaporiseerde melk
60 gr rozijnen
4 eetlepels stroop
1/4 theelepel gemalen nootmuskaat
1/4 theelepel kaneel
1/2 theelepel vanille
Pel de aardappelen, snijd ze in schijfjes en kook ze in 25 minuten
gaar.
Giet ze af en pureer ze.
Pureer de banaan en voeg hem aan de aardappelen toe.
Voeg al roerend de andere ingrediënten toe, giet dit in een beboterde
vorm (22 x 10 cm) en bak de cake 1 1/2 uur in het midden van een op
180°C voorverwarmde oven.
Giet wat rum over de cake alvorens hem op te dienen.
Serveer met slagroom die met rum op smaak is gebracht.
(2 personen)
4 dl abrikozen-sinaasappeldrank
50 gr griesmeel
6 pruneaux (gewelde gedroogde pruimen)
1/2 dl rode port
25 gr boter
1 eetlepel suiker
1/2 theelepel kaneel
Breng de abrikozen-sinaasappeldrank aan de kook, strooi het griesmeel erin
en kook het geheel al roerend in ± 3 minuten tot een stevige
pap.
Spreid de pap op een bord tot een plak van ± 1 cm dik uit en laat
deze afkoelen.
Snijd de pruimen in vieren, breng ze met de port aan de kook en laat ze
afkoelen.
Steek met een borrelglaasje of uitsteekvormpje rondjes uit het
griesmeel.
Verhit de boter in een koekenpan en bak de rondjes in ± 3 minuten
goudbruin.
Verdeel ze over 2 bordjes en strooi er suiker en kaneel over.
Schep de pruimencompote ernaast.
4 eidooiers
4 dl melk
een snufje zout
200 gr gezeefde bloem
1 klontje boter
4 bananen
een scheutje bananenlikeur
2 koffielepels suiker
bananenijs
Doe de eidooiers in een kom, roer er wat bloem door, dan wat melk, dan
weer wat bloem en het zout en ga zo door tot alle ingrediënten voor
het beslag zijn verwerkt.
Bak de pannenkoeken in de boter.
Snijd de bananen doormidden en bak ze in hete boter.
Strooi er, als ze bijna gaar zijn, de suiker over, zodat ze
karameliseren.
Flambeer met wat bananelikeur.
Verdeel de banaanhelften over de pannenkoeken en vouw ze dicht.
Serveer met kant-en-klaar bananenijs.
6 verse vijgen
voor het beslag:
125 gr bloem
1 eidooier
1 1/2-2 dl mousserende zoete wijn
1 mespunt zout
1 theelepel suiker
poedersuiker
Schil de vijgen en snijd ze in 4 gelijke partjes.
Maak het beslag, wentel de stukjes vijg hierdoor en laat ze met maximaal 8
stukjes tegelijk in op 180°C verhit frituurvet bruin en gaar
worden.
Laat ze op keukenpapier uitlekken en bestrooi ze voor het serveren met
poedersuiker.
(4-6 personen)
100 gr tarwebloem
2 eieren
1 theelepel zout
1 eetlepel keukenstroop
2 theelepels kaneel
± 1 1/4 dl pils
2 kleine geschilde appels
olie
2 1/2 dl slagroom
2 zakjes vanillesuiker
5-6 eetlepels bruine suiker
± 2 eetlepels boter
Verwarm de grill voor op de hoogste stand.
Klop een niet al te dun beslag van de bloem, de eieren, het zout, de
stroop, de kaneel en het bier.
Rasp de appels grof en roer ze door het beslag.
Verhit in een kleine koekenpan (16 cm doorsnee) steeds een klein beetje
olie en bak van het beslag ± 6 pannenkoeken.
Klop de slagroom met de vanillesuiker lobbig en bewaar hem in de
koelkast.
Leg 1 pannenkoek op een vuurvaste schaal, strooi er wat bruine suiker over
en
leg er flinters boter op.
Laat de suiker onder de grill iets smelten (= karameliseren).
Leg er steeds een volgende pannenkoek op en laat de suiker iets
smelten.
Laat bij de laatste pannenkoek de suiker krokant worden.
Schep voor het serveren de slagroom op de taart en laat die erover
lopen.
Bestuif de taart met kaneel.
Geef de rest van de slagroom er apart bij.
U kunt de taart wan warm of koud eten.
4 eetlepels boter
125 gr donkerbruine basterdsuiker
4 niet te rijpe bananen in 2 cm dikke plakjes
4 eetlepels cognac
4 plakjes fillodeeg
6 eetlepels gesmolten boter
poedersuiker om te bestuiven
een met bakpapier beklede bakplaat
Verhit de boter zachtjes in een pan met dikke bodem.
Roer de basterdsuiker erdoor en warm die 1 minuut mee.
Voeg de bananen toe en roer met een houten lepel tot de stukjes banaan met
het suiker-botermengsel zijn bedekt.
Zet het vuur hoger en kook de bananen al roerend 2 minuten tot het mengsel
borrelt.
Voeg de cognac toe en verwarm het al roerend nog 1 minuut om de alcohol te
laten verdampen.
Schep het mengsel in een brede lage schaal, laat het afkoelen en bewaar
het tot het gebruik afgedekt op een koele plaats.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Leg 1 plakje fillodeeg op het werkvlak en bestrijk het met gesmolten
boter.
Leg in de lengte van het deeg 1/4 deel van het bananenmengsel (houd aan
beide randen een stuk vrij, zodat het deeg als een toffee kan worden
opgerold).
Rol het deeg met de vulling op en krul de zijkanten als een toffee om.
Maak op dezelfde manier nog 3 'toffees'.
Bestrijk de toffees met gesmolten boter en bak ze in het midden van de
oven in 15-20 minuten lichtbruin.
Bestrooi ze voor het serveren met poedersuiker.
(8 personen)
Voor het flensjesdeeg:
350 gr bloem
3 eieren
3 eidooiers
een snufje zout
1 liter melk
2-3 carambola's
boter
Voor het karameliseren:
200 gr griessuiker
200 gr boter
Meng de bloem met de eieren en het zout en voeg de melk toe.
Als er klontjes in het deeg aanwezig zijn, haalt u het even door een
zeef.
Snijd de carambola's in schijfjes.
Laat in een pan van ± 22 cm diameter (bij voorkeur met een
anti-aanbaklaag) een klontje boter heet worden.
Lepel het deeg in de pan en leg er 3-4 schijfjes carambola op.
Draai het flensje en bak de andere kant.
Strijk op de gedraaide zijde ± 10 gr boter en 10 gr
griessuiker.
Draai het flensje terug om en laat de boter en de suiker
karameliseren.
Draai het nogmaals snel om.
Serveer de flensjes op een warm bord en schenk er een glaasje zoete witte
wijn bij.
250 gr griesmeel
4 eetlepels gedroogde kokos
500 gr suiker
1 eetlepel maanzaad
het zaad van 6 kardemompeulen
6 1/2 dl water
100 gr gesmolten ghee
Doe het griesmeel, de kokos, de suiker, het maanzaad en de kardemom in een
grote pan met dikke bodem.
Meng goed en roer het water erdoor.
Breng het al roerend aan de kook, temper het vuur en kook minstens 1 uur
zachtjes door tot alles zacht is; roer geregeld.
Roer er geleidelijk de ghee door tot die goed is opgenomen.
Spreid het mengsel in een ondiepe schaal gelijkmatig uit, laat het
afkoelen en snijd het in ruitjes of driehoeken.
Bewaar ze luchtdicht afgesloten op een koele plaats.
Er bestaan in India evenveel Halwarecepten als er steden zijn en elke
plaats waakt voor de reputatie van zijn snoepgoed.
Halwa dient vaak als een soort culinaire ambassadeur: men verzendt het
over de hele wereld. Het is de moeite waard om het thuis te maken, hoewel
beweerd wordt dat de kunde van de halwai (halwa-maker) wordt overgerfd en
niet te leren is!
150 gr boter
150 gr suiker
3 eieren
150 zelfrijzend bakmeel
2 eetlepels cacao (40 gr)
1 zakje vanillesuiker
6 eetlepels melk
1/8 liter slagroom
chocoladestrooisel
een rijstrand van 1 1/2 liter inhoud
Reken bij een grotere vorm per 1/2 liter 1 ei, 50 gr bakmeel, 50 gr suiker en 50 gr boter meer.
Maak een cakebeslag van de boter, de suiker, het meel en de eieren en
verdeel het in 2 porties.
Roer de cacao met de vanillesuiker en de melk tot een glad papje en voeg
dit aan één van de porties deeg toe.
Schep afwisselend wit en bruin deeg in de vorm, trek dan met een mes een
streep door het midden van de cake en strijk het beslag met een
warmgemaakte lepel glad.
Bak de cake in een op 150°C voorverwarmde oven in ± 45 minuten
gaar.
Prik er ter controle met een breinaald in; als die er schoon uit komt, is
de cake gaar.
Versier de cake voor het serveren met de gezoete, geklopte slagroom en
chocoladestrooisel.
160 gr bloem
1/2 theelepel zout
75 gr boter
50 gr krenten
2 halfrijpe handperen
1/2 potje gemberbolletjes á 450 gr
1 eetlepel citroenrasp
1 mespunt gemalen kruidnagel
poedersuiker (strooibus)
1/2 eetlepel boter om in te vetten
2 eetlepels bloem om te bestuiven
een lage taartvorm, doorsnee 20 cm
een deegroller
Houd 1 eetlepel bloem achter voor de vulling en zeef de rest met het zout
boven een kom.
Voeg de boter toe en snijd die met 2 messen in kleine blokjes.
Roer er 5 eetlepels koud water door en kneed het met een koele hand snel
tot een samenhangend deeg.
Laat het deeg in koelkast afgedekt 30 minuten rusten.
Was de krenten in een zeef en laat ze goed uitlekken.
Schil de peren, halveer ze, verwijder de klokhuizen, snijd het vruchtvlees
in blokjes en doe die in een kom.
Snijd de gemberbolletjes in stukjes.
Houd 2 eetlepels gemberstukjes achter voor de garnering en roer de rest
met de krenten, de citroenrasp, de kruidnagel en de achtergehouden bloem
door
de peerblokjes.
Verwarm de oven voor op 175°C en vet de vorm in.
Bestuif het aanrecht en de deegroller met bloem.
Verdeel het deeg in 2 iets ongelijke stukken en rol het grootste deel uit
tot een ronde lap van 24 cm doorsnee.
Bekleed de vorm met de deeglap, zodat het deeg iets over de rand hangt en
schep de vulling in de vorm.
Rol de rest van het deeg uit tot een ronde lap van 20 cm doorsnee, leg de
deeglap op de vulling en plak de deegranden met water op elkaar.
Snijd overtollig deeg langs de rand weg.
Druk de deegranden met een vork aan en prik gaatjes in het deegdeksel.
Verdeel de gemberstukjes over het deegdeksel en bak de gember-perenpie in
het midden van de oven in ± 30 minuten lichtbruin en gaar.
Laat de pie in de vorm 15 minuten afkoelen en neem hem dan uit de
vorm.
Snijd hem in 4 punten, zet die op de borden en bestrooi ze met
poedersuiker.
Serveer ze eventueel met een bolletje roomijs.
Maak een gistdeeg van 250 gr bloem, 1 dl melk, 1 ei, 20 gr gist, 5 gr zout
en 60 gr boter.
Laat het deeg rijzen en vouw het luchtig om.
Rol het uit tot een lap van 1/2 cm dik en snijd die in repen van 2 1/2 cm
breed.
Leg in het midden van elke reep over de hele lengte een vulling van 100 gr
gladgeroerde boter, vermengd met 50 gr suiker, 3 eetlepels gemberstroop en
100 gr fijngehakte natte gember.
Trek het deef, nadat u de vulling op de deefreepjes heeft gelegd, aan
beide zijden wat omhoog, zodat de vulling in een 'gootje' ligt.
Leg nu de gevulde repen met de open kant naar boven slakkenhuisvormig in
vrij diepe, goed ingevette zandtaartvormpjes en bak de bolussen ±
45 minuten in een vrij hete oven (± 190°C); bedruip ze af en
toe met gembersiroop en wat gesmolten boter.
300 gr bloem
200 gr boter
150 gr basterdsuiker
200 gr amandelspijs (zie recept)
1 ei
± 10 amandelen
Kneed van de boter, de bloem en de suiker vlug een samenhangend deeg en
rol dit op een met bloem bestoven werkvlak tot een dikte van 1/3 cm uit en
steek er met een vrij grote borstplaatring flinke ronde koeken uit.
Leg de helft van de koeken op een met boter ingesmeerd bakblik en leg
± 20 gr amandelspijs op een hoopje in het midden van elke koek.
Bevochtig de rand van de koeken met een kwastje en bedek ze met een tweede
lapje deeg.
Druk de randen goed stevig op elkaar.
Bestrijk de bovenkant met wat geklopt ei en druk er een halve gepelde
amandel in.
Bak de koeken ± 25 minuten in een matigwarme oven mooi bruin.
Amandelspijs
125 gr hele amandelen
125 gr suiker
1 ei
De geraspte schil van 1 citroen
Pel en maal de amandelen, meng ze met de suiker, het ei, en de geraspte
citroenschil en maal dit nogmaals door de amandelmolen.
Kneed het mengsel enige tijd goed door elkaar en bewaar het in
één of meer goed gesloten potten.
Hoe langer het staat, hoe beter het van smaak wordt; 4-6 weken is geen
bezwaar, als het goed van de buitenlucht is afgesloten.
(± 36 stuks)
125 gr boter
60 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
1/2 theelepel kaneel
2 grote gesplitste eieren
1/2 theelepel zout
175 gr bloem
150 gr fijngehakte pecannoten
50 gr gemalen kokos
± 100 gr rode bessengelei
2 met bakpapier beklede bakplaten
Verwarm de oven voor op 175°C.
Klop de boter, suiker, vanillesuiker en kaneel romig en klop er
één voor één de eidooiers door.
Meng er voorzichtig het zout en de bloem door.
Klop de eiwitten met een vork luchtig los (niet stijf).
Meng de noten en de kokos.
Rol van het deeg kleine balletjes van 2 1/2 cm.
Rol de balletjes eerst door het eiwit en daarna door de noten en kokos en
leg ze met tussenruimte op de bakplaat.
Druk met uw duim in het midden van ieder balletje deeg een flinke holte
(om na het bakken te vullen).
Bak de koekjes in het midden van de oven in 15-18 minuten goudbruin en
laat ze op een rooster afkoelen.
Vul elk koekje met gelei.
U kunt de koekjes ook met vruchtenjam vullen.
(10-12 personen)
Voor het deeg:
250 gr bloem
3 eetlepels olie
zout
kristalsuiker
Voor de vulling:
700 gr rode bessen of kersen uit een pot, uitgelekt
500 gr grof geraspte bananen
1 theelepel citroenrasp
100 gr lange vingers in stukjes
100 gr bitterkoekjes in stukjes
20 gr zachte boter
1 eetlepel poedersuiker
2 dl lobbig geklopte slagroom
een met bakpapier beklede bakplaat
Deeg:
Doe de bloem in een kom, maak een kuiltje in het midden en doe de olie, 1
1/4 dl koud water, een mespunt zout en kristalsuiker erin.
Meng de ingrediënten vanuit het midden en kneed het tot een glad en
soepel deeg.
Vorm het deeg tot een bal, bestrijk die met olie en laat hem afgedekt op
kamertemperatuur 30-40 minuten rusten.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Leg een theedoek op het werkblad en bestuif die met bloem.
Rol het deeg op de theedoek tot een dunne rechthoekige lap van 30 x 20 cm
uit.
Rek het deeg met de hand gelijkmatig uit tot 50 x 40 cm (zo dun dat je de
krant erdoor kunt lezen).
Vulling:
Meng de bessen met de banaan en de citroenrasp.
Verdeel de lange vingers, de bitterkoekjes en het fruitmengsel over het
deeg (laat aan de rand 5 cm vrij).
Bestrijk de deegrand met water.
Rol het deeg vanaf de lange kant met behulp van de theedoek op.
Druk de zijkanten aan en vouw ze onder de strudel.
Leg de strudel op de bakplaat, bestrijk de buitenkant dun met water en
prik hem met een vork hier en daar in.
Bak de strudel op 1 richel onder het midden van de oven in 30-35 minuten
goudgeel en gaar.
Bestrijk de strudel tussentijds met zachte boter.
Bestrooi de strudel voor het serveren royaal met poedersuiker en serveer
met de slagroom.
)24 stuks)
500 gr bloem
1 1/2 dl water
1 1/2 dl melk
10 gr boter
15 gr verse bakkersgist (Bruggeman)
1 kopje suiker
1 snufje zout
Om te versieren:
gezouten water
graan naar keuze: sesam, komijn, anijs, papaver, koriander of lijnzaad
Vermeng de bloem en de suiker en voeg het zout toe. Alle ingrediënten
moeten dezelfde temperatuur hebben.
Zeef dit mengsel op een plank.
Maak met de hand een kuiltje in de bloem.
Verwarm de melk en het water kort en giet dit in het kuiltje.
Voeg er de in water aangemengde gist bij en doe er dan de boter bij.
Kneed langdurig, zodat alle ingrediënten goed zijn gemengd.
Na ± 10 minuten wordt het deeg een bal die niet meer aan de vingers
kleeft.
Leg deze bal in een terrine en laat het deeg op een lauwwarme plaats
± 2 uur rijzen.
Kneed het deeg dan nogmaals en vorm er bolletjes van.
Bestrijk deze met gezouten water en bestrooi met het gekozen graan.
Leg ze op een beboterde plaat, laat ze 30 minuten rijzen en bak ze
± 30 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
In een aantal landen, waaronder Ierland, wordt ieder jaar op 31 oktober
Halloween gevierd. Een geliefd gerecht is dan Halloween Barmbrack.
Barmbrack is een goed gevuld soort krentenbrood dat veel op zondagmiddag
wordt gegeten. Het woord 'barmbrack' is opgebouwd uit het oud-Engelse
woord 'beorma' wat 'gegiste drank' betekent en het Ierse woord 'brac' voor
'gespikkeld'. Omdat het Halloweenfeest veel met geesten en heksen, maar
ook met toekomstvoorspelling te maken heeft, wordt voor Halloween een
speciale Barmbrack gebakken. Het recept met de specifieke Halloween
aanpassingen volgt hieronder.
Barmbrack speelde in de 19e eeuw ook een rol tijdens Nieuwjaar: op
oudejaarsavond werden plakken Barmbrack op de achterdeur geplakt, om zo de
armoede het komende jaar buiten de deur te houden.
450 gr bloem
1/2 theelepel kaneel
1/2 theelepel koekkruiden
zout
1/4 theelepel nootmuskaat
30 gr boter
20 gr verse gist of 1 zakje droge gist
85 gr poedersuiker
3 dl lauwe melk
1 losgeklopt ei
225 gr rozijnen
110 gr krenten
55 gr sukade
Voor het glazuren:
1 eetlepel suiker
2 eetlepels water of melk
Voor Halloween:
1 ring, 1 munt, 1 tandenstoker, 1 erwt en 1 vingerhoed, alles apart in
bakpapier verpakt
Breng alle ingrediënten op kamertemperatuur.
Zeef de bloem, de kruiden en het zout in een kom en meng er de boter
door.
Meng in een andere kom de gist met 1 theelepel suiker en 1 theelepel lauwe
melk tot het romig en bubbelig wordt en laat het dan 5 minuten staan, of
volg de aanwijzingen op de verpakking van de droge gist.
Doe de rest van de suiker bij de bloem en meng dit goed.
Doe de lauwe melk en het ei bij het gistmengsel en doe dit bij de
bloem.
Kneed het deeg met de hand of met een mixer op de hoge stand ± 5
minuten goed door (het deeg moet stijf maar elastisch zijn).
Meng de kruiden, de rozijnen en de sukade er voorzichtig door.
Leg een vochtige doek over de kom, zet de kom op een warme plaats en laat
het deeg rijzen tot het tweemaal het volume heeft gekregen.
Kneed het deeg dan nog eens ± 3 minuten goed door.
Vet een broodbakvorm van 30 cm goed in en verdeel het deeg in de
bakvorm.
Meng de in bakpapier verpakte Halloween attributen oor het deeg.
Datgene wat u later in de plak Barmbrack vindt, vertelt u wat u het
komende jaar te wachten staat:
ring: u gaat trouwen; munt: rijkdom; erwt: armoede; vingerhoed: langdurig
vrijgezel; tandenstoker (stukje hout): uw echtgenoot zal u slaan.
Dek het geheel met een vochtige doek af en laat het nog 1 uur rijzen.
Bak de Barmbrack ± 1 uur in een op 180°C voorverwarmde oven tot
de Barmbrack goudbruin en gaar is.
Los voor het glazuur 1 eetlepel suiker in heet water of melk op en
bestrijk het brood met dit mengsel.
Zet het brood 2-3 minuten terug in de oven.
Keer het brood daarna op een taartrooster om en laat het afkoelen.
Serveer het koud in plakken gesneden met boter bestreken.
Giet 5 dl gloeiendhete melk en 1 eetlepel boter bij 250 gr havermout en
laat dit afkoelen.
Klop er 2 eidooiers, 2 eetlepels bloem en zout door en spatel 2 met 1
eetlepel poedersuiker stijfgeslagen eiwitten door het deeg.
Bak telkens 3 hoopjes deeg in een goed ingevette, hete koekenpan.
4 eiwitten
200 gr suiker
100 gr blanke hazelnoten
400 gr kastanjes
75 gr geroosterde hazelnoten
1 ei
3 eidooiers
100 gr suiker
200 gr boter
200 gr pure couverture
Maak de hazelnoten in een keukenmachine fijn en meng ze met 100 gr suiker
en de bloem.
Sla de eiwitten met een snufje zout stijf, voeg beetje bij beetje de
overige 100 gr suiker toe en spatel het geslagen eiwit door de
hazelnootmassa.
Spuit met een spuitzak van dit beslag 3 plakken van ± 18 cm
doorsnee op vetvrij papier beklede bakplaat en bak de plakken in een op
170°C voorverwarmde oven in 20-25 minuten gaar.
Klop voor de vulling het ei met de eidooiers en de suiker au bain-marie
tot het mengsel lauwwarm is.
Haal de kom uit het hete bad en klop het eimengsel tot het weer koud
is.
Sla de zachte boter met een mixer luchtig en voeg het eimengsel hier
langzaam aan toe.
Maal de geroosterde hazelnoten in een blender of keukenmachine tot pulp
en
'vouw' de hazelnootpulp door de crème.
Haal de hazelnootplakken van het vetvrije papier.
Bespuit de onderste plak met de crème, leg hier de helft van de
kastanjes op en spuit nogmaals een laag crème.
Druk er een tweede hazelnootplak op en beleg deze weer met crème,
kastanjes
en nogmaals crème.
Dek het geheel met de derde plak af en bestrijk de taart aan de boven- en
zijkanten met de overgebleven crème.
Smelt de couverture chocolade en strijk die dun op vetvrij papier uit.
Snijd met een warm mes rechthoekjes uit de stollende chocolade en leg deze
even in de koelkast om verder op te stijven.
Bedek, als ze hard zijn geworden, de zijkanten van de taart met de stukjes
chocolade.
Uit de overgebleven couverture kunt u met behulp van een plamuurmes
krullen steken.
(30-60 stuks)
Doe 200 gr bloem in een kom en meng er 100 gr witte basterdsuiker en 1
theelepel zout door.
Snijd met 2 messen 150 gr boter in de bloem klein.
Kneed het deeg zo kort mogelijk tot een gladde bal.
Zet het deeg met een doek over de kom 1 uur op een koele plaats.
Bestrijk de vormpjes (er bestaan speciale hernhuttervormpjes) met
boter.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Vorm van het deeg balletjes met een doorsnee van 2 cm.
Druk deze in de vormpjes en druk er met de duim op, zodat de vormpjes
voor
2/3 zijn gevuld.
Zet de vormpjes op een bakplaat, schuif deze in het midden van de oven en
bak ze 20 minuten.
Laat de hernhuttertjes in de vormpjes wat afkoelen en leg ze vervolgens op
een rooster.
Bestrooi de kartelkant van de koekjes met poedersuiker.
(30-40 stuks)
160 gr bloem
120 gr boter
80 gr basterdsuiker
1 1/2 gr zout
(poedersuiker)
Doe de bloem, de harde boter, de (gezeefde) basterdsuiker en het zout in
een kom.
Snijd de boter met 2 messen in kleine stukjes en kneed de massa met
een
koele hand vlug tot een samenhangende gelijkmatige bal.
Doe het deeg over in beboterde hernhuttervormpjes, zet die op een bakblik
in een warme oven (170°C) en bak ze in 25-30 minuten gaar en
lichtbruin.
Laat ze iets afkoelen, keer ze en neem de vormpjes eraf.
Laat de koekjes afkoelen en bestrooi ze desgewenst met poedersuiker.
Voor het deeg:
250 gr bloem
125 gr suiker
1 eidooier
125 gr boter
1 theelepel bakpoeder (of wat meer)
1 zakje vanillesuiker
Voor de kwarkvulling:
125 gr boter
250 gr suiker
1 eetlepel griesmeel
5 eieren
citroensap (naar smaak - het is beter om niet te veel te gebruiken)
750 gr kwark
1 pakje vanillesuiker
Meng de bloem en het bakpoeder door een zeef met elkaar.
Vermeng de rest van de deegingrediënten met elkaar tot er 'strooisel'
(een korrilig deeg) ontstaat.
Doe de helft daarvan in een grote, ingevette springvorm, druk het goed op
de bodem aan en bedek ook de randen van de vorm met het strooisel.
Scheid de eieren.
Vermeng de suiker, de boter, de dooiers en het griesmeel met elkaar en
spatel er dan de kwark en het citroensap door.
Klop de eiwitten in een aparte kom stijf en spatel ze door het
kwarkmengsel tot een luchtig mengsel ontstaat.
Giet dit mengsel in de vorm en doe de rest van het strooisel hier
bovenop.
Bak de taart ± 1 uur (soms duurt het wat langer) in een op ±
160°C voorverwarmde oven.
De taart is goed, als het binnenste van de taart bijna droog is (test met
een breinaald).
Opmerkingen:
De taart moet rustig worden gebakken. Het is beter om de taart wat langer
in de oven te laten, dan hem er precies na een uur uit te halen.
Als de taart te kort in de oven staat, zakt hij bij het aansnijden in (de
binnenkant blijft dan namelijk vloeibaar).
De taart rijst sterk, maar zakt ook weer sterk in. Het is het beste om de
taart in de uitgeschakelde oven iets te laten afkoelen.
Voor het deeg:
500 gr boter (op kamertemperatuur)
375 gr suiker
9 eieren
500 gr bloem
1/2 pakje bakpoeder (of iets minder)
200 gr gerapste pure chocolade
Voor de botercrème:
250 gr boter (op kamertemperatuur)
2 vanillestokjes
4 eetlepels gezeefde poedersuiker
2 eidooiers
rode bessenjam
Voor het glazuur:
1 blok couverture (bijvoorbeeld van Schwartau)
Meng voor het deeg de boter, suiker en 8 eieren ± 20 minuten door
elkaar.
Doe er dan door een zeef de bloem en het bakpoeder bij en meng ze door het
botermengsel.
Verdeel het deeg in 2 helften.
Meng het laatste ei en de chocolade door één helft.
Roer voor de botercrème de boter zacht.
Schraap het merg uit de vanillestokjes en meng dit samen met de
poedersuiker en de eidooiers door de boter.
Maak laagjes van de 2 soorten deeg. De procedure is als volgt:
Vet de bodem van een grote springvorm (zonder rand!) in en smeer hier een
laag deeg van ± 1/2 cm op.
Prik met een vork gaatjes in het deeg en bak het in 15-20 minuten op
200°C bruin.
Zet de bodem daarna op een natte, koude handdoek, dan laat het deeg
gemakkelijk(er) los.
Doe hetzelfde met de rest van het deeg. Het handigste is het om meerdere
bodems tegelijkertijd te gebruiken.
Stapel deze bodems op een schaal wat betreft de kleur om en om op
elkaar.
Doe om en om jam of botercrème tussen/op de bodems.
Leg iets plats bovenop de taart, leg er een gewicht op en laat dit 1 nacht
staan. Er zal wat van de vulling uitlopen, maar dat hoort zo.
Snijd de volgende dag de buitenkant recht af en verdeel de gesmolten
couverture over de taart.
Snijd van deze taart zeer kleine, smalle stukjes.
Deze taart is vrij lang houdbaar. Hoe langer de taart staat, des te lekkerder wordt hij.
(± 12 punten)
200 gr koude boter
350 gr volkorenbloem
200 gr fijngemalen hazelnoten (met vlies)
150 gr lichtbruine basterdsuiker
1/2 theelepel bakpoeder
3 eieren
bloem om te bestuiven
150 gr amandelspijs
de rasp van 1 citroen
3 volle eetlepels frambozenjam
4-5 stevige friszure appels
1 1/2 theelepel kaneel
3 eetlepels geschaafde amandelen
Snijd de koude boter in kleine stukjes.
Maak van de volkorenbloem, de gemalen noten, de suiker, het bakpoeder, de
in stukjes gesneden boter en 2 van de eieren met koele handen snel een
soepel deeg.
Verdeel het deeg in 2/3 en 1/3 deel en zet het 1 uur in de koelkast.
Rol het deeg op een dun met bloem bestoven werkvlak tot 2 ronde lappen
uit.
Maak 1 lap met een doorsnee van 35 cm en 1 lap met een dikte van 1/2
cm.
Vet een springvorm van 28 cm doorsnee in en bekleed hem met de grootste
deeglap.
Druk de randen vast en snijd de bovenrand bij.
Snijd de 1/2 cm dikke lap in repen van 3 cm.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Klop het laatste ei los.
Prak de spijs met de helft van het losgeklopte ei en de citroenrasp los en
verdeel dit gelijkmatig over de bodem.
Verdeel de frambozenjam erover.
Schil de appels en snijd ze in vieren.
Verwijder het klokhuis en snijd de kwarten in dunne partjes.
Bestrooi de partjes appel met de kaneel en schik ze dakpansgewijs in
cirkels op de jam.
Bestrooi met de amandelen en dek de taart met de deegrepen in een
ruitpatroon af.
Bestrijk het deeg met de rest van het losgeklopte ei en bak de taart in
het midden van de oven in 60-70 minuten mooi bruin en gaar.
300 gr bloem
275 gr bruine basterdsuiker
2 theelepels bakpoeder
2 theelepels gember
2 theelepels kaneel
150 gr zachte boter
6 eetlepels vloeibare honing
2 eieren
10 bolletjes gember
poedersuiker
Verwarm de oven voor op 160°c.
Meng de bloem, basterdsuiker, gember en kaneel in een mengkom door
elkaar.
Smelt de boter in een steelpannetje en roer er de honing door.
Roer het enigszins afgekoelde botermengsel al roerend door de bloem.
Voeg één voor één de eieren toe en meng er tot
slot de fijngesnipperde gember door.
Beboter een springvorm van 24 cm doorsnee, leg het deeg in de vorm en druk
het met de handen uit.
Zet de vorm midden in de warme oven en bak de honing-gemberkoek in
± 45 minuten bruin en gaar.
Neem de koek na het bakken uit de oven, laat hem wat afkoelen en verwijder
de vorm.
Bestrooi de afgekoelde taart vlak voor het serveren met de poedersuiker.
450 gr volkorenmeel
1 theelepel zuiveringszout
1/2 theelepel zout
1 theelepel bakpoeder
1/4 theelepel kaneelpoeder
180 gr honing
4 eetlepels zonnebloemolie
3 1/2 dl karnemelk
60 gr kleingesneden walnoten
1 eetlepel geraspte sinaasappelschil
Doe alle ingrediënten in een kom en meng ze tot een soepel deeg.
Vet een cakevorm goed in, bestuif hem met bloem en doe het deeg erin.
Laat het geheel ± 20 minuten rusten.
Verwarm de oven voor op 190°C en bak het brood in 45-60 minuten
gaar.
Keer het om op een taartrooster en laat het afkoelen.
(Shehed tukra)
(6-8 personen)
250 gr zelfrijzend bakmeel
50 gr ghee of boter
1/2 theelepel geraspte nootmuskaat
een snuf gemalen kaneel
1 1/2 dl melk
plantaardige olie om te frituren
4 eetlepels heldere honing
5 cm pijpkaneel
4 kruidnagels
het zaad van 4 kardemompeulen
Zeef het meel in een kom.
Smelt in een steelpan de ghee of boter op laag vuur en roer de nootmuskaat
en de kaneel erdoor.
Voeg dit met de melk aan het meel toe en meng het met de handen tot een
stevig deeg.
Kneed het minstens 5 minuten.
Rol het deeg tot 1/2-1 cm dik uit en snijd het in vierkanten van 3 cm.
Verhit in een koekenpan 1 1/2-2 cm olie en frituur de koekjes
goudbruin.
Verwarm intussen in een schone steelpan de honing met de kaneel, de
kruidnagels en de kardemom zachtjes 3-5 minuten tot de honing het aroma
van de specerijen heeft aangenomen.
Schep de gebakken koekjes met een schuimspaan uit de olie en laat ze op
keukenpapier snel uitlekken.
Leg ze op een schotel en zeef de gekruide honing erover.
Laat de honingkoekjes afkoelen alvorens ze te serveren.
Deze zoete honingkoekjes worden in India meestal als snack geserveerd, maar ze zijn ook een aardig dessert voor bijzondere gelegenheden. Zoals het meeste gebak, zijn ze vers het lekkerst, maar ze blijven in de koelkast wel een week houdbaar.
2 3/4 dl koude sterke thee
450 gr gedroogde vruchten (abrikozen, appels)
225 gr bruine suiker
100 gr fijngehakte walnoten
100 gr in vieren gesneden kersen
1 met 2 eetlepels melk losgeklopt ei
450 gr zelfrijzend bakmeel
Week de vruchten samen met de suiker een nacht in de thee.
Voeg de volgende dag de overige ingrediënten toe en meng alles goed
door elkaar.
Doe het beslag in een bakvorm van 30 x 25 cm en bak de cake 1 1/4 uur in
een op 170°C voorverwarmde oven.
Laat de cake direct uit het blik op een rooster afkoelen.
Serveer de cake in plakken, besmeerd met boter.
1/2 liter slagroom
1 pakje Klop-klop (2 zakjes)
3 pakjes schuimbatons met chocola
een scheutje drank (bijvoorbeeld rum of Amaretto)
suiker
een springvorm van 28 cm doorsnee
sla de slagroom met suiker stijf en doe dat in een andere kom met de
Klop-klop.
Bekleed de springvorm met aluminiumfolie en bedek de bodem met batons.
Verkruimel de rest van de batons boven de slagroom, voeg de Klop-klop en
de drank toe, roer alles goed door elkaar en doe het mengsel in de
springvorm.
Zet de vorm 6 uur in de vriezer.
Als u er geen drank in doet, wordt de taart harder en is dan moeilijker te
snijden.
225 gr suiker
250 gr boter
450 gr bloem
3 eetlepels bakpoeder
5 eieren
2 eetlepels vanillesuiker
Kneed de boter en de suiker door elkaar.
Vermeng de bloem en het bakpoeder, voeg dit aan het boter-suikermengsel
toe en kneed het deeg tot alles goed is gemengd.
Klop de eieren met de vanillesuiker los, voeg ze aan het deeg toe en kneed
verder tot het deeg soepel is.
Verdeel het deeg, alvorens er koekjes van te vormen, in 3 gelijke stukken,
leg de koekjes daarna op een licht ingevette bakplaat en bak ze 8-10
minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
Voeg voor chocoladekoekjes 2 eetlepels cacao, een snuf kaneel en 50 gr
gehakte hazelnoten aan 1/3 deel van het deeg toe, kneed goed door en vorm
er balletjes van ± 2 1/2 cm van.
Bestrijk de koekjes, nadat ze zijn gebakken en afgekoeld, met een glazuur
van poedersuiker, boter en wat cacao.
Voeg voor amandelkoekjes 1 theelepel amandelolie aan 1/3 deel van het deeg
toe en vorm er balletjes van ± 2 1/2 cm van.
Bestrijk de koekjes, nadat ze zijn gebakken en afgekoeld, met een glazuur
van poedersuiker, vanillesuiker en melk.
Desgewenst kunt u de koekjes kleuren door wat roze of groene kleurstof met
het deeg mee te kneden.
Voeg voor sesamkoekjes 1 theelepel anijsessence aan 1/3 deel van het deeg
toe, vorm er kleine rolletjes van (± 1 vinger lang) en wentel die
door sesamzaad.
U kunt de amandelkoekjes ook zo maken:
Voeg aan 1/3 deel van het deeg 1 theelepel amandelolie toe en verdeel het
deeg in tweeën.
Meng door de ene helft wat roze kleurstof en door de andere helft wat
groene kleurstof.
Rol beide helften uit tot een rechthoek van 8 x 16 cm en druk ze op
elkaar.
Snijd de koek, na het bakken en glazuren diagonaal in stukjes.
U kunt de chocoladekoekjes op dezelfde manier bakken en snijden.
Bestrooi die dan, nadat ze zijn geglazuurd, met wat gehakte
hazelnoten.
Houd er rekening mee, dat de koekjes bij het snijden gemakkelijk breken.
Gebruik daarom een vlijmscherp, niet gekarteld mes.
Om het glazuren van de ronde koekjes te vergemakkelijken, kunt u ze
ondersteboven in een kom met het glazuur dopen en ze daarin even
ronddraaien.
(8 stuks)
300 gr gemengd rood fruit, zoals aardbeien, rode bessen en frambozen
2 eetlepels Crème de Cassis of Fraise des Bois (likeur)
8 beschuitbollen
300 gr Mascarpone
1 eetlepel vanillesuiker
± 1/3 potje frambozenjam
2 eetlepels gepelde, grofgehakte pistachenoten
4 eetlepels rode dessertsaus (flesje)
Schep de aardbeien (in plakjes), de bessen (gerist) en de frambozen met de
likeur om.
Laat de drank 1 uur intrekken, schep het fruit af en toe om en laat het
uitlekken.
Klop de Mascarpone met de vanillesuiker los.
Snijd de beschuitbollen overlangs doormidden, bestrijk de onderste helften
dik met jam en breng daarop 4 laagjes Mascarpone en fruit aan (houd wat
van de Mascarpone achter voor de garnering).
Dek af met de bovenhelften van de beschuitbollen, verdeel er de rest van
de Mascarpone over, bestrooi met de gehakte pistachenoten en lepel er de
dessertsaus over.
280 gr bloem
een flinke mespunt zout
50 gr gezeefde poedersuiker
6 eetlepels olijfolie
100 gr gewassen rozijnen zonder pitjes
2 dl zoete rode wijn
1 ei
1 eidooier
4 eetlepels oranjemarmelade
100 gr gezeefd paneermeel
100 gr gemalen amandelen
100 gr gemalen gepelde hazelnoten
300-400 gr donkerbruine basterdsuiker
25 gr boter
poedersuiker
Doe 250 gr bloem met bijna al het zout, de poedersuiker en 3 eetlepels
olie in een kom, roer alles door elkaar en kneed er een enigszins
samenhangend mengsel van.
Voeg de rest van de olie toe en zoveel koud water dat u er een soepel deeg
van kunt vormen.
Kneed dit goed door en verdeel het in 3 evengrote porties.
Bestuif het aanrecht met de rest van de bloem, rol de porties deeg na
elkaar zo groot als de bodem van de vorm uit tot lappen van 1/3 cm dik en
zet de deeglappen, bedekt met een doek, even op een niet te warme plaats
weg.
Zet de rozijnen in een kleine steelpan met zoveel warm water op dat ze
juist onder staan en laat het water 2-3 minuten koken.
Giet het water af, voeg de wijn toe en laat de rozijnen op een warme
plaats wellen.
Klop het ei en de eidooier met 1 eetlepel water los en roer er dan de
oranjemarmelade, 60 gr paneermeel, de amandelen, de hazelnoten en de
basterdsuiker door.
Beboter de bakvorm en schuif het rooster in het midden van een op
175°C voorverwarmde oven.
Schep de rozijnen met het weekwater door de eieren met de noten, roer hier
wat zout en, als het mengsel tamelijk zacht is, de rest van het paneermeel
door en verdeel de inhoud van de kom in 2 gelijke porties.
Leg een deeglap in de bakvorm, strijk er de helft van de vulling op uit,
leg daar weer een deeglap op met de rest van de vulling en dek die met de
laatste deeglap af.
Zet de vorm in de oven, laat het deeg in 45-55 minuten gaar worden en laat
het gebak daarna in de oven afkoelen.
Keer de vorm om op een taartrooster en laat het gebak verder koud
worden.
Stuif er poedersuiker op en snijd het gebak in ruitvormige stukken.
(2 personen)
Nagerecht
2 loempiavelletjes
100 gr jong belegen kaas aan een stukje
2 eetlepels gemberjam
20 gr boter
Knip de loempiavelletjes elk in 3 repen.
Snijd de kaas in staafjes, ongeveer ter grootte van een lucifer (ze moeten
iets korter zijn dan de breedte van de loempiavelrepen).
Leg de 6 loempiavelrepen op het aanrecht.
Leg de staafjes kaas onderaan de loempiavelrepen en verdeel de
gemberjam
over de kaas.
Vouw de zijkanten er in de lengte overheen, maak ze een beetje nat en rol
het geheel van onderen op tot een heel smal rolletje.
Leg de rolletjes op een bakplaat.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Smelt de boter en bestrijk de kaasrolletjes hiermee.
Laat ze in de hete oven in ± 15 minuten goudbruin worden.
(Luchtige pannenkoek met pruimencompote uit Zwitserland)
1 citroen
100 gr witte basterdsuiker
1 theelepel kaneelpoeder
250 gr gewelde pruimen
75 gr rozijnen
2 eetlepels rum
4 eieren
1/4 liter melk
175 gr bloem
25 gr boter
poedersuiker uit een strooibus
Boen de citroen onder koud stromend water goed schoon, rasp er 2
theelepels schil af en pers de citroen uit.
Breng in een pan 1 dl water met 50 gr basterdsuiker, de geraspte
citroenschil, het citroensap en het kaneelpoeder aan de kook.
Los de suiker al roerend op.
Voeg de pruimen toe en laat ze ± 10 minuten zachtjes koken.
Laat ze daarna afkoelen.
Laat in een kom de rozijnen ± 10 minuten in de rum wellen.
Splits de eieren.
Roer in een kom de eidooiers met 50 gr basterdsuiker en de melk los.
Voeg al roerend de bloem toe en blijf roeren tot een glad beslag
ontstaat.
Klop in een kom de eiwitten stijf en spatel ze luchtig door het
beslag.
Verhit de boter in een koekenpan, schenk het beslag erin en bak het
± 2 minuten.
Strooi dan de rozijnen over het beslag en bak de pannenkoek op middelhoog
vuur tot de bovenkant bijna is gestold.
Laat de pannenkoek op een bord glijden, leg er een ander bord op, keer ze
samen en laat de pannenkoek in de pan terug glijden.
Bak de onderkant in ± 3 minuten goudbruin.
Trek de pannenkoek tijdens het bakken met 2 vorken in stukjes.
Doe ze over op een schaal en strooi er poedersuiker over.
Doe de pruimencompote over in een schaal en geef die er apart bij.
80 gr bloem
1/4 liter melk
2 eidooiers
1 eetlepel suiker
3 eetlepels (in rum) gewelde rozijnen
2 eiwitten
2 eetlepels boter
poedersuiker
Roer een glad beslag van de bloem, de melk, de eierdooeiers, de suiker en
de rozijnen.
Klop de eiwitten stijf en spatel ze luchtig door het beslag.
Smelt 1 eetlepel boter in een matig hete koekenpan, schep het beslag erbij
en bak de pannenkoek aan beide kanten.
Trek de pannenkoek met 2 vorken in kleine stukjes.
Voeg de rest van de boter toe en laat nog 3 minuten bakken.
Bestooi met poedersuiker.
200 gr bloem
1/2 theelepel kaneel
4 gesplitste eieren
50 gr gesmolten boter
2 eetlepels suiker
zout
1/4 liter melk
100 gr rozijnen
50 gr boter om te bakken
2 mespunten bakpoeder
Meng de bloem, het bakpoeder, de eidooiers, de gesmolten boter, 1 eetlepel
suiker en zout door elkaar.
Giet er langzaam de melk bij en roer zachtjes; niet husselen.
Laat dit 10 minuten staan.
Was de rozijnen en dep ze droog.
Sla het eiwit zeer stijf.
Verhit de boter in een zware pan.
Meng het eiwit en de rozijnen door het deeg.
Doe het deeg in de pan en bak het aan één kant
goudbruin.
Draai de pannenkoek om en bak ook de andere kant goudbruin.
Trek de pannenkoek met 2 vorken in stukjes en bak die verder tot het een
mooi kleurtje heeft.
Meng de rest van de suiker met de kaneel en strooi dit erover.
Een compote van bijvoorbeeld morellen smaakt hier heerlijk bij.
80 gr gezeefde bloem
zout
1/8 liter melk
2 gesplitste eieren
40 gr suiker
50 gr rozijnen
30 gr boter
poedersuiker
een grote ovenvaste koekenpan
Verwarm de oven voor op 190°C.
Klop de bloem, het zout, de melk en de eidooiers tot een glad beslag.
Klop de eiwitten met de suiker stijf en spatel ze samen met de rozijnen
door het beslag.
Verhit de boter in de koekenpan, schenk het beslag erin en strijk het
glad.
Bak het 2 minuten, zet de pan daarna in de oven en bak het 8-10 minuten
tot de pannenkoek gaar en mooi lichtbruin is.
Trek de pannenkoek met 2 vorken in stukjes, leg die op verwarmde borden en
bestrooi ze rijkelijk met poedersuiker.
Serveer er rabarbercompote bij.
Rabarbercompote
Kook 500 gr mooie rode rabarber in stukjes met 1 dl water en 100-150 gr
suiker 15 minuten op zacht vuur tot de rabarber zacht is.
Laat de rabarber tot lauwwarm afkoelen.
3 eieren
1/2 appel
200 gr cakemeel (pak á 500 gr, Koopmans)
3 dl melk
zout
100 gr rozijnen
2 eetlepels rum
40 gr boter
poedersuiker
Splits de eieren en klop de eiwitten in een vetvrije kom stijf.
Schil en rasp de appel.
Zeef het cakemeel.
Klop een beslag van het cakemeel, de eidooiers, de melk, de appel en wat
zout en schep er voorzichtig het eiwit door.
Was de rozijnen met lauwwarm water, laat ze uitlekken en besprenkel ze met
de rum.
Laat 1/4 deel van de boter smelten in een koekenpan en schep 1/4 deel van
het beslag in de pan.
Bestrooi het beslag met 1/4 deel van de rozijnen en bak de pannenkoek
in
± 4 minuten lichtbruin en gaar.
Trek de pannenkoek in de pan met 2 vorken uit elkaar.
Schep de pannenkoek op een schaal en houd hem onder aluminiumfolie
warm.
Bak op dezelfde manier nog 3 pannenkoeken.
Schep de kaiserschmarrn op de borden en bestrooi ze met poedersuiker.
3 1/2 dl melk
1 eetlepel boter
4 eieren
2 eetlepels suiker
150 gr bloem
1 mespunt zout
200 gr boerenmeisjes (abrikozen op brandewijn)
boter om in te bakken
poedersuiker
Breng de melk aan de kook.
Smelt er van het vuur af de boter door en laat het tot lauw afkoelen.
Breek de eieren in een kom, strooi er de suiker over en klop het Met een
handmixer of garde luchtig.
Zeef de bloem en het zout boven de eieren en klop alles door elkaar.
Voeg geleidelijk de lauwe melk toe en blijf kloppen tot een soepel beslag
ontstaat.
Laat het beslag ± 30 minuten rusten.
Snijd de abrikozen in vieren.
Bak van het beslag in een pan met een klontje boter 2-3 dikke pannenkoeken
en snijd die in kleine stukjes.
Doe nog een stukje boter in de pan, zet het vuur hoog en warm de
pannenkoekstukjes en de abrikozen al omscheppend enkele minuten door.
Houd ze desgewenst in een schaal (in de magnetron( warm.
Serveer de Kaiserschmarrn op een diep bord, bestrooid met poedersuiker.
70 gr rozijnen
1 eetlepel rum
2 eieren
1/4 liter melk
40 gr suiker
160 gr bloem
zout
40 gr boter
2 eetlepels poedersuiker
Voor de pruimenmoes:
1 kg pruimen
1 citroen
1/8 liter water
200 gr suiker
5 stukje kaneel 2 cm
Was de pruimen en halveer en ontpit ze.
Schil de citroen dun en pers hem uit.
Breng het water met de suiker, de kruidnagel, de kaneel, de citroenschil
en het citroensap in een grote pan aan de kook en laat ± 3 minuten
koken.
Voeg, als de pruimen erg zuur zijn, iets meer suiker toe.
Verwijder de kruidnagel, de kaneel en de citroenschillen, voeg de pruimen
toe en laat ze, onder af en toe roeren, ± 1 uur zachtjes koken tot
de velletjes van de pruimen zijn losgekomen.
Laat de moes koud worden en bereid intussen de Kaiserschmarrn.
Was de rozijnen, maak ze droog en besprenkel ze met de rum.
Splits de eieren.
Kluts de eidooiers met de melk en de suiker en roer dit met de bloem tot
een glad dunvloeiend beslag.
Klop het eiwit met het zout tot een stijve witte massa en schep dit
voorzichtig door het beslag.
Verhit de boter in een grote pan, doe het beslag erin, laat het zachtjes
bakken en strooi de rozijnen erover.
Snijd de schmarrn in stukjes en laat, van het vuur af, nog even
staan.
Leg de kaiserschmarrn op een voorverwarmd bord, bestrooi met poedersuiker
en serveer de pruimenmoes er apart bij.
680 gr zoet brooddeeg (recept volgt)
Voor het deeg:
2 dl melk
2 dl water
1 ei
400 gr bloem
2 theelepels zout
50 gr boter
50 gr suiker
7 1/2 gr gistvlokken
Voor de vulling:
1 eetlepel gesmolten boter
2 eetlepels suiker
2 eetlepels bruine suiker
1 eetlepel kaneel
(25 gr rozijnen en/of 50 gr walnoten in stukjes)
Voor het glazuur:
5 eetlepels gesmolten boter
70 gr witte of bruine suiker
Maak een brooddeeg door alle deegingrediënten in een mixer of
foodprocessor te mengen.
Doe het deeg in een met boter of olie ingevette kom en dek het met een
vochtige doek af.
Laat het deeg op een warme plaats rijzen tot het volume is verdubbeld
(± 1 1/2-2 uur).
Giet de gesmolten boter en de suiker voor het glazuur in een cakevorm of
ovenschaal van ± 22 x 33 cm of in 2 ronde schalen of vormen van 20
cm doorsnee.
Strooi de suiker over de boter en zet dit even apart.
Rol het deeg met een deegrol uit tot een deeglap van 23 x 45 cm.
Smeer de gesmolten boter voor de vulling over de deeglap, laat 2 cm van de
rand onbedekt.
Vermeng de suiker, kaneel en evt. rozijnen en/of walnootstukjes en strooi
dit mengsel gelijkmatig over de met boter bedekte deeglap.
Rol de lap, beginnend bij het lange gedeelte stevig op en vouw de
uiteinden dicht.
Maak met een mes ± 3 cm. van elkaar gelijke inkepingen.
Neem een ± 30 cm lang stuk tandfloss of dun touw en breng dit onder
de rol. Breng daar waar de inkeping van boven is de 2 uiteinden van het
touw naar elkaar toe.
Kruis de 2 uiteinden van boven, zodat het touw door de deegrol snijdt.
Ga zo door tot er 12 rolletjes zijn.
Zet de rolletjes met de gesneden kant op de suiker/boter vlak naast elkaar
in de ovenschaal, maak ze met de hand ietsje plat en dek het geheel met
een stukje folie of plastic af.
Laat het geheel in een op lage temperatuur voorverwarmde oven 30-45
minuten rijzen.
Neem de schaal uit de oven en verwarm de oven tot 175°C.
Zet de schotel dan weer in de oven en bak de broodjes 25-30 in minuten
goudbruin.
Haal ze uit de oven en stort ze op een groot bord.
Serveer ze warm bij een kop chocolade of koffie.
4 eidooiers
100 gr fijne tafelsuiker
3 eetlepels kaneelpoeder
2 dl slagroom
1/2 appel
4 eetlepels vijgenjam
2 eetlepels citroensap
8 kaneelamandelen
Doe de dooiers met de suiker en 2 eetlepels kaneelpoeder in een vuurvaste
kom, zet die in een pan kokend water en klop het met een mixer tot een
romig mengsel.
Zet de kom in een schaal koud water en blijf kloppen tot het mengsel is
afgekoeld.
Klop de slagroom halfstijf en spatel hem luchtig door de afgekoelde
vla.
Doe het mengsel over in een ronde diepvriesdoos en laat het ijs in
± 4 uur bevriezen.
Schil de appel, verwijder het klokhuis en snijd het vruchtvlees in
stukjes.
Verwarm vlak voor het serveren de vijgenjam met het citroensap, schep de
appel erdoor en warm die 1 minuut mee.
Stort het ijstaartje op een schaal, garneer het met de amandelen en
bestuif het met de rest van het kaneelpoeder.
Snijd het taartje in punten en serveer die met de warme saus.
3/4 liter vanilleroomijs
1 pak bokkepootjes (200 gr)
3 eetlepels abrikozenjam
2 eetlepels koffielikeur
2 eetlepels kaneelpoeder
1/8 liter slagroom
2 eetlepels poedersuiker
Laat het ijs in ± 30 minuten buiten de diepvries zacht worden.
Verkruimel de helft van de bokkepootjes, meng er 1 eetlepel jam door en
druk dit mengsel op de bodem van een springvorm van (18 cm doorsnee
uit.
Halveer de rest van de bokkepootjes en zet ze met de chocoladekant naar
boven tegen de rand van de vorm.
Roer de rest van de jam, de koffielikeur en 1 1/2 eetlepel kaneelpoeder
door het zachte ijs en schep het ijs in de vorm.
Klop de slagroom met de poedersuiker stijf, bedek het ijs met een laag
slagroom en maak er mooie pieken in.
Laat de ijstaart in de diepvries in minstens 2 uur weer bevriezen.
Zet de ijstaart op een platte schaal en strooi er de rest van de kaneel
over.
Zet eventueel kleine rode kaarsjes op de taart en steek die aan.
7 ontdooide plakjes diepvriesbladerdeeg
1 losgeklopt ei
300 gr bittere chocolade in kleine brokjes
1 blik gezoete kastanjepuree (400 gr)
100 gr gehakte hazelnoten
poedersuiker
een lage taartvorm, doorsnee 26 cm
bakpapier
steunvulling (bijvoorbeeld van oude gedroogde bruine bonen)
Verwarm de oven voor op 200°C.
Leg de plakjes deeg op elkaar en rol ze uit tot een cirkel van ± 32
cm doorsnee.
Bekleed de taartvorm met het deeg en knijp op knip de rand van het deeg op
een leuke manier in.
Prik de deegbodem met een vork regelmatig in.
Leg het bakpapier met de steunvulling op de deegbodem, bestrijk de
deegrand met losgeklopt ei en bak de deegbodem ± 20 minuten in het
midden van de oven.
Verwijder de steunvulling en het bakpapier en laat de taartbodem op een
rooster afkoelen.
Maak de vulling.
Smelt 200 gr chocolade in een kom boven een pan heet water (au
bain-marie).
Klop de kastanjepuree los (verwarm hem eventueel een beetje) en meng de
puree met de gesmolten chocolade en de fijngehakte noten.
Schenk het kastanjemengsel op de afgekoelde deegbodem en laat
opstijven.
Smelt 100 gr chocolade en strijk die over de afgekoelde vulling.
Bestrooi de deegrand met poedersuiker.
(Mexico)
1 blikje gesuikerde gecondenseerde melk
25 gr boter
1 dl sinaasappelsap
75 gr fijngehakte walnoten
1 eetlepel tequila of wodka
Voor de flensjes:
50 gr bloem
1 ei
3 dl melk
zout
40 gr boter
Leg het blikje in een pan en schenk er zoveel water op dat het helemaal
onder staat.
Breng het water aan de kook en laat het 2-3 uur zachtjes koken.
Vul het water regelmatig bij.
Laat het blikje in het water afkoelen.
De gecondenseerde melk is nu een romige karamelsaus geworden.
Klop met een mixer een beslag van de bloem, het ei, de melk en een snufje
zout, laat het 1 uur op kamertemperatuur rusten en klop er dan de
gesmolten boter door.
Bak van het beslag dunne flensjes in een pan met anti-aanbaklaag.
Vouw ze in vieren.
Smelt voor de saus de boter, voeg de gekarameliseerde, gecondenseerde melk
en het sinaasappelsap toe en laat alles goed warm worden.
Leg de flensjes erin en strooi de walnoten erover.
Klop 1 groot ei met een snufje zout en roer er 30 gr bloem en 2 dl melk
door.
Verhit een klontje boter in een koekenpan en bak hierin ± 8
flinterdunne flensjes.
Houd ze warm.
Laat een kleine pot kersen uitlekken en bewaar het vocht.
Smelt 3 eetlepels suiker in 50 gr boter, voeg er 1 dl kersennat bij en
laat dit op een niet te hoog vuur tot de helft inkoken.
Roer er de kersen en 1 borrelglas kersenlikeur door.
Haal de crêpes door de saus, vouw ze twee keer op tot een driehoek
en leg ze op een schaal.
Giet de saus met de kersen erover.
(6 personen)
1 klein blikje croissantdeeg
2 eetlepels citroenmarmelade (Robertson's)
8 grote kersen
2 eetlepels melk
poedersuiker
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol het croissantdeeg uit.
Let op het midden van elk deeglapje een schepje marmelade en 1 ontpitte
kers.
Rol het deeg tot croissants op en bestrijk ze met de melk.
Bak de croissants 20 minuten in het midden van de oven.
Bestrooi ze met poedersuiker.
500 gr ontpitte kersen
3 3/4 dl melk
4 eieren
75 gr bloem
60 gr kristalsuiker
1 vanillestokje
1 eetlepel kirsch
poedersuiker
Verwarm de oven voor op 180°C.
beboter een ondiepe ovenschaal van 1 1/2 liter inhoud.
Dep de kersen met keukenpapier droog en schik ze op de bodem van de
beboterde schaal of vorm.
Draai de melk, de eieren, de bloem, de kristalsuiker, het vanillemerg en
de kirsch in een keukenmachine tot t een glad beslag.
Let op dat er geen klontjes komen; doe het, als dit wel gebeurt, even door
een zeef.
Giet het beslag over de kersen en bak de taart in het midden van de oven
in 45-60 minuten goudbruin (of tot de bovenkant goudbruin is en een erin
gestoken houten prikkertje er droog
uit komt).
Bestrooi met poedersuiker en dien warm op.
1 ei
125 gr suiker
250 gr bloem
2 1/2 theelepel bakpoeder
100 gr ontvelde amandelen
125 gr honing
melk
zout
1 mespuntje gemalen kruidnagel
1 mespuntje kaneel
1 mespuntje koriander
Roer het ei met de suiker schuimig en roer er dan de bloem, het bakpoeder,
zout en de even met de specerijen verwarmde honing door.
Kneed het deeg, zet het een half uurtje koud weg en rol het dan tot een
niet te dunne lap uit.
Steek hier kransjes uit en druk in elk kransje 5 amandeltjes.
Bestrijk ze met melk.
Leg ze op een beboterd bakblik en zet dit 15-20 minuten middenin een
matigwarme oven (160°C).
Voor ± 40 koekjes:
225 gr bloem
100 gr poedersuiker
100 gr boter
1 vanillestokje
zout
3 eieren
150 gr suiker
175 gr ontvliesde en gemalen amandelen
1 theelepel kaneel
Kneed een deeg van de bloem, de poedersuiker, de boter, het zaad uit het
vanillestokje, wat zout en 3 eidooiers en zet het op een koele plaats.
Klop de eiwitten stijf en meng er dan de suiker, de gemalen amandelen en
de kaneel door.
Rol het deeg uit tot een lap van 1/2 cm dik.
Steek de kerststerren hieruit en leg ze op een beboterd bakblik.
Doe het eiwit-amandelschuim in een spuitzak met een fijn spuitmondje en
spuit hiermee een klein sterretje op de koekjes.
Zet het bakblik in het midden van een vrij warme oven (175-200°C) en
bak de kerststerren in ± 20 minuten gaar.
500 gr bloem
50 gr gist
75 gr suiker
1/4 liter lauwwarme melk
100 gr boter
50 gr reuzel
zout
2 cl rum
5 druppels bittere amandelolie
de geraspte schil van 1/2 citroen
150 gr rozijnen
100 gr Franse vruchtjes
75 gr oranjesnippers
75 gr sukade
75 gr geconfijte ananas
150 gr gebakken amandelen
boter om in te vetten
bloem om te bestuiven
50 gr boter om te bestrijken
50 gr gezeefde poedersuiker
Doe de bloem in een grote kom, maak in het midden een kuiltje en brokkel
de gist daarin.
Strooi er 1 theelepel suiker over en voeg een scheutje van de warme melk
toe.
Roer het met wat bloem van de rand uit tot een glad 'voordeegje'.
Strooi de bloem erover en laat op een warme plaats 15 minuten rijzen tot
het volume zich heeft verdubbeld.
Laat de boter met het varkensvet in een pannetje uitsmelten en laat het
weer afkoelen.
Doe de suiker, de rest van de melk, zout, de rum, de bittere amandelolie
en het citroensap bij het deeg en kneed het erdoor.
Blijf kneden en slaan tot er blazen ontstaan en het deeg gemakkelijk van
de handen en de kom loslaat.
Dek de kom met en schone theedoek af en laat op een warme plaats nog eens
30 minuten rijzen.
Overgiet intussen de rozijnen in een kom met kokend water.
Laat ze daarin 5 minuten "wellen en laat ze daarna uitlekken.
Droog ze goed in een theedoek en meng er wat bloem door.
Snijd de Franse vruchtjes in vieren en hak de oranjesnippers, de sukade en
de stukken ananas fijn.
Kneed alle soorten vruchtjes met de gehakte amandelen door het deeg.
Bekleed een bakblik met aluminiumfolie en smeer het met boter in.
Bestuif een werkvlak met bloem en rol het deeg daarop uit tot een
langwerpige lap van ± 2 cm dik.
Rol beide lange kanten naar het midden op en geef er de vorm van een stol
aan.
Leg het deeg op het bakblik.
Laat het toegedekt op een warme plaats nog eens 45 minuten rijzen en
schuif het bakblik daarna 50 minuten op de middelste richel van de op
200°C voorverwarmde oven.
Bestrijk de stol uit de oven warm met gesmolten boter en strooi er
poedersuiker over.
(8 personen)
frambozen- of aardbeiensaus
taartversiering
Voor de witte chocolademousse:
225 gr goede witte chocolade
4 blaadjes witte gelatine
6 dl slagroom
Voor de bruine glazuurlaag:
4 eetlepels slagroom
1 theelepel honing
30 gr bittere chocolade in kleine stukjes
een achthoekige vorm of ronde springvorm van 20 cm, de bodem van de vorm
met bakpapier bekleed
Witte chocolademousse:
Smelt de witte chocolade in een kom boven een pan met heet water.
Week de gelatine 5 minuten in ruim koud water.
Verwarm 1 dl slagroom en los hierin van het vuur af de uitgeknepen
gelatineblaadjes op.
Roer het gelatinemengsel door de chocolade en laat het mengsel onder
roeren iets afkoelen.
Klop 5 dl slagroom stijf en spatel dit door het chocolademengsel.
Schep de mousse in de vorm en laat hem in de koelkast minstens 3 uur
opstijven.
Bruine chocoladeglazuur:
Verhit de slagroom met de honing en schenk het mengsel in een dun
straaltje op de chocolade.
Laat de chocolade onder roeren smelten.
Laat de glazuur iets afkoelen en schenk hem daarna op de witte
chocolademousse.
Beweeg de vorm heen en weer, zodat de glazuur zich goed over de bovenkant
van de mousse verdeelt.
Laat de mousse in de koelkast nog minstens 2 uur opstijven.
Haal de mousse uit de vorm en garneer met de taartversiering.
Serveer de mousse in punten gesneden met frambozen- of aardbeiensaus.
Frambozen- of aardbeiensaus
Pureer 500 gr frambozen of aardbeien en zeef de puree eventueel.
Breng de vruchtenpuree op smaak met het sap van 1/2 citroen en 50 gr
poedersuiker.
Voor een vorm van 2 liter inhoud:
4 eieren
200 gr kristalsuiker
2 zakjes vanillesuiker
200 gr bloem
zout
200 gr boter
100 gr gesneden Franse vruchtjes
50 gr ontvelde, gehakte amandelen
poedersuiker
Klop de eieren met de suiker en de vanillesuiker schuimig en roer er
afwisselend de gezeefde bloem met wat zout, de gesmolten en weer
afgekoelde boter en het vulsel door.
Doe deze massa in een beboterde tulbandvorm en in een klein taartvormpje
en zet beide vormen ±11/4 uur op het bakblik onderin een matig
warme oven (150°C.
Haal het kleine vormpje er na een half uur uit.
Keer de tulband op een taartrooster en laat hem koud worden.
Zet het kleine cakeje erop en bestrooi het geheel dik met
poedersuiker.
Strik er een rood lint omheen en steek er een hulsttakje in.
1 pak zelfrijzend bakmeel
± 350 gr krenten en rozijnen
sukade en oranjesnippers naar keuze
± 1/2 liter melk
boter om de vorm in te vetten
een mengsel van 1/2 kopje suiker met kaneel naar smaak
Vet een afsluitbare (tulband)vorm in met boter en strooi er wat van het
suiker-kaneelmengsel op.
Meng het bakmeel met de melk en naar keuze een snufje zout in een kom.
Was de rozijnen en krenten, wel ze in lauw water, laat ze uitlekken en
voeg ze aan het bakmeel-melkmengsel toe.
Doe er de sukade en oranjesnippers bij.
Doe het hele mengsel over in de afsluitbare vorm en strooi er de rest van
het kaneel-suikermengsel over.
Sluit de vorm af, zet hem in een goed afsluitbare, voor 3/4 met kokend
water gevulde pan en laat op zacht vuur 2 uur koken.
U kunt de ketelkoek warm en koud eten. Doe, als u hem warm eet, roomboter op en er nog wat suiker met kaneel op.
(10-12 punten)
4 sneetjes oud witbrood
1 pak jonge kokos (450 gr, toko, diepvries)
1 blik kokosmelk (4 dl)
4 eieren
175 gr suiker
2 zakjes vanillesuiker
2 eetlepels zachte boter
10-12 druppels kokos-essence (toko)
2 eetlepels bloem
(1 kokosnoot)
een ingevette taartvorm of vuurvaste schaal
Verwarm de oven voor op 175°C.
Week het brood in de kokosmelk.
Snijd de kokos in schuine reepjes van 6 x 1/2 cm.
Klop de eieren met de suiker en de vanillesuiker dik en schuimig.
Voeg de boter toe en klop die erdoor.
Klop de bloem, het geweekte niet-uitgeknepen brood en de kokos-essence
erdoor en schep de reepjes kokos door het beslag.
Schenk het beslag in de vorm of schaal en bak de taart in het midden van
de oven in 50 minuten lichtbruin en gaar.
Garneer de taart eventueel met (met een kaasschaaf geschaafde) flinters
vruchtvlees van kokosnoot.
(8 personen)
50 gr bloem
1 theelepel gemberpoeder
50 gr boter
50 gr basterdsuiker
2 eetlepels schenkstroop
2 theelepels brandy
1/8 liter slagroom
1 zakje slagroomversteviger
1 eetlepel gembernat
4 eetlepels fijngehakte bakgember
Bekleed een bakblik met een stuk bakpapier en verwarm de oven voor op
180°C.
Zeef de bloem met het gemberpoeder.
Smelt op laag vuur de boter met de suiker en de stroop en neem de pan van
het vuur.
Voeg de bloem, het gemberpoeder en de brandy toe en roer alles goed door
het botermengsel.
Verdeel het beslag in 8 porties en leg die met ± 10 cm tussenruimte
op het bakblik.
Bak de koekjes in ± 12 minuten tot het beslag bubbelt en de koekjes
zijn gekleurd.
Neem het bakblik uit de oven en laat de koekjes 1-2 minuten afkoelen.
Haal de koekjes met een pannenkoekmes van het blik en druk ze voorzichtig
in 8 kopjes of bakvormpjes zodat er een bakje ontstaat.
Laat ze in de vormpjes verder afkoelen.
Klop de slagroom met het zakje versteviger en het gembernat stijf en
spatel er de helft van de gember door.
Vul de mandjes met dit mengsel en garneer ze met de rest van de
gember.
Serveer direct.
Tip: Rol de warme koekjes om de steel van een houten lepel.
Gebruik in plaats van de gember dezelfde hoeveelheden limoenrasp en -sap.
(24 koekjes)
20 gr gepelde amandelen
30 gr boter
100 gr bruine basterdsuiker
1/2 eetlepel water
zout
30 gr bloem
1/2 theelepel kaneel
Hak de amandelen fijn.
Roer de boter in een grote kom romig.
Roer er de basterdsuiker, het water en (weinig) zout door.
Zeef de bloem en de kaneel boven de kom en kneed ze met de gehakte
amandelen door het deeg.
Draai 24 grote balletjes van het deeg.
Smeer een bakblik in met boter en leg daar met een flinke tussenruimte 12
van de deegballetjes op.
Verwarm de oven voor op 220°C.
Schuif het blik in de oven (met overwegend onderwarmte) en bak de koekjes
in 20 minuten gaar.
Laat ze uit de oven even afkoelen, snijd de koekjes dan, als ze nog warm
zijn, met een scherp mes van het bakblik los en laat ze op de bakplaat
zelf verder afkoelen.
Bak de andere 12 koekjes op dezelfde manier.
II
125 gr boter
200 gr bruine basterdsuiker
50 gr suiker
100 gr bloem
1/2 theelepel kaneel
1 mespunt zout
125 gr gepelde, grofgehakte amandelen
Roer de boter zacht en voeg de gezeefde basterdsuiker, de suiker, de
gezeefde bloem, de kaneel, het zout en de amandelen toe.
Vorm met 2 theelepels kleine bergjes van dit mengsel en leg deze met een
onderlinge afstand van 5 cm op een beboterd bakblik.
Laat de koekjes bovenin een op 225°C voorverwarmde oven in ± 5
minuten uitvloeien en bak ze daarna op 175°C in 10 minuten gaar.
Neem ze, terwijl ze nog warm zijn, met een pannenkoekmes voorzichtig van
het bakblik.
1 reep pure chocolade (75 gr)
12 kletskopjes
1 dl slankroom
zilverpillen voor de garnering
Breek de helft van de chocolade in stukjes en smelt ze au bain-marie.
Bestrijk 4 kletskoppen met de gesmolten chocolade.
Rasp de rest van de chocolade fijn.
Klop de slankroom stijf en spatel de geraspte chocolade erdoor.
Doe de slankroom over in een spuitzak met grove kartelmond.
Spuit 1/3 van de slankroom op de chocoladekletskopjes, leg er 4 andere
koekjes op en spuit nog 1/3 van de slankroom erop.
Leg de laatste koekjes erop, spuit er de rest van de room op en garneer
met zilverpillen.
2 vellen diepvries fillodeeg (Easy Bakery), ontdooid
200 gr aardbeien in vieren
1 eetlepel Crème de Cassis
1 roze grapefruit in partjes
2 perziken in partjes
100 gr Griekse yoghurt
1 takje verse munt
4 ingevette roomhoornvormpjes
een ingevette bakplaat
Verwarm de oven voor op 200°C.
Snijd de fillodeegvellen elk in 4 stroken van 6 cm breed.
Rol om elk roomhoornvormpje losjes 2 stroken deeg, begin bij de bovenkant
en werk naar het puntje toe; het vormpje moet helemaal zijn bedekt.
Bak de hoorntjes op de bakplaat in het midden van de oven in 10-15 minuten
goudbruin.
Laat ze afkoelen en haal ze voorzichtig van de vormpjes.
Vulling:
Laat 100 gr aardbeien met de likeur 5 minuten zachtjes koken en pureer
ze.
Schep de rest van de aardbeien met de grapefruit en de perziken om,
verdeel dit over de hoorntjes en leg de hoorntjes op de bordjes.
Schep de yoghurt en de aardbeiensaus erbij en garneer met muntblaadjes.
(8 stuks)
Voor het deeg:
3 eiwitten
100 gr zachte boter
2 pakjes vanillesuiker
80 gr suiker
1 theelepel geraspte sinaasappelschil
50 gr bloem
50 gemalen, gepelde amandelen
Voor de vulling:
200 gr Griekse yoghurt
2 eetlepels suiker
het sap en de geraspte schil van 1/2 citroen
2 eetlepels fijngemalen en 1 eetlepel fijngehakte ongezouten
pistachenootjes 2 dl slagroom
1 pakje slagroomversteviger
2 eetlepels sinaasappellikeur
2 eetlepels sterk gezette koffie
1 1/2 eetlepel cacaopoeder
Voor de garnering:
fruit zoals bessen, bramen, nectarines
een met bakpapier bekleed bakblik
een springvorm, doorsnee 15 cm
2 rechte glazen, doorsnee 8 cm
Leg een vochtige doek in een vergiet, schep de yoghurt hierin en laat die
1 1/2 uur uitlekken.
Zet een kom met de eiwitten in een kom warm water om ze iets te
verwarmen.
Roer de boter, de vanillesuiker en de suiker schuimig en roer de eiwitten
erdoor.
Meng in een andere kom de sinaasappelschil, de bloem en de amandelen door
elkaar.
Roer het bloemmengsel door het ander suikermengsel.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Teken met behulp van de springvorm op het bakpapier 2 ronde cirkels met
een doorsnee van 15 cm.
Strijk op elke cirkel 1 eetlepel deeg glad en bak de deegrondjes in het
midden van de oven in 10-12 minuten goudbruin en gaar.
Haal de bodems met een paletmes voorzichtig van het bakpapier, vouw ze om
de glazen en druk ze met de handen verder tot tuiles.
Laat de tuiles op de glazen afkoelen.
Bak op dezelfde manier nog 6 tuiles.
Roer 1 eetlepel suiker door de uitgelekte yoghurt.
Deel het yoghurtmengsel in tweeën, vermeng de helft met het
citroensap en de citroenschil en vul hier 2 tuiles mee.
Vermeng de andere helft met de fijngemalen pistachenootjes, vul er 2
tuiles mee en strooi er de rest van pistachenootjes over.
Klop de slagroom met de slagroomversteviger en de rest van de suiker
stijf, deel hem in tweeën en meng de helft met de likeur.
verdeel dit over 2 tuiles.
Roer de koffie door de rest van de slagroom en schep het mengsel in 2
laatste tuiles.
Bestuif de tuiles met cacaopoeder en garneer ze met het fruit.
2 pakken lange vingers of een eigengemaakte taartbodem
1 zakje vanillesuiker
3 borrelglaasjes koffielikeur met 1/2 borrelglaasje water of Koffiekaatje
zonder water
200 gr roomboter
125 gr suiker
4 eidooiers
± 1/2 liter slagroom
1 zakje klopvast
1 zakje nougatine
Vet de taartbodem in en verdeel er de vanillesuiker over.
Vermeng 2 borrelglaasjes koffielikeur met het water, doop de lange vingers
of de taartbodem erin en bedek de bodem van de taartvorm daarmee.
Vermeng de roomboter, de suiker, het eigeel en het laatste glaasje likeur
en smeer deze massa over de lange vingers of de taartbodem uit.
Dek af met een laagje in likeur gedoopte lange vingers.
Klop de slagroom met wat suiker en de klopvast, smeer dit over de laatste
laag uit en verdeel daar de nougatine over.
Zet de taart (liefst een dag) in de koelkast om hem te laten opstijven.
(6 personen)
5 rijpe bananen
1 eetlepel citroensap
2 eetlepels bruine rietsuiker
2 eieren
zout
100 gr geraspte kokos
150 gr bloem
1 theelepel bakpoeder
3 dl melk en/of kokosmelk
boter
Voor het garnituur:
rietsuiker
geraspte kokos
Prak de bananen met het citroensap en 1 eetlepel rietsuiker fijn.
Klop de eieren met de rest van de suiker schuimig.
Voeg zout toe en meng er de fijngeprakte bananen door.
Voeg de kokos toe.
Zeef de bloem en het bakpoeder en doe ze bij het mengsel.
Voeg de melk toe en meng tot een soepel deeg, dat als een lint van de
lepel loopt.
Smelt een klontje boter in een pan en bak er pannenkoekjes van 13-14 cm
diameter in.
Serveer de kokos-banaanpannenkoekjes opgerold of dichtgeplooid, eventueel
met wat extra kokosrasp en rietsuiker en een kopje koffie of thee.
(8-10 personen)
Voor het deeg:
200 gr bloem
40 gr kristalsuiker
zout
100 gr koude boter in kleine blokjes
Voor de vulling:
100 gr gedroogde kokos
150 gr macadamianoten of walnoten
4 1/2 dl melk
100 gr kristalsuiker
1 zakje vanillesuiker
4 grote eidooiers
3 blaadjes witte gelatine
2 rijpe bananen in plakjes
3 eetlepels rum
2 dl slagroom
1-2 eetlepels poedersuiker
een ingevette ronde taartvorm van 26 cm en een rand van 3-4 cm
bakpapier
steunvulling
Deeg:
Meng de bloem, de kristalsuiker en het zout en stort het in een kom.
Voeg de boter toe en snijd die met 2 messen door de bloem tot de boter
zeer fijn is verdeeld.
Voeg 3-5 eetlepels ijskoud water toe en kneed dit met één
hand snel tot een samenhangend deeg.
Vorm het deeg tot een bal en laat die, in plasticfolie gerold, minstens 30
minuten in de koelkast rusten.
Rol het deeg dan uit tot een ronde lap van 30 cm.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Bekleed de vorm met het deeg en prik de deegbodem met een vork regelmatig
in.
Bekleed de vorm met bakpapier en een steunvulling en bak de deegbodem in
het midden van de oven in 40 minuten lichtbruin en krokant.
Verwijder de steunvulling en het bakpapier en laat de bodem op een rooster
afkoelen.
Vulling:
Schakel de oven terug naar 175°C.
Spreid de kokos en de noten op de bakplaat uit en rooster ze in het midden
van de oven 3 minuten licht (de kokos mag niet bruin worden).
Laat de kokos en de noten afkoelen en hak de noten grof.
Breng in een pan de melk met 50 gr kristalsuiker aan de kook.
Klop de eidooiers met 50 gr kristalsuiker en de vanillesuiker
schuimig.
Schenk er 1/3 deel van de hete melk bij.
Schenk het mengsel direct bij de achtergebleven melk in de pan en verwarm
het roerend op heel laag vuur tot het eimengsel gaat binden (pas op, laat
het niet koken).
Week de gelatine 5 minuten in ruim koud water.
Los de uitgeknepen gelatine in het warm eimengsel op en laat het mengsel
onder regelmatig roeren afkoelen.
Spatel er de kokos en de noten door (houd 2 eetlepels achter voor de
garnering).
Overgiet de plakjes banaan met de cognac en laat het 15 minuten
intrekken.
Vul de deegbodem met de banaanplakjes, schenk het kokos-notenmengsel erop
en strijk de bovenkant glad.
Laat de taart in koelkast minstens 4 uur opstijven.
Klop voor het serveren de slagroom met de poedersuiker stijf en serveer
dit bij de taart.
Garneer de taart met gehakte noten.
1 pak theebiscuits
200 gr zeer fijne tafelsuiker
4 eetlepels bloem
1 eetlepel kokosextract
een snufje zout
4 grote eieren
1 blikje kokoscrème
1 bekertje zure room
verse kokoskrulletjes (net als boterkrulletjes)
4 grote pakjes MonChou (op kamertemperatuur)
3 flinke eetlepels gesmolten roomboter
Meng de theebiscuits met de roomboter en druk dit op de bodem en tegen de
rand (3 cm hoog) van een springvorm van 20 cm.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Klop de MonChou in een grote kom met de mixer op hoge snelheid tot een
zachte crème.
Voeg, met de mixer op lage snelheid, één voor
één de suiker, de bloem, het kokosextract, het zout, de
eieren, de kokoscrème en de zure room toe.
Klop 2 minuten door en ga af en toe met een spatel door de kom.
Doe het mengsel op de theebiscuits-bodem in de springvorm en bak de taart
1 uur en 20 minuten in de oven.
Laat de taart afkoelen en zet hem daarna zeker 6 uur in de koelkast tot
hij ijskoud en stevig is.
Maak flinterdunne kokoskrulletjes.
Maak de cheesecake, als deze stevig is, met een spatel voorzichtig van de
rand van de springvorm los en versier hem met de kokoskrulletjes.
Voor een leuk kleurcontrast kunt u, voordat u de kokoskrulletjes erop
legt, een dun laagje mangoschijfjes op de cake leggen.
200 gr kokos
200 gr kristalsuiker
4 eieren
1 eetlepel custard
Doe de suiker, de kokos en de custard in een mengkom en mix het door
elkaar.
Voeg één voor één de eieren toe en mix het
geheel nog ± 2 minuten goed door.
Bekleed een bakplaat met bakpapier.
Maak van het deeg kleine balletjes en leg die niet te dicht bij elkaar op
het bakpapier.
Verwarm de oven voor op 200°C en bak de koekjes 15-20 minuten.
Als de koekjes bruin worden, zijn ze klaar.
(± 10 stuks)
200 gr geraspte kokos
200 gr witte basterdsuiker
2 eieren
amandelessence
wat citroensap
1 zakje vanillesuiker
(ouwel)
Verwarm de oven voor op 190°C.
Leg bakpapier op de bakplaat, of vet hem in met boter en leg er ouwel
op.
Meng alles door elkaar.
Schep met behulp van 2 lepels zo luchtig mogelijk hoopjes beslag op de
bakplaat en breng ze een beetje in vorm.
Bak de koeken ± 25 minuten in de oven.
Tip: U kunt de eieren ook splitsen en het eiwit voor een luchtig effect opkloppen.
200 gr kokos
150 gr suiker
25 gr boter
25 gr bloem
1 groot ei
melk
Kneed alle ingrediënten door elkaar.
Gebruik zoveel melk tot een vochtig, maar samenhangend deeg ontstaat.
Bekleed een bakblik met op vetvrij papier of ouwel en vet dat in.
Bak de koeken in ± 35 minuten lichtbruin.
Voor het deeg:
500 gr bloem
1 theelepel zout
1 zakje gedroogde gist
50 gr suiker
1/2 eetlepel gemalen kardemom
± 2 dl melk op kamertemperatuur
1/2 ei
75 gr boter
100 gr rozijnen
Voor de vulling:
25 gr boter
50 gr geschaafde amandelen
kaneel
2 eetlepels suiker
1/2 ei
Strooi de gezeefde bloem in een hoge mengkom en roer het zout erdoor.
Maak een kuiltje in het midden en strooi er de gist, de suiker en de
kardemom in.
Giet er de melk en het losgeklopte ei op en begin met een houten lepel van
binnen naar buiten te roeren.
Voeg er dan de zachte boter aan toe en kneed alles tot een samenhangend
deeg.
Kneed er tot slot de goed gewassen en met keukenpapier gedroogde rozijnen
door.
Laat het deeg onder een vochtige doek 1 uur rijzen tot het 2 keer zijn
volume heeft gekregen.
Kneed het deeg opnieuw door en rol het vervolgens uit tot een rechthoekige
lap van ± 1/2 cm dik.
Bestrijk de bovenkant met zachte boter en strooi er de geschaafde
amandelen, kaneel en de suiker op.
Rol de lap op, snijd er driehoekjes van en leg die op een met bakpapier
beklede bakplaat.
Laat het deeg op een warme plaats opnieuw 20 minuten rijzen.
Verwarm de oven voor op 225°c.
Bestrijk de driehoekjes tot slot met losgeklopt ei, zet de bakplaat midden
in de hete oven en bak de oorvijgen in ± 10 minuten gaar.
Serveer ze warm.
100 gr boter
200 gr bloem
60 gr suiker
een snufje zout
2 zakjes vanillesuiker
1 eiwit
Vermeng de ingrediënten, kneed er een glad deeg van en zet dit op een
koude plaats 1-2 uur weg.
Vorm van het deeg potlooddikke rolletjes, snijd die in 15 cm lange stukjes
en vouw ze tot krakelingen.
Leg ze op een ingevette bakplaat en bak ze 10-15 minuten in een op
175°C voorverwarmde oven.
10 gr verse gist
1 dl lauwe melk
1 mespunt zout
40 gr suiker
200 gr tarwebloem
40 gr zachte roomboter
1 klein ei
Voor het bestrijken en de garnering:
20 gr roomboter
30 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
Doe de melk in een beslagkom, brokkel de gist erin en toer het glad.
Voeg het zout, 1 theelepel suiker en bijna alle bloem toe, kneed dit door
elkaar en laat het afgedekt 30 minuten n rijzen.
Roer de roomboter met de rest van de suiker en het ei tot een schuimige
massa en kneed die samen met de rest van de bloem door het gerezen
deeg.
Verdeel het deeg in 10 porties en rol hier stengels van van ± 30 cm
lang.
Modelleer ze, leg ze op een met bakpapier bedekt bakblik en laat afgedekt
nog 30 minuten rijzen.
Verwarm de oven voor op 225°C en bak de krakelingen ± 10
minuten in het midden van de oven.
Smelt intussen de boter.
Vermeng de suiker op een diep bord met de vanillesuiker.
Bestrijk de gebakken krakelingen met de gesmolten boter en haal ze door de
suiker.
U kunt ze ook met poedersuiker bestrooien.
Voor het deeg:
400 gr bloem
6 gr zout
(geraspte citroenschil of kardemom)
20 gr basterdsuiker
1/2 ei of 1 eidooier
35 gr verse gist of 17 gr gedroogde gist
± 2 dl melk
60 gr boter
Voor de vulling:
250 gr krenten en/of rozijnen
Wel de krenten en/of rozijnen, laat ze uitlekken en dep ze droog.
Maak een soepel deeg van de bloem, het zout, desgewenst de geraspte
citroenschil, de basterdsuiker, 1/2 ei, de gist, de melk en de gesmolten
boter en laat het op een tamelijk warme, vochtige, tochtvrije plaats 30-45
minuten rijzen.
Kneed het deeg door en werk er daarna snel het droge vulsel door, zonder
dat het vulsel kapot gaat.
Maak van het deeg een lap en rol die stevig op.
Duw aan de oppervlakte uitstekende krenten of rozijnen dieper in het
deeg.
Leg de rol met de naad naar beneden in of op een ingevette bakvorm of
bakplaat en druk het aan.
Laat het deeg opnieuw 30-45 minuten rijzen.
Zet de bakplaat of de vorm op een rooster in een zeer hete oven (±
240°C) en laat het brood in ± 25 minuten snel gaar en bruin
worden.
Maak het brood aan de bovenzijde nat en zet het nog 1 minuut in de oven
terug.
Keer het daarna en laat het op een rooster uitdampen.
Variaties:
- Bruin krentenbrood
Vervang 250 gr bloem door volkorenmeel en gebruik 40 gr verse gist.
- Krentenbollen (12 stuks)
Vorm na de eerste rijs 12 kleine bollen van het deeg en laat die op een
ingevette bakplaat 30-45 minuten rijzen.
Bestrijk de bollen enkele malen met losgeklopt ei.
Baktijd: 10-15 minuten.
- Gemberbrood, gemberbollen
Vervang de krenten en/of rozijnen door 200 gr kleingesneden goed
uitgelekte gember.
- Paasbrood
Voeg als vulsel extra 25 gr sukade, 25 gr oranjesnippers en 25 gr
geroosterde amandelsnippers toe.
- Kerststol, Weihnachtstolle
Voeg aan de ingrediënten van het paasbrood nog 300 gr amandelspijs
(van 150 gr amandelen) toe.
Leg de ronde deegplak na de eerste rijs op een ingevette bakplaat, vorm de
amandelspijs tot een rol en leg die ongeveer in het midden.
Sla het deeg zò dubbel dat het omgeslagen deel iets kleiner is dan
het onderste.
Laat het deeg opnieuw rijzen.
Bestrijk de warme stol na het bakken een paar maal met boter.
Bestrooi het afgekoelde brood desgewenst met poedersuiker en versier het
met een rood lint en een takje hulst.
- Broodtulband
Doe het deeg na de eerste rijs over in een ingeboterde tulbandvorm en in
een klein zandtaartvormpje.
Bak ze op een rooster.
Neem het kleine vormpje na ± 15 minuten uit de oven en zet dit na
afkoelen als een 'hoedje' op de tulband.
250 gr rozijnen
100 gr krenten
500 gr gezeefde bloem
10 gr zout
35-40 gr verse gist
± 2 1/4 dl lauwwarme melk
1 theelepel suiker
1/2 losgeklopt ei
50 gr gesmolten boter
kaneel
Was de rozijnen en de krenten, laat ze in zoveel heet water dat ze net
onder staan ± 30 minuten wellen en droog ze met keukenpapier.
Vermeng de bloem en het zout in een kom.
Los de gist in de melk op, roer de suiker erdoor en meng er naar smaak
kaneel door.
Laat de gistoplossing op een warme plaats ± 10 minuten staan tot
zich belletjes hebben gevormd.
Maak een kuiltje in de bloem en doe de oplossing, het ei en de boter
erin.
Roer met een mixer, voorzien van deeghaken, tot een soepel deeg
ontstaat.
Kneed en besla het deeg tot het elastisch is.
Laat het deeg, afgedekt met een doek, op een warme plaats ± 1 uur
rijzen.
Doe het deeg in een broodvorm en zet die 45 minuten in een op 225°C
voorverwarmde oven.
(8 personen)
6 eetlepels Armagnac
100 gr poedersuiker
3 grote appels in heel dunne schijfjes
125 gr roomboter
12 plakken fillodeeg van 25 x 25 cm
een ingevette springvorm, 24 cm doorsnee
Meng de Armagnac met 50 gr poedersuiker en marineer de appelplakjes hierin
2 uur.
Laat de appel uitlekken en vang het vocht op.
Verwarm de oven voor op 225°C.
Smelt de boter en bestrijk de Plakjes fillodeeg er dun mee.
Leg 4 plakjes deeg in de vorm en verdeel over elk plakje deeg een beetje
Armagnacmarinade en wat poedersuiker.
Leg elk deegplakje gedraaid op het vorige plakje, zodat de punten
verspringen en rondom de taart omhoog staan.
Leg op het vierde plakje deeg de helft van de schijfjes appel, bedruppel
de appel met Armagnac en bestrooi met wat poedersuiker.
Leg hierop 2 deegplakjes met Armagnac en suiker.
Leg daarop de rest van de appelschijfjes, bedruppel ook die weer met
Armagnac en bestrooi met suiker.
Dek de taart af met de laatste 4 plakjes deeg met daartussen steeds wat
Armagnac en suiker.
Leg de laatste 2 deegplakjes mooi 'verkreukeld' in de vorm.
Bestrijk de bovenste deeglaag met gesmolten boter en bestrooi met
poedersuiker.
Bak de taart 15 minuten in het midden van de oven.
Schakel de oven terug naar 180°C en bak de taart nog 15 minuten.
Dek de taart, als deegpunten te donker worden, met aluminiumfolie af.
Serveer de taart lauwwarm of koud en bestrooi hem voor het serveren met
poedersuiker.
50 gr boter
60 gr honing
40 gr suiker
50 gr bloem
1 koffielepel instant-koffie
2 potjes romige verse kaas
1 koffielepel gemalen koffie
pure chocoladesnippers
1 volle eetlepel suiker
Verwarm de oven voor op 180°C.
Smelt de boter in een pannetje, voeg de honing toe en roer tot die is
gesmolten.
Zet het vuur uit en voeg de suiker, de bloem en de in wat heet water
opgeloste koffie toe.
Meng alles goed en laat het 1/2 uur rusten.
Giet met enige tussenruimte 4 lepels van het beslag op een bakplaat,
schuif die in de oven en laat ± 10 minuten bakken tot de randen
kleuren.
Haal de ronde wafeltjes met een pannenkoekmes van de bakplaat, leg ze op
omgekeerde kopjes en laat ze afkoelen.
Doe hetzelfde met de rest van het deeg.
Laat de wafeltjes plat afkoelen voor later gebruik, of over omgekeerde
kopjes als u ze direct wilt opdienen.
Leg telkens 4 wafelbakjes op een bord, schep er met een ijslepel een
bolletje roomkaas in en strooi er wat suiker over.
'Bak' de gemalen koffie enkele minuten in een pan op hoog vuur en
strooi
de korreltjes over de kaas.
Garneer met chocoladesnippers en met de rest van het vloeibare
koffiesausje.
350 gr dadels
1/8 liter water
150 gr tarwe-volkorenmeel
1/3 theelepel zout
250 gr boter
250 gr bruine basterdsuiker
het merg van 1 vanillestokje
350 gr havervlokken
boter voor het invetten van de vorm
Vet een springvorm van 26 cm in met boter.
Ontpit de dadels, snijd ze in kleine blokjes en kook ze, onder regelmatig
roeren, in het water zachtjes tot ze zacht zijn.
Laat de dadels daarna afkoelen.
Verwarm de oven voor op 170°C.
Vermeng het meel met het zout.
Roer de, liefst zachte, boter tot room, roer er beetje bij beetje de
suiker en het vanillemerg door en schep er tenslotte het gezeefde meel en
de havervlokken door.
Strijk de helft van dit kruimige deeg op de bodem van de springvorm uit,
druk de bodem goed aan en bekleed ook een deel van de rand.
Verdeel de dadels in de deegbak en kruimel de rest van het deeg
erover.
Bak de koek op de tweede richel van onder in 70-80 minuten gaar.
Laat de koek eerst in de vorm afkoelen en stort hem dan op een
taartrooster, zodat hij helemaal kan afkoelen.
250 gr boter
250 gr suiker
5 eieren (neem eieren van 50 gr per stuk)
250 gr bloem
1 volle eetlepel koekkruiden
4 eetlepels bakgember met siroop
poedersuiker
een tulbandvorm van 2 liter
Breng de ingrediënten op kamertemperatuur.
Verwarm de oven voor op 175°C (na 20-30 minuten kunt u de temperatuur
eventueel tot 150°C verlagen).
Klop de boter met de suiker wit en romig.
Voeg één voor één de eieren toe en roer het
beslag intussen steeds glad.
Zeef de bloem boven de kom en spatel hem met de koekkruiden en de
bakgember door het beslag.
Vul de vorm voor 2/3 met het beslag, schuif hem op het rooster in het
midden van de voorverwarmde oven en bak de cake in ± 45 minuten
gaar.
Bestrooi hem voor het gebruik met poedersuiker.
500 gr zelfrijzend bakmeel
400 gr donkerbruine basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
3 eetlepels koekkruiden
250 gr rozijnen
4 dl melk
Meng de droge ingrediënten door elkaar.
Voeg daarna al roerend de melk toe en roer er als laatste de rozijnen
door.
Doe het beslag in een cakevorm en bak het ± 1 1/4 uur in een op
175°C voorverwarmde oven.
500 gr zelfrijzend bakmeel
400 gr bruine basterdsuiker
zout naar smaak
200 gr rozijnen
4 dl karnemelk
5 theelepels koekkruiden
Mix eerst de droge bestanddelen en voeg dan de karnemelk toe.
Mix door tot een glad beslag is verkregen en doe dit in een cakeblik van
30 cm.
Dek af met aluminiumfolie.
Zet het cakeblik in een op 200°C voorverwarmde oven en bak de cak
± 1 uur en 3 kwartier.
125 gr boter
125 gr bloem
125 gr donkerbruine suiker
100 gr krenten
100 gr rozijnen
3 eieren
1 theelepel kaneelpoeder
1/2 theelepel kruidnagelpoeder
1/2 geraspte muskaatnoot
wat zout
Roer de boter met de suiker in een kom zeer zacht.
Voeg er eerst één voor één de hele ongeklopte
eieren bij, dan de bloem, de goed schoongemaakte en gewassen en op een
hoekje van de kachel gedroogde krenten en rozijnen en tenslotte de kruiden
en het zout bij en doe de massa over in een met boter ingevette en met
bloem bestoven springvorm.
Strijk de bovenkant glad en bak de taart in ± 1 uur in een warme
oven bruin en gaar.
Laat de taart afkoelen en neem hem uit de vorm.
250 gr witbroodmix
25 gr boter
1 ei
1 zakje vanillesuiker
1 1/2 dl lauwe melk
1/2 liter volle melk
50 gr custardpoeder
2 eidooiers
1 klein potje rabarbermoes
75 gr koude boter
75 gr suiker
150 gr bloem
Doe de broodmix met de boter, het ei, de vanillesuiker en de lauwe
melk
in een beslagkom en kneed er met koele handen een soepel deeg van.
Laat het deeg op een warme, vochtige plaats rijzen, kneed het tot een bol
en rol het uit tot een ronde lap die in een ronde vorm van 30 cm past.
Maak een dikke vla van de 1/2 liter melk, de custard, de suiker en de
eidooiers en strijk die over de bodem uit.
Leg de rabarbermoes erop.
Maak een los kruimelig deeg van de koude boter, de suiker en de bloem en
bedek de vlaai hiermee.
Bak de vlaai 30 minuten in een op 225°C voorverwarmde oven.
250 gr bloem
50 gr suiker
1 ei
125 gr boter
een snufje zout
750 gr kruisbessen
3/8 liter witte wijn of appelsap
150 gr suiker
2 theelepels maïzena
1 eiwit
een steunvulling
een springvorm van 26 cm doorsnee
Kneed een deeg van de bloem, de suiker, het ei, het zout en de boter en
bekleed er de ingevette springvorm mee.
Prik de bodem met een vork in, bedek hem met aluminiumfolie, leg er een
steunvulling op en bak het ± 30 minuten in een op 200°C
voorverwarmde oven.
Neem de rand van de vorm weg en laat het gebak Afkoelen.
Maak de kruisbessen schoon, was ze en laat ze uitlekken.
Kook ze samen met de wijn of het appelsap en 100 gr suiker in een steelpan
± 4 minuten op laag vuur.
Meng de maïzena met 1 eetlepel water, voeg dit aan de vruchten toe en
laat het nog 10 minuten doorkoken.
Laat het afkoelen en verdeel het over de bodem.
Klop het eiwit met de rest van de suiker stijf, spuit een ruitpatroon
hiervan over de taart en laat dit onder de hete grill in ± 3
minuten bruin kleuren.
Variatie: Vervang een deel van de bloem door gemalen amandelen.
250 gr bloem
50 gr suiker
1 ei
125 gr boter
een snufje zout
1 zakje vanillesuiker
125 gr rozijnen
1 theelepel bloem
50 gr boter
1 citroen
175 gr suiker
3 eieren
750 gr kwark
1 bekertje zure room
1 pakje (kook)vanillepuddingpoeder voor 1 liter
een springvorm van 26 cm doorsnee
een steunvulling
Kneed een deeg van de bloem, de suiker, de vanillesuiker, het ei, het zout
en de boter en bekleed er de ingevette springvorm mee.
Prik de bodem met een vork in, bedek hem met aluminiumfolie, leg er een
steunvulling op en bak die ± 30 minuten in een op 200°C
voorverwarmde oven.
Laat het gebak in de vorm afkoelen.
Was de rozijnen en laat ze uitlekken.
Klop de boter, de geraspte citroenschil en de suiker romig, voeg dan
één voor één de eieren toe en roer steeds tot
het ei volledig is opgenomen.
Meng er dan de kwark, de zure room en het puddingpoeder door en spatel de
rozijnen erdoor.
Verwarm de oven op 175°C.
Schep de vulling op de bodem en bak de taart in ± 75 minuten
gaar.
Dek de bovenkant Na ± 45 minuten met aluminiumfolie af om
verbranden te voorkomen.
Laat de taart na het uitschakelen van de oven nog 15 minuten in de oven
staan.
Verwijder dan de rand en laat de taart afkoelen.
125 gr zelfrijzend bakmeel
2 eieren
100 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
450 gr kwark
40 gr boter
1/2 theelepel kaneel
1/3 potje bosvruchtenjam
Roer een beslag van het bakmeel, de eieren, de suiker, de vanillesuiker en
de kwark.
Verhit de boter in een koekenpan en bak 4-5 schepjes beslag tot
koekjes.
Keer ze, als de onderkant bruin is, voorzichtig om en bak de andere
kant.
Verwarm intussen de jam met de kaneel in een steelpan en serveer dit warm
bij de beignets.
200 gr droge biscuitjes
5 eetlepels rode jam
3 eieren
200 gr basterdsuiker
400 gr kwark
2 citroenen
8 blaadjes gelatine
1 literblik perziken
Bekleed een springvorm met plasticfolie (geen aluminiumfolie!).
Verkruimel de biscuits en vermeng ze met de jam.
Verdun de jam eventueel eerst met wat rum of water en leg dit mengsel op
de bodem van de springvorm.
Scheid de eieren.
Boen de citroenen onder de kraan schoon, rasp de schil en pers ze uit.
Week de gelatine in ruim koud water.
Klop de eidooiers met de suiker schuimig en roer de kwark met de
citroenrasp beetje bij beetje door het dooiermengsel.
Verwarm het citroensap, los hierin van het vuur af de gelatine op en voeg
het sap bij het kwarkmengsel.
Sla de eiwitten stijf.
Snijd de helft van de uitgelekte vruchten klein en spatel ze met het
kwarkmengsel door de stijfgeslagen eiwitten.
Vul de springvorm hiermee, garneer de bovenkant met de rest van de
vruchten en laat de taart in de koelkast enkele uren opstijven.
Tip: In plaats van perziken kunt u ook ander fruit gebruiken, bijvoorbeel verse aardbeien.
(10-12 personen)
2-3 beschuiten
250 gr suiker
2 zakjes vanillesuiker
50 gr gesmolten boter
1/2 theelepel kaneelpoeder
750 gr kwark
1 1/2 dl slagroom
30 gr bloem
1 snufje zout
5 eieren
2 eidooiers
de geraspte schil van 1 citroen
Voor de cranberrycompote:
450 gr cranberries
1 1/2 dl verse jus d'orange
1 dl rode port
Verwarm de oven voor op 150°C.
Verkruimel de beschuiten.
Houd 4 eetlepels kruim apart en vermeng de rest met 50 gr suiker, 1 zakje
vanillesuiker, de gesmolten boter en het kaneelpoeder.
Vet de bodem van een springvorm in en verdeel er, met de bolle kant van
een lepel, het beschuitmengsel over.
Mix de kwark, de slagroom, de rest van de suiker, 1 zakje vanillesuiker,
de bloem, het zout, de eieren en de eidooiers door elkaar en meng de
citroenrasp erdoor.
Giet de kwarkmassa in de springvorm, strooi het apart gehouden
beschuitkruim erover en bak de taart ± 90 minuten onderin de
oven.
Laat de taart in de vorm afkoelen.
Snijd de rand met een scherp mes los, open de vorm en zet de kwarktaart
minstens 6 uur in de koelkast.
Maak intussen de cranberrycompote.
Breng alle ingrediënten al roerend aan de kook en kook de cranberries
± 30 minuten tot ze openspringen.
Laat de compote afkoelen en bewaar hem tot het gebruik in de koelkast.
Snijd punten uit de taart, zet ze op bordjes en schep er een beetje
cranberrycompote op.
een bodem van gistdeeg (zie recept)
1 kg kwetsen
paneermeel
suiker
8 gr aardappelmeel
Maak een vlaaibodem van gistdeeg volgens het recept '"Basisrecept
gistdeeg voor Limburgse vlaai' (zie hieronder).
Halveer de gewassen kwetsen en ontpit ze.
Verwarm ze heel even in een bodempje water, maar niet te veel in
één keer.
Laat de vruchten dan op een zeef goed uitlekken en laat ze afkoelen.
Verdeel de kwetsen op de gerezen, ingeprikte en met paneermeel bestrooide
vlaaibodem, beginnend vanaf de buitenrand en dan naar binnen werkend.
De kwetsen moeten goed tegen elkaar aansluiten.
Bij gebruik van zeer zure kwetsen kunt u ze met suiker bestrooien.
Bak de vlaai 15-20 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
Omdat de vlaai na het bakken zacht kan zijn, is het aan te raden hem eerst
even in de vorm te laten afkoelen en hem pas daarna op een taartrooster te
zetten om verder af te koelen.
Neem 2 dl van het kookvocht, bind dit met het aardappelmeel en giet dit
lauw over de afgekoelde vlaai.
Basisrecept gistdeeg voor Limburgse vlaai
250 gr bloem
15 gr verse gist
20 gr boter
20 gr suiker
± 1 dl lauwe melk
zout
Verwarm de melk tot lauw.
Maak de gist aan met een klein gedeelte van de melk.
Kneed een deeg van de bloem, de boter, de suiker, de aangemaakte gist en
de rest van de lauwe melk.
Kneed het deeg goed door en laat het, afgedekt met een doek, op een warme
plaats rijzen.
Kneed het deeg, als het goed is gerezen, opnieuw door.
Bestuif het werkvlak en de deegrol met bloem en rol het deeg uit.
Beboter de vlaaivorm en leg de deeglap erin; het deeg moet aan alle kanten
goed tegen de rand van de vorm zijn opgezet.
Rol de rand van de vorm met de deegroller af.
Laat de vlaai nogmaals op een warme plaats rijzen en prik het hier en daar
met een vork in.
Daarna kunt u de vlaai vullen zoals in bovenstaand recept staat
beschreven.
(6 personen)
2 pakken lange vingers
2 dl geslagen en gezoete room
2 bananen in dunne plakjes
3 eetlepels suiker
1/2 kopje water
1/2 glaasje rum
Breng de suiker met het water en de rum aan de kook.
Bekleed een cakeblik of pâtéschaal met plasticfolie.
Haal de lange vingers door het suikerwater en leg ze op de bodem van het
blik.
Leg er een dunne laag slagroom, schijfjes banaan en een laagje lange
vingers op en herhaal dit tot het cakeblik vol is; de laatste laag moet
echter uit lange vingers bestaan.
Dek het cakeblik met plasticfolie af en laat de taart in de koelkast
± 3 uur opstijven.
Stort de taart, snijd hem in plakken en garneer met een toefje slagroom en
een takje munt (of met de kerst met een passende kerstversiering).
(40 stuks)
250 gr boter
450 gr bloem
450 gr suiker
2 theelepels bakpoeder
1 theelepel saffraan (als u niet genoeg saffraan heeft, kunt u het
aanvullen met kurkuma)
1/2 theelepel zout
1 1/2 dl melk
1-2 eetlepels melk
1-2 eetlepels pijnboompitten
Smelt de boter, zet de pan in een bak met koud water en laat de boter tot
lauwwarm afkoelen.
Zeef de bloem met de suiker, het bakpoeder, de saffraan en het zout en
klop de boter door het bloemmengsel tot de bloem goed vochtig is
geworden.
Wrijf het mengsel tussen uw handpalmen en kneed de boter door de bloem tot
alle klontjes zijn verdwenen (het moet aanvoelen als grof masmeel); dit
kan enkele minuten duren, maar het is nodig om de boter grondig door het
bloemmengsel te werken.
Maak een aantal kuiltjes in het beslag en verdeel daar 1 1/2 dl melk
in.
Roer met een vork tot het vocht is opgenomen, zodat een samenhangende
massa ontstaat.
Vet een ovenschaal van 22 x 33 cm in, verdeel het deeg gelijkmatig over de
bodem en druk het stevig aan.
Bestrijk het met enkele eetlepels melk en garneer met de pijnboompitten
(zorg, dat de nootjes met een tussenruimte van 4-5 cm op het deeg
liggen).
Bak de koek in 30-35 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven
lichtbruin (een in het midden erin gestoken tandenstoker moet er schoon
uitkomen).
Laat de koek afkoelen en snijd hem in 40 vierkante stukjes met een
pijnboompit in het midden van elk koekje.
Voor de vulling:
1 liter volle melk
160 gr kortkokende rijst
125 gr suiker
1 eetlepel custardpoeder
3 gesplitste eieren
2 eetlepels sinaasappellikeur (bijvoorbeeld Grand Marnier)
1 mespunt zout
Voor de bodem:
15 gr verse of 7 gr gedroogde gist
1 eetlepel suiker
1 dl lauwe melk
250 gr bloem
20 gr boter
1/2 losgeklopt ei
1 theelepel zout
een gladde ingevette vlaaivorm van 28-30 cm doorsnee met een rand van
minstens 3 cm
Vulling:
Verwarm de melk, strooi de rijst en de suiker erin, breng aan de kook en
kook de rijst op laag vuur in 12 minuten gaar.
Los het custardpoeder in 1 eetlepel melk op, roer dit in een straaltje
door de rijst en kook het 1 minuut mee.
Laat dit onder af en toe roeren afkoelen.
Bodem:
Meng de gist met de suiker en 4 eetlepels melk en laat dit 15 minuten
staan.
Zeef de bloem, maak er een kuiltje in en schenk daar het gistmengsel
in.
Voeg de boter en het ei toe.
Strooi het zout op de bloem en schenk driekwart van de melk in het
kuiltje.
Roer het om en kneed het tot een soepel deegbal.
Laat die afgedekt met plasticfolie 1 uur rijzen.
Verwarm de oven voor op 220°C.
Rol het deeg tot een ronde lap uit en bekleed de vorm hiermee.
Prik de bodem regelmatig in.
Dek het deeg af en laat het nog 30 minuten rijzen.
Klop de eidooiers en de likeur door de rijstepap.
Klop de eiwitten met zout stijf en spatel ze snel door de rijstepap.
Schep de vulling op het deeg en strijk hem glad.
Bak de vlaai 25-30 minuten in het midden van de oven.
Laat hem uit de oven ± 5 minuten afkoelen en laat hem daarna op een
rooster verder afkoelen.
(10-12 personen)
220 gr zachte boter
5 limoenen
150 gr suiker
150 gr bloem
80 gr maïzena
1/2 theelepel bakpoeder
200 gr poedersuiker
zout
3 eieren
Vet een ronde bakvorm met anti-aanbaklaag van 24 cm doorsnee met 20 gr
boter in.
Schil 3 limoenen zo dat u de witte huid niet verwijdert, snijd de vruchten
in dunne plakjes en beleg de bodem van de taartvorm hiermee.
Rasp de schil van de rest van de limoenen fijn, pers het sap uit en zet
beide opzij.
Smelt de suiker in een pan met dikke bodem en warm door tot de suiker
begint te kleuren.
Dompel de bodem van de pan even in koud water en giet de karamel meteen
over de limoenschijfjes in de vorm.
Doe de bloem, de maïzena en het bakpoeder in een mengkom.
Roer de rest van de boter met de poedersuiker en een snufje zout
schuimig.
Roer er één voor één de eieren door en daarna
het bloemmengsel.
Roer de limoenschil en het -sap door het deeg en strijk dit gelijkmatig
over de plakjes limoen in de vorm uit.
Bak de taart 45 minuten in een op 175°C voorverwarmde oven.
Laat de taart 6-8 minuten afkoelen en stort hem pas dan op een schaal.
Snijd de taart met een vochtig broodmes aan.
Wrijf met de vingertoppen 100 gr koude boter in stukjes samen met 175 gr
gezeefde bloem, 1 mespunt zout en 25 gr fijne tafelsuiker door elkaar.
Voeg 2 eetlepels koud water toe en kneed het tot een soepel deeg.
Wikkel dit in huishoudfolie en laat het in de koelkast 20 minuten
rusten.
Rol het deeg daarna uit en bekleed er een ingevette bakvorm van 20 cm
doorsnee mee; snijd de overhangende randjes af.
Klop 4 eieren en 100 gr suiker lichtgeel en romig en voeg 1/8 liter
crème fraîche en het sap en de rasp van 3 limoenen toe.
Vul de bodem met het eimengsel en bak de taart in een op 175°C
voorverwarmde oven in ± 40 minuten goudbruin en gaar.
Garneer de rand van de afgekoelde taart met 1 dl stijfgeklopte slagroom en
de zaadjes uit 1 passievrucht.
(± 10 punten)
125 gr blanke amandelen
250 gr zelfrijzend bakmeel
125 gr lichtbruine basterdsuiker
1/4 theelepel gemalen kruidnagelen
1/4 theelepel nootmuskaat
1 theelepel kaneel
zout
2 theelepels citroensap
150 gr harde boter
± 2 eetlepels bloem
1 pot abrikozenjam
1 eetlepel citroensap
1 ei
poedersuiker
Maak de amandelen in een keukenmachine of rauwkostmolen fijn.
Vermeng het zelfrijzend bakmeel in een kom met de basterdsuiker, het
kruidnagelpoeder, de nootmuskaat, de kaneel, een snufje zout en de
citroenrasp en roer de amandelen erdoor.
Snijd de boter met 2 messen door de bloem tot erwtjesgrootte en kneed het
met koele hand snel tot een soepel deeg.
Laat het deeg afgedekt in de koelkast minstens 30 minuten rusten.
Verwarm de oven voor op 200°C, vet een springvorm met een doorsnee van
26 cm in en bestuif een werkvlak met bloem.
Rol iets meer dan de helft van het deeg tot een dunne ronde lap van
± 30 cm doorsnee uit en bekleed de springvorm met de deeglap.
Roer de abrikozenjam en het citroensap in een kommetje door elkaar en
strijk dit over de deegbodem uit.
Rol de rest van het deeg uit, snijd het in lange repen van 1 1/2 cm dik,
leg de deegrepen als een vlechtwerk over de jam en druk ze tegen de
deegrand vast.
Klop het ei in een kopje los en bestrijk het deeg ermee.
Bak de Linzertorte in het midden van de oven in ± 30 minuten
goudbruin en gaar.
Laat de taart in de vorm afkoelen, verwijder de vorm, zet de taart op een
schaal en bestrooi hem met poedersuiker.
300 gr boter
100 gr fijne kristalsuiker
1 theelepel vanillesuiker
1 ei
1 eidooier
de geraspte schil van 1 sinaasappel
400 gr patentbloem
125 gr gemalen gepelde amandelen
1 ouwel ter grootte van de taart (of enkele kleinere)
150 gr aalbessenjam
2 eetlepels amandelsnippers
boter voor de springvorm
Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn en laat de boter
zacht worden.
Vet een springvorm van 24 cm doorsnee met wat boter in.
Roer de zachte boter met de kristalsuiker, de vanillesuiker, het ei, de
eidooier en de sinaasappelschil in ± 15 minuten schuimig en roer er
dan geleidelijk de bloem en de gemalen amandelen door.
Verdeel de helft van het beslag over de bodem van de springvorm, leg de
ouwel hierop, zodat het deeg is bedekt en smeer de aalbessenjam hierop
uit.
(u kunt ook 250 gr jam gebruiken en de ouwels weglaten).
Spuit de andere helft van het beslag dwars over de jam, in de vorm van een
traliewerk met buitenom een rand.
Strooi de amandelsnippers over de taart en bak de taart in ± 1 uur
in een matigwarme oven van 160°C lichtbruin en krokant.
200 gr bloem
125 gr boter
125 gr kristalsuiker
1 klein zakje bakpoeder
1 zakje vanillesuiker
3 eieren
3 zachtzure appels
100 gr rozijnen
3 theelepels citroensap
20 eetlepels rum
10 eetlepels paneermeel
3 eetlepels suiker voor de garnering
Schil de appels, boor de klokhuizen eruit en snijd de appels in
schijven.
Strooi wat suiker en citroensap over de appels en zet ze (tegen het bruin
worden) in het donker weg.
Wel de rozijnen in heet water met rum.
Voeg de boter en 125 gr suiker bij elkaar en meng dit in een grote
kom.
Voeg onder het mengen één voor één de eieren
toe (het mengsel moet romig en
luchtig blijven).
Roer hierna de bloem en het bakpoeder door het mengsel en voeg als laatste
de rozijnen toe.
Beboter een springvorm van 22 cm doorsnee en bestrooi de binnenkant met
paneermeel.
Doe er het beslag in, druk de appelschijven in het deeg en bak de taart op
175°C in het midden van de oven in 45 minuten gaar.
(voor een brood van ± 900 gr)
500 gr tarwebloem
20 gr verse gist of 10 gr droge gist
100 gr boter of reuzel
200 gr rozijnen
3 dl volle melk
1 ei
10 gr suiker
7 gr zout
Los de gist samen met de suiker in een beetje lauwe melk op en laat even
rusten.
Doe de bloem in een ruime kom, maak een kuiltje in het midden en strooi
het zout aan de randen van de bloem.
N.B.: Vermijd contact van het zout met de gist, want zout vernietigt het
gistingsproces.
Verdeel de boter over de bloemmassa en doe dan de gistoplossing, het ei en
de overige melk in het kuiltje.
Kneed het deeg en bestrooi het af en toe met bloem tot het niet meer aan
de handen kleeft.
Bedek het met een doek en laat het op een warme plaats ± 30 minuten
rijzen.
Kneed de rozijnen door het deeg tot ze goed over de massa zijn
verdeeld.
Dek opnieuw af en laat weer ± 30 minuten rijzen.
Vet een broodvorm in.
Kneed het deeg een derde maal en leg het in de broodvorm.
Bedek met een doek en laat op een warme plaats ± 45 minuten rijzen
tot het deeg in omvang is verdubbeld.
Verwarm de oven voor op 230°C en bak het brood ± 45 minuten.
Tip: Desgewenst kunt u 2 gr kaneel aan het deeg toevoegen.
1 blik maïskorrels (550 gr)
1 ei
1 eiwit
1 theelepel maïzena
1/2 theelepel bakpoeder
1/2 theelepel geraspte citroenschil
zout
4 eetlepels witte basterdsuiker
8 eetlepels maïsolie
4 eetlepels poedersuiker
1 zakje vanillesuiker
Laat de maïs in een vergiet goed uitlekken.
Breek het ei in een kom, doe hier het eiwit bij en roer er de
maïzena, het bakpoeder, de citroenschil en het zout door.
Roer tot een glad mengsel is ontstaan en roer er dan de suiker en de
maïs door.
Verwarm in een koekenpan zoveel olie, dat de bodem juist is bedekt.
Laat zoveel van het maïsmengsel over de punt van een groentelepel
lopen, dat een rond koekje van ± 6 cm middellijn wordt gevormd.
Draai de koekjes om als de onderkant mooi van kleur is geworden.
Leg de koekjes even op vet absorberend papier.
Vermeng de poedersuiker met de vanillesuiker en strooi dit mengsel voor
het opdienen over de maïskoekjes.
Deze typisch Amerikaanse lekkernij wordt als dessert vaak opgediend met bosbessenjam.
(voor 12 muffinvormpjes, bodemmiddellijn 8 cm)
Voor het deeg:
maïsmuffindeeg volgens het basisrecept (zie hieronder)
1/2 dl melk
Voor de garnering:
2 eetlepels poedersuiker
(melasse)stroop
Beboter de vormpjes gelijkmatig.
Verwarm de oven voor op 220°C.
Schep, als het deeg niet soepel genoeg is, de melk voorzichtig door het
deeg.
Vul de vormpjes voor 3/4 met het deeg.
Schuif het rooster met de vormpjes onder in de oven en bak de muffins in
20-25 minuten lichtbruin en gaar.
Test of ze gaar zijn door er een breinaald in te steken; komt die er droog
uit, dan zijn de muffins gaar.
Haal de muffins uit de oven en laat ze even in hun vormpjes rusten voor ze
los te schudden (dan laten ze gemakkelijker los).
Bestrooi de muffins met poedersuiker en serveer ze warm met melassestroop.
Basisrecept maïsmuffindeeg
150 gr maïsmeel
50 gr tarwebloem
25 gr witte basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
1 eetlepel bakpoeder
1 theelepel zout
1 ei
1 dl melk
75 gr boter
Zeef het maïsmeel met de tarwebloem, de basterdsuiker, de
vanillesuiker, het bakpoeder en het zout in een kom.
Klop het ei los met de melk.
Smelt de boter, laat deze enigszins afkoelen en klop de boter dan door het
losgeklopte ei.
Schep het meel door het ei-botermengsel.
(12 personen)
60 gr rozijnen
30 gr Malaga (of rum)
boter
2 eetlepels bloem
2 eetlepels bloemsuiker
Voor het beslag:
125 gr koude boter
150 gr bloem
5 eieren
4 eidooiers
150 gr griessuiker
Laat de rozijnen in de Malaga ± 1 uur weken.
Doe voor het beslag de boter in een beslagkom en voeg er de bloem aan
toe.
Hak de boter met een mes door de bloem tot u kleine maar herkenhbare
stukjes krijgt.
Klop de eieren met de eidooiers en de suiker tot een luchtig geheel.
Spatel er vervolgens de bloem met de gehakte boter en de geweekte rozijnen
door.
Wrijf 2 bakvormen van ± 18 cm doorsnee met boter in, bestrooi ze
met wat bloem en verdeel er het beslag over.
Zet de taarten ± 30 minuten in een op 180°C voorverwarmde
oven.
Haal de taarten uit de oven, neem de vormen weg en laat ze op een rooster
afkoelen.
Leg er, als ze geheel zijn afgekoeld, een sjabloon op en bestrooi met de
suiker, zodat er mooie tekeningen ontstaan.
(4 stuks)
4 plakjes bladerdeeg (diepvries)
1/8 liter slagroom
4 eetlepels advocaat
3 eetlepels sinaasappelmarmelade
5 mandarijnen
1/2 eetlepel boter om in te vetten
4 lage taartvormpjes (doorsnee ± 10 cm)
Verwarm de oven voor op 200°C.
Laat het bladerdeeg in ± 5 minuten ontdooien.
Vet de vormpjes in en bekleed elk vormpje met 1 plakje bladerdeeg.
Snijd het overtollige deeg langs de randen af.
Prik met een vork gaatjes in de bodems.
Bak de taartbodems in het midden van de oven in ± 15 minuten
goudbruin en gaar.
Neem de taartbodems uit de vormpjes en laat ze op een taartrooster
afkoelen.
Klop intussen in een kom de slagroom stijf en schep er de advocaat en 2
eetlepels marmelade door.
Pel de mandarijnen en verdeel ze in partjes.
Verdeel het slagroommengsel over de taartbodems en leg de partjes
mandarijn dakpansgewijs in een kring op de slagroom.
Verwarm de rest van de marmelade en bestrijk er de mandarijnpartjes mee.
1,2 dl zoete witte wijn
185 gr suiker
1 theelepel limoenrasp
het sap van 1 limoen
1 gespleten vanillestokje
2 mango's
4 eidooiers
3 eetlepels maïzena
5 dl hete kokosmelk
4 plakjes bladerdeeg
kokoscrème:
Roer de eidooiers met 125 gr suiker glad.
Roer er de maïzena en dan de hete melk door en laat al roerend 5-6
minuten zachtjes koken.
Laat afkoelen.
Bladerdeeg:
Snijd de plakjes deeg doormidden.
Prik de plakjes met een vork in en bestrooi ze met suiker.
Bak ze 10 minuten in een oven van 200°C.
Zet de temperatuur terug naar 165°C en bak ze nog 10-15 minuten.
Saus:
Breng 40 gr suiker met de wijn, de limoenrasp, het limoensap en het
vanillestokje aan de kook en laat 10 minuten trekken.
Verwijder het vanillestokje, maar voeg het merg weer toe.
Laat afkoelen.
Afwerking:
Snijd de mango's in dunne plakjes.
Bedek een deegplakje met een laagje crème en een plakje mango.
Bouw zo verder en dek af met deeg.
Geef er de saus bij.
(20-25 plakken)
Gebruik een grote vorm of 2 kleinere vormen en een litermaat voor het afmeten.
500 gr bloem
3 theelepels bakpoeder
2 1/2 dl Maple Syrup
1/8 liter melk
± 200 gr grofgehakte noten (amandelen, hazelnoten, walnoten
etc.)
125 gr witte suiker
1 theelepel zout
125 gr zachte boter
2 eieren
Zeef alle droge ingrediënten boven een ruime kom.
Voeg de Maple Syrup, de boter en de melk toe en klop 2 minuten met een
mixer tot u een glad beslag heeft.
Voeg de eieren toe en klop nog eens 2 minuten.
Schep de noten door het beslag.
Verwarm de oven voor op 170°C.
Doe het beslag in een (of twee) beboterde en met bloem bestoven vorm(en)
en bak de cake(s) 45-50 minuten.
Test op gaarheid met een satépen of breinaald: deze moet schoon uit
het baksel komen.
(8-10 punten)
1 rol kruimeldeeg (Danerolles)
4 eidooiers
4 eetlepels suiker
1 theelepel maïzena
8 eetlepels Marsala (zoete dessertwijn)
5 blaadjes witte gelatine
2 dl lobbig geklopte slagroom
gemalen kaneel
een ingevette taartvorm, doorsnee 26 cm
bakpapier
een steunvulling
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol het deeg uit en bekleed de vorm ermee.
Prik de bodem met een vork in.
Bedek het deeg met bakpapier, vul het met de steunvulling, bak de bodem
± 40 minuten in het midden van de oven en laat hem afkoelen.
Roer in een kom de eidooiers, de suiker en de maïzena dik en schuimig
en meng er deel voor deel de Marsala door.
Zet de kom op een pan met heet water (au bain-marie) en klop het mengsel
op matig vuur al roerend tot een dikke crème.
Neem de crème van het vuur.
Week de gelatine ± 5 minuten in ruim koud water.
Spatel de uitgeknepen gelatine en de slagroom door de crème.
Schenk de crème op de taartbodem, strijk hem glad en laat de
crème in de koelkast in ± 1 uur opstijven.
Bestrooi de taart voor het serveren met kaneel.
30 bitterkoekjes
35 gr boter
4 eetlepels Amaretto
4-5 blaadjes witte gelatine
400 gr mascarpone
60 gr suiker
2-3 rijpe peren in dunne plakjes
3 eetlepels citroensap
1 theelepel kaneel
4 ringen van 10 cm
een platte schaal
bakpapier
Verkruimel de bitterkoekjes en meng ze met de boter en de amaretto.
Bekleed de schaal met bakpapier en zet de ringen erop.
Verdeel het bitterkoekjesmengsel over de ringen en druk het goed aan.
Laat het mengsel in de koelkast 1 uur opstijven.
Week de gelatine 5 minuten in ruim koud water en verwarm hem dan met
aanhangend water op zacht vuur tot hij is opgelost.
Roer het gelatinemengsel en de suiker door de mascarpone.
Meng de peren met het citroensap.
Leg plakjes peer op de bitterkoekjeslaag in de ringen en verdeel daar het
mascarponemengsel op.
Zet de ringen weer in de koelkast en laat 3 uur opstijven.
Haal de ringen voorzichtig omhoog en bestuif de mascarponetaartjes voor
het serveren met kaneel.
2 eiwitten
125 gr poedersuiker
likeur of essence
Klop de eiwitten zeer stijf en vermeng ze al kloppend met de (gezeefde)
suiker.
Meng er naar smaak likeur of essence door en laat de meringue in een
matigwarme oven opdrogen.
Geef de meringue met een vla waarin de eidooiers zijn verwerkt.
(8-10 personen)
Voor de cake:
50 gr boter
100 gr witte basterdsuiker
1 vanillestokje
4 eidooiers
125 gr bloem
1 theelepel bakpoeder
3 eetlepels melk
Voor het eiwitschuim:
4 eiwitten
1 mespunt zout
225 gr witte basterdsuiker
50 gr geschaafde amandelen
Voor de garnering:
450 gr aardbeien
3 dl stijfgeklopte slagroom
poedersuiker
2 ingevette springvormen van 20 cm doorsnee
bakpapier
Cake:
Bekleed de bodems van de springvormen met bakpapier.
Knip voor de wanden een reep bakpapier die ± 3 cm hoger is dan de
wanden en zet deze in de vorm.
Klop de boter met de basterdsuiker tot een dik, romig mengsel.
Snijd het vanillestokje in, schraap het merg eruit en roer het door het
botermengsel.
Klop de eidooiers één voor één door het
botermengsel.
Zeef de bloem en het bakpoeder en klop ze samen met de melk om en om door
het eidooiermengsel.
Verdeel het beslag over de 2 springvormen en strijk het glad.
Eiwitschuim:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Klop de eiwitten met het zout stijf en klop er de helft van de
basterdsuiker door tot een glanzende massa ontstaat.
Klop de rest van de basterdsuiker erdoor en verdeel het mengsel over het
cakebeslag in de 2 vormen.
Bestrooi 1 schuimlaag met geschaafde amandelen.
Bak de taartlagen in het midden van de oven in 45-50 minuten goudbruin en
gaar (het gebak laat dan al een beetje los van de wanden).
Laat de taartlagen uit de oven ± 5 minuten afkoelen, haal ze uit de
vorm en laat ze op een rooster verder afkoelen (met de cakelaag naar
onderen).
Afwerking:
Houd 8-10 aardbeien achter en snijd de rest in plakjes.
Bestrijk de schuimlaag zonder amandelen dik met slagroom en leg er de
plakjes aardbei op.
Leg de andere taartlaag erop (de schuimlaag boven) en druk licht aan.
Garneer met de hele aardbeien en bestrooi met poedersuiker.
(6 personen)
3 eiwitten
zout
200 gr suiker
400 gr vruchtenijs (bijvoorbeeld aardbeien, banaan en pistache)
150 gr gemengd fruit (bijvoorbeeld frambozen, bosbessen)
6 toefjes munt
een spuitzak met grote ronde spuitmond
Klop in een kom de eiwitten met zout stijf.
Voeg deel voor deel de suiker toe en blijf kloppen tot een stevige en
glanzende massa is ontstaan..
Verwarm de oven voor op 160°C.
Doe het eiwitmengsel over in de spuitzak en spuit op een met bakpapier
beklede bakplaat 6 cirkels (8 cm doorsnee) met een opstaande rand.
Laat de meringuebakjes in het midden van de oven in 1 uur drogen en laat
ze dan op een rooster afkoelen.
Schep in elk bakje 3 bolletjes ijs en verdeel het fruit erover.
Garneer met toefjes munt.
(6-8 personen)
1/2 citroen
5 eiwitten
zout
125 gr fijne tafelsuiker
125 gr poedersuiker
1 theelepel maïzena
chocolade-ijs
een met bakpapier beklede bakplaat
Verwarm de oven voor op 100°C.
Wrijf een kom met de citroen in.
Klop de eiwitten met een snufje zout stijf en voeg beetje bij beetje de
tafelsuiker toe.
Klop tot er stijve pieken ontstaan en spatel er de poedersuiker en de
maïzena door.
Leg met 2 lepels grote bergen schuim op de bakplaat en laat die in het
midden van de oven 2-3 uur drogen.
Laat afkoelen.
Hol de meringues aan de onderkant iets uit en vul ze met ijs.
Bestrooi ze eventueel met cacaopoeder.
4 eiwitten
350 gr poedersuiker
200-300 gr mascarpone
500 gr lichtgekleurd fruit: witte bessen, meloen, ananas
gemalen kaneel
een met bakpapier beklede bakplaat
Verwarm de oven voor op 100°C.
Klop de eiwitten met 200 gr suiker stijf.
Strijk het eiwitmengsel heel dun op de bakplaat uit en laat het in de oven
in 1 1/2 uur drogen.
Steek uit de meringue 16 cirkels van 7-8 cm doorsnee en laat die op een
rooster afkoelen.
Klop de mascarpone los en meng die met 300 gr in stukjes gesneden
fruit.
Maak tompouces van 4 lagen meringue met daartussen vruchtenmascarpone.
Gebruik de rest van de vruchten als garnering.
Laat 150 gr poedersuiker op zacht vuur tot karamel (lichtbruin) smelten en
laat de karamel iets afkoelen tot het taai is.
Beweeg met een houten lepel over de oppervlakte van de karamel en trek de
lepel omhoog, zodat er draden worden meegetrokken.
Beweeg de karameldraden snel boven de tompouces heen en weer en knip ze
met een schaar los.
Als de karamel te stijf is geworden, moet u hem weer iets verwarmen.
Serveer de tompouces op met kaneel bestoven bordjes.
(6 personen)
Voor het deeg:
6 plakjes (roomboter)bladerdeeg
1 losgeklopt ei
2 eetlepels poedersuiker
Voor de vulling:
1 ei
1 eidooier
25 gr suiker
20 gr gezeefde bloem
2 dl melk
1 theelepel vanille-essence
1 1/2 dl slagroom
1 eetlepel suiker
350 gr gemengd zomerfruit
poedersuiker
Deeg:
Verwarm de oven voor op 220°C.
Leg de deegplakjes op elkaar en rol ze dun uit tot een lap van 30 x 30
cm.
Leg het deeg op een bakplaat, prik het in en bestrijk het met losgeklopt
ei.
Bak het boven in de oven in 12-15 minuten goudbruin.
Verwarm de grill voor op de hoogste stand.
Bestrooi het deeg met 1 eetlepel poedersuiker en laat die onder de grill
in een paar seconden karameliseren.
Snijd het deeg in 3 repen.
Keer ze om, strooi er 1 eetlepel poedersuiker over en laat ook die
karameliseren.
Laat ze op een rooster afkoelen.
Room:
Klop het ei met de eidooier en de suiker en spatel er de bloem door.
Breng de melk aan de kook en klop hem in een dun straaltje door het
eimengsel.
Schenk het geheel terug in de pan en klop het tot een dikke gebonden
vla.
Giet de vla in een koude kom, roer er de vanille-essence door en dek af
met plasticfolie.
Klop de slagroom met de suiker stijf en spatel hem door de vla.
Mille-feuille:
Stapel de repen bladerdeeg op elkaar met daartussen lagen van 1/4 deel van
de room, de helft van het fruit en 1/4 deel van de room.
Bestrooi met poedersuiker.
Snijd het gebak in dunne plakken.
(± 18 stuks)
350 gr bloem
250 gr boter in stukjes
150 gr suiker
1 pot mincemeat (411 gr, Robertson's)
poedersuiker
een ingevette bakvorm van ± 20 x 28 cm
Meng de bloem, de boter en de suiker en verkruimel het met de vingertoppen
tot een broodkruimachtige massa.
Schep de helft van het mengsel in de bakvorm verdeel er de mincemeat over,
strooi de rest van het kruimeldeeg erover en druk het licht aan.
Bak de koek 45-50 minuten in de op 160°C voorverwarmde oven en snijd
hem, nadat hij is afgekoeld, in 18 stukken.
Bestrooi met poedersuiker.
(20 stuks)
Voor de bodem:
1 eidooier
1 eetlepel heet water
50 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
1 eiwit
25 gr bloem
25 gr aardappelmeel
1 theelepel citroenrasp
bakpoeder
Voor de vulling:
1 bakje magere kwark van 450 gr
1/8 liter slagroom
50 gr suiker
3 blaadjes witte gelatine
2 blaadjes rode gelatine
1 blikje aardbeien-vlaaivulling
papieren bakvormpjes
De bodem:
Klop de eidooier, het water, de suiker en de vanillesuiker lichtgeel en
dik.
Klop het eiwit stijf.
Roer de bloem, het aardappelmeel, het bakpoeder en de citroenrasp door het
eiwit.
Zet 20 papieren bakvormpjes op een bakplaat, schep in elk bakje een lepel
deeg, bak ze 15 minuten In een op 200°C voorverwarmde oven en laat ze
afkoelen.
De vulling:
Week de gelatine in ± 10 in koud water.
Pureer de vlaaivulling.
Klop de kwark met de suiker los.
Klop de slagroom met wat suiker stijf.
Verwarm een deel van de vlaaivulling in een pannetje en los daar de
gelatine in op.
Roer er dan de rest van de vlaaivulling door en voeg het bij de kwark.
Spatel de slagroom erdoor.
Spuit met een stervormig spuitmondje de bakvormpjes vol en laat de
taartjes minstens 2 uur in de koelkast staan.
(2 personen)
1/2 kleine appel
40 gr Cheddar
1 klein ei
1 eetlepel slagroom
1/2 theelepel gedroogde dragon
versgemalen peper
1 takje peterselie
8 kleine ragoûtbakjes (Jos Poell)
Schil de appel en rasp hem grof.
Rasp de Cheddar grof.
Klop het ei met de slagroom, de dragon en wat peper los.
Knip de peterselie erboven fijn en roer er de appel en de Cheddar
door.
Verwarm de oven voor op 225°C.
Schep het kaasmengsel in de ragoûtbakjes en zet deze op de
bakplaat.
Bak de taartjes in het midden van de oven in 6-8 minuten goudbruin en
gaar.
Zet op 2 bordjes elk 4 taartjes.
6 plakjes bladerdeeg
10 halve perziken
150 gr amandelspijs
1 1/2 losgeklopt ei
1 1/2 dl slagroom
6-8 kleine ronde taartvormpjes
bakpapier
een steunvulling
Vet de taartvormpjes in.
Leg het bladerdeeg op elkaar en rol het tot een dunne lap uit.
Steek hier rondjes uit en bekleed er de vormpjes mee.
Leg in elk bakje een stukje bakpapier en wat peulvruchten en bak de
vormpjes ± 15 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
Haal de noodvulling eruit.
Leg de restjes deeg op elkaar, rol het uit, snijd daar lange reepjes deeg
uit en bestrijk die met eidooier.
Leg in elk bakje een uitgelekte halve perzik.
Roer de spijs zacht, klop er het ei luchtig door en schep dit op de
perzik.
Leg in ieder bakje 2 reepjes deeg en druk ze vast.
Bak de taartjes nog 10 minuten, neem ze uit de vormpjes en laat ze
uitdampen.
voor de amandelcakevulling:
300 gr boter
200 gr suiker
100 gr amandelpoeder
250 gr bloem
5 eieren
1 koffielepel bakpoeder
amandelaroma of Amaretto
Laat de boter zacht worden en roer er de suiker door.
Voeg de eieren één voor één toe en klop alles
tot een gladde massa.
Zeef het amandelpoeder, de bloem en het bakpoeder en spatel ze door de
massa.
Voeg een scheutje Ameretto of amandelaroma toe en bak het beslag ±
25 minuten in een op 175°C voorverwarmde oven.
voor de vloeibare vulling:
150 gr ongebakken amandelcakebeslag
150 gr suiker
2 eieren
150 gr zure room
Vermeng de opgegeven ingrediënten.
Bereid de Mirlitoncake als volgt:
Bekleed een rond bakblik met een zand- of kruimeldeeg (kant-en-klaar
verkrijgbaar) en spuit daarop een dun laagje amandelcakevulling.
Leg hierop halve peren en/of halve abrikozen en laat het geheel in een op
170°C voorverwarmde oven 20 minuten bakken.
Maak intussen de vloeibare vulling, giet die na 20 minuten over de warme
taart en laat nog ± 10 minuten verder bakken.
250 gr bloem
150 gr zachte boter
125 gr basterdsuiker
1 ei
3 theelepels citroenrasp
een snufje zout
Voor de vulling:
500 gr goudrenetten
50 gr suiker
1 theelepel kaneel
een springvorm van ± 20 cm doorsnee
Kneed een soepel deeg van de bloem, de boter, de basterdsuiker, de
citroenschil, het zout en de helft van het geklopte ei.
Beboter de springvorm en druk 2/3 van het deeg gelijkmatig op de bodem en
langs de zijwand van de vorm uit.
Schil de appels, snijd ze in schijfjes en leg een laagje appelschijfjes op
de bodem van de vorm.
Bestrooi ze met suiker en kaneel.
Herhaal dit tot de appels op zijn.
Rol van het achtergehouden deeg een platte schijf en snijd daar smalle
reepjes uit.
Leg de helft daarvan evenwijdig op de appelschijfjes en leg de andere
helft zo, dat het een mooi netwerk wordt.
Bestrijk de deegreepjes met de rest het opgeklopte ei.
Zet de taart in een koude oven en verwarm de oven dan op 175°C.
Controleer na ± 1 uur bakken of de taart bruin is en bak hem zo
nodig nog ± 15 minuten na.
Voor het deeg:
4 eieren
150 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
2 eetlepels koffielikeur
120 gr bloem
30 gr maïzena
Voor de mokkacrème:
4 eetlepels oploskoffie
250 gr zachte roomboter
150 gr poedersuiker
1 zakje vanillesuiker
Voor de nogatine:
1 eetlepel boter
75 gr suiker
Voor de garnering:
chocolade koffieboontjes
± 16 hele hazelnoten
een springvorm van 24 cm
Zet voor het deeg een grote kom in een bak met warm water en klop er de
eieren, de suiker, de vanillesuiker en de likeur met de mixer ± 10
minuten in tot het geheel als een schuimig wit lint van de garde
vloeit.
Zeef de bloem en de maïzena en spatel het bloemmengsel in 2 of 3
gedeeltes door het deeg tot het helemaal is opgenomen.
Giet het deeg meteen in de beboterde springvorm en bak het in de
voorverwarmde oven (175 °C, gasovenstand 3-4) ± 35 minuten tot
de taart soepel en veerkrachtig aanvoelt en iets terug krimpt van de
vorm.
Laat de taart nog 2 minuten in de uitgeschakelde open oven staan en snijd
daarna - zonodig - de zijkanten los, zodat de springvorm kan worden
weggenomen.
Laat de taart helemaal koud worden.
Los intussen voor de mokkacrème het koffiepoeder in 3 eetlepels
heet water op.
Roer de boter in een kom tot hij bijna wit is.
Voeg afwisselend lepels gezeefde poedersuiker, vanillesuiker en druppels
extract toe en blijf stevig roeren tot een zalfachtig mengsel
ontstaat.
Laat de crème 15 minuten in de koelkast opstijven.
Smelt voor de nogatine de boter in een braadpan, voeg de suiker toe en
laat die al roerend lichtbruin kleuren.
Stort de noga op een beboterd stuk aluminiumfolie en laat het koud
worden.
Haak het fijn en vermaal het daarna met de deegroller tot gruis.
Snijd de koude taart met een scherp mes of een draad horizontaal
doormidden.
Bestrijk het onderste gedeelte met de helft van de mokkacrème, zet
de bovenkant er netjes op en druk het geheel iets aan.
Smeer de zijkant van de taart in met 1/3 van de overgebleven crème
en rol de taart, terwijl u hem met uw vlakke handen aan de boven- en
onderkant vasthoudt, als een wagenwiel door het nogatinegruis.
Zet de taart op een mooie schaal en bestrijk ook de bovenkant met
crème.
Schep de rest van de crème in een spuitzak en spuit kleine toefjes
op de rand van de taart.
Versier de taart verder met chocolade koffieboontjes en hazelnoten.
Variatie:
Koop of bak een cake, snijd hem tweemaal horizontaal door, vul en garneer
hem als hierboven beschreven en bestrijk de helften met de vulling.
(8 stuks)
1 pak diepvries fyllodeeg (10 velletjes)
50 gr gesmolten boter
3 blaadjes gelatine
2 1/2 dl slagroom
1 theelepel of een zakje oploskoffie
3 theelepels koffielikeur
2 eidooiers
50 gr witte basterdsuiker
100 gr kristalsuiker
Laat het fyllodeeg ontdooien en druk er met een ronde koeksteker van 8 cm
doorsnee 72 cirkeltjes uit.
Bestrijk de cirkeltjes met boter, leg 16 x 4 cirkeltjes op elkaar en leg
de stapeltjes op een met bakpapier bekleed bakblik.
Verdeel de rest van de cirkeltjes gekreukt over de helft van de
stapeltjes.
Bak de stapeltjes in een op 200°C voorverwarmde oven in ± 15
minuten goudbruin en gaar.
Week de gelatine in ruim koud water.
Klop de slagroom stijf.
Meng de koffie met 2 eetlepels kokend water en los de goed uitgeknepen
gelatine daarin op.
Roer de likeur erdoor en laat afkoelen.
Klop intussen de dooiers met de basterdsuiker dik en romig en spatel er
het koffiemengsel en de slagroom door.
Doe het over in een spuitzak met groffe kartelmond en laat het in de
koelkast iets opstijven.
Spuit op 8 fyllostapeltjes een laagjes mousse en dek ze met de rest van de
stapeltjes af.
Verwarm de kristalsuiker met 3 eetlepels water tot de suiker is opgelost
en verwarm het suikermengsel op hoog vuur tot de suiker lichtbruin
kleurt.
Steek een vork in de gekarameliseerde suiker en garneer de taartjes met de
karamel.
een kant-en-klare taartbodem (Baukje)
2 blaadjes gelatine
50 gr rozijnen
1 eetlepel Calvados
1/2 liter slagroom
50 gr suiker
100 gr MonChou
olie voor het invetten
Week de gelatineblaadjes in koud water.
Was de rozijnen, doe ze met de calvados in een kommetje en laat het geheel
± 15 minuten intrekken.
Houd 1 dl slagroom apart en klop de rest met de suiker met een garde of
handmixer tot een wolkige massa.
Breng de apart gehouden slagroom aan de kook.
Zet het vuur uit, voeg de goed uitgeknepen gelatine en de in blokjes
gesneden MonChou toe en roer tot het mengsel glad is.
Giet het mengsel in een grote kom en laat het afkoelen.
Roer de in de calvados gedrenkte rozijnen door het afgekoelde Mon
Choumengsel en spatel er vervolgens met kleine hoeveelheden tegelijk
zo
luchtig mogelijk de slagroom door.
Verdeel dit over de taartbodem en zet deze minstens 2 uur in de koelkast
om de bavarois te laten opstijven.
Snijd met een warm mes punten van de taart.
MonChou-vruchtentaart
(8 punten)
Voor de kruimelkorst:
175 gr mariabiscuits
125 gr gesmolten boter
Voor de vulling:
200 gr zachte MonChou
200 gr basterdsuiker
2 eetlepels kirsch
Voor de garnering:
250 gr aardbeien
Verkruimel de biscuits en meng de gesmolten boter erdoor.
Verdeel het mengsel over de bodem van een springvorm met een doorsnee van
22 cm, druk het aan en strijk het glad.
Laat de korst in de koelkast hard worden.
Klop de MonChou samen met de basterdsuiker en de kirsch met een mixer goed
door elkaar, schep het op de korstbodem en strijk de bovenkant glad.
Laat het mengsel in de koelkast opstijven.
Maak de aardbeien schoon, snijd ze in plakjes en garneer de bovenkant van
de taart hiermee.
200 gr biscuit
150 gr boter
125 gr witte basterdsuiker
1 pakje MonChou
1 pakje Klop-Klop of Klopvast
1 zakje vanillesuiker
1/4 liter slagroom
1 blik vlaaivulling, 1/2 potje opgeklopte jam, of verse vruchten,
eventueel ingekookt
Verkruimel de koekjes, smelt de boter, roer dit door elkaar en druk het
mengsel stevig op de bodem van een taartvorm.
Roer de basterdsuiker door de MonChou.
Klop de Klopvast, de slagroom en de vanillesuiker stijf en roer dit door
het MonChou-suikermengsel.
Smeer dit alles over de biscuitlaag en schep er tot slot de vruchten
over.
Laat de taart in de koelkast opstijven en intrekken.
1 rol tarwebiscuits
125 gr boter
1 pakje MonChou
125 gr witte basterdsuiker
1/2 liter slagroom
1 blikje vlaaivulling
een springvorm van 26 cm doorsnee
Verkruimel de biscuits.
Smelt de boter in een steelpannetje, roer de koekkruimels erdoor en stort
dit in de springvorm.
Zet die even in de koelkast, dan wordt de bodem al stevig.
Vermeng de (zachte) MonChou met de suiker.
Klop de slagroom (zonder suiker) stijf en vermeng die met het
kaas-suikermengsel.
Giet de vlaaivulling op de bodem in de vorm en smeer er het
kaas-slagroommengsel over.
Strijk de bovenkant glad en laat de taart in de koelkast in ± 2 uur
stevig worden.
150 gr boter
1 pak tarwebiscuits
1 1/2-2 pakjes MonChou
80 gr witte basterdsuiker
1/8 liter slagroom
1 blikje kersenvlaaivulling (Jonker Fris) of 1 pot Taartfruit Kersen
(Hero)
Laat de boter langzaam smelten.
Verkruimel de biscuits (in een plastic zak met een deegroller) en meng het
kruim door de boter.
Voeg, als het geheel wat te droog is, meer boter toe.
Doe het biscuit-botermengsel in een springvorm en strijk het met de bolle
kant van een (natgemaakte) lepel glad.
Meng de MonChou met de suiker door elkaar.
Klop de slagroom en schep die door de kaas.
Schep dit mengsel in de springvorm, strijk het glad en verdeel er de
vlaaivulling over.
Laat de taart in de koelkast een paar uur opstijven.
Evenals biscuitgebak, is dit een luchtig eiergebak. Door toevoegen van
zeer harde, in kleine stukjes verdeelde boter, is het zeer sponzig en
veerkrachtig van structuur.
Het kan zonder vulsel voor taarten worden gebruikt; met vulsel wordt het
vaak in een tulbandvorm gebakken.
Moskovisch beslag is een klopdeeg.
Per vers ei 1 (nr 4):
25 gr bloem (plus zetmeel)
1/4 gr zout
20 gr suiker
20 gr harde boter in stukjes
20 gr (kurkdroog) vulsel
Splits de eieren in dooier en wit (mors geen dooier in het wit, want dan
wordt dit niet stijf).
Vervang, om het glutengehalte van de tarwebloem af te zwakken, 1/4 van de
bloem door zetmeel (bijvoorbeeld maïzena).
Wel het vulsel zo nodig een dag tevoren, laat het goed drogen en schud
het
met bloem om.
Als vulsel kunt u bijvoorbeeld krenten, rozijnen, oranjesnippers, sukade,
abrikozen, noten, geraspte chocolade (of hagelslag) gebruiken.
Boter een tulband-, cake- of hoge zandtaartvorm vrij dik en regelmatig in
en bestuif hem dun met bloem.
Roer of mix de dooiers met de helft van de suiker zeer schuimig.
Klop het eiwit in een grote schone (ontvette) kom stijf en klop er daarna
in gedeelten de rest van de suiker door (voeg pas als het weer geheel
stijfgeklopt is, een volgende hoeveelheid toe).
Verwarm de oven voor op 190°C.
Leg de boter en de bloem op het stijfgeklopte eiwit, daarop de uitgeroerde
eidooiers en daarop het vulsel en schep alles luchtig tot een gelijkmatige
massa om, waarin geen losse bloem meer is te zien.
Doe het deeg direct in de vorm over en zet die (op een rooster) midden in
de voorverwarmde oven.
Doe de oven beslist niet open voordat 2/3 van de baktijd voorbij is; het
gebak is eerder niet stevig genoeg en zou inzakken.
Controleer het gebak op gaarte, bij indrukken behoort het terug te
veren.
Laat het gare gebak, om alsnog inzakken te voorkomen, in de geopende oven
afkoelen.
Keer het gebak, zodra het van de rand van de vorm loslaat, op een
taartrooster en laat het verder afkoelen.
(doorsnee ± 20 cm)
Voor de vulling:
80 gr krenten en rozijnen of 80 gr gesneden gember
Voor het deeg:
80 gr boter
75 gr bloem
25 gr maïzena
1 gr zout
4 eieren
80 gr suiker
poedersuiker
Wel de krenten en rozijnen, laat ze goed uitlekken en droog ze af.
Bestrijk een tulbandvorm en een klein zandtaartvormpje dik met boter en
bestuif ze met gezeefde bloem.
Hak de koude, harde boter met de gezeefde bloem, de maïzena en het
zout fijn en zet het op een koude plaats weg.
Splits de eieren.
Roer de dooiers met de helft van de suiker uit tot een schuimige dikke
massa is ontstaan.
Klop de eiwitten in een grote kom stijf en voeg er, al kloppend, bij
gedeelten de overige suiker aan toe; voeg een volgende hoeveelheid suiker
pas toe, nadat het eiwit weer geheel stijfgeklopt is.
Leg hierop eerst de boter en de bloem, daarna de uitgeroerde dooiers en
tenslotte de droge krenten en rozijnen of de goed uitgelekte gember.
Schep de massa luchtig om tot een gelijkmatig deeg is verkregen.
Doe het deeg direct in de tulbandvorm en het kleine vormpje over; ze mogen
tenhoogste voor 3/4 worden gevuld.
Zet de vormen op een rooster midden in een vrij hete oven (±
190°C).
Laat de tulband in ± 45 minuten rijzen en gaar en bruin worden.
Open de oven de eerste 20 minuten niet.
Haal daarna het kleine gebakje uit de oven.
Het gebak is gaar als het veerkrachtig aanvoelt.
Laat de gare tulband 5 minuten in de geopende oven staan.
Stort de tulband op een taartrooster zodra hij van de kant van de vorm
loslaat en laat hem afkoelen.
Zet het kleine gebakje op de tulband en bestuif het gebak met gezeefde
poedersuiker.
Variatie: Moskovische cakes (± 30 stuks)
Gebruik als vormpjes zandtaartvormpjes. De baktijd is dan ± 20
minuten.
(16 stuks)
Voor het zanddeeg:
100 gr koude roomboter
150 gr tarwebloem
50 gr suiker
1 eetlepel water
Voor het cakebeslag:
100 gr zachte roomboter
125 gr suiker
2 eieren
125 gr tarwebloem
1 1/2 theelepel bakpoeder
voor de vulling:
1 dl slagroom
2 dl chocoladepudding
voor de garnering:
2 dl slagroom
1 zakje vanillesuiker
2 blikken peren (800 gr)
amandelen
krenten
2 kiwi's
Verwarm de oven voor op 175°C en vet den bakvorm van 20 x 30 cm
in.
Meng de ingredieënten voor het zanddeeg, kneed het deeg, druk het in
de vorm plat en bak het onder in de oven ± 20 minuten.
Haal de bodem voorzichtig uit de vorm en snijd hem in 16 stukken van 5 x 7
cm.
Klop voor het cakebeslag de boter en de suiker tot crème en roer er
de eieren door.
Zeef het bakpoeder door de bloem en roer die er goed door.
Maak het bakblik schoon, vet het weer in, giet het beslag erin, bak het
± 25 minuten onder in de oven en snijd het gebak in 16 stukken van
5 x 7 cm.
Klop voor de vulling de slagroom stijf en schep haar door de
chocoladepudding.
Bestrijk de stukken zandtaart met deze crème en leg er dan de
stukken cake op.
Klop voor de garnering de slagroom met de vanillesuiker stijf.
Laat de peren uitlekken en steek er de amandelen als oortjes en de krenten
als oogjes in.
Leg de peren op de taartjes en spuit er toefjes slagroom omheen.
Schil de kiwi's, halveer ze, snijd ze in plakjes en steek die in de
slagroom.
Laat de taartjes niet te lang staan, anders wordt de slagroom bitter.
(6 stuks)
150 gr bloem
2 theelepels bakpoeder
1 mespunt zout
2 eetlepels basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
1 ei
1/8 liter karnemelk
25 gr gesmolten boter
vulling (bijvoorbeeld: 1 eetlepel cacaopoeder en 50 gr grofgehakte
chocolade; of 2 eetlepels rozijnen; of 1 theelepel kaneel en 1 in blokjes
gesneden appel)
Verwarm de oven voor op 200°C.
Doe de bloem, het bakpoeder en het zout in een kom en schep dit goed door
elkaar.
Doe de basterdsuiker, de vanillesuiker, het ei en de karnemelk in een
andere kom en klop het met een garde tot een glad mengsel.
Roer er de gesmolten boter door.
Schep er in een paar tellen het bloemmengsel en de vulling door; het
beslag moet niet helemaal glad zijn, maar wat rommelig.
Schep de muffins in papieren bakjes of in een ingevette muffinplaat en
laat ze in de oven in ± 20 minuten gaar worden.
(12-14 stuks)
1/4 liter melk
1 ei
1 eetlepel boter
1 theelepel bakpoeder
2 eetlepels suiker
± 2 theekopjes bloem
zout
Klop het ei met de melk los.
Zeef de bloem met het zout en het bakpoeder en voeg er eerst de suiker,
dan de melk en tenslotte de gesmolten boter bij.
Kneed hiervan een soepel deeg en voeg, als het te slap is, nog wat bloem
toe.
Rol het op een beboterde plank uit en snij de deeglap in rondjes.
Bak deze 20 minuten in een voorverwarmde hete oven.
De muffins worden nog warm geserveerd. Aan tafel worden ze opengesneden en
met boter en eventueel jam besmeerd.
Variatie: Laat de suiker weg en voeg wat meer zout en enkele lepels geraspte kaas toe. U krijgt dan hartige kaas-muffins, die ook weer warm worden geserveerd (opengesneden en met boter besmeerd).
(6 stuks)
150 gr pure chocolade
100 gr zelfrijzend bakmeel
1 eetlepel cacao
25 gr basterdsuiker
1 ei
1 dl melk
25 gr gesmolten boter
4 eetlepels hazelnootpasta
(papieren) cakevormpjes
Verwarm de oven op 200°C.
Hak de chocolade fijn.
Vermeng het bakmeel, de cacao en de basterdsuiker, roer er het ei, de
melk, de boter en de hazelnootpasta door, schep de chocoladestukjes erdoor
en schep het mengsel in de vormpjes.
Bak de muffins 20 minuten in de oven en laat ze daarna afkoelen en
opstijven.
2 grote bananen
boter
een scheutje bananenlikeur
2 dl room
2 zakjes vanillesuiker
4 muffins
4 eetlepels cassonade
1 theelepel suikerbolletjes
Pel de bananen, bak z in de boter aan beide kanten lichtbruin en overgiet
ze met de bananenlikeur.
Klop de room met de vanillesuiker stijf.
Doe de slagroom in een spuitzak met getand spuitmondje en leg deze in de
koelkast klaar.
Halveer de muffins en bak ze in het broodrooster.
Schik 2 halve muffins op elk bord en strooi er wat cassonade over.
Snijd de bananen in schijfjes en schik ze in cirkelvorm op de muffins.
Spuit een toefje slagroom in het midden en bestrooi met
suikerbolletjes.
Geef er de rest van de slagroom apart bij.
125 gr gemalen amandelen
125 gr suiker
125 gr zachte boter
125 gr bloem
50 gr rozijnen
60 gr suiker
500 gr nectarines
1 klein ei
1 pak witbroodmix
melk
boter
zout
Kneed van de witbroodmix volgens de gebruiksaanwijzing op het pak met de
melk, de boter, het ei en de suiker een soepel gistdeeg en laat dit 15
minuten rijzen (voeg eventueel 1/2 dl melk minder toe in verband met het
ei).
Vet de bakplaat in.
Kneed het deeg door, rol het op het werkvlak uit en druk het tot een lap
ter grootte van de bakplaat.
Leg het deeg erop, prik het hier en daar in en bak het 10 minuten onderin
een op 225°C voorverwarmde oven.
Schakel de oven daarna naar 200°C terug.
Overgiet de nectarines intussen met kokend water, ontvel ze, halveer ze en
verwijder de pitten.
Kneed een kruimeldeeg van de bloem, de suiker, de gemalen amandelen en een
snufje zout.
Leg de nectarinehelften in rijen op het voorgebakken gistdeeg, strooi de
rozijnen er over en verdeel er het kruimeldeeg over.
Schuif de bakplaat onder het midden in de warme oven en bak de vlaai in 30
minuten goudbruin en gaar.
(40 stuks)
175 gr zachte roomboter
50 gr amandelspijs
125 gr witte basterdsuiker
3 eieren
20 gr bloem
65 gr pistachenoten
65 gr hazelnoten
65 gr in honing gekarameliseerde pecannoten
Roer de roomboter wit en meng met behulp van een spatel de amandelspijs en
de suiker door.
Roer één voor één de eieren door het
botermengsel, voeg de vloem toe en meng alles door elkaar tot de massa
homogeen is.
Maal de notensoorten in een keukenmachine tot stukjes van ± 3 mm en
meng deze door het beslag.
Verwarm de oven voor op 160°C.
Vet bakvormpjes van ± 4 cm doorsnee licht met boter in en vul ze
tot driekwart met het notenbeslag.
Bak de taartjes in de voorverwarmde oven in ± 12 minuten gaar.
125 gr donkere rozijnen
125 gr blanke rozijnen
1/2 theelepel kaneelpoeder
1/2 theelepel kruidnagel
225 gr suiker
2 eetlepels citroensap
100 gr grofgehakte walnoten
1/4 dl (noten)olie
1 eidooier
2 zakjes vanillesuiker
1/2 zakje bakpoeder
250 gr bloem
1/2 bakje crème fraîche
1 bakje karamelijs
Kook de rozijnen, het kaneelpoeder, de kruidnagel, 75 gr suiker en 2
eetlepels water ± 15 minuten op laag vuur.
Voeg het citroensap en de walnoten toe (houd 4 mooie walnoten apart) en
laat het mengsel op laag vuur nog 5 minuten koken.
Kneed een soepel deeg van de rest van de suiker, de olie, de eidooier, de
vanillesuiker, het bakpoeder en de bloem en voeg zoveel warm water toe tot
een soepel, glanzend deeg ontstaat.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Houd wat deeg apart voor de versiering en bekleed met de rest van het
deeg
een springvorm van 24 cm doorsnee.
Verdeel er de nog warme rozijnen-notenmassa over.
Snijd figuurtjes uit de rest van het deeg en versier er de notentaart
mee.
Bak de taart in 45-55 minuten gaar.
Garneer de taart met een toef crème fraîche en de
overgebleven walnoten en
serveer hem warm met het karamelijs.
500 gr bloem
1/2 liter lauwe melk
20 gr gist
5 gr zout
1 ei
100 gr krenten
100 gr rozijnen
25 gr oranjesnippers
25 gr sukade
frituurolie
poedersuiker
Maak een gistbeslag van de bloem, de met de lauwe melk aangemaakte gist,
het zout en het ei.
Meng er de krenten en de rozijnen, de oranjesnippers en de sukade door en
laat het beslag op een warme plaats ± 1 uur rijzen.
Maak de olie heet, schep er met 2 eetlepels bolletjes beslag in en bak de
bollen bruin en gaar.
Laat ze uitlekken en bestrooi ze met poedersuiker.
Geef ze koud of warm.
175 gr zelfrijzend bakmeel
200 gr suiker
65 gr zachte boter
1 ei
1 eetlepel vanillesuiker
1 1/2 dl melk
een snufje zout
1 blik ananas
slagroom of zure room
Doe het bakmeel, de suiker, de boter, het ei, de vanillesuiker, de melk en
het zout in een beslagkom en klop er een glad beslag van.
Vet een bakvorm in.
Laat de ananas uitlekken en snijd de schijven doormidden.
Bedek de bodem van de vorm met ananas, schenk er het beslag op en bak de
cake in ± 45 minuten in een op 150°C voorverwarmde oven.
Laat de cake na het bakken even rusten en keer hem dan op een schaal.
Koud is de cake lekker met stijfgeslagen slagroom, warm met zure room.
Tip: In plaats van de vorm in te vetten, kunt u hem bedekken met 50 gr
gesmolten boter, waarin u 100 gr bruine basterdsuiker heeft opgelost.
Als u de cake dan stort, is hij mooi goudbruin van de geglazuurde suiker.
500 gr bruine basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
1 ei
1 1/2 dessertlepel koekkruiden
500 gr zelfrijzend bakmeel
± 1 niet te grote mok lauwwarm water
Meng de suiker en de vanillesuiker met het ei en roer goed door.
Voeg de kruiden en het water toe, mix alles flink door en voeg er het
gezeefde meel bij.
Vet een langwerpige cakevorm in met boter en bestuif hem met bloem.
Bak de koek in ± 60 minuten in een op 160°C voorverwarmde oven
gaar.
250 gr bloem
2 theelepels bakpoeder
3 eetlepels koekkruiden
100 gr lichtbruine basterdsuiker
1 dl vloeibare honing
± 1/2 dl melk (op kamertemperatuur)
1 theelepel zout
Beboter een cakevorm van 1 liter, bestuif hem met bloem en klop de
overtollige bloem eruit.
Verwarm de oven voor op 160°c.
Doe de bloem met het bakpoeder en het zout in een mengkom.
Voeg de koekkruiden, de basterdsuiker, honing en melk toe en kneed hiervan
een samenhangend deeg.
Schep het deeg in de vorm en dek deze met een stukje bakpapier af.
Zet de vorm iets onder het midden op het rooster in de warme oven en bak
de ontbijtkoek in ± 75 minuten bruin en gaar.
Neem de vorm uit de oven, verwijder het bakpapier en keer de ontbijtkoek
op het taartrooster om verder af te koelen.
70 gr honing
30 ml water
50 gr roggebloem
270 gr volkorenmeel
120 gr donkere basterdsuiker
12 gr koekkruiden
Verwarm de oven voor op 160°C en vet een cakevorm in.
Breng de honing met het water aan de kook en roer dit mengsel door het
roggemeel.
Voeg de overige ingrediënten toe en roer alles samen tot een glad
beslag.
Schep het beslag in de vorm en bak het 70-100 minuten.
Controleer met een satéprikker of de koek gaar is.
Stamp of maal 35 gr kaneel, 10 gr kruidnagel, 10 gr gemberpoeder, 10 gr witte peper, 15 gr anijs, 10 gr nootmuskaat, 10 gr kardemompoeder, 5 gr gemalen foelie, 10 gr oranjeschil en 10 gr piment (Jamaica peper; allspice) zeer fijn, zeef ze en bewaar ze in goed gesloten potten op een donkere en koele plaats.
150 gr krenten
3 dl melk
1 pak witbroodmix (500 gr)
3 eetlepels bruine basterdsuiker
2 theelepels citroenrasp
1/2 eetlepel kaneelpoeder
50 gr zachte boter
100 gr gedroogde abrikozen
100 gr gedroogde pruimen (Pruneaux)
100 gr bitterkoekjes
300 gr amandelspijs
poedersuiker
1/2 eetlepel boter om in te vetten
4 eetlepels bloem om te bestuiven
keukenpapier, plasticfolie, aluminiumfolie
Laat de krenten in een kommetje met warm water ± 15 minuten
wellen.
Verwarm intussen de melk in een steelpan tot lauwwarm.
Schep in een kom de broodmix, basterdsuiker, citroenrasp en kaneel door
elkaar en voeg 25 gr boter en de lauwwarme melk toe.
Kneed het deeg met koele hand en laat het ± 15 minuten rijzen
(volgens de gebruiksaanwijzing).
Giet de krenten af en dep ze met keukenpapier droog.
Snijd de abrikozen en de pruimen in kleine stukjes.
Bestuif het aanrecht met bloem en druk het deeg plat.
Verdeel de krenten, abrikozen en pruimen over het deeg en kneed tot de
vulling gelijkmatig door het deeg zit.
Doe het deeg terug in de kom, dek het met plasticfolie af en laat het op
een warme plaats ± 20 minuten rijzen.
Snijd de bitterkoekjes in kleine stukjes, kneed die door de spijs en vorm
de spijs tot een rol van ± 20 cm lang.
Verwarm de oven voor op 200°C of gasovenstand 4.
Vorm het deeg tot een ovaal brood (± 25 cm lang), duw in het midden
van het brood een gleuf, leg de spijsrol daarin en vouw het deeg om de
spijs.
Vet een bakplaat in en leg het brood daar met de naad naar beneden op.
Bak het brood in het midden van de oven in ± 30 minuten lichtbruin
en gaar (dek het eventueel de laatste 10 minuten met aluminiumfolie af als
het te bruin wordt).
Neem het brood uit de oven, bestrijk de boven- en de zijkanten met de rest
van de boter en laat het afkoelen.
Bestrooi het brood met poedersuiker.
500 gr bloem
1 eetlepel anijszaad
1 1/2 dl lauwe melk
30 gr gist
een snufje zout
5 eetlepels olie
1 ei
1 eetlepel honing
1 eetlepel rietsuiker
4 eetlepels melk
anijszaad
Meng het anijszaad door de bloem.
Los de gist op in de lauwe melk en laat dit staan tot zich belletjes
vormen.
Roer alle ingrediënten, t/m de rietsuiker, door elkaar en kneed ze
tenminste 10 minuten door elkaar.
Voeg eventueel maximaal 4 eetlepels melk toe. Het deeg moet stevig
blijven.
Laat het deeg rijzen tot het in volume is verdubbeld.
Verdeel het in gelijke stukken ter grootte van een mandarijn en vorm daar
langwerpige, puntige broodjes van (of maak er hazen of hanen van).
Verwarm de oven voor op 225°C en vet een bakplaat in met olie.
Leg de deegvormen op de bakplaat en laat ze buiten de oven onder een
theedoek nog 15 minuten narijzen.
Bestrooi ze met anijszaad en bak ze middenin de oven in ± 25
minuten gaar.
150 gr hazelnoten
175 gr blanke amandelen
4-6 velletjes ouwel (Baukje)
150 gr bloem
150 gr puddingvruchtjes
50 gr gekonfijte sinaasappelschil
1/2 eetlepel kaneel
1/2 eetlepel koekkruiden
1 dl vloeibare honing
100 gr basterdsuiker
Verwarm de oven voor op 175°C.
Hak de noten grof en rooster ze in een droge koekenpan goudbruin.
Bekleed de bodem van een springvorm (24 cm doorsnee) met de ouwel en vet
de randen in.
Meng de noten met de gezeefde bloem, de puddingvruchtjes, de
sinaasappelschil, de kaneel en de koekkruiden.
Temper de oven tot 150°C.
Smelt de honing en de suiker en verwarm ze tot een druppel van het mengsel
in koud water een zacht balletje vormt.
Roer de honingmassa beetje bij beetje door het notenmengsel en schep alles
in de springvorm.
Bak de koek in het midden van de oven in 30 minuten gaar.
Laat de koek afkoelen en neem hem uit de vorm.
Bestrooi de koek pas de volgende dag met poedersuiker.
Bewaar de panforte op een droge plaats in een goed afgesloten trommel.
90 gr bloem
30 gr suiker
zout
2 dl melk
2 eieren
3 eetlepel sinaasappelsap
120 gr gesmolten boter
1/4 liter room
100 gr lavendel- of tijmhoning
4 eidooiers
40 gr pijnboompitten
250 gr frambozen (diepvries)
4 eetlepels eau de vie van frambozen
citroenmelisse om te garneren
Doe voor het pannenkoekbeslag de bloem, de suiker en een snufje zout in
een mengkom en roer er de melk, de 2 losgeklopte eieren, het
sinaasappelsap en tenslotte beetje bij beetje 100 gr gesmolten boter
door.
Zet het beslag 30 minuten op een koele plaats.
Laat voor de honingsaus de room in een pannetje 3 minuten inkoken en roer
er de honing door.
Roer er van het vuur met een garde de eidooiers door.
Zet de pan weer op het vuur en klop op laag vuur verder tot de saus begint
te binden.
Zet de saus opzij.
Rooster de pijnboompitten in een droge pan goudbruin.
Bak van het beslag in de rest van de boter flinterdunne pannenkoeken en
scheid ze van elkaar met boterhampapier, zodat ze kunnen afkoelen zonder
aan elkaar te plakken.
laat de intussen ontdooide frambozen in de frambozen eau de vie
trekken.
Vouw voor het serveren de pannenkoeken driehoekig dicht en schik ze met de
honingsaus en de frambozen op de borden.
Bestrooi de pannenkoeken met de pijnboompitten en garneer ze met
citroenmelisse.
150 gr bloem
1/2 theelepel bakpoeder
een snufje zout
1/2 dl karnemelk
3/4 dl koud water
3 grote losgeklopte eieren
110 gr reuzel
1 fles pure Maple Syrup
Zeef de bloem, het bakpoeder en het zout in een grote kom en maak een
kuiltje in het midden.
Klop de karnemelk en het water in een kan en giet dit mengsel al roerend
in het kuiltje, zodat bij ieder scheutje een beetje meer bloem wordt
opgenomen.
Roer er vervolgens beetje bij beetje de eieren door tot een glad beslag
ontstaat.
Verwarm op middelhoog vuur een grote zware koekenpan, doe er ± 25
gr reuzel in en verhit die.
Schep dan per pannenkoek 1 lepel beslag in de pan.
Bak 2-3 pannenkoeken tegelijk.
Na ± 45 seconden zullen ze aan één kant goudbruin
zijn, draai ze dan met een vork of spatel voorzichtig om en bak de andere
kant ook ± 45 seconden.
De pannenkoekjes zullen dan opgeblazen zijn als een soufflé.
Herhaal dit met de rest van het beslag en zorg dat er steeds 5 mm vet in
de pan staat.
Serveer de pannenkoekjes direct met Maple Syrup erover geschonken.
100 gr sultanarozijnen
2 eetlepels rum
150 gr boter
400 gr patentbloem
1/2 theelepel zout
1-1 1/2 dl melk
40 gr gist
4 eetlepels fijne tafelsuiker
1 zakje vanillesuiker
3-4 eieren
2 eidooiers
50 gr fijngesneden bigarreaux
50 gr van elk, fijn gesneden amandelen, oranjesnippers en sukade
boter om in te vetten en te bestrijken
125 gr abrikozenjam
125 gr poedersuiker
1-2 eetlepels rum of citroensap
Besprenkel de rozijnen met de rum en laat ze 20 minuten wellen.
Doe de zachte boter en het zout in een schaal.
Verwarm de melk tot lauwwarm, roer de gist, de suiker, de vanillesuiker,
de eieren en de eidooiers erdoor en giet dit mengsel bij de bloem.
Kneed het deeg ± 5 minuten met de deeghaken van een handmixer.
Meng de bigarreaux, de amandelen, de oranjesnippers, de sukade en de
rozijnen door het deeg en laat het afgedekt met een doek op een redelijk
warme plaats ± 40 minuten rijzen.
Vet een springvorm van 20-22 cm doorsnee in met boter.
Vorm een dubbele laag bakpapier van 30 x 75 cm tot een koker met de
doorsnee van de springvorm, zet die met paperclips en in de springvorm
vast.
Roer het deeg met een houten lepel nog eens door en zet het nog 10 minuten
weg om te rijzen.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Vul de vorm met het deeg, dek het weer met een doek af en laat het op een
warme plaats rijzen tot het de bovenrand van het bakpapier bijna
raakt.
Bak de pannetone onder in de oven in 60-70 minuten goudbruin en gaar.
Bestrijk hem tijdens het bakken 2-3 keer met zachte boter.
Dek het brood, als de bovenkant te snel kleurt, halverwege de baktijd met
bakpapier af.
Test aan het einde van de baktijd met een dunne breipen of het brood gaar
is.
Laat de pannetone nog 5 minuten in de vorm en laat het brood 1 nacht op
een rooster afkoelen.
Verwijder het papier pas kort voor het aansnijden van de pannetone.
Bestrijk de pannetone met de abrikozenjam.
Roer een dik glazuur van de poedersuiker met de rum of het citroensap en
smeer dat als laatste over het brood.
250 gr walnootkoekjes
90 gr gesmolten boter
2 blaadjes gelatine
250 gr ricotta
250 gr kwark
400 gr gecondenseerde melk
3 theelepels geraspte citroenschil
1 kop citroensap
1 kop slagroom
6 gepureerde passievruchten
geklopte slagroom
passievrucht
Vet een bakblik in met boter en bekleed het met bakpapier.
Maal de biscuits in ± 20 seconden fijn in de keukenmachine.
Meng de boter er goed door.
Schep het mengsel op het bakblik, druk het goed aan en zet het tot gebruik
koel weg.
Doe de kop water in een vuurvaste kom, leg de gelatine erin en laat die au
bain-marie oplossen.
Laat het mengsel een beetje afkoelen.
Klop de ricotta en de kwark tot een zacht, glad mengsel.
Voeg de melk, de citroenschil en het citroensap toe en mix dit ± 3
minuten goed door elkaar.
Spatel er voorzichtig de room, de gelatine en het passievruchtvlees door
en giet de vulling in het bakblik.
Strijk de bovenkant glad en laat het geheel in de koelkast ± 6 uur
opstijven.
Snijd de koek in vierkantjes en haal die uit het bakblik.
Garneer met slagroom en passievrucht.
500 gr zelfrijzend bakmeel
500 gr bruine suiker
2 theelepels kaneel
2 theelepels gemalen kruidnagel
2 theelepels gemalen nootmuskaat
5 dl kokende melk
Vet een cakeblik in met boter en bestrooi het met bloem.
Doe alle droge ingrediënten in een kom en giet daar al roerend de
kokende melk over.
Roer alles goed glad tot een mooi beslag.
Doe het beslag in de bakvorm en laat de koek in een op ± 175°C
voorverwarmde oven in 1 1/2 gaar worden.
Haal de koek na het bakken direct uit het blik en laat afkoelen.
1 pak zelfrijzend bakmeel
400 gr bruine basterdsuiker
3 eetlepels honing
6 theelepels speculaaskruiden
4 eieren
3 dl water
Mix de eieren 5 minuten met de suiker en voeg daarna de kruiden, de honing
en het water toe.
Doe er de gezeefde bloem bij en kneed tot een deeg.
Verdeel dit in 2 met boter ingevette broodbakblikken en bak de koeken 1
uur in een op 160°C voorverwarmde oven.
Haal de peperkoeken uit de bakblikken en laat ze 10 minuten afkoelen.
Doe ze dan in een plastic zak, anders krijgen ze een te harde korst.
(6 personen)
250 gr bloem
een snufje zout
125 gr witte basterdsuiker
175 gr boter
1 1/2 eetlepel custardpoeder
1 1/2 eetlepel rum
450 gr magere kwark
3 theelepels kaneel
1 zakje vanillesuiker
3 eetlepels geschaafde amandelen
3 theelepels citroenrasp
750 gr niet te rijpe handperen
1 ei
Doe 225 gr bloem, zout, 100 gr basterdsuiker en de boter in een kom, snijd
met 2 messen de boter door de bloem, kneed het tot een bal en laat die in
de koelkast ± 15 minuten rusten.
Roer de custard, de rum en 1 1/2 eetlepel water in een kopje tot een glad
papje.
Doe de kwark, de kaneel, 2 eetlepels basterdsuiker, de vanillesuiker, de
citroenrasp en de amandelen in een kom en roer dit door elkaar.
Schil de peren en roer die door de kwark.
Vet een springvorm van 22 cm doorsnee in.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Bestuif het aanrecht met 2 eetlepels bloem en rol het deeg uit tot een
ronde lap van 25 cm doorsnee.
Voorzie de vorm van een opstaande rand en schep het kwarkmengsel erin.
Rol de rest van het deeg weer tot een ronde lap uit en bedek de kwark
hiermee.
Druk de zijkanten met een vork aan en bestrijk de bovenkant met het
ei.
Bak de taart in ± 1 uur goudbruin en gaar.
Laat hem in de vorm afkoelen en zet hem dan in koelkast.
Deze kwarktaart is de dag erop nog lekkerder.
(8 punten)
Voor het deeg:
150 gr bloem
50 gr suiker
zout
100 gr boter
huishoudfolie
olie
Voor de vulling:
50 gr bloem
1/4 liter melk
1 ei
200 gr amandelspijs
4 handperen
poedersuiker
Doe de bloem, de suiker en een mespunt zout in een kom, voeg de boter toe
en snijd die met 2 messen klein.
Wrijf de boter met duim en wijsvinger door de bloem (niet kneden, want dan
smelt de boter en wordt het deeg te vast).
Voeg één voor één 3 eetlepels koud water toe
en kneed het met de muis van de hand snel tot een samenhangend deeg.
Gebruik niet meer water dan noodzakelijk is om er een vast deeg van te
maken.
Verpak de deegbal in huishoudfolie en laat hem in de koelkast minstens 1
uur rusten.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Bestuif het aanrecht met bloem.
Vet een taartvorm met een doorsnee van 24 cm met olie in.
Rol het deeg uit tot een lap die ± 2 cm groter is dan de vorm.
Bekleed de vorm hiermee en druk het deeg goed tegen de rand.
Rol met de deegroller over de rand van de vorm en snijd het overtollige
deeg weg.
Doe voor de vulling de bloem, de melk en het ei in een kom en verbrokkel
er de amandelspijs boven.
Klop met een mixer of garde tot er geen klontjes meer in zitten en verdeel
het mengsel over de deegbodem.
Schil de peren en verwijder de klokhuizen.
Snijd de peren in kwarten en snijd iedere kwart in tweeën.
Verdeel de partjes peer met de bolle kant naar boven en de smalle kant
naar het midden over de taartbodem.
Bak de taart in het midden van de oven in ± 40 minuten goudbruin en
gaar.
Controleer na 20 minuten of de taart niet te bruin wordt; is dat het
geval, dek de taart dan met aluminiumfolie af.
Laat de taart afkoelen en bestrooi hem voor het serveren met
poedersuiker.
Geef de taart lauwwarm of koud.
(2 personen)
2 plakjes diepvriesbladerdeeg
ei om mee te bestrijken
1/2 dl slagroom
1/2 zakje vanillesuiker
1 flinke handpeer
citroensap
Voor de saus:
50 gr pure chocolade
1/2 dl slagroom
1 theelepel geroosterde gehakte amandelen
Laat het bladerdeeg ontdooien, steek met een kopje uit ieder plakje deeg
een rondje van ± 10 cm doorsnee, leg ze op een ingevet bakblik en
prik ze met een vork enkele malen in.
Rol de rest van het deeg tot een vierkant van 10 x 10 cm en steek hier
weer een rondje uit.
Steek dan een rondje uit dit rondje, zodat u een rand krijgt en plak dit
met water op de rondjes op het bakblik.
Rol de rest van het deeg weer uit en herhaal deze procedure.
Bak de taartjes in ± 15 minuten in een op 225°C voorverwarmde
oven goudbruin en laat ze afkoelen.
Klop de slagroom met de suiker stijf en spuit de room in beide bakjes.
Schil de peer, verwijder het klokhuis en snijd het vruchtvlees in
plakjes.
Besprenkel die met citroensap en leg ze in de bakjes.
Smelt voor de saus de chocolade langzaam met de slagroom.
Laat het iets afkoelen en schep de saus over de peer.
Bestrooi de taartjes met de amandelen.
4 plakjes diepvriesbladerdeeg
1 vanillestokje
1 1/4 dl slagroom
2 handperen
1 eetlepel honing
3 eetlepels suiker
2 eieren
2 eetlepels abrikozenjam
kaneel
taartvormpjes
bakpapier
Laat het bladerdeeg ontdooien, leg de plakjes op een met bloem bestoven
aanrecht op elkaar en rol ze uit tot ± 2 mm dikte.
Steek er 4 deegrondjes uit ter grootte van de vormpjes en vul de vormpjes
met het bladerdeeg.
Prik er gaatjes in om bol staan te voorkomen.
Verwarm de oven voor op 190°C en bak de bakjes ± 10 minuten
voor.
Laat ze afkoelen.
Schil de peren en halveer ze.
Maak een suikerstroopje van water, de honing en de suiker.
Breng het aan de kook en pocheer de peren hierin tot ze zacht zijn.
Laat ze in de vloeistof afkoelen.
Breng de room met het opengesneden vanillestokje aan de kook en laat het
± 20 minuten trekken.
Laat afkoelen en verwijder het vanillestokje.
Klop de eieren met 2 eetlepels suiker tot de massa dik en schuimig
wordt.
Voeg de afgekoelde room toe en roer goed door.
Laat de peren uitlekken en snijd ze in waaiervorm.
Verdeel ze over de taartvormpjes, schenk er de vanillecrème over en
bak de taartjes in het midden van de oven goudbruin en gaar.
Laat ze afkoelen.
Verwarm de abrikozenjam even met 1 eetlepel water en geef de taartjes
daarmee glans.
Bestrooi de perentaartjes met een beetje kaneel en presenteer ze op een
mooi bordje.
(2 personen)
2 perziken
2 eetlepels Amaretto of Grand Marnier
25 gr boter
2 eieren
40 gr witte basterdsuiker
50 gr bloem
zout
2 dl melk
poedersuiker
Verwarm de oven voor op 200°C.
Schil de perziken, snijd ze in stukjes en besprenkel ze met de likeur.
Smelt de boter.
Klop de eieren met de basterdsuiker licht en luchtig.
Klop de bloem, een snufje zout en de melk erdoor.
Vet een lage taartvorm van 20 cm doorsnee in en schenk het beslag
erin.
Verdeel de perziken erover en bak de clafoutis in de oven in ± 25
minuten goudbruin en gaar.
Strooi er poedersuiker over.
Marineer 700 gr perziken in plakjes ± 15 minuten in 1/2 dl
Amaretto.
Vermeng 250 gr Mascarpone met 2 eetlepels suiker, 1 ei en 1 eetlepel
sinaasappelrasp.
Leg 3 ontdooide fyllodeegvellen iets overlappend naast elkaar, bestrijk ze
met 30 gr gesmolten boter en leg er nog 3 fyllodeegvellen over.
Verdeel er het Mascarponemengsel en de perziken over en rol het geheel
op.
Bak de strudel in een op 200°C voorverwarmde oven in ± 40
minuten gaar.
300 gr bloem
150 gr koude boter
een snufje zout
1 eidooier
5 eetlepels koud water
voor de vulling:
2 eieren
100 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
150 gr stroop
2 eetlepels boter
100 gr grofgehakte walnoten
een vorm van 26 cm doorsnee
Zeef de bloem boven een kom, verdeel de boter in kleine stukjes en doe die
bij de bloem.
Voeg 5 eetlepels koud water en het zout toe, kneed het geheel tot een
samenhangend deeg en laat dit 30 minuten rusten.
Rol het deeg dan uit en bekleed er de ingevette bakvorm mee (houd wat deeg
over voor een deksel).
Verwarm de oven voor op 200°C.
Klop de eieren los en roer er de suiker, de vanillesuiker, de stroop, de
boter en de walnoten door.
Leg de vulling op de piebodem en bedek de taart met de rest van het deeg.
Prik deze 'deksel' met een vork op verschillende plaatsen in en bestrijk
hem met de losgeklopte eidooier.
Zet de oven nu op 180°C en bak de taart 40 minuten.
Tip: Walnoten kunt u snel pellen door ze even in heet water te dompelen.
(6 stuks)
50 gr grofgehakte amandelen
50 gr grofgehakte pistache
250 gr pure chocola in stukjes
120 gr boter
4 eieren
200 gr suiker
175 gr bloem
10 gr gemalen kaneel
1 opengesneden vanillestokje
5 dl melk
50 gr pindakaas
1/2 liter yoghurtijs
extra vanillestokjes
6 ronde bakvormpjes van 10 cm doorsnee en 6 cm hoog, de wand en de bodem
ingevet
Verwarm de oven voor op 170°C.
Bedek de bodem en de wand van de vormpjes met 1/4 deel van de amandelen en
pistache.
Laat de chocola en de boter in een kom op een pan met heet water
smelten.
Klop de eieren met de suiker, de bloem, de kaneel en het vanillemerg tot
een glad mengsel.
Klop de rest van de pistache en amandel door het chocolademengsel.
Schenk het beslag in de vormpjes en bak de brownies in het midden van de
oven in 15-25 minuten gaar.
Laat ze afkoelen en neem ze uit de vorm.
Breng de melk aan de kook en los de pindakaas hierin al roerend op.
Laat deze saus in de koelkast afkoelen.
Serveer de brownies op bordjes met op elke brownie 2 bolletjes ijs.
Schenk de saus eromheen en garneer met de vanillestokjes.
(12 punten)
250 gr bloem
75 gr witte basterdsuiker
1 mespunt zout
125 gr koude boter
1 ei
gedroogde peulvruchten
75 gr rozijnen
2 eetepels amandellikeur
200 gr MMonChou Zacht & Luchtig
75 gr suiker
1/2 liter slagroom
± 500 gr zomerfruit naar keuze (bijvoorbeeld pruimen, nectarines,
aardbeien, frambozen en bramen)
5 eetlepels abrikozenjam
Verwarm de oven op 175°C.
Zeef de bloem met de suiker en het zout boven een kom.
Snijd er met 2 messen de boter en het ei door en kneed met een koele hand
tot een egaal deeg.
Bekleed een rechthoekige bakplaat (20 x 30 cm) met bakpapier.
Rol het deeg op een met wat bloem bestoven werkvlak uit tot een lap van
± 24 x 34 cm en bekleed er het bakblik mee.
Prik de bodem op verschillende plaatsen met een vork in.
Dek het deeg af met een stuk aluminiumfolie, vul het met de peulvruchten
en bak de taartbodem in ± 25 minuten gaar.
Neem het aluminiumfolie met de steunvulling eruit en bak de bodem nog
± 10 minuten tot hij goudgeel kleurt.
Laat de bodem helemaal afkoelen.
Wel de rozijnen 10 minuten in de likeur.
Was en schil het fruit en snijd het eventueel in plakjes, partjes of
stukjes.
Roer de MonChou met de suiker romig en klop de slagroom stijf.
Spatel de MonChou met de rozijnen en het weekvocht door de slagroom en
verdeel de room over de bodem van de taart.
Verdeel er de vruchten over.
Verwarm de jam, roer hem door een zeef en bestrijk de vruchten met de
gezeefde jam.
(60 stuks)
250 gr bloem
4 dl lauwe melk
10 gr gist
3 gr zout
30 gr stroop
Maak een gistdeeg van de bloem, de lauwe melk, de gist en het zout.
Roer er de stroop door en laat het deeg ± 1 uur rijzen.
Giet in elk kuiltje van de hete poffertjespan wat gesmolten boter.
Vul de kuiltjes voor de helft met deeg en bak de poffertjes op een flink
vuur aan beide kanten vlug lichtbruin.
Stapel ze warm op een schotel of op eenpersoonsbordjes, leg in het midden
een klontje boter en bestrooi de poffetjes dik met poedersuiker.
(4 porties)
65 gr bloem
65 gr boekweitmeel
1 mespunt zout
5 gr gist
2-2 1/2 dl lauwe melk
1 klein ei
gesmolten boter
100 gr boter, verdeeld in 4 stukken
gezeefde poedersuiker
Doe de bloem met het boekweitmeel en het zout in een kom.
Maak in een kommetje de gist met 3 eetlepels lauwe melk tot een vloeibaar
papje aan.
Maak een kuiltje in het bloemmengsel, giet hier de aangemaakte gist in en
voeg het ei toe.
Doe er dan 1 1/2 dl lauwe melk bij en roer het geheel met een houten lepel
of met een mixer met deeghaken vanuit het midden tot een dik, glad
mengsel.
Verdun het geleidelijk met de rest van de lauwe melk en roer tot een
gladde, luchtige massa is ontstaan.
Laat het beslag afgedekt op een lauwwarme plaats 1 uur rijzen.
Verwarm de poffertjespan.
Bestrijk de kuiltjes met de gesmolten boter, roer deze niet door, maar
gebruik bij voorkeur het heldere gedeelte.
Roer het gerezen beslag vooral NIET door.
Vul de kuiltjes snel achter elkaar voor de helft met beslag en bak de
poffertjes op tamelijk hoog vuur goudbruin.
Keer ze met een vork als de bovenkant droog is.
Verwarm de borden en leg op elk bord 1 portie.
Leg het stuk boter in het midden en bestrooi de poffertjes dik met
poedersuiker.
Strooi 100 gr bloem en 100 gr boekweitmeel in een mengkom.
Roer 1/2 zakje gist door het meelmengsel en maak in het midden een
kuiltje.
Strooi in het kuiltje 1/2 theelepel zout en schenk er 2 losgeklopte eieren
in.
Roer er geleidelijk 3 dl lauwe melk door tot een dik en stevig glad beslag
ontstaat.
Vet een poffertjespan in, giet in elke opening wat beslag en keer de
poffertjes om als de bovenkant droog is.
Serveer de poffertjes met boter en poedersuiker.
(30 stuks)
350 gr bloem
1/2 theelepel bakpoeder
70 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
1 theelepel anijszaadjes
175 gr boter
1 losgeklopt ei
poedersuiker
Verwarm de oven voor op 200°C en bekleed een bakplaat met
bakpapier.
Vermeng de bloem met het bakpoeder, de suiker, de vanillesuiker en de
anijszaadjes, voeg de koude boter toe en snijd die met 2 messen in
stukjes.
Voeg het ei en 2 eetlepels koud water toe en kneed er met koele hand een
egaal deeg van.
Vorm ± 30 balletjes van het deeg.
Leg de helft op de bakplaat en bak de koekjes in ± 20 minuten
goudgeel en
gaar.
Bak de rest van de koekjes op dezelfde manier.
Bestuif de koekjes royaal met poedersuiker.
(25 stuks)
300 gr schoongemaakte pompoen in stukjes
250 gr bloem
zout
150 gr suiker
1/4 liter melk
1 ei
1 zakje vanillesuiker
1 theelepel kaneel
olie of boter om in te bakken
Kook de pompoen met 3 dl water in een pan ± 15 minuten.
Giet de pompoen boven een maatbeker in een zeef af en meet 1/4 liter
pompoenvocht af.
Pureer de pompoen.
Doe de bloem, 1/2 theelepel zout, 125 gr suiker en de melk in een kom en
roer dit door elkaar.
Voeg al roerend het pompoenvocht toe tot een glad mengsel ontstaat en roer
er daar de pompoenpuree door.
Doe er onder flink roeren het ei, de vanillesuiker en de kaneel bij.
Verhit in een grote (Tefal) koekenpan een beetje olie, giet met een
juslepel 3 bergjes beslag in de koekenpan, bak ze tot de bovenkant bijna
droog is, keer ze en bak ze snel goudbruin.
Houd de pannenkoekjes warm.
Bak zo nog ± 20 pannenkoekjes.
Eet de pannenkoekjes warm of koud, met zoet of hartig beleg (stroop,
suiker, kaas), als ontbijt, als tussendoortje of als toetje.
Ze zijn zeer goed in te vriezen.
Voor het deeg:
100 gr bloem
20 gr fijngemaakte, gepelde amandelen (= amandelpoeder)
1 theelepel citroenrasp
30 gr suiker
75 gr boter
1 eidooier
Voor de vulling:
250 gr gedroogde ontpitte pruimen
3 eetlepels amandelpoeder
4 eetlepels vanillesuiker
2 eieren
5 eetlepels slagroom
2 eetlepels oranjebloesemwater
30 gr boter
4 eetlepels Armagnac
Werk de ingrediënten voor het deeg goed door elkaar (niet echt
kneden). Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol het deeg uit tot een ronde lap van 30 cm doorsnee.
Leg deze in een lage taartvorm en druk het deeg goed aan.
Prik een paar gaatjes in het deeg en zet het, onder een vochtige theedoek,
op een koele plaats.
Doe intussen het amandelpoeder, de vanillesuiker, de eieren, de room en
het oranjebloesemwater in een grote kom en meng alles.
Verhit de boter tot die begint te kleuren en giet dit al roerend in de
kom.
Leg de pruimen op de taartbodem en giet het mengsel erover.
Zet de vorm in de oven en laat hem 25 minuten staan.
Haal de taart uit de oven en besprenkel hem met de Armagnac.
Serveer de taart lauwwarm.
Voor het deeg:
70 gr boter
75 gr amandelpoeder
75 gr bloem
75 gr basterdsuiker
1 theelepel kaneel
1 mespuntje zout
1/4 citroenschil
Voor de pruimengelei:
12 pruimen
1 kaneelstokje
150 gr suiker
1 vanillestokje
Roer met een spatel de boter met het ei, de suiker en het amandelpoeder
zalvig.
Voeg de kaneel, de citroenrasp en het zout toe en kneed de bloem door de
botermassa tot een samenhangend deeg.
Zet het deeg in de koelkast en laat het 2 uur rusten.
Rol het deeg uit tot een plak van 2 mm dikte, leg de plak over een klein
taartvormpje en duw het licht aan.
Rol met een rolstok over de rand van het vormpje en vul het met de
pruimengelei.
Sla vervolgens 4 eiwitten met een mixer schuimig en voeg er 100 gr suiker
bij.
Breng met een vork het eiwitschuim over op de gelei en gratineer het in
een hete oven of onder een grill.
Serveer het taartje met een toefje slagroom en een bolletje vanille-ijs.
Gelei:
Was en halveer de pruimen, kook ze met de suiker, de kaneelstok en de
vanille tot een gelei en laat die afkoelen.
250 gr witbroodmix
25 gr boter
1 ei
1 zakje vanillesuiker
1 1/2 dl lauwe melk
1 kg ontpitte pruimen
100 gr suiker
1 ei
greinsuiker
Doe de broodmix met de boter, het ei, de vanillesuiker en de lauwe melk in
een beslagkom en kneed er met koele handen een soepel deeg van.
Laat het deeg op een warme, vochtige plaats rijzen en kneed het tot een
bol.
Houd 1/3 deel van het deeg apart voor het deksel van de taart en rol de
rest uit tot een plak die in een ronde lage vorm van 30 cm doorsnee
past.
Leg de pruimen in de bodem en strooi er de gewone suiker over.
Rol het achtergehouden deeg uit tot een plak, snijd hier smalle repen van
en leg die in een ruitmodel over de vlaai.
Bestrijk de vlaai met het ei en strooi er de greinsuiker over.
Bak de vlaai 30 minuten in een op 225°C voorverwarmde oven.
500 gr rabarber
75 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
150 gr bloem
90 gr boter
75 gr suiker
1 losgeklopt ei
Snijd de rabarber in stukken van 1-2 cm, doe ze in een beboterde
ovenschaal en strooi er suiker en de vanillesuiker over.
Snijd in een kom de boter met 2 messen in kleine stukjes.
Doe de bloem en de suiker erbij, wrijf de boter fijn en vermeng het met de
rest tot een korrelige massa.
Strooi die over de rabarber en bestrijk de bovenkant met ei.
Zet de schaal ± 30 minuten in een op 225°C voorverwarmde
oven.
Serveer de taart warm met vanille-ijs.
Voor de bodem:
175 gr bloem
85 gr boter in stukjes
25 gr witte basterdsuiker
2-3 eetlepels koud water
Voor de vulling:
700 gr rabarber in stukjes
140 gr witte basterdsuiker
de geraspte schil en het sap van 1 sinaasappel
3 eetlepels maïzena
3 eidooiers
4 eetlepels crème fraîche
Voor de schuim-bovenkant:
3 eiwitten
175 gr witte basterdsuiker
1 theelepel azijn
1 theelepel vanillesuiker
1 theelepel maïzena
Roer de azijn, de vanillesuiker en de maïzena tot een papje.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Maak het deeg op de gebruikelijke manier en vul er een diepe taartvorm
met
een doorsnee van 20-23 cm mee, of een wat ondiepere taartvorm met een
doorsnee van 25 cm.
Bak de taartbodem 15 minuten blind, met behulp van bakpapier en een
steunvulling.
Verwijder de steunvulling en het bakpapier en bak de taartbodem nog 5
minuten.
Breng de oventemperatuur dan terug naar 190°C.
Doe de rabarber, de suiker en de sinaasappelschil en een pan en verhit
dit
op zacht vuur tot het sap uit de rabarber loopt.
Doe een deksel op de pan en laat het mengsel 7-10 minuten zachtjes
koken,
tot de rabarber zacht is.
Verwijder het deksel, zet het vuur hoger en kook, regelmatig roerend,
nog
20 minuten tot een brij ontstaat.
Roer een papje van de azijn, de vanillesuiker en de maïzena.
Meng het sap van de sinaasappel en de maïzena in een kommetje tot
een
papje.
Voeg dit aan de rabarber toe en laat het rabarbermengsel zachtjes
doorkoken tot het dik is.
Voeg dan de eidooiers toe en laat het mengsel nog 2 minuten doorkoken.
Haal de pan van het vuur, voeg de crème fraîche toe, roer het
mengsel goed
door en giet het in de taartbodem.
Klop in een kom de eiwitten met een mixer stijf.
Voeg de basterdsuiker in 4 delen toe en voeg elke keer ook een beetje
van
het azijn-vanillesuiker-maïzenamengsel toe.
Klop door tot de meringue dik en glanzend is.
Verdeel de meringue met een lepel over de taartvulling en draai er
vervolgens 'punten' aan (dit gaat goed met de achterkanten van 2
theelepels).
Bak de taart nog 12 minuten.
U kunt de taart kan zowel warm als koud serveren.
Als de taart warm wordt geserveerd, moet hij tenminste 10 minuten
afkoelen.
Tip: Als het rabarberseizoen voorbij is en u de taart toch graag wilt
maken, kunt u ook rabarbercompote uit een potje (bijvoorbeeld Hak)
gebruiken. Het recept moet dan wel enigszins worden aangepast. (Verse
rabarber is wel lekkerder en kleurt bovendien ook mooier!).
voldoende plakjes bladerdeeg om de vorm te bekleden
500 gr rabarber
2 eieren
1 dl room
200 gr suiker
50 gr zelfrijzend bakmeel
Verwarm de oven voor op ± 170°C.
Beboter een rechthoekige ovenschaal en doe het bladerdeeg hierin; laat de
plakjes elkaar iets overlappen en druk de randen goed aan.
Was en snijd de rabarber en verdeel deze gelijkmatig over het deeg.
Vermeng de overige ingrediënten en giet het mengsel over de
rabarber.
Bak de taart ± 30 minuten in de oven.
Tip: De taartbodem wordt nog lekkerder als u hem eerst 'blind' bakt.
Bekleed het deeg daarvoor met een vel bakpapier, strooi daar flink wat
oude peulvruchten op en bak de bodem 10-15 minuten in de oven, voordat u
de vulling erin schept.
Voor het deeg:
200 gr bloem
75 gr suiker
1 mespunt zout
1 ei
100 gr koude boter
Voor de vulling:
1 kg rabarber
75 gr paprijst
1/2 liter melk
1 mespunt zout
1 ei
1 eetlepel custardpoeder
200 gr suiker
1 eiwit
Voor de garnering:
1/8 liter slagroom
2 eetlepels suiker
Roer de bloem, de suiker en het zout in een kom door elkaar.
Snijd de koude boter met 2 messen in kleine stukjes door de bloem.
Voeg het ei aan de bloem toe en maak het met koele hand - of met een
keukenmachine - snel tot een soepel deeg.
Verpak het in plasticfolie en laat het in de koelkast ± 1 uur
rusten. Maak intussen de rabarber schoon en snijd hem in stukjes van 1
cm.
Breng in een pan de rijst met de melk en het zout aan de kook en laat de
rijst op laag vuur in ± 30 minuten zachtjes gaar koken.
Splits het ei.
Roer in een kommetje de eidooier, het custardpoeder en 100 gr suiker glad.
Roet het custardmengsel door de warme rijst, laat even doorkoken en laat
de rijst iets afkoelen.
Breng de rabarber met de rest van de suiker en 2 eetlepels water aan de
kook en laat ± 5 minuten zachtjes doorkoken (dit kan ook goed in de
magnetron).
Laat de rabarber in een vergiet uitlekken.
Verwarm de oven voor op 175°C en vet een springvorm in.
Druk het deeg in de vorm uit met een opstaande rand van 2 cm.
Klop de eiwitten stijf met 1 mespunt zout en schep ze door het
rijstmengsel.
Verdeel de rabarber de over bodem en strijk hem glad.
Schep het rijstmengsel in de vorm en strijk de bovenkant glad.
Bak de taart in het midden van de oven in ± 35 minuten gaar.
Laat de taart afkoelen en garneer met de gezoete slagroom.
Voor het deeg:
500 gr bloem
1 theelepel zout
1 zakje gedroogde gist
50 gr suiker
1/2 eetlepel gemalen kardemom
± 1/4 liter melk op kamertemperatuur
1/2 ei
75 gr boter
100 gr rozijnen
Voor de bovenkant:
225 gr kwark
50 gr rozijnen
1/2 ei
1/2 dl melk
het sap en de rasp van 1/2 citroen
1 theelepel vanillesuiker
2 eetlepels suiker
Strooi de gezeefde bloem in een hoge mengkom en roer het zout erdoor.
Maak een kuiltje in het midden en strooi er de gist, de suiker en de
kardemom in.
Giet er de melk en het losgeklopte ei op en begin met een houten lepel van
binnen naar buiten te roeren.
Voeg er dan de zachte boter aan toe en kneed alles tot een samenhangend
deeg.
Kneed er tot slot de gewassen en met keukenpapier gedroogde rozijnen
door.
Laat het deeg onder een vochtige doek op een warme plaats 1 uur rijzen tot
het volume zich heeft verdubbeld.
Kneed het deeg opnieuw door en rol het uit tot een vierkante lap van 1/2
cm dik.
Bekleed een beboterde, rechthoekige bakvorm of kleine braadslee met het
deeg en laat de randen overhangen.
Roer de kwark, de gewassen en met keukenpapier gedroogde rozijnen, het
losgeklopte ei, de melk, het sap en rasp van de citroen, de vanillesuiker
en de suiker door elkaar en schep de vulling op het deeg.
Zet de vorm op het rooster, schuif alles midden in de op 200°C
voorverwarmde oven en bak het kwarkbrood in ± 30 minuten bruin en
gaar.
75 gr zelfrijzend bakmeel
50 gr boter
5 eetlepels suiker
5 eetlepels geroosterde geschaafde amandelen
4 eetlepels bloemenhoning
50 gr griesmeel
4 gesplitste eieren
2 theelepels citroenschilrasp
2 eetlepels citroensap
Zeef het bakmeel in een kom en schep het griesmeel er zo luchtig mogelijk
door.
Roer de boter zacht en klop er één voor één de
eidooiers door.
Voeg de suiker en de citroenrasp toe en blijf kloppen tot een luchtig
mengsel is verkregen.
Klop in een andere kom de eiwitten stijf.
Bestrijk de wanden en de bodem van een taartvorm met boter.
Schep het mengsel van bakmeel en griesmeel zo luchtig mogelijk door het
eidooiermengsel en spatel er daarna de eiwitten en de amandelen door.
Doe het geheel over in de vorm en strijk het oppervlak glad.
Bak de taart op het rooster iets onder het midden in een op 175°C
voorverwarmde oven; reken op een baktijd van 55-60 minuten.
Maak intussen de honing warm en voeg, vlak voor het gebruik, het
citroensap en 1 eetlepel water toe.
Stort de taart op een taartrooster en schenk het hete honingmengsel er
langzaam over.
Laat de taart koud worden en verdeel hem in stukken.
Griesmeel kunt u eventueel door zelfrijzend bakmeel vervangen. Dit
resulteert in een luchtigere taart.
(10-12 personen)
3 gesplitste eieren
300 gr ricotta (Italiaanse verse kaas) of magere kwark
60 gr suiker
de geraspte schil van 1 citroen
1 blikje pizzadeeg (Danerolles, 270 gr)
1 suikermeloen van ± 1 1/2 kg
4 blaadjes witte gelatine
een taartvorm met een doorsnee van 30 cm
een bolletjessteker
Verwarm de oven voor op 180°C.
Roer de eidooiers romig met de ricotta, de suiker en de citroenschil.
Klop de eiwitten stijf en spatel ze luchtig door het ricottamengsel.
Rol het pizzadeeg uit tot een cirkel van ± 36 cm doorsnee en
bekleed er een springvorm mee.
Verdeel er het ricottamengsel over, vouw de deegrand naar binnen en bak de
taart in ± 40 minuten in het midden van de oven.
Steek zoveel mogelijk bolletjes uit de meloen, laat die uitlekken (vang
het sap op) en pureer de rest van het vruchtvlees.
Laat de meloenpuree in een zeef uitlekken (vang het sap op).
Week de gelatine ± 5 minuten in ruim koud water.
Breng het meloensap aan de kook en los hierin van het vuur af de
uitgeknepen gelatine op.
Laat het mengsel in de koelkast in ± 30 minuten lobbig worden.
Verdeel de meloenbolletjes over de taartbodem en schenk er de meloengelei
over.
Laat de taart eventueel 1 uur in de koelkast opstijven.
Voor de bodem:
300 gr bloem
20 gr gist
20 gr suiker
2 1/2 dl melk
150 gr boter
Voor de vulling:
1 liter rijstepap
3 eieren
150 gr basterdsuiker
Kneed van de ingrediënten voor de bodem een soepel deeg, voeg de
zachte boter als laatste toe.
Leg het deeg in een doek en laat het 15-20 minuten rijzen.
Sla het deeg plat, zodat alle lucht eruit is, rol het uit en leg het in de
ingevette vlaaivorm.
Splits de eieren en voeg het eigeel bij de pap.
Klop het eiwit met de basterdsuiker stijf.
Bak de vlaai in een op 200-250°C voorverwarmde oven.
250 gr witbroodmix
25 gr boter
1 ei
1 zakje vanillesuiker
2 dl lauwe melk
bosvruchtenvlaaivulling
1/2 liter rijstepap
25 gr custard
50 gr suiker
2 eieren
Doe de broodmix met de boter, het ei, de vanillesuiker en de lauwe
melk
in een beslagkom en kneed er met koele handen een soepel deeg van.
Laat het deeg op een warme, vochtige plaats rijzen, kneed het tot een bal
en rol het uit tot een ronde lap die in een ronde vorm van 30 cm past.
Leg de vlaaivulling op de bodem en maak van de rijstepap met de custard,
wat melk, de suiker en de eidooiers een dikke pap.
Klop de eiwitten stijf en spatel die luchtig door de pap.
Strijk dit over de bosvruchten.
Bak de vlaai 30 minuten in een op 225°C voorverwarmde oven.
250 gr roomboter
250 gr suiker
200 gr rijst
1 liter melk
200 gr rozijnen
2 pakjes vanillesuiker
6 eieren
3 eetlepels bloem
1/8 liter slagroom
Kook de rijst in de melk, voeg een mespunt zout toe en laat afkoelen.
Roer de roomboter, de suiker en de vanillesuiker tot room.
Roer daar één voor één de eieren bij en voeg
de bloem toe.
Doe er de afgekoelde rijst en de rozijnen bij.
Klop de eiwitten stijf en schep ze voorzichtig door de massa.
Doe alles in een ingevette springvorm en bak de vlaai in een op 200°C
voorverwarmde oven.
Bespuit het geheel met slagroom.
Gebruik een blikje vruchten als vulling.
Voor het deeg:
250 gr zelfrijzend bakmeel
75 gr basterdsuiker
75 gr boter (koud uit de koelkast)
1 zakje vanillesuiker
1 theelepel zuiveringszout
1 losgeklopt ei
Voor de pap:
60 gr paprijst
1 liter melk
3 eieren
1 zakje vanillesuiker
1 flesje amandel- of rumaroma
100 gr suiker
een vorm van ± 30 cm doorsnee
Verwarm de oven voor op 175°C.
Pap:
Kook de rijst in water gaar.
Breng de melk aan de kook, roer er de rijst, de vanillesuiker en de
amandel- of rumaroma door en neem de pan van het vuur.
Splits de eieren.
Doe 1/3 van de suiker bij het eigeel, 1/3 bij het eiwit en de rest bij de
pap.
Klop het eigeel en het eiwit afzonderlijk; het eiwit tot het goed stijf is
en het eigeel tot het bijna wit is.
Roer het eigeel door de pap en klop het eiwit er vervolgens luchtig door.
Deeg:
Doe Alle ingrediënten voor het deeg bij elkaar en kneed ze goed.
Klop het ei los en doe de helft bij het deeg.
Rol het deeg uit en leg het in de vorm.
Schenk de pap in de met deeg bedekte vorm, schuif de vorm in het midden
van de warme oven en bak de vlaai in 45 minuten gaar.
Neem de vlaai uit de oven, laat hem even afkoelen en haal hem dan uit de
vorm.
Garneer de vlaai, nadat hij is afgekoeld, met slagroom en geschaafde
chocolade.
(12 punten)
500 gr rode bessen
5 eiwitten
een snufje zout
175 gr suiker
1 kant-en-klare taartbodem
Was de bessen, ris ze met een vork en laat ze in een zeef uitlekken.
Sla de eiwitten met het zout stijf en schep er voorzichtig de suiker
door.
Schep de goed uitgelekte rode bessen door 2/3 van het eiwit en strijk dit
over de taartbodem uit.
Doe de rest van het eiwit over in een spuitzak en spuit hiermee rozetten
langs de taartrand.
Laat de taart in de op 200°C voorverwarmde oven in 5-10 minuten mooi
bruin worden.
(Tao Sha Kuopan)
100 gr tarwebloem
1 ei
± 7 eetlepels olie
200 gr zoete rode bonenpasta (blik)
1 mango in plakjes
vanille-ijs
Roer de bloem, het ei en 3/4-1 dl water tot een dik beslag.
Houd 2 eetlepels beslag apart.
Verhit in een grote koekenpan 1 eetlepel olie en bak van de helft van het
beslag een dunne pannenkoek.
Bak in 1 eetlepel olie een tweede pannenkoek.
Leg de bonenpasta in het midden van de pannenkoeken (een laag van ±
3 mm), vouw de pannenkoeken als een envelop dicht en plak de randen met
wat beslag vast.
Verhit ± 5 eetlepels olie in de koekenpan en bak de envelopjes aan
beide kanten in ± 2 minuten bruin en krokant.
Laat de envelopjes in een zeef uitlekken en serveer ze in stukjes gesneden
met plakjes mango en bolletje vanille-ijs.
(8 personen)
75 gr boter
175 gr kokosbiscuitjes
15 gr gelatine (7 blaadjes)
1 citroen
100 gr verse roomkaas (MonChou)
225 gr magere kwark
1/8 liter zure room
75 gr basterdsuiker
3 eieren
1 blik ananasringen (4 ringen)
een met bakpapier beklede springvorm van 20 cm doorsnee
Smelt de boter.
Verkruimel de biscuits en roer ze bij de boter.
Bekleed de bodem van de vorm hiermee en zet de vorm in de koelkast.
Week de gelatine.
Rasp de citroenschil en pers de vrucht uit.
Verkruimel de verse roomkaas en roer die met de kwark, de zure room, de
citroenrasp, het citroensap en de suiker glad.
Roer de eidooiers bij het kwarkmengsel.
Laat de ananas uitlekken, vang het vocht op en snijd de ringen fijn.
Verwarm 3 eetlepels van het ananassap, los hierin de gelatine op en roer
dit in een dun straaltje bij de kwarkmassa.
Spatel de ananasstukjes hierdoor.
Klop de eiwitten stijf en schep ze eveneens door de massa.
Schep dit op de inmiddels stevig geworden bodem en laat het in de koelkast
opstijven.
250 gr bloem
2 eetlepels bakpoeder
250 gr suiker
150 gr boter
1 ei
8 zure appels (goudrenetten)
1 pakje vanillepudding
1 zakje vanillesuiker
8 dl slagroom
Verwarm de oven voor op 175°C.
Meng de bloem, het bakpoeder, 125 gr suiker, de boter en het ei tot een
soepel deeg.
Vet een springvorm (doorsnee 26-28 cm)met een hoge opstaande rand in en
druk het deeg in de vorm uit.
Schil de appels en snijd elke appel in 8 partjes.
Zet de appelpartjes rechtop dicht tegen elkaar aan in de vorm.
Roer in een kom het puddingpoeder met de rest van de suiker, de
vanillesuiker en 2 dl room tot een glad mengsel.
Breng in een pan de rest van de room aan de kook.
Roer en van het vuur af het puddingmengsel door en laat het geheel op
zacht vuur al roerend even doorkoken tot een dikke vla.
Schenk de vla over de appels.
Bak de appeltaart onderin de oven in ± 1 uur en 10 minuten
goudbruin en gaar.
Laat de taart in de vorm afkoelen en daarna nog minstens 14 uur in de
koelkast koud worden.
125 gr boter
350 gr suiker
2 eieren
2 eetlepels cacao
4 eetlepels rode kleurstof
1 eetlepel zout
300 gr gezeefd cakemeel
1 theelepel vanillesuiker
1/4 liter karnemelk
1 theelepel baking soda
1 eetlepel azijn
Klop de boter tot die schuimig is.
Voeg geleidelijk de suiker toe en mix tot het beslag licht en 'donzig'
is.
Voeg, onder voortdurend goed kloppen, één voor
één de eieren toe.
Meng de cacao, de kleurstof en het zout tot een pasta en klop die door het
beslag.
Vermeng de vanillesuiker met de karnemelk.
Los de baking soda in de azijn op en roer dit door het
karnemelkmengsel.
Voeg afwisselend wat van het cakemeel en wat van het karnemelkmengsel aan
het beslag toe (begin en eindig met meel).
Meng alles grondig en stop zodra een glad beslag is ontstaan.
Schenk het beslag in een ruime, goed ingevette, met bloem bestoven
cakevorm en bak de cake 35-40 minuten in een op 180°C voorverwarmde
oven (test met een breinaald of hij gaar is; zo niet, laat hem dan nog
enkele minuten verder bakken).
Laat de cake afkoelen en bestrijk hem met glazuur.
Glazuur:
3-5 eetlepels bloem
1/4 liter melk
250 gr boter
125 gr poedersuiker
1 theelepel vanillesuiker
Maak een pasta van de bloem en een deel van de melk.
Voeg de rest van de melk langzaam toe en roer tot het smeuïg is.
Kook het mengsel 3-5 minuten op middelhoog vuur tot het de gewenste dikte
heeft.
Neem dan de pan van het vuur en laat de massa helemaal afkoelen (de boter
mag, als die wordt toegevoegd, niet smelten).
Klop de boter met de suiker schuimig, voeg al kloppend de vanillesuiker
toe en blijf kloppen tot een smeuïg geheel.
Voeg dit, al kloppend, met 1 theelepel tegelijk aan het afgekoelde
bloemmengsel toe en blijf kloppen tot de massa vlokkerig is.
200 gr bloem
175 gr roomboter
150 gr witte basterdsuiker
1 ei
een snufje zout
Doe de bloem, de boter, de suiker, het zout en 1/2 ei in een kom en snijd
de boter met 2 messen klein.
Meng alles met een koele hand snel tot een soepel deeg.
Beboter een ronde vorm van 20 cm doorsnee en doe het deeg erin.
Maak een ruitpatroon op de bovenkant en bestrijk het oppervlak met de
andere helft van het ei.
Bak de koek 25-30 minuten op 180°C in het midden van de oven.
een vorm van 24, 26 of 28 cm doorsnee
Voor het biscuitdeeg:
2, 2 grote, of 3 eieren
75, 100, of 110 gr suiker
50, 60, of 75 gr bloem
1 mespunt, 2 mespunten, of 1/2 theelepel bakpoeder
Voor het kwarkmengsel:
500, 500, of 750 gr aardbeien
3, 3, of 4 eidooiers
150, 150, of 225 gr suiker
500, 500, of 750 gr roomkwark
5, 5, of 8 blaadjes gelatine
1/8, liter 1/8 liter of 4 dl slagroom
Voor de garnering:
± 50 gr gemalen pistache- of andere nootjes
1/8 liter slagroom
Splits de eieren.
Sla de eiwitten stijf en voeg de suiker langzaam toe.
Klop de eidooiers los en voeg daar voorzichtig de bloem en het bakpoeder
aan toe.
Vet de springvorm in, doe de biscuitmassa erin en bak die in een op
190°C voorverwarmde oven in 25-30 minuten lichtbruin.
Neem de biscuitbodem uit de vorm, laat hem afkoelen en maak de vorm
schoon.
Was de aardbeien en droog ze voorzichtig af.
Zoek de grootste aardbeien uit (bewaar er een paar voor de garnering) en
snijd die in schijfjes.
Doe het biscuitdeeg weer in de vorm en zet zoveel aardbeienschijfjes tegen
de rand dat een gesloten geheel wordt gevormd.
Klop de eidooiers met de suiker schuimig en vermeng er de roomkwark en de
overgebleven gesneden aardbeien door.
Week de gelatine ± 3 minuten in koud water.
Verwarm in een steelpannetje 2 eetlepels van de kwarkmassa en roer er van
het vuur af de uitgeknepen gelatine door.
Roer dit door de rest van de kwarkmassa, verdeel het over de biscuitbodem,
strijk het glad en laat het in de koelkast opstijven.
Garneer met de gehalveerde aardbeien en slagroomtoefjes en strooi daar de
nootjes over.
Voor het deeg:
400 gr bloem
1 zakje poedergist of 25 gr verse gist
een snufje zout
75 gr suiker
75 gr boter
2 dl lauwwarme melk
Voor de vulling:
1 pakje (kook)vanillepuddingpoeder voor 1 liter
3/4 liter melk
130 gr suiker
20 gr boter
100 gr rozijnen
2 eieren
1 bakje umer (400 gr)
1/8 liter zure room
Mix alle ingrediënten voor het, laat het rijzen en leg het deeg op
een bakplaat.
Maak de pudding met de melk en 80 gr suiker, roer de boter erdoor en laat
het geheel afkoelen.
Verdeel de crème over de deegbodem en verdeel de rozijnen
daarop.
Splits de eieren en klop de eiwitten stijf.
Roer de umer, de zure room en de eidooiers met de rest van de suiker los,
spatel het eiwit erdoor en strijk dit glad over de vanillecrème
uit.
Bak de koek in ± 45 minuten in een op 175°C voorverwarmde
oven.
Snijd de koek warm in stukken.
5 grote eieren
1 zakje vanillesuiker
300 gr suiker
200 gr zelfrijzend bakmeel
1 vel vetvrij papier
Kluts de eieren met de suiker en de vanillesuiker tot de massa
schuimt.
Voeg dan het bakmeel toe en meng alles goed door elkaar.
Verwarm een stomer voor en leg in de gaatjespan een schone theedoek met
daarop een vel vetvrij papier.
Giet het beslag erop en stoom het in ± 1 uur gaar (maak de pan
tijdens het stomen niet open).
De koek kan, als hij klaar is, als een bloem openspringen, maar dat hoeft
niet.
(8 personen)
Zandtaartbodem:
100 gr basterdsuiker
1 pakje vanillesuiker
200 gr boter
300 gr bloem
1 ei
1 mespuntje zout
een springvorm van ± 24 cm doorsnee
Meng in een kom de bloem, de suiker, het ei, de vanillesuiker en het zout
door elkaar, snijd de boter er in stukken door en kneed het tot een
geheel.
Vet de vorm in en leg het deeg erin.
Zet de vorm in een op 170°C voorverwarmde oven en bak het deeg 20-25
minuten.
U kunt de vorm ook besmeren met een mengsel van 1 pakje MonChou, 4
eetlepels koffieroom en 2 eetlepels poedersuiker.
Roer de kaas met de koffieroom en de suiker los en strijk een dun laagje
op de bodem; de bodem blijft dan langer droog.
Vulling:
600 gr kwark
het sap van 1 citroen
1/2 dl rum (of andere likeur)
100 gr rozijnen
150 gr witte basterdsuiker
8 blaadjes gelatine
Roer de kwark met het citroensap, de rum, de gewassen rozijnen en de
basterdsuiker los.
Week de gelatineblaadjes ± 5 minutenin ruim koud water.
Verhit 1/2 dl water, knijp de geweekte gelatine goed uit, los hem van het
vuur af in het water op en roer dit bij het kwarkmengsel.
Schep de kwarkmassa op de taartbodem en laat de taart in de koelkast
opstijven.
U kunt de bodem ook als vlaaibodem gebruiken.
Tip:
Smelt au bain-marie wat chocolade, smeer dit op de bodem en gebruik er dan
vlaaivulling met kersen-, bramen- of bessensmaak op.
Snelle bodems voor kwarktaart:
Vul de bodem van een springvorm met stukjes lange vinger of plakjes
cake.
Giet er dan 1 dl vruchtensap over en laat dit even intrekken, voordat de
vulling erop gaat, anders gaat de bodem drijven.
Voor de baba's:
1 1/2 dl melk
1 theelepel suiker
10 gr verse gist of 3/4 zakje droge gist
200 gr bloem
75 gr krenten
4 eieren
1/2 theelepel zout
100 gr boter
Voor de rumsiroop:
100 gr suiker
1 eetlepel citroensap
1 dl rum
Voor de garnering:
2 1/2 dl met vanillesuiker halfstijfgeslagen slagroom
verse vruchten zoals aardbeien, kiwi's etc.
Verwarm de melk tot handwarm en giet een scheutje hiervan, samen met de
suiker bij de verbrokkelde gist.
Roer de gist glad en voeg hem met de rest van de melk aan de bloem
toe.
Roer hiervan een stevig deeg en laat dit ± 45 minuten op een warme
plaats rijzen.
Vet een ovenplaat met kuiltjes (of 12 kleine vormpjes van 3/4 dl per stuk)
in en strooi in elk wat krenten.
Roer de losgeklopte eieren, het zout en de gesmolten boter door het deeg
en blijf goed roeren, zodat alles wordt opgenomen.
Verdeel het deeg over de vormpjes en bak de baba's in ± 15 minuten
iets boven het midden in een op 225°C voorverwarmde oven goudbruin en
gaar.
Verwarm voor de siroop 1 1/2 dl water, los de suiker daarin op en laat de
massa ± 5 minuten koken tot een stroopje ontstaat.
Roer er van het vuur af het citroensap en de rum door.
Leg de baba's in de siroop, zodat ze zich 'volzuigen'; keer ze af en
toe.
Geef er de slagroom en de vruchten apart bij.
1/2 liter melk
4 afgestreken eetlepels custard
1/2 pakje boter
2 pakjes vanillesuiker
6 eetlepels rum
200 gr suiker
1-2 hotelcakes
Kook de melk, maak er met de custard een pudding van en laat die
afkoelen.
Snijd de cake in plakjes en leg een laagje daarvan in een springvorm.
Laat de boter zacht worden en meng die met de vanillesuiker, de rum en de
suiker door de pudding.
Leg laag om laag cake en pudding in de springvorm en zet de taart in de
koelkast.
Garneer met slagroom en chocoladehagelslag.
2 pakjes lange vingers
2 borrelglaasjes rum
1/4 liter slagroom met suiker
150 gr boter
1 borrelglaasje cognac of rum
een beetje advocaat
150 gr witte basterdsuiker
2 eidooiers
Leg de lange vingers met de suiker op de bodem van de taartvorm en
besprenkel deze met een borrelglaasje rum.
Maak een papje van de boter, de cognac of rum, de advocaat, de
basterdsuiker en de eidooier en smeer de helft hiervan over de
taartbodem.
Schenk daar de helft van de geklopte slagroom over.
Herhaal dit met de andere helft van de ingrediënten.
Zet de taart minstens 12 uur in de koelkast om hem te laten opstijven.
Voor het deeg:
5 eieren
150 gr boter
150 gr suiker
150 gr bittere chocolade
150 gr bloem
2 koffielepels bakpoeder
1 zakje vanillesuiker
Splits de eieren.
Klop de boter met de suiker en de vanillesuiker licht en schuimig en voeg
één voor één de eidooiers toe.
Smelt de chocolade au bain-marie en roer die door het botermengsel.
Klop de eiwitten stijf.
Zeef de bloem samen met het bakpoeder en spatel de bloem om beurten met de
eiwitten door het boter-chocolademengsel.
Schep het beslag in een ingevette springvorm van 26 cm doorsnee, waarvan
de bodem met bakpapier is bekleed en zet de vorm 4 minuten onderin een op
175°C voorverwarmde oven.
Voor de vulling:
200 gr bittere chocolade
" dl melk
3 liter opgeklopte slagroom
Laat de chocolade op zacht vuur in de melk smelten.
Neem de pan van het vuur en laat het mengsel lauw worden.
Roer er dan de opgeklopte slagroom door en zet het in de koelkast.
Snijd de taart in 3 lagen.
Bestrijk de onderste 2 lagen met abrikozenconfiture en leg de
chocoladevulling daarop.
Zet de taart even in de koelkast en maak intussen het glazuur.
Smelt 200 gr chocolade in 1 dl slagroom en strijk dit met een
pannenkoekmes over de bovenkant en de zijkanten van de taart.
Wilt u een wat minder zwaar deeg, ga dan als volgt te werk:
6 eieren
200 gr suiker
160 gr zelfrijzend bakmeel
40 gr cacao
Zeef de bloem en de cacao.
Doe de eieren met de suiker in een diepe kom, zet deze in een bak warm
water en klop de eieren met een handmixer minstens 10 minuten tot een
dikke, luchtige lichtgekleurde massa.
Neem de kom uit het water en spatel de gezeefde bloem en cacao voorzichtig
door het eiermengsel tot alle bloem is opgenomen.
Vul de springvorm met het deeg en zet deze ± 50 minuten op het
rooster onderin de op 175°C voorverwarmde oven.
(10 punten)
2 sneetjes oud witbrood
100 gr blanke hazelnoten
5 eieren
125 gr pure chocolade
1 eetlepel rum
100 gr zachte boter
150 gr witte basterdsuiker
kruidnagelpoeder
1/2 pot abrikozenjam
75 gr poedersuiker
Verwarm de oven voor op 200°C.
Bekleed een springvorm van 22 cm doorsnee met bakpapier.
Verkruimel de sneetjes brood heel fijn.
Maal de hazelnoten fijn.
Splits de eieren.
Breek 75 gr chocolade boven een steelpan en laat de chocolade au bain
marie smelten.
Roer de rum erdoor en laat de chocolade iets afkoelen.
Klop de boter met de basterdsuiker in ± 10 minuten tot een romig
mengsel.
Klop er één voor één de eidooiers door en
spatel er de chocolademassa met de noten, 4 eetlepels broodkruim en een
snufje kruidnagelpoeder door.
Klop de eiwitten stijf en spatel deze luchtig door het deeg.
Doe het deeg over in de vorm, strijk de bovenkant glad en bak de taart in
± 30 minuten gaar.
Laat de taart ± 15 minuten afkoelen, verwijder de vorm en laat de
taart op een taartrooster verder afkoelen.
Snijd de koude taart overlangs in twee lagen.
Leg de onderste laag op een platte schaal en bestrijk hem helemaal met
abrikozenjam.
Leg er dan de bovenste laag op en bestrijk die heel dun met jam.
Smelt de rest van de chocolade au bain marie met 2 eetlepels water.
Roer de poedersuiker erdoor en blijf roeren tot een glanzend glazuur
ontstaat.
Bestrijk de taart met een pannenkoekmes met glazuur en laat het glazuur
hard worden.
Serveer de taart eventueel met slagroom.
4 eiwitten
250 gr fijne tafelsuiker
Het belangrijkste bij het opkloppen van eiwit is, dat alle te gebruiken
materialen goed schoon en absoluut vetvrij zijn.
Sla het eiwit met een mixer of garde goed los en voeg tijdens het kloppen
geleidelijk de helft van de suiker toe.
Als het eiwit zo stijf is, dat een garde er rechtop in blijft staan, of u
de beslagkom rustig op z'n kop kunt houden, wordt de overige suiker er
voorzichtig door gespateld, om de luchtigheid te bewaren.
Spuit de hartmodellen uit een spuitzak met grove spuitmond op bakpapier en
Bak ze 45 minuten op 110°C.
Om de hartmodellen mooi gelijk te spuiten, kunt u het gewenste model met
potlood op doorzichtig bakpapier tekenen.
Draai het papier eerst om, zodat de harten op de goede zijde kunnen worden
gespoten.
Bak schuim altijd op bakpapier en laat het geheel afkoelen, alvorens het
van de plaat te nemen.
(± 10 stuks)
50 gr bloem
een flinke mespunt dubbelkoolzure soda (drogist of apotheek)
een flinke mespunt wijnsteenzuur (drogist of apotheek)
zout naar smaak
35 gr suiker
100 gr boter
1 groot ei
melk
Noot: Als u geen wijnsteenzuur kunt krijgen, kunt u ook een scheutje rozemarijnazijn gebruiken.
Zeef de bloem met de soda, het wijnsteenzuur en het zout in een kom.
Strooi de suiker erover en wrijf dan met de vingers de boter erin tot een
kruimelig deeg ontstaat.
Voeg er het losgeklopte ei en zoveel melk bij dat u er een stevig deeg van
kunt kneden.
Rol dit op een met bloem bestoven plank tot een lap van ± 1 cm dik
uit en snijd hier rondjes uit.
Leg die op een met bloem bestoven bakblik en bestrijk ze met wat melk of
losgeklopt ei.
Bak ze in een goed hete oven (225°C) in ruim 10 minuten bruin.
De scones worden warm geserveerd met wat boter erop.
Erg lekker is ook een lepel frambozenjam erop.
350 gr zelfrijzend bakmeel
25 gr suiker
100 gr harde boter
1 theelepel zout
1 ei
1 dl melk
50 gr rozijnen
Verwarm de oven tijdig voor op 200°C en beboter een bakplaat.
Doe de bloem, suiker boter en zout in een kom en snijd de boter met 2
messen in zeer kleine stukjes door de bloem.
Roer het ei los, maar houd 1 lepel apart.
Klop de rest schuimig en klop er de melk door.
Doe de rozijnen bij het meelmensgel en schep er met een metalen lepel het
eimengsel door.
Kneed van het deeg voorzichtig een bal en laat deze ± 30 minuten op
een koele plaats rusten.
Rol het deeg daarna op een met bloem bestoven aanrecht met een met bloem
bestoven deegroller tot een 1 cm dikke deeglap uit.
Steek er met een borrelglas kleine rondjes uit, leg die op de bakplaat en
bestrijk de bovenkant met achtergehouden ei.
Zet de plaat onder in de hete oven en bak de scones in ± 15 minuten
gaar en lichtbruin.
Laat ze op een taartrooster afkoelen.
(± 12 stuks)
225 gr zelfrijzend bakmeel
een snufje zout
55 gr boter
1 1/2 dl melk
Meng het bakmeel en het zout in een grote kom en wrijf er met uw vingers
de boter door tot een kruimelig deeg.
Meng er de melk door en vorm een deeg met een paletmes.
Kneed het deeg licht op een met bloem bestoven oppervlak en druk het uit
tot een lap van 2 cm dik.
Steek er met een vormpje of kopje rondjes van 5 cm uit.
Leg de rondjes op een ingevette en met bloem bestoven bakplaat en bestrijk
ze met melk.
Bak ze 10 minuten in een op 220°C voorverwarmde oven tot ze goed
gerezen en bruin zijn.
Laat ze op een rooster afkoelen, maar eet de scones terwijl ze nog warm
zijn, met veel boter, dikke Engelse room en jam.
Variaties
Zoete scones: voeg aan de droge ingrediënten 55 gr fijne suiker toe.
Vruchtenscones: voeg 55 gr gedroogde vruchten en 25 gr fijne suiker toe.
Hartige scones: voeg 85 gr fijngeraspte harde kaas en 1 flinke theelepel droge Engelse mosterd, of 55 gr gehakte olijven of ansjovis toe.
275 gr zelfrijzend bakmeel
3 eetlepels witte basterdsuiker
1 theelepel zout
60 gr harde boter
2 eieren + 1 eidooier
1 1/4 dl melk
1/4 liter slagroom
jam naar keuze
Verwarm de oven voor op 220°C.
Roer in een kom het zelfrijzend bakmeel, 1 eetlepel basterdsuiker en het
zout door elkaar.
Voeg de boter toe en snijd die door het meel tot het mengsel er als
broodkruim uitziet.
Klop 1 ei en de dooier met de melk los en klop dit door het deeg.
Kneed snel tot een samenhangend deeg en rol het op een met bloem bestoven
werkvlak uit tot een lap van 1 cm dik.
Steek er met een vormpje (of glas) rondjes uit van ± 5 cm doorsnee
en leg die op een ingevette bakplaat.
Rol de restjes opnieuw uit en steek ook hier vormpjes uit.
Klop het tweede ei los, bestrijk de scones hiermee en bak ze in het midden
van de oven in 15-20 minuten lichtbruin en gaar.
Laat ze op een rooster afkoelen.
Klop de slagroom met 2 eetlepels basterdsuiker en serveer de scones met de
slagroom en de jam.
(± 18 stuks)
350 gr zelfrijzend bakmeel
1 theelepel zout
2 theelepels bakpoeder
2 eetlepels suiker
75 gr koude boter
1 ei
1 1/4 dl melk
1 sinaasappel
50 gr pure chocoladehagelslag
1/3 potje sinaasappel-abrikozenjam met amaretto
1 bekertje crème fraîche
Vermeng het bakmeel met het zout, het bakpoeder en de suiker en snijd de
boter hierin met 2 messen klein.
Klop het ei met de melk los en voeg dit toe.
Rasp de halve schil van de sinaasappel fijn.
Voeg de rasp samen met de hagelslag toe en kneed het geheel tot een soepel
deeg.
Rol dit tot een dikke lap uit en steek er ± 18 rondjes van ±
4 cm doorsnee uit.
Leg die op een ingevette bakplaat en bak ze in een op 225°C
voorverwarmde oven in ± 12 minuten goudbruin en gaar.
Snijd de rest van de sinaasappelschil in reepjes, blancheer die en dep ze
daarna droog.
Serveer de jam en de crème fraîche bij de scones en garneer
ze met wat sliertjes sinaasappelschil.
Tip: Door de scones voor het bakken 1 minuut op vol vermogen in de magnetron te laten rijzen, worden ze extra hoog.
Cakedeeg:
350 gr bloem
10 afgestreken theelepels bakpoeder
3 afgestreken eetlepels cacao
1 mespunt zout
150 gr boter
300 gr suiker
2 zakjes vanillesuiker
3 eieren
1 1/2 dl melk
Vulling:
1 blik kersen of morellen (± 500 gr)
1/2 liter slagroom met 2 zakjes Klop-vast
4 eetlepels Kirsch of 1 flesje Kirsch-aroma
1 zakje Taartina
Garnering:
chocoladevlokken of -strooisel
Vermeng de bloem met het bakpoeder, de cacao en het zout en zeef dit
mengsel.
Roer de boter met de suiker en de vanillesuiker tot room.
Voeg één voor één de eieren toe en daarna het
gezeefde meel, afgewisseld met de melk.
Doe het deeg over in een beboterde springvorm van 26 cm doorsnee en bak
het ± 50 minuten op de middelste richel van een op 200°C
voorverwarmde oven.
Laat de taart afkoelen en snijd hem in 2 plakken.
Beleg 1 helft met onderstaande vulling:
Klop de slagroom 1/2 minuut, voeg dan de Klop-vast met 2 eetlepels Kirsch
toe en klop tot de room stijf is.
Laat de kersen uitlekken, leng het vocht met water tot 1/2 liter aan,
breng dit aan de kook en bind het volgens de gebruiksaanwijzing met de
Taartina.
Roer er de kersen (op enkele na) door, spreid de vulling over de onderste
plak uit en laat het koud worden.
Verdeel daarna ± de helft van de slagroom over de kersenmassa, leg
de tweede taarthelft erop en druk die lichtjes aan.
Bestrijk de boven- en zijkant van de taart met een deel van de resterende
room, doe de rest in een spuitzak en spuit de taart hiermee op.
Werk de taart verder af met chocoladevlokken en de achtergehouden kersen.
200 gr suiker
8 gesplitste eieren
1 ei
100 gr beschuitkruim
60 gr geschaafde amandelen
50 gr cacaopoeder
70 gr bloem
400 gr pitloze morellen op sap
maïzena
6 dl slagroom
60 gr poedersuiker
1 dl kirsch
chocoladekrullen
10 rode bigareaux
Klop de eigelen met het ei, de suiker en 1 eetlepel water luchtig op.
Spatel hier het beschuitkruim en de amandelen door.
Sla de eiwitten zeer stijf en spatel ook die door de eigelen.
Zeef het cacaopoeder samen met de bloem en spatel ook dit door het
beslag.
Doe het deeg in een beboterde en met bloem bestoven taartvorm met een
doorsnee van 25 cm en bak het in een op 160°C voorverwarmde oven in
± 20 minuten gaar.
Laat de taart omgekeerd op een rekje afkoelen en snijd hem horizontaal in
3 lagen.
Trempeer de lagen met de helft van de kirsch.
Verwarm het sap van de morellen, bind het met wat maïzena en laat het
afkoelen.
Maskeer de onderste laag van de taart met een deel van de met de
poedersuiker opgeslagen slagroom.
Leg hier de tweede laag op en bedek die met de morellen en wat geslagen
room.
Leg hier de derde laag op en maskeer rondom en bovenop met geslagen room.
Versier de taart met chocolade krullen en rozetten geslagen room en
garneer met de bigareaux.
(Cassata Siciliana)
1 cake
400 gr ricotta
75 gr suiker
50 gr gekonfijte kersen
50 gr geraspte chocolade
5 eetlepels Grand Marnier
5 eetlepels koffieroom
200 gr bittere chocolade
1 dl zeer sterke koffie
150 gr boter
Snijd de cake horizontaal in plakken van 1 cm dik.
Meng de ricotta, de room, de likeur en de suiker met een mixer op lage
snelheid tot het glad is.
Meng de geraspte chocolade en de fijngehakte gekonfijte vruchten
hierdoor.
Besmeer de onderste plak cake met het ricottamengsel, leg hier de volgende
plak cake op en besmeer ook die.
Herhaal dit tot u alle cake heeft gebruikt.
Besmeer de buitenkant van de taart met het ricottamengsel en zet het
geheel in de koelkast om op te stijven.
Smelt de chocolade au bain-marie in de koffie.
Voeg de boter in klontjes toe en roer die erdoor.
Laat het chocolademengsel staan tot het wat dikker wordt.
Besmeer de buitenkant van de taart hiermee en laat de taart een dag in de
koelkast staan, zodat de smaak kan doortrekken.
1 pak witbroodmix
suikerklontjes
kaneel
Maak het brooddeeg volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Druk na de eerste rijzing het deeg zo plat mogelijk uit tot een enigszins
rechthoekige lap.
Verspreid op de lap een flinke hoeveelheid gebroken suikerklontjes (breek
ze met een hamer of met de handen).
Druk de klontjes in het deeg en strooi er naar smaak kaneel over.
Rol de deeglap zo strak mogelijk op (probeer zo min mogelijk luchtbellen
te laten zitten) en leg de rol in de ingevette vorm.
Laat het deeg voor de tweede keer rijzen.
Bak het brood volgens het recept op de verpakking af.
Wat minder simpel suikerbrood
zelfgemaakt deeg voor 1 witbrood
suikerklontjes
kaneel
Gebruik uw eigen broodrecept; leg er voor de tweede rijstijd de klontjes en de kaneel in.
U kunt de suikerklontjes er ook doorkneden, maar dat is wat minder
vriendelijk voor de handen: gebroken suikerklontjes kunnen erg scherp
zijn.
Bij een goede bakwinkel zijn speciale suikerklontjes te koop die wat beter
smelten en ook het goede formaat hebben. Deze klonten zijn eivormig en de
suiker erin is wat fijner.
Klop 2 eiwitten met een snufje zout schuimig.
Voeg al kloppend langzaam 50 gr suiker toe en klop het eiwit stijf.
Klop er 1 theelepel Grand Marnier en de rasp van 1/2 schoongeboende
sinaasappel door.
Schep 25 gr gezeefde poedersuiker door het schuim en schep het in een
spuitzak met gekarteld spuitmondje.
Spuit ± 20 torentjes op een ingevet bakblik en laat ze in een op
100°C voorverwarmde oven 2 uur drogen.
Laat de schuimpjes afkoelen.
(± 65 stuks)
4 eidooiers
125 gr fijne kristalsuiker
1 zakje vanillesuiker
zout
3 theelepels geraspte sinaasappelschil
350-400 gr gemalen amandelen
3 eetlepels gemalen amandelen voor het uitsteken
125 gr poedersuiker
1 eetlepel versgeperst sinaasappelsap
1 eetlepel citroensap
1 druppel rode en 1 druppel gele levensmiddelenkleurstof
50 gr fijngesneden oranjesnippers
Verwarm de oven voor op 160°C.
Bevochtig 2 bakplaten en bedek ze met bakpapier.
Klop voor het makarondeeg de eidooiers met de suiker, de vanillesuiker,
zout en de sinaasappelschil 4 minuten met een mixer tot de suiker niet
meer knarst.
Roer eerst 350 gr amandelen door het mengsel en kneed er daarna zoveel
door, dat het deeg goed is te vormen.
Rol het deeg, liefst in een grote diepvrieszak, tot een dikte van 5-6 mm
uit en vries het platliggend iets in.
Steek er sterren van verschillende grootte uit, doop de uitsteekvormpjes
steeds in de gemalen amandelen.
Leg de koekjes vervolgens op de bakplaten en bak ze in het midden van de
oven in ± 10 minuten lichtbruin.
Laat ze daarna afkoelen.
Roer de poedersuiker met het sinaasappelsap en de kleurstof door
elkaar.
Strijk dit glazuur gelijkmatig op de koekjes en garneer ze met de
oranjesnippers.
(8 personen)
250 gr couscous
2 dl sinaasappelsapconcentraat, voldoende voor 1 liter sap
1/4 theelepel zout
water
3-4 eetlepels of naar smaak suikerstroop
1/2 theelepel kaneelpoeder
Voor de vulling:
6 blaadjes gelatine, voldoende voor 4 dl sap
1 blikje mandarijnpartjes, uitgelekt
kaneelpoeder naar smaak
Meng 1 dl van het sinaasappelconcentraat met water tot het totaal 6 dl is
geworden.
Doe dit in een niet te klein melkpannetje en roer er de couscous, het
zout, de suikerstroop en het kaneelpoeder door.
Breng het aan de kook en laat het op laag vuur ± 7 minuten zachtjes
koken tot het begint in te dikken.
Giet het couscousmengsel in een ronde taartvorm, strijk het glad en laat
het minstens 1 uur afkoelen.
Week de gelatineblaadjes ± 5 minuten in een beetje water.
Verdeel de uitgelekte mandarijnpartjes over de couscousbodem en strooi er
wat kaneel over.
Meng de overgebleven dl sinaasappelconcentraat met water tot het totaal 4
dl is geworden.
Knijp de gelatineblaadjes uit en doe ze samen met het sinaasappelsap in
een melkpannetje.
Roer het langzaam op zacht vuur tot de gelatine is opgelost.
Neem de pan dan direct van het vuur en giet het mengsel voorzichtig over
de taart.
Laat de taart 3 uur koud staan.
(12 personen)
3 sinaasappels
1 citroen
250 gr suiker
300 gr gehakte en geroosterde paranoten
6 eieren
2 theelepels bakpoeder
1 theelepel kaneelpoeder
1/2 theelepel piment
270 gr pure chocolade
3 3/4 dl gekoelde slagroom
Was het fruit en breng het aan de kook met zoveel water, dat het net
niet
onder staat.
Laat het 20 minuten trekken en nog eens 20 minuten afkoelen in het
vocht.
Halveer de vruchten en verwijder de pitjes.
Hak ze met de rest van de ingrediënten in een cutter of hakmolen.
Doe dit over in een vorm van 26 cm doorsnee.
Bak de taart 40 minuten in een oven van 170°C.
Smelt de chocolade, roer er de slagroom door en bestrijk de afgekoelde
taart hiermee.
(8 personen)
8 ronde cakejes
8 bolletjes pistache-ijs (of een andere smaak naar keuze)
4 eidooiers
1/2 liter sinaasappelsap
100 gr suiker
40 gr bloem
Klop de eidooiers met de suiker in een pannetje los.
Meng alles goed, voeg er beetje bij beetje de bloem aan toe en daarna,
al
even voorzichtig, het sinaasappelsap.
Zet dit au bain-marie op het vuur tot een dikke, homogene saus ontstaat en
laat die afkoelen.
Snijd de 'hoedjes' van de cakejes en leg ze opzij.
Hol de cakejes licht uit en zet telkens één cakeje op een
dessertbordje of in een kuipje.
Vul elke cakeje met een bolletje pistache-ijs en giet er wat
sinaasappelsaus
over.
Versier elk gebakje met geraspte sinaasappelschil en dien de hoedjes met
de rest van de saus op.
U kunt de sinaasappelsaus kan vervangen door een koffie- of cacaosaus:
vervang hiervoor het sinaasappelsap door melk en voeg op het laatst een
koffielepel gemalen koffie of cacaopoeder aan de saus toe.
(± 15 plakjes)
250 gr vloeibare bloemenhoning
300 gr vaste honing, bijvoorbeeld klaverhoning
500 gr roggebloem
50 gr koekkruiden
10 gr bakpoeder
1 dl karnemelk
25 gr fijne grein- of fijne kandijsuiker
een ingevette cakevorm
Breng 1 dl water aan de kook en los hierin 100 gr vloeibare en 200 gr
vaste honing op.
Doe de roggebloem in een kom en voeg de opgeloste honing toe.
Kneed het goed door elkaar en laat het ± 1 uur afkoelen.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Doe de koekkruiden, het bakpoeder, de karnemelk, 150 gr vloeibare honing
en 100 gr vaste honing bij het roggebloemmengsel en kneed alles goed door
elkaar.
Doe het mengsel in de vorm, strijk de bovenkant met een natte lepel glad
en strooi er de greinsuiker op.
Bak de koek in het midden van de oven in ± 1 1/2 uur gaar.
2 1/2 dl water
4 gr zout
100 gr boter
150 gr bloem
4 eieren
Breng het water met het zout en de boter aan de kook.
Zet het vuur uit als de boter is gesmolten en voeg in één
keer de gezeefde bloem toe.
Blijf roeren tot een gladde deegbal ontstaat en neem de pan dan van het
vuur.
Klop in een kommetje 1 ei los.
Roer de overige eieren één voor één door het
deeg; voeg een volgend ei pas toe als het vorige ei helemaal door het deeg
is opgenomen.
Het deeg is goed, als het langzaam van een lepel valt en licht glanst.
Voeg, als dit nog niet het geval is, ook het losgeklopte ei in kleine
scheutjes toe tot het deeg goed is.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Vet een bakplaat in of bekleed hem met bakpapier.
Doe het deeg in een spuitzak met een gladde spuitmond en spuit met
tussenruimte toefjes op de bakplaat.
Werk eventuele opstaande puntjes met de bolle kant van een natgemaakte
lepel weg.
Bak de soesjes in ± 30 minuten goudbruin, laat ze afkoelen en vul
ze met slagroom.
(15 plakken)
300 gr bloem
zout
50 gr poedersuiker
1 ei
2 eetlepels olijfolie
Voor de vulling:
100 gr rozijnen
1/2 dl Vino Santo (medium sherry kan ook)
100 gr amandelen met vlies
50 gr walnoten
100 gr gedroogde vijgen
50 gr gedroogde pruimen zonder pit
50 gr suiker
500 gr appels
vet voor het bakblik
1 eidooier
1 eetlepel olijfolie
poedersuiker
Zeef de bloem boven het werkblad, druk er een kuiltje in en doe daar een
snufje zout, de poedersuiker, het ei en 1 eetlepel olie in.
Voeg beetje bij beetje 1 dl water toe en kneed het geheel tot een glad en
soepel deeg.
Vorm het deeg tot een bal, kwast die met de rest van de olie in en laat
hem afgedekt 1 uur rusten.
Week voor de vulling de rozijnen in de Vino Santo.
Hak de amandelen, walnoten, vijgen en pruimen fijn en vermeng ze met de
suiker.
Schil de appels, verwijder de klokhuizen, snijd ze in stukjes en meng die,
samen met de rozijnen, met de gehakte notenmassa.
Vet een bet bakblik in.
Rol het deeg op een theedoek tot een plak ter grootte van het bakblik
uit.
Verdeel de vulling hierover, rol de lap met behulp van de theedoek tot een
lange rol op en leg de rol met de naad naar beneden op het bakblik.
Prik er op verscheidene plaatsen met en vork in.
Roer de eidooier met de olie en een eetlepel water los en bestrijk het
deeg hiermee.
Zet het bakblik in de op 200°C voorverwarmde oven en bak de koek 40
minuten.
Laat de koek in de uitgeschakelde oven nog 5 minuten staan en bestuif hem
voor het serveren met poedersuiker.
Voor de bodem:
2 grote eieren
2 eetlepels suiker
2 eetlepels zonnebloemolie
2 eetlepels warm water
5 eetlepels suiker
6 eetlepels witte tarwebloem
2 thelepels bakpoeder
1 zakje vanillesuiker
Klop alle ingrediënten met een mixer tot een deeg.
Leg dit in een goed ingevette, gekartelde taartvorm van 26 cm doorsnee en
bak het 15-20 minuten op 175°C.
Neem de bodem, als hij is afgekoeld, uit de vorm.
Bestrijk de taartbodem met abrikozenjam en leg hierop een laag met rum
besprenkelde lange vingers.
Leg hier een laag ananas- of vanillepudding op, daarrop een laag
ananasstukjes en decoreer de taart tot slot met slagroom.
(2 personen)
2 appels
boter of olie om in te vetten
1/2 blikje gekoeld croissantdeeg (Danerolles)
1 eetlepel abrikozenjam
1 eetlepel honing
poedersuiker
2 eetlepels geschaafde amandelen
2 bolletjes vanille-roomijs
kaneelpoeder
Verwarm de oven voor op 200°C.
Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd de appels in dunne
ringen.
Vet een lage taartvorm van ± 20 cm doorsnee in en bekleed de vorm
met het croissantdeeg.
Roer de jam en de honing door elkaar en verdeel dit mengsel over de
taartbodem.
Leg de appelringen erop.
Bestuif de appels royaal met poedersuiker en strooi de amandelen
erover.
Bak de taart in de oven in ± 10 minuten goudbruin en gaar.
Leg op elk bord een bolletje ijs en een appelpunt.
Stuif wat kaneelpoeder over het ijs.
Rol 5 plakjes ontdooid diepvriesbladerdeeg tot een lap van ± 30 cm
uit en bekleed er een ingevette lage taartvorm (doorsnee 25 cm) mee.
Laat 1 blik halve perziken (825 gr) uitlekken, maar vang 4 eetlepels van
de siroop op.
Verkruimel 8 speculaasjes en verdeel het kruim over de bodem.
Roer 4 eetlepels abrikozenjam met de siroop los.
Snijd de perziken waaiervormig in, verdeel ze over de bodem en bestrijk
met het jammengsel.
Bak de taart in een op 200°C voorverwarmde oven in ± 25 minuten
goudbruin en gaar.
Garneer met toefjes slagroom.
Pureer en zeef 200 gr bramen en vermeng ze met 1 eetlepel Crème de
Cassis en 50 gr poedersuiker.
Klop in een kom 2 dl slagroom met 2 zakjes slagroomversteviger stijf en
schep er de bramenpuree door.
Vul 12 soesjes van de banketbakker met dit mengsel.
Marineer 50 gr bramen ± 30 minuten in 2 eetlepels poedersuiker en 2
eetlepels Crème de Cassis en serveer ze met de soesjes.
2 dl water of melk
100 gr boter
100 gr bloem
4 eieren
Vet, voordat u het beslag gaat maken, een bakplaat in en bestuif die heel
licht met bloem.
Druk in die bloem met een glas of kopje ronde vormen, zodat u straks mooie
gelijkmatige soezen kunt bakken.
Breng het water of de melk met de boter aan de kook tot de boter helemaal
is gesmolten.
Neem de pan van het vuur, voeg er in één keer de gezeefde
bloem bij en spatel die er goed door.
Zet de pan opnieuw op het vuur en laat de massa, onder voortdurend
spatelen, gaar worden; de massa moet als een bal van de bodem van de pan
loskomen.
Haal de pan dan weer van het vuur en voeg al roerend één
voor één de eieren toe tot het beslag mooi van dikte is (een
beetje vloeiend; het is mogelijk, dat u het laatste ei niet helemaal hoeft
toe te voegen).
Spuit het beslag met een spuitzak op de bakplaat en bak de soezen in een
op 200°C voorverwarmde oven af.
Vul de soezen naar keuze.
Soezen van water rijzen beter, soezen van melk zijn wat lekkerder.
U kunt het beslag ook in strepen op de bakplaat spuiten; dan krijgt u
éclairs.
(Verenigde Staten)
Voor het deeg:
350 gr bloem
50 gr basterdsuiker
een snufje zout
200 gr koude tot erwtjesgrootte gesneden boter
5 eetlepels koud appelsap
Voor de vulling:
4-5 appels (liefst gemengde soorten)
1 bekertje zure room
2 eetlepels bloem
1 zakje vanillesuiker
3 eetlepels suiker
3 eetlepels basterdsuiker en gewone suiker door elkaar
1 theelepel koekkruiden
100 gr gehakte gemengde noten
Kneed een soepel deeg van de bloem, de basterdsuiker, het zout, de boter
en het appelsap.
Leg het deeg in folie verpakt 30 minuten koel weg, deel het dan in 2
stukken en rol elk stuk (tussen bakpapier) uit: de ene tot een ronde lap
van ± 28 cm, de ander van 24 cm.
Bekleed een met bakpapier beklede taart- of quichevorm van 24 cm met de
grootste deeglap en snijd de rand bij.
Schil voor de vulling de appels, boor de klokhuizen uit en snijd ze in
heel dunne partjes.
Klop een glad mengsel van de zure room, de bloem, de vanillesuiker en de
suiker.
Vermeng dit in een kom met de appelpartjes, schik de partjes in de
deegvorm en verdeel er de room over.
Bestrooi de roomvulling met een mengsel van de 2 soorten suiker, de
koekkruiden en de gehakte noten.
Snijd de tweede deeglap bovenop gelijkmatig naast elkaar in, maar niet in
repen en leg hem over de vulling.
Bak de pie 50 minuten bij 180°C, dek eventueel met aluminiumfolie
af.
Serveer de pie warm, met Amerikaans (pecan)noten-roomijs.
70 gr boter
2 eieren
4 eidooiers
100 gr suiker
85 gr zelfrijzend bakmeel
1/4 liter slagroom
1 zakje slagroomversteviger
2 eetlepels poedersuiker
250 gr mascarpone
150 gr gepelde amandelen of amandelschaafsel
2 eetlepels suiker
een taartvorm van 28 cm doorsnee
bakpapier
Bekleed de vorm met bakpapier of vet hem goed in en bestuif hem met wat
bloem.
Laat de boter in een steelpan smelten, maar niet bruin worden.
Klop de eieren en de eidooiers met de suiker krachtig 10 minuten.
Voeg het gezeefde bakmeel toe en vermeng alles luchtig.
Giet dan de gesmolten boter bij het deeg en schep het geheel snel door
elkaar.
Vul de vorm met het beslag en zet hem ± 45 minuten midden in een op
180°C voorverwarmde oven.
Laat de taart na de baktijd even in de oven staan.
Neem hem dan voorzichtig uit de vorm en zet hem op een taartrooster om
verder af te koelen.
Klop de slagroom met de versteviger en de poedersuiker stijf.
Roer de mascarpone in een aparte kom met de room los en bestrijk de
taart
jier royaal mee.
Rooster de amandelen heel licht in een droge koekenpan en voeg de suiker
toe.
Pas op dat het niet te donker wordt!
Laat de amandelen even afkoelen en bestrooi er de taart mee.
150 gr boter
125 gr lichtbruine basterdsuiker
1 theelepel zout
10 gr (= 2 afgestreken eetlepels) speculaaskruiden
200 gr zelfrijzend bakmeel
1 eetlepel melk
50 gr geschaafde amandelen
Roer de boter met de suiker en het zout romig en roer er dan de melk
door.
Vermeng het zelfrijzend bakmeel met de speculaaskruiden, zeef het boven
een kom en roer het door het botermengsel.
Kneed alles dan goed en laat het deeg minstens 1 uur rusten (beter is
het
nog om het een dag te laten staan).
Rol het deeg daarna op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een lap van
± 1 cm dik en steek hieruit met behulp van vormpjes of met een
mesje koekjes uit.
Smeer een bakblik in met boter en leg de koekjes erop, dik bestrooid met
de geschaafde amandelen, die er licht moeten worden ingedrukt.
Verwarm de oven voor op 210°C, schuif het bakblik op de middelste
richel en bak de koekjes in ± 20 minuten gaar.
Neem de koekjes met een pannenkoekmes voorzichtig van de bakplaat en laat
ze laten afkoelen.
100 gr bloem
7 grote of 10 kleine eieren
500 gr boter
250 gr basterd- of poedersuiker
10 theelepels kaneel
5 theelepels fijne anijs
3 theelepels nootmuskaat
3 theelepels kruidnagelpoeder
3 theelepels gemalen kardemom
2 eetlepels koffieroom
de uit 1 vanillestokje geschraapte zaadjes of 5 theelepels
vanillesuiker
zout
Roer de boter met de vanille en de helft van de suiker tot een
glanzende
massa.
Splits de eieren.
Klop de dooiers schuimig met de rest van de suiker en klop het eiwit
daarna stijf.
Roer vervolgens het boter-vanille-suikermengsel met het geklopte eiwit en
de schuimig geroerde eidooiers luchtig door elkaar.
Zeef er de bloem en het zout door en schep het met de melk nogmaals goed
om.
Verdeel dit beslag in gelijke delen over 2 kommen.
Voeg aan één kom de kruiden toe. Dit beslag wordt
beige-bruin, het andere blijft lichtgeel.
Vet een springvorm van ± 27 cm doorsnee goed met boter in en schep
er een dun laagje van het lichte beslag in.
Schuif de vorm op het bovenste rooster onder de grill, die op zijn hoogste
stand moet worden gezet (of gebruik de bovenverwarming van de oven,
± 125°C).
Breng, als het beslag gaar is (wat na enkele minuten het geval zal zijn),
op de gare laag eenzelfde laagje van het 'bruine' beslag aan.
Herhaal deze handelingen tot het beslag op is.
Nadat ± 5 laagjes zijn aangebracht, moet de springvorm op een lager
rooster worden gezet.
De koek is klaar, als het bovenste laagje gaar is.
250 gr boter
200 gr witte basterdsuiker
7 eidooiers
75 gr bloem
25 gr maïzena
1 theelepel zout
10 theelepels kaneel
7 eiwitten
3 theelepels gemalen anijs
3 theelepels nootmuskaat
3 theelepels kruidnagelpoeder
4 theelepels kardemompoeder
1/2 theelepel vanillemerg
50 gr boter
Vet een springvorm van 24 cm doorsnee dun met boter in.
Verwarm de oven voor op 175°C.
Roer de boter met de suiker tot een lichte, romige massa (± 10
minuten met de elektrische mixer).
Klop de eidooiers één voor één door de
botermassa.
Zeef de bloem met de maïzena en het zout en spatel ze door de
botermassa.
Klop een stevig schuim van de eiwitten en spatel het luchtig door het
deeg.
Doe 1/3 deel van het deeg over in een andere schaal.
Vermeng de specerijen en schep ze door de kleinste portie deeg.
Schep een dun laagje van het lichte deeg in de springvorm, zet de vorm op
de onderste richel van de oven en laat het deeg in ± 10 minuten
gaar worden.
Verhit de grill.
Smelt de 50 gr boter.
Neem de vorm uit de oven, bestrijk de cake dun met boter, schep er een dun
laagje gekleurd deeg op en bak dit 3-4 minuten op 10 cm afstand onder de
grill.
Bestrijk de cake weer dun met boter, schep er een dunne laag licht deeg op
en bak dit onder de grill in 3-4 minuten gaar.
Ga op deze manier door tot al het beslag op is.
Laat de spekkoek in de vorm afkoelen.
Haal hem dan uit de vorm en laat hem op een rooster helemaal koud worden.
N.b.: Spekkoek moet minstens een dag, maar liever nog enkele dagen staan voor hij wordt aangesneden. Verpakt in aluminiumfolie kan hij ook heel goed worden ingevroren.
500 gr patentbloem
375 gr boter
215 gr basterdsuiker
25 gr ei
25 gr citroenrasp
Roer de boter zacht en voeg de suiker, het ei en de citroenrasp toe.
Kneed dit licht en kneed er bij gedeelten de bloem luchtig door.
Spuit het deeg in stroken van ± 4 cm breed op een licht ingevette
bakplaat en bak die in een op 170°C voorverwarmde oven goudbruin en
gaar.
Snijd de sprits daarna direct in stukken van ± 9 cm lengte.
voor de wafels:
500 gr bloem
250 gr gesmolten roomboter
150 gr witte basterdsuiker
50 gr gist
een beetje lauwe melk
1 ei
voor de vulling:
500 gr stroop
300 gr donkere basterdsuiker
75 gr boter
1 theelepel kaneelpoeder
Het geheim van de stroopwafel valt in twee delen uiteen. De ene helft van
het geheim is, dat u de wafels alleen warm kunt verwerken; anders breken
ze. De andere helft is dat door de stroop boter en suiker moeten worden
gewerkt, waardoor de stroop nog stijver en nog kleveriger wordt.
Ook de bereiding bestaat uit twee delen: het bakken van de wafels en het
maken van de vulling.
Maak van de wafelingrediënten een beslag. Laat u daarbij niet
misleiden door het woord 'beslag', want het wordt een vrij stevige massa
die u met de handen door elkaar zult moeten kneden.
Laat het deeg 3 kwartier rijzen, liefst op een vochtig-warme plaats.
Kneed het dan opnieuw en verdeel het vervolgens in balletjes ter grootte
van een stevige knikker.
Bereid dan de vulling.
Verwarm de stroop en meng er de andere ingrediënten door.
Leg een balletje deeg in een wafelijzer en bak het aan beide kanten
gaar.
Til de wafel met een mes uit het ijzer en snijd hem open als hij nog warm
is (wacht u te lang, dan zal de wafel breken).
Besmeer de ene wafelhelft met de vulling en druk de andere helft erop.
Om te voorkomen dat u niet snel genoeg bent om de wafels open te snijden,
kunt u het bakken en opensnijden het beste met z'n tweeën doen.
500 gr bloem
250 gr roomboter
1 mespuntje zout
1 ei
50 gr gist
Voor de vulling:
500 gr stroop
250 gr boter
150 gr witte basterdsuiker
Maak van de bloem met de gist (die u met wat suiker tot een vloeibaar
papje roert), het losgeklopte ei, het zout en de lauwe gesmolten boter een
gistbeslag en laat dat op een warme plaats 3 kwartier rijzen.
Klop het beslag dan met een houten lepel door en vorm er ± 50
balletjes van, ter grootte van een knikker.
Neem 1 balletje, leg het tussen het met boter ingevette, voorverwarmde
wafelijzer en druk het ijzer heel losjes dicht.
Bak de wafels op een niet te fel vuur in een paar minuten gaar, maar niet
te bruin.
Steek er, zodra het wafeltje uit het ijzer is genomen, met de punt van een
mesje tussen (het wafeltje moet van binnen hol zijn; dat bereikt u door
het ijzer losjes dicht te drukken en de wafeltjes niet te vlug te bakken)
en vul het meteen met het stroopmengsel.
Verwarm de stroop met de suiker en de boter au bain-marie en zorg dat het
mengsel constant op temperatuur blijft.
Het is handig als u dit werkje met 2 personen doet: de een bakt, de ander Splitst de wafels en doet het stroopmengsel erin.
400 gr bloem
225 gr suiker
375 gr boter
2 1/2 theelepel gemalen kaneel
3 eieren
150 gr keukenstroop
150 gr bruine basterdsuiker
zout
Zeef de bloem.
Klop 225 gr boter wit en voeg het zout, de suiker, 1 1/2 theelepel van de
kaneel en de bloem toe.
Vermeng dit mengsel met de losgeklopte eieren en kneed hier een goed
samenhangend deeg van.
Laat het deel op een koele plaats rusten.
Vermeng intussen op het vuur de keukenstroop met de rest van de boter, de
rest van de kaneel en de bruine basterdsuiker.
Neem het mengsel, als de suiker is opgelost, van het vuur en roer tot het
koud en smeerbaar is.
Maak kleine balletjes van het deeg.
Vet het warm gemaakte wafelijzer met wat boter in en bak van de balletjes
kleine wafels.
Bestrijk telkens een nog warm wafeltje met een laagje van het
stroopmengsel en druk er een tweede wafeltje op.
Eet de wafels warm.
Lekker met een bolletje vanilleroomijs.
De rollen of 'Strudel' behoren tot de meest geliefde meelspijzen van
Oostenrijk. Hoe dunner het deeg, des te beter ze zijn. Als u er een krant
onder houdt, moet u de tekst kunnen lezen. Het deeg moet precies volgens
het recept worden gemaakt, zodat het zonder scheuren of plakken heel dun
kan worden uitgerold. Bij andere recepten kunt u nog wel eens
improviseren, maar dat is bij recepten voor Strudeldeeg absoluut
uitgesloten.
De bloem voor de Strudel moet niet vochtig en niet vers gemalen zijn. Het
beste is bloem die 13% eiwit en 65% zetmeel bevat. Deze hoeveelheden
kunnen als volgt worden bepaald: doe 100 gr bloem in een linnen zakje.
Week dit zakje in een kom met ruim water en pers het uit tot er geen water
meer in het zakje wordt opgenomen. In het zakje moet nu een aangenaam
riekende, gelige, deegachtige massa (eiwit) zijn overgebleven die na
droging 13 gr moet wegen. Is de massa grijzig, niet deegachtig, of
onaangenaam riekend, dan is de bloem niet geschikt voor de
Strudelbereiding. Op de bodem van de kom zet zich het zetmeel af dat uit
de bloem werd gewassen. Na afgieten en drogen moet hiervan 65 gr
overblijven.
Hier volgen twee recepten voor het deeg.
Strudeldeeg I
250 gr bloem
een snufje zout
1 eetlepel olijfolie
1 ei
4-7 eetlepels lauwwarm water (zoveel als de bloem opneemt)
Kneed de ingrediënten met de hand of met de deeghaken tot een soepel
deeg. Er moeten blaasjes op komen en het moet gemakkelijk van de hand
loslaten.
Vorm het deeg tot een ronde klomp en leg die op een met bloem bestoven
deegplank.
Zet er omgekeerd een verwarmde schaal overheen en laat het deeg 1/2-1 uur
rusten.
Leg een gladde doek van ± 1 x 1 meter uit en bestrooi die met
bloem.
Rol het deeg met een met bloem bestoven deegroller zo ver mogelijk
uit.
Houd nu het deeg met één hand vast en trek het met de andere
langzaam verder uit. Eerst aan de ene kant, dan aan de andere, tot het zo
dun als papier is geworden.
Snijd de dikkere buitenranden eraf.
Of er nu één grote of enkele kleinere Strudel worden
gemaakt, hangt af van uw vaardigheid. Kleinere Strudel zijn voor beginners
gemakkelijker te maken.
Strudeldeeg II
250 gr bloem
een snufje zout
3 theelepels olie
lauwwarm water
Bereiding als van Strudeldeeg I.
750 gr rijpe, zachte appels
kaneel
2 eetlepels suiker
boter
brood- of beschuitkruim
100 gr rozijnen
citroenschil en/of een paar fijngemalen noten
boter of eidooier
Snijd de appels in heel dunne schijfjes en laat ze met de suiker en de
kaneel even koken.
Smeer het Strudeldeeg met een kwastje met boter in en bestrooi met brood- of beschuitkruim.
Verdeel de appels en de rozijnen er gelijkmatig over en strooi er
desgewenst wat gemalen noten en/of stukjes citroenschil over.
Rol het geheel op door de doek aan één kant op te tillen en
laat de Strudel uit de doek op een met boter ingesmeerd bakblik of in een
tulbandvorm glijden.
Bak de Strudel, afhankelijk van de grootte, 30-40 minuten in een flink
hete oven (200°C).
U kunt ook 1/4-1/2 liter melk in de bakvorm gieten. De Strudel blijft dan
van binnen extra sappig.
750-1000 gr ontpitte kwetsen, in vieren gesneden, bestrooid met suiker en kaneel.
750 gr ontpitte, verse of ingemaakte kersen, geraspte noten, kaneel, citroenrasp, suiker en paneermeel.
150 gr maanzaad
beschuitkruim
3 eetlepels suiker
kaneel
1 eetlepel rum
2-3 eetlepels marmelade
Overgiet het maanzaad in een zeef met wat water.
Maal het en vermeng het met de andere ingrediënten.
125 gr oud witbrood zonder korst
125 ml melk
500 gr kwark
1 ei
80 gr boter
80 gr suiker
citroenrasp
3 eetlepels rozijnen
Snijd het witbrood in kleine stukjes, laat het in de melk weken en wrijf
het met de kwark door een zeef.
Splits het ei en sla het eiwit stijf.
Roer de boter met de eidooier schuimig, voeg de suiker toe en roer er
lepel voor lepel het kwarkmengsel door.
Spatel er tenslotte het stijfgeslagen eiwit door.
Smeer de massa uit over het Strudeldeeg, strooi er de citroenrasp en de
rozijnen over en behandel het verder als de Apfelstrudel.
4 eetlepels rozijnen
4 eetlepels rum
3 peren
boter
2 eetlepels griessuiker
een snufje kaneel
een lapje bladerdeeg van 30 x 12 cm (A)
een lapje bladerdeeg van 30 x 8 cm (B)
1 eidooier
Week de rozijnen ± 2 uur in de rum.
Schil de peren en verdeel ze in 8 partjes.
Smelt een klontje boter, stoof de partjes peer op hoog vuur en voeg er de
geweekte rozijnen en de griessuiker aan toe.
Laat ze even karameliseren en voeg de kaneel toe.
Rol het bladerdeeg tot de gewenste afmetingen uit.
Leg deeg B op een met boter ingevette bakplaat en verdeel de peren in het
midden van het bladerdeeg.
Klop de eidooier los en bestrijk de randen ermee.
Maak inkepingen in deeg A en leg het op deeg B.
Bestrijk het eveneens met het eigeel en zet het geheel 20-25 minuten in
een oven van 180°C.
Laat de Strudel daarna gedeeltelijk afkoelen.
Verdeel hem in vieren en dien lauw op.
Tip: Serveer met een bolletje vanille-ijs en versier met schijfjes peer en muntblaadjes.
een springvorm van 24 cm doorsnee
bakpapier
bloem
6 eieren
175 gr suiker
90 gr gesmolten boter
150 gr gezeefd zelfrijzend bakmeel
2 zakjes espresso-koffiepoeder
1/2 dl water
1 pakje banketbakkerspoeder
150 gr marsepein
Voor de chocoladelaag:
250 gr couverture- of extra bittere chocolade
chocoladeblaadjes
Bekleed de springvorm met bakpapier, vet dat in en bestuif het met
bloem.
Splits de eieren, klop de eiwitten stijf en klop de dooiers met de suiker
dik en schuimig.
Spatel hierbij luchtig, afwisselend en in delen de gesmolten boter, het
zelfrijzend bakmeel en de eiwitten.
Schep het beslag in de vorm en bak het in het midden van een oven van
185°C in 40-45 minuten gaar en stevig.
Laat het even in de geopende oven staan en keer het dan op een
rooster.
Los het espresso-koffiepoeder in het kokende water op en laat dit
afkoelen.
Bereid het banketbakkerspoeder volgens de beschrijving met melk en de
koude espresso.
Snijd de taart in 2 lagen, bestrijk de onderlaag dik met de room en leg
het bovenstuk erop.
Dek af met het dun en wat groter uitgerolde stuk marsepein.
Smelt Voor de chocoladelaag 150 gr chocolade au bain-marie tot 35°C en
klop er dan 50 gr in stukjes bij.
Lepel dit over de taart, strijk het met een warm mes glad en laat
drogen.
Versier de taart met chocoladeblaadjes.
20 gr gepasteuriseerd eigeel
25 gr suiker
10 gr gelatine
75 gr Duvelbier
200 gr room
18 gr Gin
100 gr Duvelbier
2 gr gelatine
chocoladecake
Verwarm het eigeel met de suiker au bain-marie en klop tot het is
afgekoeld.
Los de gelatine in de Gin met wat Duvelbier op en voeg dit aan de eimassa
toe.
Sla de room op en voeg die toe.
Voeg dan het overige bier toe.
Bekleed vormpjes met chocoladecake en vul ze met de compositie.
Geleer ze af met de 100 gr Duvelbier waarin de 2 gr gelatine is opgelost.
Voor het deeg:
125 gr bloem
1 eidooier
50 gr boter
zout
water
1 eetlepel poedersuiker
Voor de vulling:
125 gr boter
150 gr suiker
appels
Karameliseer de suiker en de boter, spreid de karamel in een ronde
ovenschaal uit en leg er appelschijfjes/plakjes in.
Bereid het deeg, rol het uit en schik het over de appels en de
vulling.
Zet het geheel ± 20 minuten in een op ± 180°C
voorverwarmde oven.
Neem de taart, als het deeg mooi bruin is, uit de oven, leg een platte
schaal omgekeerd op de taart en keer het geheel om (laat de taart
eventueel even met de schaal erop staan, zodat de suiker goed in de hele
taart kan trekken).
Serveer de taart warm met wat kaneelijs, apfelkorn, of alleen met wat
kaneel of poedersuiker.
250 gr bloem
170 gr witte basterdsuiker
zout
225 gr boter
1 ei
1 kg appels (Franse Golden Delicious)
Meng de bloem in een keukenmachine met 75 gr basterdsuiker, een snufje
zout, 125 gr boter, het ei en 1-2 eetlepels koud water tot een soepel
deeg.
Laat het deeg in folie een half uur in de koelkast rusten.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Schil de appels, halveer ze en verwijder de klokhuizen.
Snijd de rest van de boter in plakjes.
Verdeel de helft daarvan en van de rest van de suiker over de bodem van
een dichte metalen taartvorm met een doorsnee van 26 cm.
Zet de appels met de bolle kant naar beneden op de suiker en verdeel er de
rest van de suiker en boter over.
Zet de vorm op zacht vuur en laat de suiker in ± 8 minuten licht
kleuren.
Schuif de vorm in de oven en laat de karamel in ± 15 minuten
donkerder kleuren en de appels beetgaar worden.
Laat de appels uit de oven afkoelen.
Bestuif het aanrecht met bloem en rol het deeg uit tot een ronde lap van
30 cm.
Bedek de appels met het deeg en druk het deeg aan.
Bak de tarte tatin in nog eens ± 30 minuten goudbruin en gaar.
Leg een platte schaal op de vorm en keer de taart direct op de schaal.
Lekker met half stijf geklopte slagroom of slagroom met mascarpone.
(8-10 personen)
6 grote appels (Elstar)
citroensap
Voor de taartbodem:
225 gr bloem
1 ei
140 gr koude boter in blokjes
3 eetlepels suiker
een snufje zout
Voor de karamel:
60 gr boter
120 gr suiker
Voor de sabayon:
4 eidooiers
50 gr suiker
1 dl witte wijn
1/4 borrelglas Grand Marnier
Taartbodem:
Doe de bloem, het ei, de koude klontjes boter, het zout en de suiker in de
kom van de keukenmachine en draai een soepel deeg.
Wikkel dit in aluminiumfolie en laat het in de koelkast een half uur
rusten.
Schil intussen de appels, snijd ze in vieren en smeer die tegen het
verkleuren in met citroensap.
Karamel:
Leg de boter in een steelpan met dikke bodem, strooi er de suiker over en
zet de pan op zacht vuur, zodat de boter smelt en zich met de suiker
vermengt.
Roer niet, maar schud even zachtjes met de pan, opdat de suiker de boter
opneemt.
Zet het vuur dan 3/4 hoog en wacht tot de karamel bruin is.
Roer nog steeds niet.
Giet de karamel in een dichte bakvorm (dus geen springvorm) en leg de
appelparten er dakpansgewijs op met de bolle kant schuin naar beneden. Vul
de vorm goed op.
Rol het deeg iets groter uit dan de taartvorm, leg de lap over de appels
en druk de randen naar beneden tussen de appels en de wand.
Bak de taart in 45 minuten in een op 200°C verwarmde oven bruin en
gaar. Keer hem, zodra hij uit de oven komt om en laat afkoelen.
Warm hem voor het serveren nog 2 minuten op in de magnetron.
Sabayon:
Zet een pan klaar die dient als bain-marie voor de koperen bol.
Doe alle ingrediënten in de bol.
Laat het water van de bain-marie niet te hard koken, zet de bol erop en
klop met een elektrische handmixer tot een mooie stevige sabayon is
verkregen.
Snijd de taart in punten en giet de sabayon erover en ernaast.
Zorg voor een goede mise en place voor de sabayon!
250 gr bloem
25 gr witte basterdsuiker
zout
125 gr koude boter
1 ei
1-2 eetlepels koud water
4 stevige handperen
3 eetlepels bakgember
60 gr boter
85 gr kristalsuiker
vanille-ijs
Vermeng de bloem met de suiker en een mespunt zout.
Snijd de boter er met 2 messen door tot een kruimelig mengsel
ontstaat.
Voeg het losgeklopte ei en 1 eetlepel water toe en kneed het snel tot een
egaal deeg.
Voeg eventueel nog wat water toe.
Pak het deeg in huishoudfolie en laat het in de koelkast 30 minuten
rusten.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Schil intussen de peren, verwijder de klokhuizen en snijd het vruchtvlees
in parten.
Smelt de boter, voeg 60 gr suiker toe en laat de suiker al roerend smelten
en goudbruin kleuren.
Schenk dit mengsel in een lage taartvorm met een doorsnee van 20 cm,
verdeel er de parten peer en de gember over en bestrooi met de rest van de
suiker.
Rol het deeg uit tot een lap van ± 26 doorsnee en dek de taartvorm
ermee af.
Stop het deeg goed tussen de randen van het bakblik en het fruit.
Prik het deeg met een vork op verschillende plaatsen in en bak de taart in
de oven in ± 45 minuten goudbruin en gaar.
Laat de taart 15 minuten rusten, keer hem op een mooie schaal om en
serveer hem warm in punten met een bolletje ijs.
(2 personen)
75 gr rode aalbessen
2 eetlepels witte basterdsuiker
1 plakje diepvriesbladerdeeg
4 eetlepels slagroom
1 eetlepel rode bessengelei
poedersuiker
Verwarm de oven voor op 225°C.
Was de bessen en ris ze van de steeltjes (houd 2 takjes achter).
Doe ze in een kom en schep er 1 1/2 eetlepel basterdsuiker door.
Laat het plakje bladerdeeg ontdooien en halveer het.
Vet een bakplaat in, leg het bladerdeeg erop en laat het in het midden van
de oven in ± 15 minuten lichtbruin en gaar worden.
Klop de slagroom met de rest van de basterdsuiker stijf en schep de bessen
erdoor.
Halveer de plakjes bladerdeeg overlangs.
Bestrijk de onderkanten met de gelei, schep de bessenroom erop en zet de
bovenkanten er weer op.
Bestrooi ze met poedersuiker en garneer met een takje bessen.
2 plakjes diepvriesbladerdeeg
2 eetlepels suiker
2 eetlepels geschaafde amandelen
100 gr roomkaas
3/4 dl vanillevla
2 eetlepels gembersiroop
200 gr bramen
poedersuiker
Ontdooi het bladerdeeg, leg de plakjes op een ingevette bakplaat en snijd
ze diagonaal doormidden.
Bestrooi ze met de suiker en de geschaafde amandelen en bak ze in een op
225°C voorverwarmde oven in ± 8 minuten goudbruin en gaar.
Roer de verse roomkaas met de vanillevla en de gembersiroop los.
Was de bramen en laat ze in een zeef goed uitlekken.
Snijd de plakjes bladerdeeg overdwars door en leg de onderste helften op
4
bordjes.
Strijk het verse roomkaasmengsel erover uit en verdeel de bramen, op 4 na,
over dit mengsel.
Leg hierop de bovenste helften van het bladerdeeg, bestuif deze licht met
poedersuiker en garneer met de achtergehouden bramen.
Zeef 375 gr zelfrijzend bakmeel boven een kom en wrijf er met de toppen
van de vingers 90 gr boter door.
Schep er 200 gr witte basterdsuiker, 3 dl karnemelk en 1 losgeklopt ei
door.
Neem 1/3 deel van het deeg en roer er 1 eetlepel muntlikeur of -siroop en
1 eetlepel fijngehakte muntblaadjes door.
Verdeel de helft van het witte beslag over 12 ingevette cakevormpjes of 1
ingevet muffinblik.
Verdeel het muntbeslag erover en dek af met de rest van het witte
beslag.
Roer de deegsoorten met een satéstokje door elkaar, zodat een
marmer-effect ontstaat.
Bak de cakejes in een op 200°C voorverwarmde oven in ± 20
minuten goudbruin en gaar en laat ze op een taartrooster afkoelen.
Smelt au bain-marie in 2 aparte pannetjes 50 gr witte en 50 gr pure
chocolade.
Schenk de gesmolten witte chocolade over 6 cakejes en de pure chocolade
over de rest van de cakejes en laat het glazuur drogen.
Stoof 150 gr boter, 150 gr lichtbruine basterdsuiker, 2 dl water, 2
eetlepels honing en 500 gr gemengd gedroogd fruit onder af en toe roeren
30 minuten.
Laat het mengsel 30 minuten afkoelen.
Klop deeg van 350 gr zelfrijzend bakmeel, 3 eieren, een mespunt gemalen
kaneel, gember en kardemom en het vruchtenmengsel.
Bak de fruitcake 30 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven en
daarna 1 1/2 uur 160°C.
Laat de cake in de vorm op een taartrooster afkoelen.
Versier hem met glazuur, gemaakt van 1 eiwit waardoor geleidelijk 500 gr
gezeefde poedersuiker, 2 eetlepels gezeefd sinaasappelsap en 1 theelepel
dunne honing zijn geklopt.
Garneer de fruitcake met stukjes gekonfijte sinaasschil en vruchtjes.
10 plakken cake
8 eetlepels abrikozenjam
1 glas medium dry sherry
1/2 liter vanillevla
2 bekers crème fraîche
1/8 liter slagroom
1 eetlepel suiker
12 blauwe druiven
8 bitterkoekjes
Bestrijk de plakken cake met jam.
Leg 5 plakken cake in een schaal en schenk de helft van de sherry
hierover.
Roer de vla en de crème fraîche door elkaar en schenk de
helft van dit mengsel over de cake in de schaal.
Verdeel de rest van de cake en de sherry erover en dek af met de rest van
de vla.
Klop de slagroom met de suiker stijf.
Garneer de trifle met toefjes slagroom, druiven en bitterkoekjes.
Vet een springvorm van 20 cm doorsnee in.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Schil 1 mango en snijd het vruchtvlees in plakken van de pit.
Splits 3 eieren, klop het eiwit met 50 gr suiker stijf en schep er 125 gr
geraspte kokos door.
Klop 100 gr zachte boter met 50 gr basterdsuiker romig en voeg al kloppend
de eidooiers en 1/2 dl rum of melk toe.
Schep er tenslotte 200 gr zelfrijzend bakmeel door.
Verdeel de mango over de bodem van de vorm, giet het beslag erover, schep
het eiwit erop en maak mooie pieken.
Bak de taart in het midden van de oven in ± 50 minuten lichtbruin
en gaar.
Lekker met tropische vruchtensaus uit een potje.
(combi-magnetron)
200 gr Honig mix voor fijne cake
1 pot kersen op sap (± 350 gr)
165 gr boter op kamertemperatuur
165 gr suiker
3 eieren (m)
3 eetlepels kirsch
eventueel poedersuiker
een glazen magnetronbestendige tulbandvorm (inh. 1 1/2 liter)
Verwarm de oven voor op 200°C en plaats het rooster op de onderste
richel.
Beboter de vorm en bestuif deze met bloem.
Klop de boter en de suiker tot een luchtige, bijna witte massa.
Roer er één voor één de eieren door en voeg de
kirsch toe.
Spatel het cakemeel er luchtig door en strooi vervolgens de kersen in het
beslag.
Schep dit enkele malen luchtig om en doe het beslag in de vorm.
Plaats de vorm in de voorverwarmde oven, schakel de magnetron in op 90
Watt en bak de tulband in 30 minuten gaar en goudbruin.
Verwijder de vorm 5 minuten nadat de tulband uit de oven is genomen.
Laat de tulband op een taartrooster afkoelen en bestrooi hem vlak voor het
opdienen met poedersuiker.
4 eiwitten
120 gr suiker
80 gr bloem
80 gr boter
2 kleine potjes room
4 repen bittere chocolade
vanille-ijs
Smelt de boter en roer er de suiker, de eiwitten en de gezeefde bloem
door.
Klop het mengsel even met een garde op (laat het niet schuimen).
Vet een bakplaat met wat olie in en bestrooi hem met bloem.
Smeer met de bolle kant van een lepel telkens 1-2 eetlepels beslag in een
ronde vorm op de bakplaat uit tot alle deeg is gebruikt.
Zet de bakplaat in een op 200°C voorverwarmde oven en bak de koekjes
in ± 5 minuten goudgeel (ze zijn klaar als de randen kleuren).
Haal de koekjes één voor één uit de oven en
vorm ze meteen door ze over
een omgekeerd glas te plooien.
Laat ze afkoelen en vul ze met ijs.
Laat de chocolade in de warme room smelten en schenk de saus over de
koekjes.
(4-6 personen)
200 gr bloem
1/2 theelepel bakpoeder
een snufje zout
1 eetlepel citroenrasp
1 zakje vanillesuiker
75 gr suiker
1 ei
2 eetlepels yoghurt
125 gr boter
5 dl melk
100 gr amandelsnippers
500 gr rozijnen
1 pakje witte gelatine
2 kopjes geklopte slagroom
cognac
1 pakje instant vanillepudding
boter om in te vetten
paneermeel om mee te bestrooien
Vermeng de bloem met het bakpoeder en het zout en zeef het op een
werkblad.
Strooi er de geraspte citroenschil, de vanillesuiker en de suiker over,
maak er een kuiltje in en giet daar het ei en de yoghurt in.
Verdeel de boter in vlokjes over de bloem en kneed de ingrediënten
met bloem bestoven handen van buiten naar binnen tot een glad en soepel
deeg.
Wikkel het deeg in een vochtige doek en laat het in de koelkast minstens 1
uur rusten.
Rol het deeg vervolgens op een met bloem bestrooid werkblad tot het
formaat van de bakvorm die u wilt gaan gebruiken uit.
Vet de bakvorm in en strooi er paneermeel in.
Leg het deeg in de vorm, prik er herhaaldelijk met een vork in en bak het
20-25 minuten in een op 180°C voorverwarmde oven.
Neem het deeg uit de oven en zet het weg.
Verhit de melk in een pan en maak de vanillepudding volgens de
aanwijzingen op de verpakking.
Roer de amandelsnippers door de pudding en breng op smaak met cognac.
Neem de pudding van het vuur, laat haar afkoelen en verdeel de pudding
gelijkmatig over het deeg.
Spoel de rozijnen onder koud stromend water af, laat ze goed uitlekken en
verdeel ze over de taart.
Bereid de witte gelatine volgens de aanwijzingen op de verpakking, verdeel
die over de rozijnen en laat het geheel daarna goed afkoelen.
Leg de rozijnentaart op een schaal, garneer met geklopte slagroom en
serveer de taart direct.
Voor de brioche:
15 gr verse gist (of 1/2 zakje gedroogde gist)
2 theelepels suiker
1/2 dl lauwe melk
250 gr bloem
1 theelepel zout
2 losgeklopte eieren
125 gr zachte boter in stukjes
75 gr grofgehakte geroosterde hazelnoten
Voor de banketbakkersroom:
1/2 opengesneden vanillestokje
2 1/2 dl melk
60 gr suiker
3 eidooiers
20 gr maïzena
2 dl slagroom
Voor het glaceren:
5 eetlepels rode bessengelei
2 eetlepels geroosterd amandelschaafsel
En verder:
1 ingevette hartvormige bakvorm, inh. 3/4 liter
Brioche:
Roer de gist met de suiker en de melk los tot een vloeibare massa.
Zeef de bloem met het zout klop de eieren los.
Houd 2 eetlepels ei achter.
Doe de rest van het ei met het gistmengsel en de boter bij de bloem en
kneed het tot een elastisch deeg dat van de wand van de kom loslaat.
Kneed er met de hand de hazelnoten door en laat het deeg afgedekt op een
lauwwarme plaats 30-40 minuten rijzen.
Kneed het deeg dan heel kort door, druk het in de vorm en laat het
afgedekt op een lauwwarme plaats 1-1 1/2 narijzen.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Bestrijk de bovenkant van het deeg met het achtergehouden ei.
Bak de brioche 25-30 minuten op het rooster in het midden van de oven.
Stort hem op een taartrooster en laat afkoelen.
Banketbakkersroom:
Breng de melk met het vanillestokje en 40 gr suiker op middelhoog vuur aan
de kook en laat het daarna op laag vuur 10 minuten trekken.
Klop de eidooiers en de rest van de suiker dik en schuimig en klop de
maïzena erdoor.
Zeef de melk en schraap het merg boven de melk uit het vanillestokje.
Schenk de hete melk al kloppend bij het eimengsel, doe het terug in de
pan, breng het al roerend aan de kook en laat nog 2 minuten doorkoken.
Schenk de banketbakkersroom in een schaal, strooi er poedersuiker over en
laat het iets afkoelen.
Dek de schaal af en laat het in de koelkast verder afkoelen.
Klop de afgekoelde banketbakkersroom op.
Klop de slagroom stijf en meng hem luchtig door de banketbakkersroom.
Glaceren:
Halveer het briochehart overlangs, verdeel de banketbakkersroom over de
onderste helft en leg de andere helft erop.
Breng de bessengelei met 1 eetlepel water aan de kook en laat de gelei
oplossen.
Strijk de gelei over het brood, strooi er het amandelschaafsel over en
laat de brioche afkoelen.
500 gr bloem
30 gr boter
125 gr suiker
4 eieren
1 dl room
1 eetlepel rozewater
frituurvet
poedersuiker
Meng de bloem, de gesmolten en afgekoelde boter, de suiker, de eieren, de
room en het rozewater tot een soepel deeg en rol dit op een met bloem
bestoven aanrecht zo dun mogelijk uit.
Snijd het in langwerpige stukken en bak die in heet frituurvet
lichtbruin.
Laat ze uitlekken en bestuif ze dik met poedersuiker.
(± 8 punten)
100 gr + 1 eetlepel suiker
75 gr gezeefde bloem + 1 eetlepel bloem
3 eieren
4 eetlepels aardbeien- of abrikozenjam
11/4 dl stijfgeslagen slagroom
2 ingevette ronde bakvormen, doorsnee 18 cm
Bestuif de bakvormen met een mengsel van 1 eetlepel bloem en 1 eetlepel
suiker.
Verwarm de oven voor op 190 °C.
Klop in een kom de eieren en 100 gr suiker schuimig.
Zet de kom op een pan met heet water en klop het mengsel dik en schuimig
tot het volume is verdubbeld.
Haal de kom uit de pan en klop het mengsel nog ± 5 minuten.
Spatel in gedeelten 75 gr bloem door het eimengsel.
Schenk het deeg in de bakvormen en beweeg de vormen heen en weer tot het
deeg egaal is verdeeld.
Bak beide cakes in het midden van de oven in ± 20-25 min. gaar en
lichtbruin.
Haal de cakes uit de vorm en laat ze op een rooster afkoelen.
Bestrijk 1 cake met jam en slagroom en leg de andere cake erop.
(± 25 koekjes)
200 gr bloem
1/2 theelepel zout
100 gr witte basterdsuiker
125 gr koude boter
1/2 ei
Kneed een deeg van de bloem, het zout, de basterdsuiker, de in stukjes
gesneden koude boter en het ei.
Verpak het in folie en laat het in de koelkast minstens 1/2 uur
rusten.
Rol het deeg op en snijd er plakjes van of rol het uit en steek er koekjes
uit.
Leg de koekjes op een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze ± 20
minuten in een op 175°C voorverwarmde oven.
Bestrijk het uitgerolde deeg met losgeklopt ei en strooi er geschaafde
amandelen over.
Steek of snijd er figuurtjes uit.
Kneed 2 eetlepels gembersiroop door het deeg, rol het uit en snijd er
rechthoekjes van 5-4 cm uit.
Bestrijk elk koekje met een theelepel bakgember.
Vorm van het deeg een rol met een doorsnee van 4-5 cm.
Bestrijk de buitenkant met water of ei en rol hem door 50 gr
nougatinekruimels of geraspte kokos.
Snijd de rol in plakjes van 3/4-1 cm dik.
Leg ze op de bakplaat, bestrijk ze dun met ei en leg er cashewnoten op.
Hak een reep pure chocolade van 40 gr in stukjes en kneed ze door het
deeg.
Vorm van het deeg 20 bolletjes, druk ze plat en bak ze goudbruin en gaar.
Rol het deeg uit en steek of snijd er bloemen uit.
Leg de helft van de bloemen op de bakplaat en bestrijk ze met water.
Steek uit de rest van de bloemen met een appelboor uit het midden een
rondje en leg deze bloemen op het deeg op de bakplaat.
Schep in elk rondje wat jam en bestrijk het deeg met ei.
Een rond taartje in de vorm van een schuitje, waarvan het deeg veel eiwit
bevat en verder fijngemalen amandelen, boter en suiker.
Soms wordt de bovenkant na het bakken bestreken met abrikozenjam en daarna
met suikerglazuur met Kirsch.
Deze taartjes zijn oorspronkelijk het product van kloosters en zijn
bedacht om overgebleven eiwitten te gebruiken.
Vermeng 500 gr suiker met 500 gr amandelpoeder en 150 gr gezeefde
bloem.
Voeg er beetje bij beetje 12 eiwitten aan toe en werk ze er grondig door
met op het laatst 750 gr gesmolten, nauwelijks nog warme boter.
Meng er tenslotte 4 zeer stijfgeklopte, in de koelkast gekoelde eiwitten
door.
Beboter de vormpjes voor deegschuitjes en vul ze, met behulp van een
spuitzak met grote gladde spuitmond, met kleine hoeveelheden van het
beslag.
Zet ze in een op 220°C voorverwarmde oven tot de gebakjes goudgeel
gekleurd en vanbinnen zacht zijn.
frituurolie
14 diepvriesloempiavelletjes (toko)
1 eetlepel gemalen kaneel
4 eetlepels poedersuiker
200 gr abrikozen (blik, 425 gr)
4 bolletjes stracciatella-ijs
12 kleine gekleurde suiker-eitjes
12 blaadjes munt
Verhit de frituurolie tot 180°C.
Snijd de loempiavellen in luciferdunne reepjes.
Vermeng de kaneel en de poedersuiker.
Bak de deegreepjes in de frituurolie in 2 minuten krokant, laat ze
uitlekken en schud ze met de kaneelsuiker om.
Pureer de abrikozen met 4 eetlepels van het sap uit het blik.
Schik de deegreepjes als vogelnestjes op de bordjes, laat het midden vrij
en schep de saus eromheen.
Leg in elk nestje een bolletje ijs en garneer met de paaseitjes en de
muntblaadjes.
(vorm van 22 cm doorsnee)
125 gr boter
125 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
zout
2 eieren
2 eetlepels advocaat
125 gr zelfrijzend bakmeel
100 gr mandarijntjes (blik)
50 gr walnoten
Smelt een klontje boter en vet de bakvorm hiermee in.
Laat de mandarijntjes uitlekken en snijd ze doormidden.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Roer de boter met de suiker, de vanillesuiker en zout glad en luchtig.
voeg één voor één de eieren toe en roer de
advocaat erdoor.
Schep het bakmeel in gedeelten door het beslag en voeg de mandarijntjes
toe.
Vul de vorm met het cakemengsel en garneer met de walnoten.
Zet de vorm in de oven en bak de cake ± 50 minuten.
Controleer met een vork of hij dan gaar is en laat hem zo nodig nog wat
langer in de oven staan.
25 gr boter + boter voor het invetten van de vorm
1/8 liter melk
250 gr bloem
1 mespunt zout
1/2 zakje gedroogde gist
1 eetlepel suiker
1 ei
een taartvorm, 28 cm doorsnede
Voor de vulling:
verse vruchten naar keuze, zoals abrikozen, perziken, kersen zonder
pit,
aardbeien
suiker
1 zakje taartgeleipoeder
2 1/2 dl appelsap
Smelt de boter voor het deeg in een pannetje, voeg de melk toe en verwarm
die tot lauwwarm (37°C).
Zeef de bloem boven een mengkom en roer het zout erdoor.
Maak in het midden een kuiltje en strooi de gist en de suiker daarin.
Schenk het lauwwarme boter-melkmengsel met het losgeklopte ei erop (houd 2
eetlepels achter voor het bestrijken), strooi er wat van de bloem op en
kneed dit tot een samenhangend deeg.
Vorm een bal van het deeg en laat deze in een mengkom onder een vochtige
doek of onder plasticfolie 30 minuten rijzen.
Vet intussen de vorm in.
Rol het deeg met een deegroller uit tot een ronde lap die iets groter is
dan de vorm, leg die in de vorm en laat nogmaals 30 minuten rijzen.
Maak intussen de vruchten schoon en bestrooi ze met suiker.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Prik de deegbodem met een vork in en dek hem af met een stuk
aluminiumfolie.
Strooi daar een blinde vulling van bijvoorbeeld overjarige peulvruchten
over en bak de deegbodem 15 minuten voor.
Verwijder het folie en de peulvruchten en bak de bodem in nog ± 5
minuten lichtbruin.
Laat de deegbodem in de vorm afkoelen.
Maak de taartgelei met het appelsap volgens de aanwijzingen op het
zakje.
Verdeel de vruchten over de deegbodem en schenk de gelei erover.
Variatie: Rijstevlaai
maak een deegbodem en zoals hierboven is beschreven.
Breng voor de vulling al roerend 90 gr paprijst met 3/4 liter melk, 1
mespunt zout en 1 zakje vanillesuiker in een pan met dikke bodem aan de
kook en laat dit 1 uur zachtjes koken.
Splits intussen 2 eieren.
Klop de dooiers met 2 eetlepels suiker wit en schuimig en spatel ze door
de rijstebrij.
Klop de eiwitten met een snufje zout stijf en spatel ook die erdoor.
Verdeel de luchtige rijstebrij over de deegbodem.
Strijk de bovenkant glad en bak de vlaai ± 25 minuten in de hete
oven.
4 eieren
140 gr suiker
35 gr paneermeel
140 gr gemalen walnoten
Voor het glazuur:
400 gr poedersuiker
3 eetlepels rum
1 eetlepel water
Klop het eiwit stijf, voeg de suiker en het eigeel langzaam toe en roer
alles door elkaar.
Roer er op het laatst het paneermeel door.
Doe het deeg in een met boter ingevette en met paneermeel bestrooide
broodbakvorm en bak het ± 35 minuten p 175°C.
Klop voor het glazuur de poedersuiker, het water en de rum tot een massa
en strijk die over het afgekoelde brood.
Voor de siroop:
185 gr suiker
1/4 liter water
185 gr honing
4 kruidnagels
citroensap
een citroenschilletje
Voor de taart:
125 gr boter op kamertemperatuur
90 gr suiker
6-8 eieren
45 gr bloem
2 theelepels bakpoeder
2 theelepels gemalen kaneel
1/2 theelepel gemalen kruidnagel
zout
300 gemalen walnoten
45 gr paneermeel
geraspte sinaasappelschil
Maak de siroop door de suiker, het water en de honing in een pan te
doen.
Breng al roerend aan de kook tot de suiker is opgelost.
Voeg de hele kruidnagel, het citroensap en de schil toe, zet het vuur laag
en laat zachtjes inkoken.
Laat de siroop volledig afkoelen.
Verwarm de oven voor op 180°C.
beboter een taartvorm van 23 x 30 x 7 cm en bestuif met wat bloem.
Doe de boter en de suiker in een kom en klop tot een romig mengsel.
Voeg één voor één de eidooiers toe en klop na
elke toevoeging goed.
Schep er vervolgens de gehakte walnoten, het paneermeel en de geraspte
sinaasappelschil door.
Doe de eiwitten in een andere kom en klop ze tot stijve pieken; zorg dat u
de bak en de gard GOED vetvrij heeft gemaakt.
Schep 1/3 deel van de eiwitten door het beslag en spatel ook de rest
erdoor.
Giet het beslag in de geprepareerde taartvorm, zet de taart ± 40
minuten in de oven tot hij diep goudbruin is en veerkrachtig aanvoelt.
Neem de taart uit de oven en giet er onmiddellijk de siroop over.
Laat de taart in de vorm volledig afkoelen.
(2 personen)
1 grote appel
1 eetlepel rozijnen
2 eetlepels appelstroop
1 theelepel kaneel
4 driehoekjes gekoeld croissantdeeg
1 eetlepel koffieroom
1 eetlepel suiker
Verwarm de oven voor op 200°C.
Schil de appel en snijd hem in kleine stukjes.
Meng de rozijnen, de appelstroop en de kaneel door de appelstukjes.
Spreid de driehoekjes croissantdeeg uit en druk steeds 2 driehoekjes tegen
elkaar tot een vierkant.
Vet een bakplaat in, leg er een deegvierkant op en spreid het appelmengsel
erover uit.
Vouw het andere vierkant dubbel en knip het elke cm in.
Vouw dit deegvierkant weer open, leg het over de appelvulling en druk de
zijkanten goed dicht.
Bestrijk de bovenkant met koffieroom en strooi de suiker erover.
Bak de appelcarré in de oven in ± 15 minuten goudbruin en
gaar.
Neem het uit de oven, snijd hem in 2 stukken en serveer deze direct,
bijvoorbeeld met een bolletje walnotenijs.
(2 personen)
2 dikke plakken (volkoren) ontbijtkoek
1 eetlepel bloem
1 eetlepel boter
2 appels
1 eetlepel custardpoeder
1 eetlepel rozijnen
2 eetlepels calvados
2 eetlepels appelstroop
2 1/2 dl vanillevla
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol de plakken ontbijtkoek op een met bloem bestoven werkvlak uit tot
lapjes van 1/2 cm dik.
Vet 2 eenpersoons-taartvormpjes met de boter in en bekleed ze met de
ontbijtkoek.
Druk de koek goed tegen de wand en snijd de overtollige koek langs de
bovenrand weg.
Schil de appels en snijd ze in kleine stukjes.
Doe de appelstukjes in een kom en schep er het custardpoeder, de rozijnen,
de calvados en de appelstroop door.
Schep dit mengsel in de vormpjes en strijk de bovenkant glad.
Bak de taartjes in de oven in ± 10 minuten bruin en gaar.
Serveer de taartje warm met vanillevla.
(2 personen)
2 plakjes roomboterbladerdeeg (diepvries)
1 kleine mango
2 eetlepels bakgember
3 eetlepels (fijne tafel)suiker
1 1/2 eetlepel custardpoeder
2 eetlepels geschaafde amandelen
Laat de plakjes bladerdeeg ontdooien.
Schil de mango en snijd het vruchtvlees in stukjes.
Snijd de gember eventueel fijner en schep de gember, 1 eetlepel suiker en
de custard door de mangostukjes.
Bekleed 2 taartvormpjes van ± 10 cm doorsnee met de plakjes
bladerdeeg, druk het deeg goed tegen de randen en snijd het overtollige
deeg weg.
Verwarm de oven voor op 225°C.
Schep het mangomengsel in de taartbodems, strooi de geschaafde amandelen
en de rest van de suiker over de taartjes en bak ze iets onder het midden
in de oven in ± 20 minuten bruin en gaar.
Neem de warme taartjes uit de vormpjes en leg ze op 2 bordjes.
4 plakjes diepvriesbladerdeeg
2 losgeklopte eidooiers
6 eetlepels suiker
4 verse vijgen
boter om in te vetten
Bestrijk de plakjes deeg met het eigeel en bestrooi ze dik met 4
eetlepels
suiker.
Snijd de vijgen vanboven diep in, maar niet doormidden en bestrooi ze
vanbinnen met de rest van de suiker.
Zet de vijgen op de suikerkant van de plakjes deeg en vouw het deeg
eromheen.
Bestrijk de taartjes met eigeel en bak ze volgens de aanwijzingen op de
verpakking goudbruin.
Voor het deeg:
250 gr bittere chocolade
250 gr zachte boter
150 gr suiker
5 eidooiers
3 eieren
250 gr gemalen amandelen
100 gr paneermeel
2 theelepels bakpoeder
5 eiwitten
3 eetlepels bessenjam
3 eetlepels water
Voor het glazuur:
100 gr bittere chocolade
santen
Voor de garnering:
chocoladekrullen
Breek voor het deeg de chocolade in stukjes, roer ze au bain-marie romig
en laat ze iets afkoelen.
Roer de boter romig en roer de zachte chocolade erdoor.
Roer er na elkaar 50 gr suiker met de eidooiers, de eieren en de gemalen
amandelen door.
Vermeng het paneermeel en het bakpoeder, zeef dit en roer het er lepel
voor lepel door.
Klop de eiwitten stijf en voeg, onder voortdurend kloppen, de rest van de
suiker toe.
Voeg de eiersneeuw aan de deegmassa toe en schep die er voorzichtig
door.
Doe het deeg in een ingevette springvorm van 28 cm doorsnee en strijk het
glad.
Schuif de vorm op het rooster in een op 150-175°C voorverwarmde oven,
laat de taartbodem ± 70 minuten bakken en laat hem dan
afkoelen.
Laat de bessenjam met het water al roerend enkele minuten koken en besmeer
de bovenkant en de rand van de taart er gelijkmatig mee.
Roer voor het glazuur de bittere chocolade met de santen au bain-marie
romig en bestrijk de taart er gelijkmatig mee.
Garneer de nog vochtige bovenkant van de taart met chocoladekrullen.
(2 personen)
1 ei
25 gr witte basterdsuiker
1 theelepel koekkruiden
2 dl volle melk
1/2 dl Grand Marnier of Cointreau
3 sneetjes oud casinobrood
25 gr boter
3 eetlepels abrikozenjam
2 toefjes munt
Klop het ei los met de suiker, de koekkruiden, de melk en de likeur.
Snijd de sneetjes brood diagonaal door.
Wentel de brooddriehoekjes door het eimengsel en laat ze even staan.
Verhit de boter in een koekenpan en bak de wentelteefjes snel aan beide
kanten goudbruin.
Leg ze op 2 bordjes en schep de jam ernaast.
Garneer de wentelteefjes met een toefje munt.
8 sneetjes witbrood
4 eieren
2 dl melk
boter
(whisky)marmelade
2 eetlepels single maltwhisky (bijvoorbeeld Glen Grant)
2 dl slagroom
Snijd de korsten van het brood.
Klop de eieren in de melk los en week het brood erin.
Smelt de boter en bak het brood langzaam bruin.
Besmeer de wentelteefjes met marmelade.
Doe de whisky bij de slagroom, klop deze stijf en garneer er de
wentelteefjes mee.
15 gr verse gist
4 eetlepels lauwwarme melk
350 gr gezeefde bloem
1 mespunt zout
1 eetlepel witte basterdsuiker
± 110 gr boter
1 eetlepel poedersuiker
1 trosje blanke (tafel)druiven (± 225 gr), ontveld, gehalveerd en
ontpit
3 eieren
115 gr suiker
1 dl Pinot Blanc (Elzas)
Verkruimel de gist in een kommetje en voeg de melk toe.
Blijf roeren tot het mengsel glad is en laat het 5 minuten staan.
Zeef de bloem als een berg in een kom en strooi er het zout en de
basterdsuiker over.
Maak een kuiltje in de bloemberg, schenk er het gistmengsel in en voeg 80
gr zachte boter toe.
Meng alles met de vingers en kneed het daarna tot een glad en soepel
deeg.
Vorm een bal en laat die, verpakt in plasticfolie, in de koelkast 2 uur
rusten.
Rol het deeg daarna op een met wat bloem bestoven werkvlak tot een ronde
lap met een doorsnee van ± 30 cm uit en bekleed er een beboterde
quiche- of taartvorm van ± 24 cm doorsnee mee.
Prik met een vork gaatjes in de deegbodem en stuif er wat poedersuiker
over.
Klop de eieren en 100 gr suiker tot een luchtige massa en voeg, onder
voortdurend roeren en kloppen, de wijn toe.
Verdeel de druiven over de taartbodem en schenk er het ei-wijnmengsel
over.
Zet de vorm 20 minuten in het midden van de op 220°C voorverwarmde
oven.
Neem de taart daarna even uit de oven, bestrooi het oppervlak met 15 gr
suiker en leg er flintertjes boter (15 gr) op.
Zet de vorm nogmaals 20 minuten in de oven.
Schakel na 10 minuten de ovenwarmte uit en houd de ovendeur gesloten.
De taart wordt doorgaans lauwwarm als nagerecht opgediend, maar smaakt ook
koud erg goed.
250 gr gepelde walnoten
125 gr boter
250 gr suiker
1 eetlepel rum
4 eieren (nr. 3)
50 gr bloem
abrikozenjam
Verwarm de oven voor op 200°C.
Vet een springvorm van 22 cm doorsnee in en bedek de bodem met bakpapier
of aluminiumfolie.
Houd een paar mooie noten apart voor de garnering en maal de rest
fijn.
Klop de eieren los.
Zeef de bloem.
Roer de boter zacht en romig.
Roer er achtereenvolgens zeer geleidelijk de gemalen noten, de suiker, de
rum, de losgeklopte eieren en de gezeefde bloem door.
Roer het beslag mooi glad en schep het in de springvorm.
Bak de taart iets onder het midden in de oven in ruim een half uur
gaar.
Schakel de oven uit, haal de taart na 5 minuten uit de springvorm en laat
hem op een rooster verder afkoelen.
Bestrijk, als de taart volledig is afgekoeld, de bovenkant met
abrikozenjam en garneer hem met de achtergehouden noten.
(8-10 stuks)
Schrap 250 gr worteltjes, snijd ze in stukjes en kook ze gaar.
Laat ze ± 5 minuten afkoelen en pureer ze.
Hak 100 gr pecannoten grof.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Vet 8-10 metalen cakevormpjes van 1 1/2 dl dun met olie in.
Zeef 225 gr bloem met 225 gr suiker en klop er met een mixer 2 eieren, 1
dl olie en 3/4 dl Griekse roomyoghurt door.
Spatel de wortel en de noten erdoor.
Vul de vormpjes voor 2/3 en bak de cakejes in 25-30 minuten goudbruin en
gaar.
Laat de cakejes ± 5 minuten afkoelen en keer ze op een rooster.
Mix voor het glazuur 125 gr yoghurt met 50 gr boter tot een gladde
massa.
Zeef er 125 gr poedersuiker boven en blijf kloppen tot de suiker geheel is
opgelost.
Schenk het glazuur over de bovenkant van de cakejes en laat het eroverheen
lopen.
Garneer met limoenschil of pecannoot.
150 gr winterwortel
150 gr gepeld gemengde noten
100 gr boter
150 gr rijstebloem
3 eieren
1 theelepel bakpoeder
1 1/2 dl grand marnier of cointreau
1 eetlepel amandelsnippers
Splits de eieren.
Rasp de wortelen en maal de noten fijn, besprenkel ze met grand marnier of
cointreau en laat even zo intrekken.
Smelt de boter op een laag pitje.
Klop de dooiers romig los en vermeng ze met de boter, de rijstebloem, het
bakpoeder en cointreau.
Vermeng dit met de wortel-notenmassa.
Verwarm de oven intussen voor en klop het eiwit tot stijve pieken.
Vet een springvorm in en spatel het eiwit luchtig door het beslag.
Schep de gehele massa in de bakvorm, bestrooi met de amandelsnippers en
bak de taart in 45-50 minuten midden in de oven bij een temperatuur van
200-220°C gaar.
250 gr bloem
250 gr geraspte wortel (het mag zowel winter- als was- als bospeen
zijn)
200 gr suiker
2 dl olie
2 eieren
2 theelepels bakpoeder
(200 gr gehakte noten)
125 gr rozijnen of droog fruit)
2 theelepels kaneel
een snufje nootmuskaat
zout
(vanillesuiker)
Meng alle ingrediënten door elkaar, doe het mengsel in een niet te
grote ingevette bakvorm en bak de taart ± 40 minuten op
175°C.
De taart is gaar als er niets meer aan een erin gestoken breinaald blijft
hangen.
voor de taart:
3 kopjes bloem
1 1/2 kopje witte basterdsuiker
1 theelepel zout
1 1/2 theelepel bakpoeder
1 kopje ananasstukjes met de siroop (blik)
2 kopjes geraspte wortel
4 eieren
3 3/4 dl plantaardige olie
1 theelepel vanille-essence
1 kopje gehakte walnoten
voor de toplaag:
1 kopje gezeefde poedersuiker
125 gr MonChou (op kamertemperatuur)
vanille-essence of citroensap naar smaak.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Vet 2 ronde lage bakvormen van ± 20 cm doorsnee met boter in en
bekleed ze met bakpapier.
Zeef de bloem, de suiker, het zout en het bakpoeder in een deegkom.
Voeg de ananas, wortel, eieren, olie en vanille toe en mix hiervan een
beslag.
Roer er daarna de walnoten door.
Verdeel dit beslag over de 2 bakvormen en bak het een uur in de oven.
De tart is gaar als een erin gestoken satéprikker er schoon
uitkomt.
Keer de vormen om en laat de cake op een ovenrooster afkoelen.
Roer voor de toplaag de poedersuiker beetje bij beetje door de roomkaas
tot die luchtig is.
Voeg dan naar smaak citroensap of vanille-essence toe.
Besmeer de afgekoelde cake met de roomkaas, leg de tweede cake erop en
besmeer die met het overige roomkaasmengsel.
1 kop zonnebloemolie
2 kop zelfrijzend bakmeel
2 kop suiker
3 kop geraspte winterwortel
1/2 theelepel zout
3 theelepels kaneel
4 eieren
Meng alles goed door elkaar, stort het in een (ronde) vorm en bak het dan 45-60 minuten in het midden van een op 175°C voorverwarmde oven.
Voor het glazuur:
250 gr poedersuiker
100 gr boter
100 gr MonChou
vanille-essence
een scheutje melk
Klop als met een mixer door elkaar en smeer het over de taart.
100 gr boter
200 gr suiker
4 eieren
200 gr bloem
1 theelepel bakpoeder
zout
kaneel
2 dl yoghurt
50 gr geraspte pure chocolade
100 gr grofgehakte hazelnoten
Klop de boter met de suiker wit en piekerig en klop er één
voor één de eieren door.
Zeef de bloem met het bakpoeder, zout en kaneel en schep dit, afgewisseld
met de yoghurt bij het eimengsel.
Schep er de chocola en de hazelnoten door.
Schep het deeg in een ingevet cakeblik en bak het 15 minuten in een op
175°C voorverwarmde oven.
Temper de oven tot 150°C en bak de cake in 30-45 minuten gaar.
Laat de cake 10 minuten in de uitgeschakelde oven staan, keer hem op een
rooster en laat het uitdampen.
4 physalis
2 vijgen
2 passievruchten
1 tamarillo
1 kiwi
2 mini-bananen
1 stervrucht
1 pak kant-en-klaar kruimeldeeg
4 eidooiers
100 gr suiker
50 gr vanillesuiker
1 dl melk
1 dl yoghurt
4 vellen gelatine (á 2 gr)
1 pakje kant-en-klare coulis (abrikozen of een smaak naar keuze)
blaadjes munt om te garneren
Klop de eidooiers met de suiker tot een wit schuim.
Week de gelatine in water.
Breng de melk aan de kook en roer die beetje bij beetje door het
eierschuim.
Knijp de gelatine uit en los de vellen in de warme crème op.
Roer er de yoghurt door.
Bekleed een taartvorm van 24 cm doorsnee met het deeg, prik de bodem
meermalen met een vork in en bak het deeg 8 minuten in een op 200°C
voorverwarmde oven.
Laat afkoelen.
Giet de yoghurtcrème in de voorgebakken bodem en zet de taart 1 uur
in de koelkast om de crème te laten opstijven.
Schil de kiwi en snijd de vrucht in plakjes.
Was de stervrucht en snijd ook die in plakjes.
Was de vijgen en snijd ze in vieren.
Halveer de passievruchten.
Was de tamarillo en snijd hem in plakjes.
Pel de banaantjes en snijd ze in de lengte doormidden.
Garneer de taart met alle vruchten, bestrooi met de munt en geef er de
coulis
bij.
(voor een vorm van 26 cm doorsnee)
Voor het deeg:
2 eieren
80 gr suiker
2 eetlepels warm water
100 gr tarwebloem
100 gr gehakte hazelnoten
Voor de vulling:
9 witte gelatineblaadjes
1 pot kersen op sap (uitlekgewicht 340 gr)
1 blik abrikozen op sap (uitlekgewicht 340 gr)
6 dl yoghurt
100 gr honing
2 eetlepels citroensap
1/2 geraspte citroenschil
2 dl slagroom
Bekleed een springvorm met bakpapier.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Splits de eieren, klop de eiwitten met 20 gr suiker stijf en roer de
eidooiers met de rest van de suiker en het water tot een lichte
crème.
Zeef de bloem en meng het met de noten.
Schep het eiwit en het bloemmengsel door de crème, doe het in de
vorm en bak het 15 minuten in de oven.
Week de gelatine.
Laat de vruchten uitlekken, vang het sap op.
Meng de yoghurt met 80 gr honing, het citroensap en de citroenschil.
Druk de gelatine uit, los hem au bain-marie of in de magnetron op, laat
afkoelen en meng hem door de yoghurt.
Klop de slagroom stijf en schep die door de yoghurt.
Meng de rest van de honing met 50 ml abrikozensap, verhit dit en druppel
het over de taartbodem.
Bestrijk de bodem met 1/3 van de yoghurt en beleg met kersen en
abrikozen.
Houd enkele vruchten apart.
Bestrijk met de rest van de yoghurt en zet de taart 3 uur in de
koelkast.
Garneer met abrikozen, kersen en eventueel gehakte hazelnoten.
Kooktip 1: Yoghurttaartjes: vul 15-18 grote papieren vormpjes elk met ± 1 eetlepel deeg en bak ze. vul ze met vruchten en yoghurt. Besprenkel de bodem niet met sap.
Kooktip 2: Zo lost u gelatine goed op: laat 9 gelatineblaadjes in 1/2 liter koud water ± 15 minuten weken. druk ze goed uit en los ze in 2-3 eetlepels heet water op.
Als u volle yoghurt vervangt door magere en iets minder slagroom verwerkt, is het aantal calorieën lager.
(± 45 stuks)
250 gr bloem
1/4 theelepel nootmuskaat
150 gr lichtbruine basterdsuiker
150 gr boter
1 ei
1 eetlepel melk
4 eetlepels witte kristalsuiker
1 theelepel kaneel
boter om in te vetten
Meng de bloem, de nootmuskaat en de basterdsuiker door elkaar.
Voeg de boter in klontjes toe en kneed het (met koele hand) snel tot een
glad deeg.
Klop het ei in een kommetje los en verdun het dan al kloppend met de
melk.
Voeg dit mengsel aan het deeg toe en kneed het erdoor.
Laat het deeg afgedekt op een koele plaats minstens 1 uur rusten.
Bestuif het werkvlak met bloem, rol steeds stukjes van het deeg tot zeer
dunne lappen uit en steek er met een klein gekarteld vormpje koekjes
uit.
Meng de suiker en de kaneel door elkaar.
Bestrooi de koekjes daarmee en leg ze op een beboterd bakblik.
Verwarm de oven voor op 200°C, schuif het bakblik op de middelste
richel en bak de koekjes in 8 minuten gaar.
425 gr patentbloem
360 gr boter
140 gr poedersuiker
50 gr ei
25 gr citroenrasp
Roer de boter zacht en voeg de suiker, het ei en de citroenrasp toe.
Kneed dit licht en kneed er bij gedeelten de bloem luchtig door.
Spuit het deeg in rozetjes of langwerpige koekjes op een licht ingevette
bakplaat en bak de koekjes in een op 180°C voorverwarmde oven
goudbruin en gaar.
250 gr rode zoete aardappelen
625 gr gehakte amandelen
500 gr suiker
2 eidooiers
1 vanillestokje
geraspte citroenschil
75 gr bloem
150 gr pijnboompitten
150 gr gehakte walnoten
2 eiwitten
Schil de zoete aardappelen en snijd ze in grove blokjes.
Doe ze in een pan en giet er zoveel water bij dat ze onder staan.
Voeg het opengespleten vanillestokje toe en schraap het merg eruit.
Breng het geheel aan de kook en kook de aardappelen in ± 15 minuten
gaar.
Giet ze goed af, doe ze in een grote kom en stamp ze tot puree.
Doe de amandelen, de suiker, de eidooiers en de citroenrasp bij de
afgekoelde puree en schep alles met een pollepel tot een glad deeg dat een
beetje op gepureerde aardappelen lijkt.
Kneed het deeg een paar minuten in een kom, dek de kom met een theedoek af
en laat het rusten.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Vet een bakplaat met olie in.
Doe de pijnboompitten en de walnoten in en ondiepe kom.
Neem stukjes deeg ter grootte van een walnoot, maak hier balletjes van en
plet ze licht.
Bestrijk ze met wat eiwit en haal ze vervolgens door de gehakte noten.
Schik de koekjes niet te dicht op elkaar op de bakplaat en zet ze 15-20
minuten in de oven tot de koekjes goudbruin zijn.
500 gr bloem
4 eieren
zout
50 gr boter
15 eetlepels vloeibare honing
500 gr mozzarella
500 gr hüttenkÄse
4 eetlepels sinaasappelrasp
1 eidooier
Kneed de bloem met de eieren en een snufje zout tot een soepel deeg.
Kneed de roomboter in partjes door het deeg en voeg eventueel wat water
toe (het deeg moet zacht zijn, maar mag niet kleverig worden).
Rol het deeg op een met bloem bestrooid aanrecht zeer dun uit en steek er
met een koekjessteker rondjes uit met een middellijn van 10 cm.
Roer de dobbelsteentjes mozzarella door de hüttenkÄse en voeg de
sinaasappelrasp toe.
Schep 3 theelepels van de vulling in het midden van de helft van de
rondjes deeg, bestrijk de randen met de losgeklopte eidooier, bedek ze met
nog een rondje deeg en druk de randen stevig op elkaar.
Frituur de deegflappen, 2 tegelijk, in de hete olie goudgeel.
Schep ze voorzichtig uit de pan en dien ze direct op.
Geef de honing er apart bij.
Voor de taartbodem:
125 gr zachte boter
100 gr poedersuiker
1 ei
150 gr bloem
zout
Voor de crème:
1 dl citroensap
de geraspte schil van 1 citroen
125 gr boter
4 eieren
100 gr suiker
1 dl slagroom
Voor de vulling:
500 gr vruchten, bijvoorbeeld aardbeien, blauwe bessen of frambozen
Roer de boter met de poedersuiker romig.
Roer het ei erdoor en meng er daarna de bloem, gezeefd met zout, door.
Verpak het deeg in plasticfolie en laat het in de koelkast tenminste 2 uur
rusten.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uit en bekleed er een
ingevette taartvorm met een doorsnee van ± 26 cm mee.
Prik de bodem met een vork in, bekleed het deeg met folie, vul het met een
steunvulling (bijvoorbeeld van rauwe peulvruchten) en bak de bodem
± 10 minuten in het midden van de hete oven.
Neem de vulling eruit, bak de bodem nog 5 minuten en laat hem daarna op
een rooster afkoelen.
Doe het citroensap, de schil, de boter, de eieren en de suiker in een pan,
roer goed door elkaar en verwarm het mengsel steeds roerend tot tegen de
kook aan, maar laat het niet koken.
Zeef het mengsel en laat het onder nu en dan roeren geheel afkoelen.
Klop de slagroom stijf en schep die voorzichtig door de lobbige
citroenmassa.
Vul de taartbodem met dit mengsel.
Maak de vruchten schoon en verdeel die, vlak voor u hem in 8 stukken
snijd, over de taart.
Voor de taartbodem:
4 eieren
100 gr bloem
100 gr suiker
Voor de vulling:
250 gr kwark
2 1/2 dl room
1 1/4 dl melk
100 gr basterdsuiker
50 gr suiker
250 gr frambozen
6 blaadjes (rode) gelatine
2 eetlepels (frambozen)likeur
Klop voor de taartbodem de eieren met de suiker au bain-marie tot een
stevige lauwe massa op.
Spatel er de gezeefde bloem door en schep het beslag in een ingevette
springvorm (doorsnede 24 cm).
Bak de bodem in de op 175°C voorverwarmde oven in ± 20 minuten
gaar en laat hem afkoelen.
Week de gelatine in ruim koud water.
Sla de room zonder suiker stijf.
Splits de eieren.
Roer de dooiers en de basterdsuiker door de melk en verwarm het mengsel al
roerend langzaam op laag vuur tot vladikte (het mag niet koken).
Knijp 4 blaadjes gelatine uit en los ze in de hete vla op.
Doe de kwark in een kom, schenk er wat van de vla over en roer dit door
elkaar.
Blijf roeren tot een gladde crème ontstaat en laat deze tot
handwarmte afkoelen.
Schep dan met een garde de stijf geklopte slagroom door de
crème.
Leg de taartbodem in een met plasticfolie bespannen kunststof taartring en
besprenkel met de likeur.
Stort de crème op de taartbodem en zet de taart in de koelkast om
op te stijven.
Maak 1 dl frambozencoulis door de schoongemaakte frambozen samen met 50 gr
suiker in een keukenmachine fijn te malen.
Druk deze massa door een zeef en breng het aan de kook.
Knijp de 2 overgebleven blaadjes gelatine uit en voeg ze aan de nog warme
frambozencoulis toe, maar laat het geheel niet meer aan de kook komen.
Zet de coulis in een bak met ijswater en wacht, al roerend, tot de massa
begint te geleren.
Haal de opgesteven taart uit de koelkast en giet er de frambozengelei
op.
Maak met de taart schuin draaiende bewegingen, zodat de gelei zich egaal
over de taart kan verspreiden en overal even dik is.
Zet de taart terug in de koelkast om verder op te stijven.
Snijd de taart voor het serveren met een warm mes los van de
taartring.
Gebruik ook voor het snijden van de taartpunten een warm mes.
(3 bollen)
1/2-3/4 liter lauwwarm water
65 gr gist
750 gr patentbloem
250 gr roggebloem
20 gr zout
75 gr roomboter
25 gr citroenrasp
600 gr krenten
600 gr rozijnen
50 gr sukade
1 handvol tarwezemelen
1 ei
Voor de bereiding van het recept is een keukenmachine met kneedhaken erg
handig, maar niet noodzakelijk.
De handmatige bereiding van het deeg vergt een paar flinke spierballen.
Was de krenten en de rozijnen en wel ze ± 30 minuten.
Doe het handwarme water in een keukenmachine of in een royale beslagkom en
los het gist erin op.
Voeg de beide gezeefde bloemsoorten aan het vocht toe, schakel de machine
op de laagste stand in en laat het deeg even draaien.
Voeg dan de op kamertemperatuur gebrachte boter, de citroenrasp en het
zout toe en laat het deeg op de laagste stand ± 8 minuten draaien
tot zich een compacte massa vormt.
Bij de handmatige bereiding moet u het deeg eenzelfde tijd flink kneden om
de juiste homogeniteit te verkrijgen.
Haal de deegbal uit de kom, verpak hem losjes in een plastic zak en laat
die in een warme omgeving, bijvoorbeeld naast de oven of de verwarming, 20
minuten rijzen.
Sla de gisting na 20 minuten rust met de hand uit het deeg; d.w.z.: sla
met uw handen en uw vuisten op het deeg tot het een platte koek is.
Vouw het deeg dan als een theedoek op en besla het weer een tijdje tot het
plat is.
Herhaal dit enkele malen.
Laat het deeg hierna in de plastic zak opnieuw 15 minuten rijzen.
Laat intussen de gewelde zuidvruchten uitlekken en ontdoe ze zoveel
mogelijk van het aanhangende vocht, bijvoorbeeld door ze in een theedoek
te rollen.
Doe het deeg na de rijstijd terug in de beslagkom, zet de keukenmachine in
de laagste stand en meng de krenten, rozijnen en sukade door het deeg.
Om de vruchten echt goed door de massa te mengen, moet u het deeg wellicht
met de hand nog even doorkneden.
Door de toevoeging van de vulling zal de massa nu nogal plakkerig
zijn.
Laat het deeg hierna nog eens 10 minuten rijzen.
Strooi de tarwezemelen op een licht ingevet bakblik.
Verwarm de oven voor op 190°C.
Verdeel het deeg na het rijzen in 3 gelijke delen en vorm hier met de hand
mooie bollen van.
Leg de bollen op het bakblik en laat ze nogmaals 10 minuten rijzen.
Snijd de bollen aan de zijkant met een klein mesje rondom in (niet
doorsnijden!) en druk de ingesneden bol van binnen naar buiten plat.
Het insnijden van de bol zorgt ervoor, dat de uiteindelijke Zuidlaarder
bol van boven mooi plat blijft en het deeg overal even gaar wordt.
Bestrijk de 3 platte bollen met een losgeklopt ei, zodat ze een mooi bruin
korstje krijgen.
Laat ze nu, voor de laatste maal, in een warm hoekje 40 minuten rijzen en
bak ze in de oven in ± 25 minuten bruin en gaar.
250 gr boter
250 gr witte basterdsuiker
150 gr bloem
2 eieren
citroen- en vanille-aroma
150 gr krenten
150 gr rozijnen
amandelschaafsel
Meng de boter, de suiker, de bloem, de eieren en de aroma's in een kom
door elkaar tot een geheel is ontstaan.
Wel de krenten en rozijnen boven heet water tot ze goed zijn
gezwollen.
Leg het deeg op een ingevette bakplaat van 40 x 30 cm en strooi er de
rozijnen en de krenten over.
Strooi er als laatste een grote hand amandelschaafsel over en bak de koek
± 45 minuten in het midden van een op 175°C voorverwarmde oven.
(6 personen)
een scheutje citroensap
1 appel
100 gr müsli
500 gr melk
30 gr vloeibare honing
50 gr hazelnoten, walnoten of amandelen
200 gr zelfrijzende bakmeel
50 gr suiker
4 eieren
boter
suiker, vanille-ijs of sinaasconfiture
Schil de appel, hak hem in stukjes van 3 cm en besprenkel die met
citroensap.
Week de müsli in de melk met de honing.
Hak de noten.
Zeef de bloem en de suiker boven een kom.
Haal de melk met de müsli ook door een zeef en klop de melk, samen
met de eieren door het bloemmengsel.
Roer er de müsli, de gehakte noten en de gehakte appel door.
Vet een koekenpan van 22 cm doorsnee met boter in, laat de pan heet worden
en bak de pannenkoekjes hierin.
Serveer ze met warm ijs, suiker, sinaasconfiture, of met müslisaus.
5 eieren
250 gr suiker
het sap en de geraspte schil van 1/2 citroen
250 gr gemalen amandelen of hazelnoten
250 gr geraspte wortel
1 theelepel kaneel
1 mespuntje gemalen kruidnagel
50 gr bloem
Roer de eidooiers met de suiker, het citroensap en de citroenschil
schuimig.
Meng er de noten, de wortel, de kaneel, de kruidnagel, de bloem en de
stijfgeklopte eiwitten door.
Doe het geheel in een beboterde en met bloem bestoven springvorm en bak de
taart 1 uur in een matig warme oven.
Bestrijk de taart, nadat hij is afgekoeld met witte glazuur.